De diamantrugschildpad, ook wel diamantrug of diamantrugmoerasschildpad (Malaclemys terrapin) is een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).

De diamantrugschildpad komt voor in Noord-Amerika langs de Atlantische kust; grofweg van noordelijk de stad Boston tot zuidelijk in het zuiden van Texas. De diamantrugschildpad is aangepast op een leven in brakwater tot zoutwater en in tegenstelling tot alle andere moerasschildpadden wordt zoetwater gemeden. De schildpad heeft verschillende aanpassingen om het lichaam van zout te ontdoen en van water te voorzien.

De schildpad heeft een bruine tot zwarte of grijze kleur en opvallend gegroefde hoornschilden op het rugschild waaraan de Nederlandse naam te danken is. De huid van de kop en poten is wit tot lichtgrijs van kleur en heeft kleine zwarte vlekjes, nooit strepen zoals bij veel andere moerasschildpadden het geval is. De schildpad is een vleeseter die ook wel aas eet maar voornamelijk jaagt op kleine prooidieren, ook is wel beschreven dat soms plantendelen worden gegeten. De schildpad heeft verschillende vijanden zoals zoogdieren en vogels maar wordt voornamelijk bedreigd door de mens. In het verleden was het vlees van de schildpad erg populair als voedsel, de soort was vroeger algemeen maar werd door de jacht in sommige streken bijna uitgeroeid.

De diamantrugschildpad wordt al sinds lange tijd in gevangenschap gekweekt, zowel door commerciële schildpaddenfarms als door particulieren. Hierdoor is er veel bekend over de biologie en levenswijze. Tegenwoordig is de diamantrugschildpad in veel streken beschermd. De soort duikt nog weleens op in de handel in exotische dieren en wordt in gevangenschap gehouden.

Verspreiding en habitat De diamantrugschildpad komt voor langs de Atlantische oceaan en de Golf van Mexico, van de oostkust van de Verenigde Staten; Cape Cod (Massachusetts), tot het zuidelijke puntje in Florida Keys. In de Golf van Mexico komt de soort voor langs de kust van Florida tot Texas. Volgens sommige bronnen komt de diamantrugschildpad ook langs de kust van Mexico voor. Het zuidelijkste deel van het verspreidingsgebied van de soort is echter de Amerikaanse staat Texas.

Habitat De habitat van de diamantrugschildpad bestaat uit beschermde biotopen waar het zeewater binnenkomt zoals lagunes, zoute moerassen en riviermondingen en langs kustwateren. Het zoutgehalte is hier lager dan van het zeewater op open zee. Exemplaren die in gevangenschap in zoet water worden gehouden krijgen na enige tijd ontstekingen. Van in gevangenschap gehouden diamantrugschildpadden is bekend dat ze schildrot krijgen en het drijfvermogen verliezen.

Omdat de schildpad langs de kust leeft worden exemplaren van de diamantrugschildpad regelmatig aangezien voor een zeeschildpad. De schildpad leeft echter niet pelagisch (op open zee) want het zoutgehalte van zeewater zelf is te hoog. Ze zijn net als sommige zeeschildpadden in staat om overtollig zout uit te scheiden door de traanklieren, zie ook onder zoutexcretie.

Uiterlijke kenmerken thumb|Twee zwemmende exemplaren waarbij alle lichaamsdelen duidelijk zijn te zien.

De diamantrugschildpad is een middelgrote soort die een typisch moerasschildpad-achtig uiterlijk heeft. De schildpad heeft brede poten en een relatief korte staart. De vrouwtjes worden duidelijk groter dan de mannetjes en bereiken een schildlengte tot 23 centimeter. Mannetjes blijven aanzienlijk kleiner en bereiken een schildlengte van 10 tot 14 cm.

Kop De kop is net als bij andere schildpadden eivormig, de ogen zijn aan de bovenzijde gelegen. De ogen zijn vrij groot en steken duidelijk uit boven de kop. De snuit is puntig en de neusgaten zijn aan de voorzijde gelegen. De verhoornde, snavelachtige bek heeft een gladde rand, hiermee kunnen de keiharde huisjes van schelpdieren worden gekraakt. De bek is zeer krachtig en kan bij oppakken beter vermeden worden. De kaken zijn lichter van kleur en neigen naar geel, ze steken af tegen de huid van de kop. De huid van de kop is anders gekleurd dan het schild, meestal witgrijs tot donkergrijs met kleine donkere vlekjes. De kop heeft nooit een strepenpatroon zoals bij veel andere moerasschildpadden voorkomt. De vrouwtjes hebben een bredere en grotere kop dan de mannetjes, ze kunnen hierdoor zelfs grotere prooidieren aan, zie ook onder voedsel.

