Blonde on Blonde uit 1966 is het zevende muziekalbum van Bob Dylan en de eerste klassieke dubbelelpee in de geschiedenis van de popmuziek.Jon Dolan, "Inside Bob Dylan's 'Blonde on Blonde': Rock's First Great Double Album." Rolling Stone, 16 mei 2016, online. Gearchiveerd op 8 maart 2018. Onder de veertien nummers bevinden zich enkele van Dylans bekendste: "Visions of Johanna", "Just Like a Woman" en "I Want You".

Bob Johnston was de producer en dertien van de veertien nummers werden opgenomen in Nashville, Tennessee. Het album verscheen op 16 mei 1966 en is wellicht niet eens het beste album van die dag, omdat op dezelfde dag ook Pet Sounds van The Beach Boys verscheen. Kenmerkend voor het album is, in Dylans eigen beroemd geworden omschrijving, "dat dunne, dat wilde kwikzilveren geluid", waar de artiest zo tevreden over was dat hij het in latere jaren herhaaldelijk opnieuw heeft proberen te bereiken."that thin, that wild mercury sound". Robert Shelton, No Direction Home: The Life and Music of Bob Dylan. New York: Ballantine Books,1986, p. 370. Blonde on Blonde wordt gerekend tot Dylans beste werk, sommigen beschouwen het als Dylans absolute meesterwerk: op de List of Rolling Stone's 500 Greatest Albums of All Times bezet Blonde on Blonde veelzeggend plaats nummer 9.

Blonde on Blonde steeg in de Verenigde Staten destijds tot nummer negen op de Billboard's Pop Albums chart; in Engeland kwam het album terecht op de derde plaats.

Blonde on Blonde is na Bringing It All Back Home en Highway 61 Revisited, allebei uit 1965, Dylans derde elektrische album, al klinkt het rustiger en gepolijster dan beide voorgangers. Jon Dolan van Rolling Stone omschrijft de muziek als een mengsel van rock-'n-roll, surrealistische ballades, Chicago blues en psychedelische country, en noemt verder nog de innovatieve songteksten en de epische lengte van veel nummers als wezenlijke elementen.Dolan 2016, online. De ervaren sessiemuzikanten uit Nashville hebben een essentieel aandeel in de sfeer van het album. De nummers overtreffen overwegend de 4 minuten speeltijd. De ballade Sad Eyed Lady Of The Lowlands duurt elfeneenhalve minuut en beslaat de hele vierde plaatkant. Kritiek is er geuit op de totale speelduur van het album, net iets te weinig om vier elpeekanten mee te vullen: het afsluitende lied duurt even lang als het afsluitende nummer van Dylans vorige album, dat de plaatkant met andere nummers deelt. Op grond van de niet erg genereuze speelduur van 72 minuten vermoedt Dylan-discograaf Clinton Heylin dat de opnamesessies nauwelijks onuitgebrachte nummers kunnen hebben opgeleverd, omdat vrijwel alles nodig was om een dubbelelpee te rechtvaardigen.Clinton Heylin, Bob Dylan: The Recording Sessions 1960-1994. New York: St. Martin's Press, 1995, p. 50. Maar hij concludeert dat het resultaat "een van de weinige dubbelalbums uit de rock is die verschoond zijn van ondermaats opvulmateriaal", zij het met de kanttekening dat het lange slotnummer van ruim elf minuten niet genoeg is om in zijn eentje de hele kant vier te vullen."one of rock's few double albums bereft of filler". Heylin 1995, p. 52.

De plaats van Blonde on Blonde in Dylans oeuvre Blonde on Blonde wordt door velen beschouwd als het absolute culminatiepunt binnen Dylans komeetachtige ontwikkeling als jaren zestig popmuzikant. Het album vormt de afsluiting van een immer creatievere, surrealistische en rockende Bob Dylan. De artiest dreigt in deze tijd - zowel voor als na de opnames voor Blonde on Blonde - en ondanks of juist mede dankzij de speed, uitgeput te raken en elk moment uit de bocht te vliegen. De duizelingwekkende carrousel van drukkende verplichtingen en optredens komt tot een einde door een ongeval met zijn motor, op 29 juli 1966. Voor Dylan treedt plots een periode van rust en herstel aan, in de afzondering en in de schoot van zijn gezin doorgebracht. De volgende plaat, John Wesley Harding, uit 1967, lijkt het resultaat van inkeer en bezinning: deze onvervalst antiek klinkende plaat, als opgegraven uit het midden van de negentiende eeuw, getuigt wederom van een hoog niveau. 'John Wesley' is akoestisch opgenomen, de religieus geïnspireerde teksten lijken de eenvoud zelve, echter geenszins ontbloot van symboliek en moraal. Pas weer in 1975 zal Bob Dylan de popwereld verrassen met een studioplaat die zijn vroegere werk weet te evenaren: Blood on the Tracks is de Dylan-muziek die vooral hoog gewaardeerd zal worden door later geboren, nieuwe generaties fans.

