thumb|Een pranayama-oefening in Goa (India)

Pranayama (Sanskriet: m., प्राणायाम (Devanagari), prāṇāyāma (IAST); prāṇa = "levenskracht", ayāma = "beheersing"), is een term uit de yogabeoefening waarmee de beheersing van de prana wordt bedoeld. Vaak wordt dit gedaan middels de ademhaling, maar in sommige tradities ook door directe mentale sturing. Feuerstein, Georg (1998) Tantra: The Path of Ecstacy, Uitgeverij Shambhala Publications, Boston, Pranayama wordt verder ook vaak beschreven als het loslaten van de ademtochtMacdonell, Arthur Anthony (herdruk: 1996) A Practical Sanskrit Dictionary, Uitgeverij Munshiram Manoharlal Publishers, New Delhi, of het reguleren van de ademhaling.Taimni, I. K. (8e druk 1996) The Science of Yoga. Adyar, Uitgeverij The Theosophical Publishing House, Madras, .

Veel pranayama-oefeningen leggen de nadruk op het verlengen en vasthouden van de ademhaling. In sommige gevallen kan de uitademing bijvoorbeeld tweemaal zo lang duren als de inademing en het vasthouden van de ademhaling (kumbhaka) wel viermaal zo lang. Een ander belangrijk uitgangspunt van pranayama is de neusademhaling. In de neus wordt de lucht gezuiverd, verwarmd en vochtiger gemaakt en worden geuren waargenomen. Het ademen door de neus is daarom gezonder dan de mondademhaling. Mystiek beschouwd, is het opsnuiven van prana de belangrijkste reden om door de neus te ademen. Volgens Sivananda stroomt het prana door de reukorganen naar het centraal zenuwstelsel waarna het uiteindelijk de hersenen bereikt. In de traditie van Śri Yogācārya Ajīta Mahārāja en zijn leerlingen, wordt de beoefening van pranayama nadrukkelijk vanaf het begin zonder gebruik van de ademhaling uitgevoerd, en wordt de pranastroom in de beoefenaar door hem/haar zelf beinvloed middels de gedachten. Hiervoor wordt een symbolische, in plaats van letterlijke interpretatie van de originele uitleg in de Hathayogapradipika gebruikt.

Overzicht Swami Yogananda omschrijft pranayama in zijn Autobiografie van een yogi (1946) als "de beheersing van de ijle levensstromingen", die prana in de yoga maar ook wel vitale levensenergie worden genoemd, waardoor hij er ook wel de betekenis van "controle over de levenskracht" aan verleent. De beoefening van pranayama heeft twee belangrijke doelen in de yoga. Fysiek is dat: meer zuurstof in het bloed te brengen, waardoor er ook meer zuurstof naar de hersenen wordt aangevoerd. Mystiek hebben de pranayamatechnieken tot doel om prana te beheersen. Volgens Yogananda verliest het menselijke lichaam door de regelmatige beoefening van pranayama een bepaalde grofheid, waardoor de zwaartekracht minder druk op het lichaam uitoefent. Hij biedt ook een tweede vertaling, waarbij hij in de samenstelling van pranayama niet alleen het woord yama ziet, maar ook ayama, dat "vermeerderen" betekent. Bij Sanskrietsamenvoegingen valt namelijk de tweede a op de grens van de samenstellende woorden weg, waardoor hij aan pranayama eveneens de betekenis van "vermeerdering van de levensenergie" verleent.Yogananda, Paramahansa, Swami (1954) Autobiografie van een yogi, , Uitgeverij Ankh_Hermes, Deventer (9e druk 2003, oorspronkelijke titel in het Engels uitgebracht in 1946)

Volgens Sri Sivananda, inspirator van de Sivananda-yogaleer, schenkt de beoefening van pranayama het lichaam nieuwe vitaliteit, brengt de gevoelens tot rust en zorgt voor een heldere geest. Hierbij moeten de oefeningen op een juiste manier worden uitgevoerd en moet er gebruikgemaakt worden van de juiste ademhalingstechnieken. De juiste ademhaling kan per oefening verschillen en is in zijn algemeenheid de volledige ademhaling. In deze ademhaling wordt er volledig gebruikgemaakt van het middenrif.Sivananda, Swami (1971) The Science of Pranayama, Divine Life Society, Tehri-Garhwal, Uttar Pradesh Verder worden er nog drie andere oefeningen tot de belangrijkste ademhalingen gerekend, te weten de samanu, anuloma viloma en kapalabhati.Vishnu Devananda, Swami (1959) The Complete Illustrated Book of Yoga, Three Rivers Press, New York,

