Bettie Serveert is een Nederlandse alternatieve en indierockband uit Amsterdam. De band staat bekend om zijn melancholische melodieën en introspectieve, serieuze liedteksten. Bettie Serveert is vernoemd naar een boek van tennisster Betty Stöve.
Geschiedenis In 1986 beginnen Peter Visser en Carol van Dyk (geboren in Vancouver, Canada) samen met Herman Bunskoeke en Reggie Dresia (op drums) in Arnhem de band Betty Serveert, maar na 6 maanden en één optreden wordt de groep alweer ontbonden nadat Reggie naar Rotterdam verhuist. Peter zingt de helft van de liedjes. De groep De Artsen (met gitarist Peter en bassist Herman, samen met Reinier Veldman op drums en Joost Visser op gitaar en zang) hebben succes geboekt met hun album Conny Waves With A Shell (1989) en met hun optredens. Carol van Dijk fungeert daar als geluidsmixer en Berend Dubbe als roadie. In 1987 verhuizen Carol en alle leden van De Artsen (op Herman na) naar Amsterdam, waar Berend al een jaar eerder is gaan wonen. In de Gouden Gids vinden De Artsen Frans Hagenaars’ ‘Sound Enterprise’-studio in Weesp en maken een compilatie-LP van cassetetapes met oefenruimteopnamen die ‘Out Of Sack’ heet, die wordt uitgebracht in 1990.
Op 27 december 1990 verlaat zanger-gitarist Joost Visser plotseling De Artsen, wat het einde van die groep betekent.
Na enkele jaren als gitaar-duo in meerdere Amsterdamse bands te hebben gespeeld (met John Cees Smit als leadzanger), beginnen Peter en Carol in februari 1991 een nieuwe band, waarbij zij de oude naam ‘Betty Serveert’ hergebruiken en later de spelling veranderen in ‘Bettie Serveert’, met Carol op zang en gitaar. Berend heeft oorspronkelijk de naam van de band bedacht en speelt in deze formatie bas en keyboards, Reinier Veldman speelt drums. Nadat Reinier vertrekt word Berend de drummer. In de zomer van 1991 sluit Herman zich aan als bassist, die rond die tijd een band genaamd ‘Furtips’ is begonnen met vrienden in Arnhem, maar verlaat de band in ’92. Hij helpt hen met de opnemen van hun 1ste zelf-uitgebrachte cassette ‘They Should Be Crowned’ in 1993.
De eerste demo van Bettie Serveert (begin 1992) wordt goed ontvangen en tot Demo van de Maand uitgeroepen in het Britse tijdschrift Melody Maker. Een vriend van de Betties stuurt de demo naar Matador Records met wie hij contact heeft. Bij die demo zit een briefje: “Gooi dit niet weg, 2 leden van deze band zaten in De Artsen”.
Ze worden ontdekt door Brinkman Records, Matador Records en 4AD's Label Guernica. Met hen besluiten ze hun eerste album Palomine op te nemen, dat gemixt en geproduceerd wordt door Edwin Heath (voormalige live-mixer van Nirvana en tevens producer van De Artsen-plaat ‘Conny Waves With A Shell’) en Frans Hagenaars.
In september 1992, terwijl de band als support op toer is in Engeland met Belly, verschijnt de single ‘Tom Boy’, gevolgd door het debuutalbum Palomine.
De band gaat direct toeren door Europa, de Verenigde Staten en Canada. in het voorprogramma van onder andere Jeff Buckley, Wilco, Counting Crows, Dinosaur Jr. en Buffalo Tom. In 1993 speelt Bettie Serveert op Pinkpop en het Engelse Reading Festival, een jaar later op Lowlands en Roskilde.. In januari 1994 ontvangt de band de BV Popprijs . In 1995 volgt opnieuw een optreden op Pinkpop.
Het album ‘Lamprey’, dat deels in Amsterdam en deels in New Orleans is opgenomen, wordt in 1995 uitgebracht. In 1997 komt ‘Dust Bunnies’ uit. Het 3de Bettie Serveert album wordt met producer Bryce Goggin (bekend van o.a. Lemonheads en Pavement) opgenomen in de Bearsville Studio te Woodstock, NY.