Voorgeschiedenis Dylans optreden op het Newport Folk Festival van 1965 markeert zijn eerste poging om zijn nieuwe elektrische geluid op een concert ten gehore te brengen. Zijn volgende poging daartoe was gepland op twee concerten eind augustus. Al Kooper en bassist Harvey Brooks, die allebei al op Highway 61 Revisited (Dylans zesde elpee uit 1965) meespeelden, werden voor deze optredens ingeschakeld, maar gitarist Michael Bloomfield en drummer Bobby Gregg waren wegens verplichtingen niet meer in staat te komen. In hun plaats rekruteerde Dylan Robbie Robertson en Levon Helm, leden van de begeleidingsgroep van Ronnie Hawkins, The Hawks, later wereldberoemd als The Band.

Het is niet duidelijk hoe Dylan tot deze beslissing kwam; hij was van The Hawks op de hoogte door John Hammond junior. Mogelijk dat de secretaresse van zijn manager, Mary Martin, een fan van The Hawks, een suggestie deed om hen in te huren. Dylan nam na een auditie Robertson aan. Met een voorlopige band volgden enige optredens, zonder Helm, in de Carrols Rehearsal Hall. Na twee weken kwam Helm er als drummer bij. Helm herinnert zich dat Robbie niet onder de indruk was van Dylans drummer en dat hij Dylan suggesties deed om hem te nemen.

Het eerste concert vond plaats op 28 augustus 1965 in het New York's Forest Hills. De eerste helft bestond uit een 45 minuten durende akoestische optreden. Dat scheen tevens bedoeld om de oude fans tevreden te stellen, maar alleen To Ramona (uit Another Side Of Bob Dylan) behoorde tot het echt oudere werk. Het epische Desolation Row (van Highway 61 Revisited) speelde Dylan akoestisch, waarna hij kort overlegde met de anderen alvorens het tweede deel vol elektrisch aan te vangen.

Invloeden op de liedjes Het dubbelalbum bevat verschillende klassiekers als Rainy day women #12 & 35, Visions of Johanna, Just like a woman en I want you. Het laatste nummer op de plaat, Sad eyed lady of the lowlands, is een ode aan zijn eerste vrouw Sara Lownds.

Volgens Rob Sheffield van Rolling Stone zijn er twee invloeden voor verantwoordelijk dat de liedjes op dit album heel anders gestructureerd zijn dan Dylans eerdere werk. Ten eerste zou het album Rubber Soul van The Beatles uit 1965 hem ertoe hebben aangezet meer werk te maken van het melodische aspect van het songschrijven; het nummer "4th Time Around" heeft zelfs de reputatie een persiflage op "Norwegian Wood (This Bird Has Flown)" te zijn. Ten tweede, wat de teksten betreft is er een sterke invloed van Motown, met name van de vernuftige liedteksten van Smokey Robinson.Rob Sheffield, "'Blonde on Blonde' at 50: Celebrating Bob Dylan's Greatest Masterpiece." Rolling Stone, 16 mei 2016, online. Gearchiveerd op 15 juni 2018.

