De dikkopschildpad (Caretta caretta) of onechte karetschildpad is een schildpaddensoort uit de familie zeeschildpadden (Cheloniidae). Het is een van de grootste soorten zeeschildpadden en te herkennen aan het roodbruine rugschild en de grote en brede kop met krachtige kaken. Van andere zeeschildpadden is de dikkopschildpad onder meer te onderscheiden door de schilden van het rugschild te vergelijken.
De dikkopschildpad is een van de meest wijdverspreide zeeschildpadden ter wereld. De schildpad komt alleen in de poolzeeën niet voor en spoelt heel zelden aan op de Nederlandse kust. De schildpad legt enorme afstanden af om van de voedselgebieden naar de afzetplaatsen voor de eieren te reizen en kan daarbij zowel de Atlantische Oceaan als de Grote Oceaan oversteken. Deze soort is niet zo sterk gebonden aan warm water als andere zeeschildpadden. De habitat bestaat uit kuststreken met ondiepe wateren zoals baaien. Ook in modderige wateren kan de soort worden aangetroffen.
Het is een van de weinige zeeschildpadden die voornamelijk van vlees leeft en geen echte voedselspecialisatie heeft. Vooral neteldieren, kreeftachtigen en vissen worden gegeten. Ook tweekleppigen worden buitgemaakt en gekraakt in de krachtige bek.
De dikkopschildpad wordt door verschillende oorzaken bedreigd. Een daarvan is de garnalenvisserij waarbij hij als bijvangst in het net belandt. Vroeger werd er wel op het dier zelf gejaagd, maar deze soort was veel minder geld waard dan de karetschildpad die om het schild werd gevangen en de soepschildpad die geliefd was in schildpaddensoep.
Naamgeving en taxonomie De wetenschappelijke naam Caretta caretta is afkomstig uit het Latijn en is afgeleid van het Franse woord caret, dat 'schildpad' betekent. De wetenschappelijke naam van de dikkopschildpad werd gepubliceerd door Carl Linnaeus in 1758 in de tiende editie van Systema naturae. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Testudo caretta gebruikt. Het geslacht Testudo wordt tegenwoordig tot de familie landschildpadden (Testudinidae) gerekend.
De dikkopschildpad heeft verschillende Nederlandstalige benamingen waaronder valse karetschildpad, Kawama en onechte karetschildpad of Middellandse Zeeschildpad. De 'echte' karetschildpad is overigens Eretmochelys imbricata.
In de Engelse taal wordt de naam loggerhead of loggerhead turtle gebruikt, wat verwijst naar de grote kop. Op Sri Lanka noemt men de dieren 'hondschildpadden' omdat ze erg bijterig zijn als ze worden gevangen. In de onderstaande uitklapbare tabel is een aantal namen uit verschillende landen en streken weergegeven. In grote landen zijn vaak meerdere namen in gebruik.
Namen in andere talen Land Naam Land Naam Arabisch Schiereiland, Egypte, Oman: Remani Australië Maiwa Brazilië: Avo de aruana, Tartaruga caret, Tartaruga mesticona, Vovo de tartaruga Caraïbisch Gebied en Midden-Amerika Caguama, Cahuama Chili, Spanje: Boba China Tsu-tsi Colombia: Coco, Tortuga gogo Duitsland Unechte Karettschildkröte Filipijnen: Pawikan Frankrijk Grosse tête, Tortue caouanne India (Tamil): Perunthalai amai Indochina Lemech Indonesië: Penyu mangong Irian Jaya Marab, Penyu waukaku Israël: Taras al asfar Italië Tartaruga caretta, Tartaruga comune Japan: Aka umi game Mexico Javalina, Perica Mozambique: Lindi, N’duvi Papoea-Nieuw-Guinea Babamukara, Guiguina, Lantuc, Maiwa-gamo, Mogobul, Nukali, Ponowan Portugal: Tartaruga Senegal Tortue caouanne, Tortue jaune Seychellen: Nam koyo. Torti batar Sri Lanka Nai mai, Olu geddi kasdava Thailand: Tao-ya Venezuela Cardo Zuid-Afrika: Eluvi, Ilongosi, Kertseeskilpad (Afrikaans) Tunesië: Fahroun el bahr
Taxonomie thumb|130px|Rafinesque-Schmaltz Het is de enige moderne soort uit het geslacht Caretta. Het geslacht telt twee soorten maar de enige andere soort is de uitgestorven schildpad Caretta patriciae. Deze schildpad is niet recent uitgestorven maar is bekend uit het Plioceen.
De typesoort van het geslacht is Caretta nasuta. Deze naam werd gepubliceerd door Constantine Samuel Rafinesque-Schmaltz in 1814, het was de eerste keer dat de geslachtsnaam Caretta werd gebruikt. De huidige wetenschappelijke naam, Caretta caretta, werd voor het eerst beschreven door Leonhard Hess Stejneger in 1904. Vroeger werden er twee ondersoorten erkend; Caretta caretta caretta en Caretta caretta gigas. Tegenwoordig wordt deze laatste ondersoort echter niet meer erkend waardoor het onderscheid in verschillende ondersoorten is vervallen. De populaties in de Atlantische Oceaan en alle andere populaties werden vroeger als twee aparte variaties gezien maar ook dit idee is verlaten.
Lijst van synoniemen In de onderstaande uitklapbare tabel is een lijst van synoniemen weergegeven. Dubbele synoniemen door verschillende auteurs zijn voor de overzichtelijkheid weggelaten.
Verspreiding en habitat thumb|400px|Verspreidingsgebied in het blauw met de bekende legstranden. De minder bezochte afzetplaatsen zijn met een gele kleur aangegeven, de meest bezochte legstranden zijn rood gekleurd. Deze soort is niet gebonden aan warme wateren en komt voor in de Grote Oceaan, Indische Oceaan, Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. De dikkopschildpad is aan te treffen van iets boven de Kreeftskeerkring in het noorden tot iets onder de Steenbokskeerkring in het zuiden. Het noordelijkste verspreidingspunt is bij Newfoundland en het zuidelijkste puntje van het areaal ligt bij Argentinië in de monding van Río de la Plata.
De habitat bestaat uit wat ondiepere delen van de zee, meestal bij koraalriffen. De schildpad wordt aangetroffen in kalme delen van de zee zoals baaien waarin er weinig branding is. De dikkopschildpad komt voor in heldere wateren van tropische zeeën maar wordt ook in modderige delen van de zee aantroffen.
De dikkopschildpad kan worden aangetroffen langs de kust van de volgende landen; Albanië, Algerije, Amerikaanse Maagdeneilanden, Angola, Anguilla, Antigua en Barbuda, Antillen, Argentinië, Aruba, Australië, Bahama's, Bahrein, Barbados, Belize, Benin, Bermuda, Bonaire, Brazilië, Brunei, Cambodja, Canada, Chili, China, Colombia, Comoren, Congo-Brazzaville, Congo-Kinshasa, Costa Rica, Cuba, Curaçao, Cyprus, Djibouti, Dominica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Egypte, El Salvador, Equatoriaal-Guinea, Eritrea, Fiji, Filipijnen, Florida, Frankrijk, Frans-Guyana, Gabon, Gambia, Georgië, Ghana, Grenada, Griekenland, Groot-Brittannië, Guadeloupe, Guatemala, Guinee-Bissau, Guinee, Guyana, Haïti, Hawaï, Honduras, Ierland, India, Indonesië, Irak, Iran, Israël, Italië, Ivoorkust, Jamaica, Japan, Jemen, Jordanië, Kaaimaneilanden, Kaapverdië, Kameroen, Kenia, Koeweit, Kroatië, Libanon, Liberia, Libië, Maagdeneilanden, Madagaskar, Maldiven, Maleisië, Malta, Marokko, Martinique, Mauritanië, Mauritius, Mexico, Monaco, Montenegro, Montserrat, Mozambique, Myanmar, Namibië, Nicaragua, Nieuw-Zeeland, Nieuw-Caledonië, Nigeria, Noord-Korea, Oman, Pakistan, Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Peru, Portugal, Puerto Rico, Qatar, Réunion, Saba, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Salomonseilanden, Samoa, Saoedi-Arabië, Senegal, Seychellen, Sierra Leone, Slovenië, Soedan, Somalië, Spanje, Sri Lanka, Suriname, Syrië, Taiwan, Tanzania, Thailand, Togo, Tonga, Trinidad en Tobago, Tunesië, Turkije, Tuvalu, Uruguay, Vanuatu, Venezuela, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten, Vietnam, Zuid-Afrika en Zuid-Korea.
