De Joden hebben een lange geschiedenis in Duitsland. Ze waren er reeds in de vierde eeuw. Na een periode van antisemitisme die uiteindelijk uitmondde in de Holocaust werden de Joden bijna vernietigd in Duitsland en zelfs in heel Europa. Momenteel wonen er zo een 200.000 Joden of mensen van Joodse afkomst in Duitsland, dit is een van de grootste populaties van Joden in Europa.

thumb|De Nieuwe Synagoge in Berlijn

Vroege geschiedenis Eerste nederzettingen De exacte datum van de eerste nederzettingen van Joden in de Romeinse regio's Germania Superior, Germania Inferior en Germania Magna is niet bekend. Het eerste authentieke document dat verwijst naar een goed georganiseerde Joodse gemeenschap dateert uit 321 n.C. en verwijst naar een gemeenschap in Keulen.Dit feit werd op 11 februari 2021 herdacht met de uitgifte van een postzegel Het document gaf aan dat de status van de Joden dezelfde was als die van andere Joden in het Romeinse Rijk. Ze genoten enkele burgerlijke vrijheden, maar mochten hun geloof niet verspreiden en mochten geen christelijke slaven houden.

De Joden mochten wel beroepen uitoefenen die hun stadsgenoten ook mochten uitoefenen, meestal was dit in landbouw, handel, industrie en voornamelijk geld lenen. Deze voorwaarden bleven aanvankelijk gelden in de daaropvolgende Germaanse koninkrijken onder de Bourgondiërs en de Franken, maar dit veranderde later.

Karel de Grote Karel de Grote gebruikte de Kerk om eenheid te vormen in zijn grote rijk. Hij stelde Joden te werk voor diplomatieke doeleinden. Zo stuurde hij bijvoorbeeld een Jood als tolk en gids naar kalief Haroen ar-Rashid. Het leven voor de Joden veranderde al in deze tijd. In tegenstelling tot de Franken, die in deze tumultueuze tijden ten oorlog moesten trekken, hoefden de Joden geen legerdienst te doen. Ze hielden zich voornamelijk bezig met handel en kregen een monopolie in het lenen van geld omdat de Kerk aan christenen verbood om een woekeraar te zijn.

Dit decreet zorgde voor een gemengde reactie bij het volk in het Frankische Rijk: de Joden werden overal zowel gezocht als gemeden. Deze combinatie van omstandigheden zorgde ervoor dat de Joden nog meer invloed kregen en ze verspreidden zich meer en meer. Na Keulen kwamen er ook gemeenschappen in Worms en Mainz.

Tot aan de Kruistochten thumb|Duitse Joden in de 13de eeuw De status van de Joden bleef onveranderd onder het bewind van Lodewijk de Vrome, de zoon van Karel de Grote. Joden mochten onbeperkt handel voeren, maar moesten wel hogere belastingen betalen dan de christenen. Een speciale officier, de Judenmeister, werd door de regering aangesteld om de privileges van de Joden te beschermen. De Karolingers volgden meer en meer de wensen van de Kerk. De bisschoppen bleven bekvechten tijdens de synodes voor het versterken van antisemitische wetten van het canonieke recht, met het gevolg dat de meerderheid van de christenen de Joodse ongelovigen begonnen te wantrouwen. Dit gevoel werd nog verder gestimuleerd door de aanval op de burgerlijke gelijkheid van de Joden. Vanaf de 10e eeuw werd de Goede Week meer en meer een periode met antisemitische activiteiten. Onder de Saksische keizers werden de Joden beter behandeld, ze moesten alleen meer belastingen betalen dan andere handelaars. Hoewel de Joden even onwetend waren in seculiere studies als hun tijdgenoten, konden ze lezen en begrepen ze de Hebreeuwse gebeden uit de Bijbel.

Rond het jaar 1000 gaf rabbi Gershom ben Judah les in de steden Metz en Mainz. Leerlingen kwamen van heinde en verre. In de Joodse geschiedschrijving wordt hij omschreven als een model van wijsheid, nederigheid en vroomheid. Hij stimuleerde de Duitse Joden om hun religieuze literatuur te bestuderen.

Door deze studie van de Thora en de Talmoed werden de Joden zo toegewijd aan hun godsdienst dat ze een leven zonder religie geen waardig leven vonden; ze beseften dit pas rond de tijd van de Kruistochten, toen ze vaak gedwongen werden tussen hun leven en hun geloof te kiezen.

