Congo-Kinshasa (uitspr.: [ˌkɔŋɣo kɪnˈʃɑsa]), kortweg Congo (uitspr.: [ˈkɔŋɣo]) en officieel de Democratische Republiek Congo, kortweg DRC (Frans: République démocratique du Congo), is een land in Centraal-Afrika. Op basis van landoppervlakte is de DRC het op één na grootste land in Afrika en het op elf na grootste ter wereld. Met een bevolking van ongeveer 112 miljoen is Congo-Kinshasa het meest bevolkte Franstalige land ter wereld. De nationale hoofdstad en grootste stad is Kinshasa, dat ook het economische centrum is. De naam Congo-Kinshasa dient ter onderscheiding van het aangrenzende land Congo-Brazzaville. Verder grenst Congo-Kinshasa aan de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan, Oeganda, Rwanda, Burundi, Tanzania (aan de overkant van het Tanganyikameer), Zambia, Angola, de exclave Cabinda van Angola en de Zuid-Atlantische Oceaan.

Etymologie Van 1885 tot 1908 stond het grondgebied dat later een Belgische kolonie zou worden bekend als de Onafhankelijke Congostaat. Een staat onder het persoonlijke bewind van de Belgische koning Leopold II.Historical Dictionary of the Democratic Republic of the Congo, lemma Government, p. 205-208. Emizet Francois Kisangani en Scott F. Bobb, Scarecrow Press, 2009, 3e dr. In 1908 werd de Onafhankelijke Congostaat overgedragen aan België en kreeg het de status van kolonie onder de naam Belgisch-Congo.

Bij de onafhankelijkheid op 30 juni 1960 werd het land de Republiek Congo genoemd. De naam "Congo" is afgeleid van het Kongovolk en verwijst naar het historische Koninkrijk Kongo. Tot 1966 werd de nieuwe republiek vaak aangeduid als "Congo-Leopoldstad" om verwarring te vermijden met de Republiek Congo (Congo-Brazzaville), het buurland met een gelijkaardige naam. In 1966 werd de hoofdstad Leopoldstad hernoemd tot Kinshasa, en sindsdien werd de naam van het land vaak vermeld als "Congo-Kinshasa".

Met de grondwetswijziging van augustus 1964 werd de officiële naam van het land gewijzigd in "Democratische Republiek Congo" (DRC). Na de staatsgreep van Joseph-Désiré Mobutu in 1965 onderging het land in 1971 een naamswijziging en werd het bekend als "Republiek Zaïre", een naam die ook werd toegekend aan de Kongorivier. De term "Zaïre" was een verbastering van een lokale benaming voor de rivier, overgenomen door Portugese ontdekkingsreizigers in de 16e eeuw.

In 1997, na de Eerste Congolese Burgeroorlog en de machtsovername door Laurent-Désiré Kabila, kreeg het land opnieuw de naam "Democratische Republiek Congo", een benaming die tot op heden in gebruik is.ISO 3166, op Online Browsing Platform (OBP). 17 mei 1997: Name changed from Zaire (ZR, ZAR, 180) to the Democratic Republic of the Congo. Hier ook een lijst met de provincies.

Geschiedenis

Prehistorie Het gebied dat tegenwoordig de Democratische Republiek Congo omvat, kent een zeer vroege menselijke aanwezigheid, met archeologische bewijzen die teruggaan tot circa 400.000 jaar geleden. De oudste sporen wijzen op de aanwezigheid van de Homo heidelbergensis, terwijl de Homo sapiens zich waarschijnlijk tussen 300.000 en 200.000 jaar geleden in de regio vestigde.

Vanaf 10.000 v.Chr. werd de regio bewoond door jagers-verzamelaars, waaronder de voorouders van de hedendaagse pygmeeën. Tussen 2000 v.Chr. en 500 n.Chr. vond de Bantoe-expansie plaats, waarbij migrerende groepen vanuit het noordwesten landbouw, ijzerbewerking en nieuwe sociale structuren introduceerden. Naast de Bantoe-expansie droegen latere migraties bij aan de etnische en linguïstische diversiteit van de regio. Vanaf de vroege middeleeuwen arriveerden groepen vanuit Darfoer en Kordofan (het huidige Soedan) in het noordoosten en vanuit Oost-Afrika in het oosten. Ondanks deze interacties bleef de Bantoe-taalfamilie dominant.