Acht geledingen van raja yoga thumb|upright|Patanjali als de incarnatie van Adi Sesha

De beoefening van pranayama is volgens vooraanstaande yogi's even belangrijk als de beoefening van asana's (yogahoudingen) en is uitvoerig beschreven door Patanjali in zijn Yogasoetra's, omstreeks de 2e eeuw v.Chr. In dit klassieke document beschreef hij de acht geledingen van de yoga als onderdeel van de raja yoga, ook wel de yoga van de koninklijke weg, waarvan pranayama de vierde en asana de derde geleding of stap is. Patanjali (± 300-200 v. Chr.) Yogasoetra's, Boek II:29

In het Westen is er in het algemeen veel minder aandacht voor de religieus-filosofische kant van de yoga en wordt yoga voornamelijk beoefend als een soort wekelijks fitness- of ontspanningsuurtje. Voor yogi's in vooral India maken echter ook de andere zes elementen van raja yoga een belangrijk onderdeel uit van de yogabeoefening en ze voeren yoga niet zonder raja yoga uit. Dit komt vooral goed naar voren in de Hatha yoga pradipika, een ander gezaghebbend klassiek document dat in de 15e eeuw is geschreven. Hierin beschrijft Swami Swatmarama de vereniging van de hatha yoga met de raja yoga en stelt hij dat beide yogastijlen deel moeten uitmaken van de yogabeoefening.Swatmarama, (15e eeuw n.Chr.) Hatha yoga pradipika

Volledige ademhaling thumb|175px|Middenrifademhaling thumb|175px|Rugligging variatie thumb|175px|Rugligging Savasana

De volledige ademhaling verenigt de volgende drie ademhalingen tot een geheel in een natuurlijke, ritmische beweging: de middenrifademhaling de flankademhaling (ook wel costale ademhaling of borstademhaling) de sleutelbeenademhaling (ook wel claviculaire ademhaling of hoge ademhaling)Lysebeth, André Van (4e druk 1974) Yoga doen en begrijpen Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer,

De volledige ademhaling is de meest gezonde manier van ademhalen in een gewone situatie. De verschillende soorten ademhaling zijn niet alleen een belangrijk onderdeel in de yoga, maar ook in andere filosofieën zoals Chi Kung en Tai chi. Bewuste ademhalingstechnieken worden verder gebruikt in zang en muziek.

In pranayama's wordt niet altijd volledig geademd, omdat ze de vorm hebben van een oefening met als doel bepaalde effecten te bereiken op lichaam en geest, maar ook om het lichaam weer volledig te leren ademen. De volledige ademhaling verloopt het natuurlijkst wanneer de uitvoering een soepele en onafgebroken samenhang heeft en de drie fasen elkaar opvolgen zonder dat de continuïteit verbreekt.

Een goede ademhaling begint volgens yogi André Van Lysebeth met een volledige uitademing, waarbij de longen goed geleegd zijn. Vervolgens begint de inademing in de buik met de middenrifademhaling, daarna ook in de flanken en ten slotte in het bovenste deel van de longen waardoor de sleutelbeenderen omhoog komen. De middenrifspier is de krachtigste ademhalingsspier van het lichaam en kan bij de inademing acht tot twaalf centimeter zakken. Volgens pranayamadocent en aikidoka Aalt Aalten zakt bij de meeste mensen de middenrifspier maar enkele centimeters, wat volgens hem nauwelijks voldoende is om van te leven.Aalten, Aalt (2e druk, 2006) Oorverdovende Stilte,

De volledige ademhaling heet in de yoga ook wel de dirgha of dergha pranayama en drieledige ademhaling. De ademhaling voert men met een rechte rug in de kleermakerszit uit; zij kent drie doorgangen. In de eerste doorgang wordt er diep in- en uitgeademd in de middenrifademhaling, vervolgens wordt er begonnen in de middenrifademhaling en wordt daar de flankademhaling achteraan gedaan. Na de uitademing wordt uiteindelijk de volledige ademhaling van onder uit de buik uitgevoerd en worden de longen naar boven toe gevuld. Dit wordt meerdere keren achter elkaar gedaan.

Soms ontstaan er rugklachten bij het oefenen van in het bijzonder de middenrif- of buikademhaling. Om dit tegen te gaan wordt ook wel aangeraden de oefening op de rug liggend te doen, waardoor de buikspieren zich ontspannen en de rug recht blijft. In gevallen dat de rug na het doen van de ademhalingsoefeningen krom gaat zitten, is dit euvel hierdoor ook voorkomen.