Waarnemingen in Nederland Van de dikkopschildpad zijn verschillende strandingen in Nederland gedocumenteerd. Op 2 oktober 1707 werd een levende zeeschildpad gevonden op het strand van Wijkermeer. Het exemplaar werd beschreven als 'zes voet lang' en kwam als een Caretta caretta in de boeken terecht. Het is niet zeker of dit exemplaar een dikkopschildpad betrof. Op 27 december 1894 werd in Ouddorp een levend volwassen vrouwtje aangetroffen met een schildlengte van 96,5 centimeter en een gewicht van 280 kilogram (maar waarschijnlijk werd hier pond bedoeld). In 1927 werd op het strand van Scheveningen een levend juveniel gevonden met een schildlengte van ongeveer 25 cm. Op 22 december 1954 werd bij Noordwijk (ZH) een dood exemplaar gevonden met een schildlengte van 205,5 millimeter. In oktober 1959 werd ten noorden van Noordwijk een ribplaat aangetroffen. De schildlengte van dit exemplaar is onbekend. Op 5 augustus 1998 werd in Vlissingen een jong, dood exemplaar waargenomen. Het dier had een schildlengte van 35,6 centimeter, de schedel van de schildpad is niet gevonden. Op het eiland Vlieland is op 2 maart 2007 een dood jong exemplaar waargenomen, de schildpad had een schildlengte van 25 centimeter. Een volwassen exemplaar werd gezien op 23 oktober 2008 in Groote Keeten (NH). Dit dier had een beschadigde voorflipper en is in eerste instantie opgevangen bij Ecomare en werd later verzorgd in Burgers' Zoo. Bijna een maand later, op 21 november gebeurde hetzelfde, maar dit keer in Westenschouwen in Zeeland. De dieren waren verzwakt en zijn om aan te sterken overgebracht naar twee dierentuinen in Nederland; respectievelijk Burgers' Zoo te Arnhem en Diergaarde Blijdorp te Rotterdam. Op 11 januari 2015 spoelde een juveniel exemplaar aan op het strand bij Wassenaar. Dit dier is naar Diergaarde Blijdorp gebracht en later overgebracht naar een dierentuin in Portugal waar het zal worden uitgezet in de zee. Op 27 juli van dat jaar werd een groter dood exemplaar aangetroffen nabij Cadzand.
Waarnemingen in België In 1903 spoelden twee grote zeeschildpadden aan op de oever van de Schelde te Oorderen bij Antwerpen. Een exemplaar werd opengesneden voor de eieren die door de lokale bevolking van Oorderen werden gegeten. Het andere exemplaar werd verkocht aan de dierentuin van Brussel.
In België is een twijfelachtige waarneming bekend van twee dikkopschildpadden die werden gezien in de haven van Lillo nabij de haven van Antwerpen. De dieren zouden in de negentiende eeuw zijn gevangen maar een exacte datum is niet bekend.
miniatuur|Gestrande dikkopschildpad, strand Bredene, 25 november 2023 Op 25 november 2023 werd een gestrande, nog levende dikkopschildpad teruggevonden op het strand van Bredene ter hoogte van de strandingang aan de tramhalte Bredene Campings. Het betrof een nog relatief klein, juveniel exemplaar met een schildlengte van slechts 14 cm, en verwondingen aan de achterkant van het schild en een van de voorflippers. Het dier werd binnengebracht voor verdere verzorging in Sea Life Blankenberge. De hierboven beschreven gevallen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw zijn twijfelachtig of hebben betrekking op zeeschildpadden van onbekende identiteit. Het schildpadje van Bredene zou dus wel eens de boeken in kunnen gaan als de eerste bevestigde dikkopschildpad in België.
Legstranden thumb|300px|Legstranden in de Middellandse Zee. De vrouwtjes zoeken net als alle zeeschildpadden stranden op om de eieren te begraven in het zand. Hiervoor worden vaak dezelfde stranden gebruikt. De dikkopschildpad heeft een voorkeur voor stranden in subtropische gebieden, waar andere zeeschildpadden vaak in tropische delen uitkiezen. Ze zetten de eieren veel verder af van de evenaar in vergelijking met andere zeeschildpadden.
In de Middellandse Zee zijn ook nestplaatsen bekend, zoals op het Griekse eiland Zakynthos, in zuidelijk Turkije en op het eiland Cyprus, alsook op de zuidelijke stranden van Sicilië. De legstranden zijn niet allemaal even populair; op sommige stranden worden grote hoeveelheden eieren afgezet en op andere legplaatsen worden slechts enkele nesten gevonden. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld worden de stranden van Florida en de Carolina's veel gebruikt en in de staten New Jersey en Maryland worden de stranden minder vaak bezocht. Uit een telling in 1986 bleek dat er in Florida ongeveer 24.000 nesten worden gegraven, in South-Carolina 4000, in Georgia 1250 en in North-Carolina 280.