Tijdens de Bantoe-expansie trokken vanaf ca. 4.000 de Bantoevolkeren naar het gebied. Er ontstonden meerdere koninkrijken, waaronder het koninkrijk Kongo (1395-1914).

Koninkrijk Kongo Tegen de 15e eeuw was het koninkrijk Kongo de dominante politieke macht in het Kongogebied. Dit was een hoger ontwikkelde staat in het zuidwesten van Congo-Kinshasa en het noorden van Angola. Op zijn hoogtepunt strekte het rijk zich uit van de Atlantische Oceaan in het westen tot de rivier de Kwango in het oosten, en van de rivier de Kongo in het noorden tot de rivier de Loje in het zuiden. Het was een koninkrijk, met aan het hoofd de Mwene Kongo (Manikongo) die heerste over de Bakongo vanuit zijn hoofdstad M'banza-Kongo. Het rijk vormde het centrum voor een intensieve handel van grote hoeveelheden ivoor in Centraal-Afrika, en er werd koperwerk, raffiakledij en aardewerk geproduceerd, naast de natuurlijke producten. Deze handelsgoederen zouden, naast de slaven, de ruggengraat vormen van de handel van Kongo met de Europeanen (vooral de Portugezen).

Belgische periode Vanaf de jaren 1870 begonnen Europese ontdekkingsreizigers, onder wie David Livingstone en Verney Lovett Cameron, systematische verkenningen van het Congolese binnenland. Hun expedities, die werden gedreven door zowel wetenschappelijke als commerciële motieven, markeerden de eerste gedocumenteerde Europese pogingen om de geografische en sociaaleconomische structuren van de regio in kaart te brengen.

Om zijn territoriale aanspraken te laten erkennen, initieerde Leopold diplomatiek overleg op internationaal niveau. Hij stuurde een delegatie naar de Koloniale conferentie van Berlijn om de grenzen van de door Stanley afgebakende gebieden te laten vastleggen. Dit resulteerde in de ondertekening van de Akte van Berlijn op 26 februari 1885, waarin werd bepaald dat het Kongobekken een vrijhandelszone zou worden en waarin de strijd tegen slavernij werd vastgelegd.

Na het vestigen van zijn macht diende Leopold de Onafhankelijke Congostaat vervolgens uit te bouwen. Leopold heerste als een absoluut vorst en liet zich bijstaan door een privéleger en een regering, bestaande uit administrateurs-generaal.

Uiteindelijk nam België op 15 november 1908 officieel de Onafhankelijke Congostaat over van Leopold II. De soeverein zou een jaar later sterven, op 17 december 1909. Tot 1960 zou het gebied een Belgische kolonie zijn onder de naam Belgisch-Congo.

Op 4 januari 1959 braken in Leopoldstad onverwacht zware rellen uit toen een verboden manifestatie van de politieke partij Alliance des Bakongos (ABAKO) uit de hand liep. De ordediensten hadden enkele dagen nodig om de situatie opnieuw onder controle te krijgen en er vielen talrijke doden. De uitbarsting van geweld bracht een schokgolf teweeg. Op 13 januari 1959 kondigde koning Boudewijn in een radiotoespraak aan dat België aanstuurde op de volledige onafhankelijkheid van Congo "zonder dralen, maar ook zonder lichtzinnige overhaasting". In 1960 werd de onafhankelijkheid van de Republiek Congo uitgeroepen.

Post-onafhankelijkheid Kort na de onafhankelijkheid van Congo kwam het Congolese leger in opstand, wat het begin betekende van de Congocrisis.

De Congocrisis was een periode van politieke onrust en conflict tussen 1960 en 1965 in de Congo-Leopoldstad. De crisis begon vrijwel onmiddellijk nadat Congo onafhankelijk werd van België en eindigde, officieus, met het hele land onder de heerschappij van Joseph-Désiré Mobutu. De Congocrisis bestond uit een reeks burgeroorlogen en was tevens een proxyconflict in de Koude Oorlog, waarbij de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten verschillende facties steunden. Naar schatting zijn ongeveer 100.000 mensen gedurende de crisis omgekomen.

Republiek Zaïre Na vijf jaar van onstabiliteit en wanorde zette Mobutu, nu luitenant-generaal, Kasavubu af in 1965. Hij installeerde een eenpartijstaat en riep zichzelf uit tot staatshoofd. Af en toe waren er verkiezingen waarbij hij de enige kandidaat was. Er ontstond een periode van relatieve vrede en stabiliteit, maar het regime werd regelmatig beschuldigd van mensenrechtenschendingen, onderdrukking en ongebreidelde corruptie. Het persoonlijke bezit van Mobutu werd in 1984 geschat op 4 miljard dollar, ongeveer even groot als de nationale schuld van Congo.