In 1997 brengt de band een hommage aan de experimentele-rockband The Velvet Underground door enkele shows te spelen met de muziek van deze band. Het laatste concert vindt plaats in Paradiso. De opnames van dit laatste optreden belanden op de gelimiteerde uitgave ‘Bettie Serveert Plays Venus in Furs and Other Velvet Underground Songs’. Tegen 2019 blijken er opnames van nog vier nummers te zijn. In dat jaar verschijnt een geremasterde, digitale versie van het album, inclusief de vier extra nummers.
In 1998 verlaat drummer Berend Dubbe de band en brengt in 1999 onder de naam Bauer het soloalbum On the Move uit. Samen met producer John Parish en drummer Reinier Veldman wordt in 2000 ‘Private Suit’ opgenomen en begint Bettie Serveert hun eigen platenlabel ‘Palomine Records’, waarna de band besluit een sabbatical te nemen. Gedurende 2001 gaat Peter Visser als gitarist bij Ellen ten Damme spelen, bassist Herman studeert voor kok en Carol begint samen met Pascal Deweze (o.a. Metal Molly) in België het Americana-project genaamd ‘Chitlin’ Fooks’ met wie zij 2 cd’s uitbrengt. Drummer Reinier Veldman verlaat in 2002 de groep om zich volledig te richten op zijn band Young Pilots.
In 2003 ontvangen ze hun eerste gouden plaat in Nederland voor de verkoop van 40.000 stuks van hun debuutplaat Palomine. Wereldwijd zijn er dan meer dan 300.000 van verkocht.
Tussen 2003 en 2010 worden er vervolgens 4 Bettie Serveert albums uitgebracht: de dubbel-lp ‘Log 22’, het trippy/electronica ‘Attagirl’, de semi-akoestische cd & dvd ‘Bare Stripped Naked’ (met op drums Jeroen Blankert en Gino Geudens) en de ruigere rockplaat ‘Pharmacy of Love’, met drummer Joppe Molenaar.
In oktober ‘09 doen Peter en Carol mee met het project 'In A Cabin With' in Australië o.l.v. Jesse Beuker en Maarten Besseling. In samenwerking met de Australische muzikanten Russell Hopkinson (You Am I), Matt Wicks, Andrew Morris en Ben Salter (The Gin Club) nemen zij een album op in Sydney en Byron Bay. Het project heet 'ME & STUPID' en wordt uitgebracht in de zomer van 2010.
Sinds 2010 hebben ‘de Betties’ duidelijk voor een steviger geluid gekozen, zowel op plaat als tijdens de liveoptredens. Het tiende album ‘Oh, Mayhem!’ - dat zich het best vertaalt als ‘Oh, heerlijke chaos!’- van Bettie Serveert ziet in januari 2013 het daglicht. Volgens ingewijden is het de brutaalste plaat sinds hun debuutalbum Palomine uit 1992. Het vervolg op Pharmacy of Love (2010) klinkt energieker en zelfverzekerder dan ooit. Joppe Molenaar (o.a. Voicst) bespeelt ook ditmaal de drums.
In maart 2014 schrijft Carol van Dyk het liedje ‘Never Be Over’ en tot haar verbazing wordt de rest van de band er meteen verliefd op. In 2015 wordt het nummer samen met Prof. Nomad & Co opgenomen en op 11 januari 2016 wordt ‘Never Be Over’ wereldwijd digitaal uitgebracht. Bettie Serveert brengt dat najaar op hun 25ste verjaardag het gloednieuwe album ‘Damaged Good’ uit. Het prachtige liedje ‘Never Be Over’, ook terug te vinden op deze elfde langspeler, is de troepen al vooruitgesneld en was reeds veelvuldig op de Nederlandse radio te horen. ‘De Betties’, zoals ze ook wel worden genoemd, gaan de maanden daarna voor een uitgebreide tour het land in om het nieuwe werk live te presenteren.
In augustus 2015 wordt de 25e verjaardag van Bettie Serveert gevierd met een liveconcert waar het gehele album Palomine wordt uitgevoerd met originele drummer Berend Dubbe. Met ‘Damaged Good’ wordt het album ‘Oh, Mayhem!’ uit 2013 opgevolgd. Daarop laat Bettie Serveert een als vanouds energiek, fris en brutaal geluid horen. De cd ‘Damaged Good’ wordt uitgebracht op 28 oktober 2016, de lp zal een week later, op vrijdag 4 november, verschijnen. Voorafgaand verschijnt de digitale single ‘Love Sick’, een rock-duet met de legendarische Claw Boys Claw zanger Peter te Bos, op 14 oktober.