Opnamen Begin 1966 begonnen de opnamesessies in New York, maar daarvan is alleen het op 25 januari opgenomen nummer "One of Us Must Know (Sooner or Later)" op het album terechtgekomen.Heylin 1995, p. 46. Een outtake (een wel voor de plaat opgenomen maar uiteindelijk weggelaten nummer), het bittere 'She's your lover now', werd in 1991 uitgebracht op de box The bootleg series volumes 1-3. Het nummer staat op plaats 85 van Rolling Stone's lijst van 100 beste Dylannummers. Dylan sneert tegen de nieuwe minnaar van zijn ex: 'You, you just sit around and ask for ashtrays/Can't you reach?''100 Greatest Bob Dylan Songs', Rolling Stone, 24 mei 2016. Op The bootleg series volumes 1-3 werd ook outtake " I'll Keep It with Mine" opgenomen. Andere outtakes waren "I Wanna Be Your Lover Now" en "Jet Pilot", die op die op Biograph (album) verschenen. Na een onderbreking voor optredens werden de opnamen voortgezet in Nashville, volgens biograaf Robert Shelton niet alleen om aan de drukte te ontsnappen, maar ook omdat producer Bob Johnston daar gevestigd was. Volgens organist Al Kooper was het Johnstons vertrouwen in de capaciteiten van sessiemuzikanten aldaar dat Dylan ervan overtuigde naar Nashville te gaan.Shelton 1986, p. 370. De plaats bulkte van het muzikale talent: om half vijf in de ochtend werd een trombonist opgeroepen om "Rainy Day Women" van een Leger des Heils-geluid te voorzien en de jonge conciërge die de asbakken leegde was Kris Kristofferson.

De sessies in Nashville vonden plaats van 14 tot en met 16 februari en van 8 tot en met 10 maart. Begonnen werd met de nummers die al helemaal geschreven waren, waarna een werkwijze volgde van tegelijkertijd componeren door Dylan en instuderen voor opnamen door de sessiemuzikanten. Zoals gewoonlijk schreef en reviseerde Dylan zijn liedjes in de studio, waar ze van schetsen evolueerden in voldragen werk, maar voor enkele nummers trok hij zich terug in zijn hotelsuite, waar organist Al Kooper af en toe langskwam om kennis te nemen van Dylans werk-in-uitvoering en de akkoordenschema's alvast aan de sessiemedewerkers te leren. Volgens Heylin fungeerde ook gitarist Robbie Robertson als intermediair tussen Dylans intuïtieve genie en de meest vooraanstaande musici die Nashville te bieden had. Geschreven werd overdag en opgenomen meestal in de avond, waarbij de opnamen ondanks het voorbereidende werk veel tijd vroegen, want Dylans werkwijze leek in niets op waar de musici aan gewend waren.Heylin 1995, p. 51-52.

Het plan voor een dubbelelpee Blonde on Blonde is een van de eerste dubbelelpees uit de popmuziek en het is niet duidelijk hoe het idee daarvoor ontstond. Clinton Heylin vermoedt dat het aanvankelijk Dylans bedoeling was dat ook zijn zevende album een enkele elpee zou worden, maar dat twee factoren de zaak een andere wending gaven. In de eerste plaats was het niet eenvoudig om met een waardige opvolger van Highway 61 Revisited te komen en na de sessies van februari, waarbij 32 minuten nieuwe muziek was vastgelegd, kan Dylan nog niet hebben gedacht al klaar te zijn, ook al bevonden alle drie de epische nummers zich al onder de resultaten. Heylin betwijfelt of het idee van een dubbelaar al bestond voordat op 15 februari "Sad Eyed Lady Of The Lowlands" was opgenomen. Om het album af te maken werd nog een sessie geboekt, maar inmiddels waren de sessiemuzikanten gewend geraakt aan Dylans excentrieke werkwijze, waardoor de sessies van maart vlotter verliepen en in drie dagen acht nummers opleverden, waaronder "Just Like a Woman" en "I Want You".Heylin 1995, p. 50-52.

Begin april mixte Dylan het album in Los Angeles. Dylankenner Sean Wiletz meent dat toen pas duidelijk werd dat er te veel goede nummers waren voor een enkele elpee. Ook de albumtitel en de songtitels zouden tijdens het mixproces zijn ontstaan.

Albumhoes De hoesfoto is gemaakt door Dylans vriend Jerry Schaarsbergen en toont Dylan in een suède jas en een sjaal. Het opmerkelijkste is dat het geen scherpe maar een bewogen foto is, eigenlijk een mislukte. Volgens Schatzberg zelf was het buiten erg koud toen de foto genomen werd en stonden zowel de zanger als de fotograaf te beven van de kou. Popjournalist Jon Dolan is niet overtuigd dat de hoesfoto zo toevallig tot stand kwam, maar meent wel dat de foto symbolisch is voor Dylans grote creatieve ontwikkeling in deze periode: hij gaat te snel om scherp in beeld genomen te kunnen worden.Dolan, online.

Verschijningsdatum