Een periode van wreedheden thumb|Joden moesten een Jodenhoed dragen zodat ze herkenbaar waren (rechtse figuur). Tijdens de Eerste Kruistocht begon een periode van wreedheden tegen Joden in Duitsland. De Duitsers die ten strijde trokken tegen het andere geloof keerden zich in eerste instantie tegen de Joden. Hele gemeenschappen in Trier, Speyer, Worms, Mainz en Keulen werden afgeslacht. Zo'n 12.000 Joden werden gedood in deze Rijnsteden. Deze uitbarsting beïnvloedde de status van de Joden in de volgende eeuwen. De christenen stelden dat de Joden hun lot verdiend hadden. Vele misdaden werden in de schoenen van Joden geschoven en ze kregen zelfs de schuld van de Mongoolse invasie van Europa, hoewel ze daar evenveel onder leden als de christenen. Toen de Zwarte Dood Europa bedreigde in 1348 en 1349, werden Joden ervan beschuldigd de ziekte te verspreiden. Dit leidde tot de moord op vele Joden, en velen vluchtten oostwaarts naar Polen. De Joodse immigranten werden warm onthaald door de Poolse koning Casimir III. Dit vormde de basis van een van de grootste Joodse gemeenschappen in Europa.

In het Heilige Roomse Rijk De status van de Joden veranderde opnieuw onder de keizers van het Heilige Roomse Rijk. Zij zagen het als hun plicht om de Joden te beschermen, maar deden het meer om hogere belastingen te heffen dan om de Joden te beschermen.

Er bestond een grote verscheidenheid aan belastingen. Keizer Lodewijk de Beier bedacht vele nieuwe belastingen. In 1342 besloot hij dat alle Joden voor elke gulden die ze bezaten een Kreutzer moeten betalen aan de keizer, en dit boven op de belastingen die ze reeds betaalden. De keizers van het Huis Luxemburg deden het op een nog andere manier. Zij verkochten het voorrecht om belastingen te heffen over de Joden tegen hoge prijzen aan prinsen en vrije steden. Keizer Karel IV gaf dit privilege, via de Gouden Bul, aan de zeven keurvorsten toen het keizerrijk gereorganiseerd werd in 1356.

De Joden werden nu uitgenodigd met de belofte van bescherming na betaling van beschermingsgeld om terug te komen naar de steden waarvan ze voorheen werden verbannen. Maar zodra de Joden weer eigendommen hadden werden ze opnieuw geplunderd en weggejaagd. Keizer Karel IV bleef zich ook verrijken ten koste van de Joden. Hij sloot akkoorden met steden en prinsen waarbij alle schulden van de Joden geannuleerd werden als ze hem een bepaalde som geld betaalden. Hij verklaarde ook dat iedereen die de Joden hielp om hun schulden te betalen ondanks deze annulering als een misdadiger beschouwd werd.

De 15e eeuw bracht weinig verbetering. Wat zich afspeelde ten tijde van de Kruistochten herhaalde zich nu. Tijdens de oorlog tegen de Hussieten werden opnieuw Joden afgeslacht. Het einde van de 15de eeuw werd een nieuw tijdperk voor de christenen, maar niet voor de Joden. Ze bleven de slachtoffers van religieuze haat. De Duitse filosoof Johannes Reuchlin bestudeerde het Hebreeuws en zorgde ervoor dat paus Leo X het toestond dat de Talmoed gedrukt werd in Italië.

Tijdens de 16e en 17e eeuw In de 16e en 17e eeuw veranderde er weinig voor de Joden. Ze werden nog steeds uitgebuit door de prinsen en de vrije steden, zowel in katholieke als protestante landen. De Duitse keizers konden hen niet altijd beschermen, ook al wilden ze dat wel. Tijdens de Dertigjarige Oorlog waren de Joden een prooi voor beide strijdende partijen. Keizer Ferdinand I verbande de Joden uit Neder-Oostenrijk en Görz. Hij zwoer ook de Joden uit Bohemen te verbannen, maar daar stak Mordecai Cohen een stokje voor. Hij vroeg aan de Paus om de keizer van zijn eed te doen afzien. Keizer Leopold I verbande in 1670 de Joden uit Wenen en het hele aartshertogdom Oostenrijk. De uitgestotenen vluchtten naar het Markgraafschap Brandenburg. De keurvorst Frederik Willem (1620-1688) tolereerde andere religieuze overtuigingen en beschermde de Joden.