Bijna 26 jaar na het oprichten van de band ontmoeten de Betties eindelijk de Nederlandse tennisspeler Betty Stöve op 13 april 2018. Haar tennisinstructieboeken uit de jaren 1970 waren de inspiratie voor hun bandnaam. In het najaar van 2023 geeft de band 2 uitverkochte shows in Paradiso (Amsterdam) en TivoliVredenburg (Utrecht), waar zij hun 30ste verjaardag vieren en het gehele Palomine album spelen met Berend Dubbe op drums. De 2de set is gevuld met alle andere favoriete liedjes van de afgelopen jaren, met Stephan van der Meijden op drums en Patrick van Herrikhuyzen op keyboard.
In de zomer van 2025 wordt de single ’Ta!’ uitgebracht, met een videoclip gemaakt in Noord Amsterdam door Philip Harder. De Betties kennen hem sinds 1997 toen hij de video maakte voor ‘Rudder’. Ta! wordt gevolgd door ‘Evil Side’ in januari ’26. Op beide nummers drumt Stephan van der Meijden, die ook op ‘Never Be Over’ heeft gedrumd. Vanaf november ’26 gaan de Betties weer volop toeren door Nederland, waarbij ze een combinatie van alle favoriete liedjes spelen, inclusief de meest geliefde nummers van Palomine.
Stijl Steve Huey van AllMusic omschreef Bettie Serveert als "college radio stars" die "jangly, sweetly melodic, at times surprisingly muscular guitar pop" maken.
Productie In een interview met Popstukken in 2004 gaf Van Dijk aan dat zij en Visser de opnames verzorgden van de albums. Van de meeste nummers namen zij alle partijen op, sommige werden door alle bandleden ingespeeld. Ze gaf als redenen op dat de albums zo sneller werden opgenomen, dat het een kostendrukkende methode was en omdat de andere bandleden vanwege vaste banen minder tijd zouden hebben voor het opnemen van muziek.
Bezetting Carol van Dijk: gitaar, zang Herman Bunskoeke: basgitaar Peter Visser: gitaar Berend Dubbe: drums t/m album Venus In Furs (1998) Reinier Veldman: drums op album Private Suit (2000) Jeroen Blankert: drums op albums Log 22, Attagirl en Pharmacy of Love (2003, 2004 en 2010) Stoffel Verlackt: drums en andere instrumenten op Log 22 (2003) Gino Geudens: drums, achtergrondzang op albums Attagirl en Bare Stripped Naked (2004 en 2006) Martijn Blankestijn: keyboards op albums Attagirl, Bare Stripped Naked en Pharmacy of Love (2004, 2006 en 2010) Henk Jonkers: drums op albums Bare Stripped Naked en Pharmacy of Love (2006 en 2010) Joppe Molenaar: drums op albums Pharmacy Of Love, Oh, Mayhem! en Damaged Good (2010, 2013 en 2016) Stephan van der Meijden: drums op singels Never Be Over, Ta! en Evil Side (2015, 2025 en 2026)
Discografie Hun debuutalbum Palomine (1992) wordt goed ontvangen in het Verenigd Koninkrijk, waar het op nummer 122 belandde in de UK Albums Chart. De plaat wordt wereldwijd uitgebracht, ook in de Verenigde Staten. Ook het tweede album Lamprey (1995) komt in de UK Albums Chart terecht en wel op nummer 117. Hoewel Palomine internationaal het bekendst is, scoort Bettie Serveert met Lamprey in eigen land beter; beide albums belanden op respectievelijk nummer 43 en 14 in de Album Top 100. Titel Uitgebracht Hitlijsten BE (VL) NL VK Palomine 1992 — 43 122 Lamprey 1995 — 14 117 Dust Bunnies 1997 — 38 — Private Suit 2000 — 92 — Log 22 2003 — 58 — Attagirl 2004 — 47 — Bare Stripped Naked 2006 — 44 — Pharmacy of Love 2010 — 23 — Oh, Mayhem! 2013 — 30 — Damaged Good 2016 — 42 —
Externe links Officiële website
Categorie:Alternatieve rock Categorie:Indie Categorie:Nederlandse rockband