De naam buikademhaling is soms ook een oorzaak van rugklachten, omdat de aandacht tijdens het ademen naar de buik gaat. De buik ademt dan als het ware op en neer, waardoor ook de rug hol gaat staan. Bij een goed uitgevoerde buikademhaling zet echter de gehele onderkant van het lichaam zich uit. Aalten noemt deze ademhaling daarom de bekkenbodem-adembeweging, omdat de aandacht bij deze benaming naar de bekkenbodem gaat en de rug recht blijft en rugklachten worden voorkomen.

Volgens Aalten is een goede adembeweging fundamenteel en dé voorwaarde voor een goede kwaliteit van het leven. Mensen die vanuit hun borstkas ademen kunnen zich naar zijn ervaring onmogelijk rustig voelen. Echter, geeft hij aan, behoudt iemand die vanuit de middenrifademhaling ademhaalt kracht en rust in zich en is hij of zij beter in staat te luisteren en te overzien.

Prana thumb|175px|Vayu Oppergod van de Wind

Prana komt in de hindoeïstische mythologie voor als een van de vijf windgoden van de Oppergod van de Wind, Vayu. De andere vier zijn: Apana, Udana, Samana en Vyana. Vāyu is Sanskriet voor "hij die blaast" en prāna betekent "ademen", ook wel "levensadem". Hij is daarom ook wel de "god van het leven". Andere namen zijn Mukhya Vāyu ("de heerser Vayu") of Mukhya Prāna ("de heerser van het Leven"). Vayu is volgens hymnes uitzonderlijk mooi en rijdt geruisloos voort in zijn glanzende paardenspan, die voortgetrokken wordt door twee, door negenenveertig of ook wel door duizend witte en paarse paarden. Een wit vaandel is zijn belangrijkste kenmerk.Jansen, Eva Rudy (2002) The Book of Hindu Imagery: Gods, Manifestations and Their Meaning, Uitgeverij Binkey Kok Publications BV, Havelte, .

Binnen de yoga is prana een van de vijf vitale levensstromen, met een verwijzing naar dezelfde goden uit de hindoeïstische mythologie. Prana wordt gelijkgesteld aan Vayu en vertegenwoordigt daarbij alle vijf stromen tezamen. Van deze stromen gelooft men dat het lichaam ze opwekt en dat ze alle biologische processen beheersen.Mishra, Rammurti S. Yoga Sutras: The Textbook of Yoga Psychology

Deze functies worden niet algemeen geaccepteerd in de wetenschap. Critici verwerpen zowel de filosofieën rond levenskracht als ook andere verwijzingen ernaar zoals prana binnen de yoga en de ayurveda, of qi binnen de acupunctuur en andere alternatieve geneeswijzen. Door te stellen dat een onevenwichtigheid van de levenskracht ziekte veroorzaakt, laten de voorsprekers, ook wel vitalisten genoemd, zich naar hun mening leiden door persoonlijke ervaring, gevoelsmatige voldoening en vooroordelen. Critici pleiten voor technieken voor bewijsvoering en objectiviteit in de medische wetenschap zoals onder andere de natuur- en scheikunde ze hanteren, zoals de aanvaarding van de stoffelijke werkelijkheid, de werking van oorzaak en gevolg, en de toetsbaarheid van hypothesen.Barrett M.D., Stephen (17 februari 2002) Wees op uw hoede voor "Alternatieve" Geneeswijzen, Vereniging tegen de Kwakzalverij

Vitalisten stellen op hun beurt dat ze aan de bron van gezondheid werken door uit te gaan van het zelfhelend vermogen van het lichaam en dat ze dit doen door het werken met de levenskracht. In hun ogen houdt de medische wetenschap zich met symptoombestrijding bezig. Goswami Kriyananda ziet het bewijs van het bestaan en functioneren van de levenskracht in het gegeven dat de toevoer van enkel zuurstof niet voldoende is voor een mens om van te leven, omdat een gestorven mens niet door toevoer van enkel en alleen zuurstof weer opnieuw doorgaat met leven.Kriyananda, Goswami (1994) Kriya yoga, Uitgeverij Ankh_Hermes, Deventer

Het begrip prana bestaat ook afzonderlijk naast de andere vier stromen en de vijf verschillende stromen hebben in de yogamystiek de volgende functies: