thumb|Video van een vliegende Lockheed Constellation thumb|Wright R-3350 Cyclone-motor De Lockheed Constellation was een viermotorig propellervliegtuig dat werd gebouwd door de Amerikaanse vliegtuigfabriek Lockheed.

Ontwikkeling De ontwikkeling van de Lockheed Constellation begon in 1939. Het toestel werd ontwikkeld in opdracht van Howard Hughes, een excentrieke miljonair en vlieger die op dat moment een meerderheidsaandeel had in de luchtvaartmaatschappij TWA. Hughes wilde een viermotorig vliegtuig waarmee hij alle concurrenten kon verslaan. De Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten. Militaire productie kreeg voorrang, waardoor de ontwikkeling van het nieuwe toestel werd vertraagd. De eerste Constellation, die al snel liefkozend Connie werd genoemd, maakte op 9 januari 1943 zijn eerste testvlucht. Zowel de oorlog als de nog niet goed werkende motoren leidden tot vertraging. Aan het eind van de oorlog werd het toestel ingezet voor troepentransport. Direct na de oorlog gingen de eerste luchtvaartmaatschappijen ermee vliegen; het eerste commerciële model werd in november 1945 in gebruik genomen door TWA.

Het geesteskind van Hughes was niet alleen groot, maar ook snel. Het toestel, dat zo'n 40 ton woog, vloog sneller dan elk ander groot passagiersvliegtuig en kon door de drukcabine bovendien op veel grotere hoogte vliegen. In 1944 zette de Constellation met Hughes als piloot het Amerikaanse "coast to coast"-record op net iets minder dan zeven uur. De Constellation bevatte veel technische vernieuwingen. Bovendien kon het toestel voor die tijd enorme afstanden overbruggen.

De Constellation werd in de jaren na de oorlog verder ontwikkeld. Eerst was er de Constellation, later de Super Constellation en toen de Starliner. De romp werd langer, de motoren krachtiger, er kwamen meer brandstoftanks waardoor het vliegbereik groter werd, en het toestel werd stiller en veiliger. De laatste versie, de Lockheed L-1649 Starliner, werd in 1957 geïntroduceerd en had een compleet nieuwe vleugel met nog meer brandstoftanks. In totaal werden door Lockheed 856 Constellations en Super Constellations gebouwd, waarvan er in 2002 nog vijf vlogen.

Fraaie lijnen De fraaie lijnen van de Constellation vloeiden deels voort uit een aantal praktische keuzes. Hoofdontwerper Clarence "Kelly" Johnson tekende voor het ontwerp. De vleugel was in feite een grotere versie van die van de eerder door Lockheed gebouwde Electra. De Constellation was ook het eerste productievliegtuig met stuurbekrachtiging in de burgerluchtvaart. De Constellation werd aangedreven door een nieuw type motor, de Wright R-3350 Cyclone. Dit is de grootste luchtgekoelde stermotor ooit gebouwd door Wright.

Het vliegtuig kon met deze motoren een kruissnelheid aanhouden van 560 km/u. De propellers waren zo groot dat voor het toestel een zeer hoog landingsgestel noodzakelijk was. Bovendien waren de ontwerpers bang dat deze krachtige motoren luchtwervelingen over het hoogteroer zouden geven. Om deze reden werden de staartvlakken (kielvlak en stabilo) hoger geplaatst, waardoor de glooiende vorm van de romp ontstond. Om een toestel van deze omvang een goede koersstabiliteit te geven was een kielvlak met een groot oppervlak nodig. Het toestel moest echter ook in de hangars passen die de luchtvaartmaatschappijen gebruikten. Om die reden werd ervoor gekozen om niet één grote maar drie kleinere staartvinnen aan te brengen.

De Constellation was het eerste grote passagiersvliegtuig met een drukcabine, waarmee het op een hoogte van 20.000 voet (~ 6100 meter) kon kruisen. Hierdoor kon het voor 90% boven slecht weer vliegen.

Gebruikers Bij de grotere gebruikers waren: Eastern Air Lines: 14 toestellen L-649 en 14× L-1049; Air France: 19 toestellen L-749 en 24× L-1049; KLM: 6 L-049 toestellen, 20× L-749 toestellen en 15× L-1049; TWA: 27 L-049 toestellen, 37× L-749 en 10× L-1049.

Sabena Sabena leasete van mei tot oktober 1958 tijdens de piekperiode van de wereldtentoonstelling Expo 58 drie L-1049 Super Constellation-toestellen van Seaboard and Western Airlines die in de Sabena-kleuren de capaciteit van de trans-Atlantische verbinding standaard uitgevoerd met Douglas DC-7C sterk verhoogden.

KLM Na de oorlog (1946) stond de Constellation aan de basis van de moderne Nederlandse burgerluchtvaart. De KLM begon op 21 mei 1946 als eerste maatschappij op het Europese vasteland met een luchtdienst op New York. Men vloog deze dienst aanvankelijk met toestellen van het type Douglas DC-4. De lijn werd op 21 mei van dat jaar geopend, met veteraan Evert van Dijk als gezagvoerder.Van Dijk was in 1930 als copiloot van luchtvaartpionier Charles Kingsford Smith al de eerste die de Atlantische Oceaan van Europa naar Amerika was overgestoken, tegen de heersende windrichting in. In diezelfde maand werd de eerste Constellation aan de KLM afgeleverd. Dit toestel speelde een grote rol bij het uitbreiden van routes over de Atlantische Oceaan en de wederopbouw van de verbinding met het toenmalig Nederlands-Indië.

Mauritiusvluchten Tijdens de zogenoemde politionele acties van de Nederlandse krijgsmacht in 1947 en 1948 gedurende de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog weigerde een aantal landen de KLM toestemming om op hun grondgebied te landen. De alternatieve route in 1947 werd gevlogen via Ceylon (het huidige Sri Lanka) over de Indische Oceaan met de Douglas C-54 Skymaster. Bij de tweede politionele actie in 1948 werd ook de landing op Ceylon niet meer toegestaan. Er werd toen in het eerste halfjaar van 1949 een noodroute via het eiland Mauritius gevolgd.

De Constellation was het enige toestel dat de afstand tussen Mauritius en Batavia kon overbruggen — zij het ternauwernood. Als de wind tegen zat kon het zijn dat men op het "point of no return" halverwege de oceaan moest vaststellen dat er onvoldoende brandstof over was. Dan werd teruggekeerd naar Mauritius of Batavia om het de volgende dag nog eens te proberen. Het "point of no return" werd gemarkeerd door een schip van de Koninklijke Marine. Om zo veel mogelijk brandstof te kunnen meenemen werden de vleugels tijdens het tanken natgespoten met koel water. De verzekering van het toestel en de inzittenden werd voor dit gedeelte van de vlucht overgenomen door de Nederlandse overheid.

Ongelukken right|400px Hieronder de ongevallen van Constellations in dienst bij de KLM:Aircrash Vliegongelukken 1940 t/m 1959, geraadpleegd op 30 januari 2020. Gearchiveerd op 30 januari 2020. De KLM Lockheed Constellation L-049, PH-TEN, Nijmegen, op weg naar New York, verongelukte op 21 oktober 1948 in dichte mist vlak bij het vliegveld van Prestwick in het westen van Schotland. (Zie: Crash van de Nijmegen) Op donderdag 23 juni 1949 stortte de KLM Lockheed Constellation L-749-79-33, PH-TER, Roermond, met 23 passagiers en 10 bemanningsleden voor de kust van Bari, Italië in zee. Geen van de 33 inzittenden overleefde de ramp. Het vliegtuig was op 21 juni 1949 uit Batavia vertrokken voor de thuisreis naar Nederland en startte op 23 juni 1949 om 05.08 uur vanaf het vliegveld van Caïro met een nieuwe bemanning onder leiding van gezagvoerder Hans Plesman, de zoon van de KLM-directeur Albert Plesman, voor de laatste (non-stop) etappe naar Schiphol, waar zij volgens het vluchtplan om 14.45 uur Nederlandse tijd zou aankomen. Rond 10.00 uur vloog het vliegtuig richting Bari aan de Adriatische kust, het weer was helder met een lichte wind uit het noordoosten. Om 10.25 uur Nederlandse tijd gaf de bemanning vanaf een hoogte van 5000 meter aan het radiostation in Rome haar positie door en meldde “geen bijzonderheden”. Een half uur later bevond de machine zich vlak bij Bari toen ze geheel onverwacht in problemen kwam en vervolgens op zo’n twee kilometer van de vuurtoren van Cataldo in zee stortte. Uit de overblijfselen van het vliegtuig, waarvan de romp op zo'n 30 meter diepte lag, de getuigenverklaringen en de verdere gegevens is het niet gelukt om vast te stellen wat de oorzaak van het ongeval was. Op kruishoogte verloor het vliegtuig plotseling zeer snel hoogte en tijdens deze duikvlucht verloor het de staartvlakken en draaide op zijn rug. De oorzaak van de onverwachte tolvlucht is niet gevonden, maar de waarschijnlijkste verklaring is een acute storing aan de autopilot (elektrische stuurautomaat). Door de grote snelheid van de duikvlucht zou het toestel overbelast zijn geraakt en in stukken zijn gebroken.