Congolese Burgeroorlogen Op 18 mei 1997 trokken de soldaten van de Alliantie van Democratische Krachten onder leiding van de Luba Laurent-Désiré Kabila de Zaïrese hoofdstad Kinshasa binnen, waar zij als bevrijders werden binnengehaald. Meer dan 3000 kilometer hadden zij gelopen sinds zij eind oktober 1996 aan hun overwinningstocht begonnen. Twee dagen later riep Kabila zichzelf uit tot president van de Democratische Republiek Congo. Daarmee kwam een eind aan het jarenlange bewind van dictator Mobutu Sese Seko, maar niet aan de strubbelingen.

Het hoogtepunt van de crisis werd bereikt toen buitenlandse troepen intervenieerden en de zittende Zaïrese president, Mobutu Sese Seko, werd vervangen door Laurent-Désiré Kabila, de leider van de rebellen. De regering onder leiding van Kabila bleek echter instabiel en kwam al snel in conflict met vroegere bondgenoten, wat uiteindelijk de weg vrijmaakte voor de Tweede Congolese Burgeroorlog die plaatsvond tussen 1998 en 2003.

De Tweede Congolese Burgeroorlog ving aan in augustus 1998, iets meer dan een jaar na de Eerste Congolese Burgeroorlog. Deze nieuwe oorlog raakte verstrikt in vergelijkbare problematieken als zijn voorganger. Na verloop van tijd werden strijdende partijen uit verschillende hoeken van het Afrikaanse continent erbij betrokken. De oorlog werd officieel tot een einde gebracht in juli 2003, toen de Overgangsregering van de Democratische Republiek Congo aan de macht kwam. Ondanks de ondertekening van een vredesakkoord in 2002, bleef het geweld zich voortzetten in talrijke regio's van het land, met name in het oosten. Vijandelijkheden blijven voortduren, zoals bij de aanhoudende rebellie van het Verzetsleger van de Heer en de conflicten in de regio's Kivu en Ituri. Gedurende de oorlog raakten negen Afrikaanse landen en ongeveer vijfentwintig gewapende groeperingen betrokken bij het conflict.

Tijdperk Kabila Joseph Kabila, zoon van Laurent-Désiré, volgde zijn vader op. Rond de moord op zijn vader speelde lange tijd een rechtszaak. In december 2002 werd in Pretoria, onder druk van onder meer Zuid-Afrika en België een akkoord gesloten tussen de partij van Kabila, de rebellengroepen en de politieke oppositie. Deze afspraken leidden tot het vormen van een overgangsregering onder leiding van Joseph Kabila, waarin zowel de voormalige rebellen en de politieke oppositie ook posten kregen toegewezen. Enkel de grootste oppositiepartij, de UDPS onder leiding van Étienne Tshisekedi, is niet akkoord gegaan met de voorwaarden. Verder werd afgesproken dat er democratische verkiezingen zouden worden gehouden.

In december 2016 had Joseph Kabila er twee termijnen opzitten. Grondwettelijk gezien zou hij geen derde termijn kunnen aanvatten. De presidentsverkiezingen, gepland voor november 2016, werden uitgesteld tot april 2018, en opnieuw tot uiteindelijk 30 december 2018. Volgens waarnemers van de katholieke kerk, hierin bevestigd door gegevens van de Financial Times, was Martin Fayulu de duidelijke winnaar, hoewel de officiële kiescommissie Félix Tshisekedi uitriep tot winnaar.

Huidige tijd Op 24 januari 2019 legde de Luba Félix Tshisekedi, de zoon van Étienne Tshisekedi, de eed af als nieuwe president, na betwiste verkiezingen, die volgens waarnemers waren gewonnen door Martin Fayulu. In december 2021 ontsloeg Tshisekedi het voltallige bestuur van Gécamines, nadat uit het onderzoeksrapport Congo Hold-up was gebleken dat onder voorzitter Yuma miljoenen dollars waren verdwenen in de richting van de clan-Kabila. Bij de presidentsverkiezingen van 20 december 2023 werd Tshisekedi herverkozen.

Geografie miniatuur|Livingstonewatervallen dicht bij Kinshasa