Migratie van Poolse en Litouwse Joden naar Duitsland Door de wreedheden van de kozakken vluchtten vele Poolse Joden naar Duitsland. Deze trend zette zich voort in de hele 18e eeuw toen Joden opnieuw welkom waren en de omstandigheden in Polen verslechterden na de Poolse delingen van 1772, 1793 en 1795.

Van Mendelssohn tot de nazi's Moses Mendelssohn Moses Mendelssohn vertaalde de Thora van het Hebreeuws naar het Duits. Dit werd een soort handleiding voor de Duitse Joden; ze leerden lezen en schrijven in het Duits. Mendelssohn leefde lang genoeg om te zien dat zijn werk vruchten had afgeworpen. In 1778 stichtte zijn vriend David Friedländer de vrije Joodse school in Berlijn. Deze school was de eerste Joodse school in Duitsland en alle leerstof werd in het Duits onderwezen. Gelijkaardige scholen werden opgericht in de Duitse steden Breslau (1792), Seesen (1801), Frankfurt (1804), Wolfenbüttel (1807) en in de Galicische steden Brody en Tarnopol (1815). In 1783 werd het tijdschrift Der Sammler uitgegeven met algemene informatie.

Rond deze tijd kwam er een verandering in de hele beschaafde wereld. Alle godsdiensten werden als gelijke beschouwd. Keizer Jozef II ondertekende in 1782 het Patent voor de toleratie van de Joden in Neder-Oostenrijk, waarbij de Joodse burgers gelijke rechten kregen. Toch waren ze niet overal welkom: in de kroonlanden Stiermarken en Opper-Oostenrijk mochten geen Joden wonen en ook in sommige steden in Bohemen, Moravië en Silezië werden ze uitgestoten. Joden moesten ook weer hoge belastingen betalen.

In het Duitse koninkrijk Pruisen veranderde de regering de beloftes die in 1813 aan de Joden gedaan waren. Tussen 1815 en 1847 werden 21 wetten veranderd omtrent de Joden. Er was in deze tijd niemand die sprak in naam van alle Duitse Joden. Enkele moedige mannen probeerden toch voor hun doel te vechten. De advocaat Gabriel Riesser uit Hamburg eiste een volledige burgerlijke gelijkheid. Hij hitste het publiek zo op dat dit uiteindelijk in Pruisen op 6 april 1848 werd toegestaan. Later dat jaar volgden ook Hannover en Nassau. In Württemberg werd de gelijkheid goedgekeurd op 3 december 1861, in Baden op 4 oktober 1862, in Holstein op 14 juli 1863 en Saksen op 3 december 1868. Na de vestiging van de Noord-Duitse bond werden alle beperkingen voor volgelingen van een ander geloof op 3 juli 1869 afgeschaft. Dit decreet werd na 1870 ook van toepassing op alle staten van het Duitse Keizerrijk.

De Joodse Verlichting in Duitsland en Reformatie De intellectuele ontwikkeling van de Joden bleef aanhouden. Ze wisten dat het aanklampen met de moderne cultuur hen niet meteen de burgerlijke status zou geven die ze wensten, maar de leiders wilden het Joodse zelfbewustzijn herontdekken door Joodse geschiedenis te bestuderen en de groeiende generatie bekend maken met de intellectuele verwezenlijkingen van hun voorvaderen. De leider van deze nieuwe beweging was Leopold Zunz (1794-1886), die een zeer goede kennis had van de Joodse literatuur en samen met zijn tijdgenoot Solomon Judah Löb Rapoport (1790-1867) interesse opwekte bij andere Joden uit Duitsland, Oostenrijk en Italië. Zunz en Solomon vertaalden de Bijbel in het Duits.

Rond 1800 ontstond het Reformjodendom in Duitsland. Deze Joden ontkenden de Thora en zeiden dat de halacha niet meer als norm gold. De besnijdenis werd afgeschaft, rabbijnen droegen kleding zoals protestantse dominees en er kwam opnieuw instrumentale begeleiding in de synagogen, die nu ook tempels werden genoemd. Het traditionele Hebreeuwse boek Siddur werd vervangen door een Duits exemplaar. Kasjroet (koosjer eten) werd ook afgeschaft. De vroege reformatiebeweging ontkende het Zionisme en riep Duitsland uit tot nieuwe Zion. Deze antizionistische kijk is inmiddels veranderd. Een van de meest belangrijke figuren in de geschiedenis van het Reformjodendom is Samuel Holdheim.

Vrijheid en onderdrukking thumb|Kaart met verdeling van de Joden in het Duitse Rijk rond 1890