thumb|Toshio Hosokawa Toshio Hosokawa (Japans: 細川俊夫, Hosokawa Toshio) (Hiroshima, 23 oktober 1955) is een Japans componist.
Hosokawa begon zijn muzikale carrière met pianospel op 4-jarige leeftijd. Zijn muziekgevoel kreeg hij mee van zijn moeder, een verdienstelijk bespeler van de koto. Hijzelf vond de klanken van de koto te eentonig en saai en wendde zich tot muziek van Mozart, Beethoven, Bach en Schubert. Op 16-jarige leeftijd ging hij studeren in Tokio en bezocht daar ook concerten. Voor hem ging een nieuwe wereld open toen hij tijdens een concert muziek hoorde van Isang Yun, de Koreaanse componist, die toen over de gehele wereld furore maakte. Hij was zich toen onvoldoende bewust van de muzikale ontwikkeling van de Oosterse klassieke muziek en kon via Yun de weg naar de meer oudere muziek van China, Japan en Korea terugvinden. Ook muziek van Olivier Messiaen en Toru Takemitsu lieten sporen achter. Hij ging vanaf 1976 bij Yun studeren, in Berlijn aan het Universiteit van de Kunsten in Berlijn.
Vanaf 1983 tot 1986 kwam een vervolgstudie aan de Hochschule für Musik Freiburg bij Brian Ferneyhough en Klaus Huber. Deze laatste gaf hem in 1985 de gelegenheid zich een half jaar te verdiepen in de traditionele Japanse muziek zoals de shōmyō en gagaku.
Zijn opleidingachtergrond leidde naar composities, die een mix vormen tussen de traditionele Japanse muziek en de Europese klassieke muziek van de 20e eeuw. Hosokawa vergelijkt muziek met kalligrafie, schrijfkunst tegenover de achtergrond; muziek is geluid tegenover de stilte. Een deel van zijn vroege composities heeft de componist vernietigd.
Enige ophef veroorzaakte Hosokawa door tijdens de Darmstadt-muziekcursus van 2006 te beweren, dat Oosterse muziek uit het hart kwam en Westerse muziek uit het hoofd. Zelfs zijn leraar Huber was het daarmee geheel oneens.
In de loop der jaren ontving hij prijzen voor zijn muziek, zowel in Duitsland als in Japan. Hij is van 1998 tot 2007 huiscomponist geweest van het Tokyo Symfonie Orkest; directeur van muziekfestivals, gastdocent aan de Universiteit en schreef verhandelingen over muziek.
Hij werd in 2001 genomineerd voor lidmaatschap van de Akademie der Künste. In 2012 werd hij lid van de Bayerische Akademie der Schönen Kunste en kreeg hij van zijn eigen regering de Eremedaille met het paarse lint.
Oeuvre (selectief) 1978 : Winterbird 1979 : Melodia, voor accordeon 1980 : Strijkkwartet nr. 2 1984-1995 : Sen I-VII 1985 : New Seed of Contemplation 1987 : Ferne-Landschaft I voor orkest 1988 : Fluitconcert «Per-Sonare» 1988 : Fragmente I 1989 : Preludio «Night», voor orkest 1989 : Death and Resurrection, voor reciteurs, solisten, koor en orkest 1989 : Voiceless voice in Hiroshima 1989 : Fragmente III 1991 : Birds Fragments III, voor shō en basfluit 1992 : Landscape I, voor strijkkwartet 1992 : Dawn, voor orkest 1992 : Vertical Time Study I, voor klarinet, cello en piano 1993 : Tenebrae, voor koor 1994 : Vertical Time Study II, voor tenorsaxofoon, piano en percussie 1994 : Nachtklänge, voor piano 1995 : Vertical Song I, voor fluit 1996 : Vertical Song Ib, versie voor fluit 1996 : Utsurohi-Nagi, voor shō en strijkorkest met harp, celesta en percussie 1996 : Slow Dance, voor sextet 1996 : Memory, ter nagedachtenis aan Isang Yun 1996 : Medea Fragments I, ouverture voor kamerensemble 1996 : Ferne-Landschaft II, voor orkest 1996 : Ferne-Landshaft III, seascapes of Fukuyama, voor orkest 1997 : Birds Fragments IIIb, versie voor accordeon en fluit 1997 : Voyage I (anno 2001 zijn er 10 werken met deze titel) 1998 : Silent Flowers, voor strijkkwartet 1998 : Vision Of Lear (opera naar Shakespeare) 1999 : Koto-uta 1999 : Saxofoonconcert 2001 : Herbstlied 2002 : Somon-ka, voor ensemble 2003 : Garden at First Light, voor traditionele Japanse instrumenten 2003 : Wind from the Ocean, voor orkest 2003 : Counterphrases 2004 : Drawing 2004 : Hanjo, opera, libretto Anne Teresa De Keersmaeker 2004 : Mein Herzensgrund, unendlich tief 2005 : Circulating ocean (voor orkest) 2006 : Lotus under the moonlight 2007 : danses imaginaires (voor orkest) 2010 : Woven Dreams (orkestwerk, International British Composer Award 2013) 2010 : Moment of Blossoming (concerto voor hoorn) 2011 : Matsukaze (derde opera, geschreven voor De Munt) 2012 : Meditation (voor orkest) 2013 : Klage (voor sopraan en orkest) 2013 : Ancient Voices (voor blaaskwintet) 2014 : Im Nebel (concerto voor trompet) 2015 : Nach dem Sturm (twee sopranen en orkest) 2015 : Stilles Meer (opera) 2017 : Sublimation, voor cello en symfonisch orkest, plichtwerk bij de Koningin Elisabethwedstrijd 2017 (voor cello). 2022 : Ceremony, voor fluid en orkest
Zonder jaartal Zwei Blumenlieder Shi no toge (filmmuziek, Sting of Death) (regie Kohei Oguru) Nemuru Otoko (filmmuziek, Sleeping Man) (regie Kohei Oguru) Cloudscapes Wie ein Atmen im Lichte In die Tiefe der Zeit Melodia II (accordeon)
Externe link Vraaggesprek met de componist, uitgebreide biografie
Categorie:Japans componist