Schild thumb|Rugschild van een diamantrugschildpad. Net als andere schildpadden heeft de diamantrugschildpad een rugschild en een buikschild. Deze zijn aan weerszijden van het lichaam verbonden door een benen brug. Op het rugschild zijn de beenplaten aanwezig, het buikschild wordt beschermd door de buikplaten. Het schild heeft geen scharnierende delen zoals bij andere schildpadden voorkomt.

Het rugschild of carapax is diepzwart tot bruin of groen van kleur. Het schild is van bovenaf gezien het breedst op het midden van het lichaam. Het schild heeft een lichte lengtekiel op het midden, waarvan de hoogte variabel is. De schildpad is eenvoudig te herkennen aan de gecompliceerde structuur van de hoornschilden op het rugschild. De hoornschilden op de rug zijn meervoudig concentrisch gegroefd waardoor ieder schild een opvallend reliëf heeft. Het midden van ieder hoornschild komt hierdoor omhoog. De hoornschilden vanwege de regelmatige structuur denken aan ingelegde stenen. De hoornschilden van het rugschild bestaan uit verschillende typen die in de tekening rechts zijn weergegeven. De schilden op het midden van het schild worden de vertebrale schilden (V) genoemd, dit zijn er altijd vijf. Aan weerszijden van de vertebrale schilden zijn de costale schilden (C) gelegen, dit zijn er vier aan iedere zijde en acht in totaal. De hoornschilden aan de rand van het schild zijn kleiner en talrijker; dit zijn de marginale schilden (M). De schildpad heeft 24 marginale schilden, waarvan er één duidelijk afwijkt, dit is de schild achter de kop. Dit wordt het nuchale schild (N) genoemd en is het enige enkelvoudige rugschild.

Het buikschild of plastron is groenig tot geel van kleur. Ieder buikschild heeft een tekening van kleine, langwerpige zwarte vlekjes die doen denken aan een vlampatroon. De schilden aan de buikzijde zijn meestal ongekleurd of voorzien van donkere vlekjes. Ze hebben nooit zo'n levendige tekening als de rugschilden en ook een reliëf ontbreekt.

thumb|De achterpoten zijn veel groter dan de voorpoten.

Poten en staart De poten eindigen in stevige klauwen die zijn voorzien van zwemvliezen en lange nagels. De poten hebben nooit strepen maar zijn altijd gevlekt, in tegenstelling tot veel andere moerasschildpadden. De zwemvliezen aan de voorpoten zijn normaal ontwikkeld, maar die aan de achterpoten zijn sterk vergroot. Ook de achterpoten zelf zijn aanmerkelijk groter dan de voorpoten, in combinatie met de zwemvliezen wordt zo het oppervlak sterk verbreed want dient om beter te zwemmen. De voorpoten worden gebruikt om zich op het land te hijsen en door de mannetjes worden de van nagels voorziene klauwen eveneens gebruikt om op het vrouwtje te klimmen tijdens de paring.

De staart is bij de mannetjes duidelijk langer dan bij vrouwtjes. Daarnaast is de staartbasis van mannetjes breder en is hun cloaca of geslachtsopening net achter de schildpunt gelegen, dus buiten het schild. Bij de vrouwtjes is de geslachtsopening juist voor de schildpunt gepositioneerd, onder het rugschild.

Onderscheid met andere soorten De diamantrugschildpad leeft in een groot areaal waar verschillende andere moerasschildpadden voorkomen. Bekende soorten die in de Verenigde Staten leven zijn de roodbuikschildpadden uit het geslacht Pseudemys en de soorten die tot het geslacht Trachemys behoren, waartoe de bekende roodwangschildpad (Trachemys scripta elegans) behoort. Daarnaast komen de landkaartschildpadden uit het geslacht Graptemys veel voor en ten slotte zijn de twee soorten bijtschildpadden te vinden in het areaal; de bijtschildpad (Chelydra serpentina) en de alligatorchelydra (Macrochelys tenminckii). Deze laatste twee zijn niet verwarren vanwege de enorme kop en juist kleine schild. Met alle andere moerasschildpadden is de diamantrugschildpad eveneens niet te verwarren, omdat de diamantrugschildpad nooit streeptekeningen heeft en daarnaast nooit felle kleuren op de kop of het schild. Dit is een onderscheidend kenmerk met alle andere soorten moerasschildpadden binnen het verspreidingsgebied.

Thermoregulatie en waterhuishouding thumb|Een zonnende diamantrugschildpad.

Net als andere schildpadden is de diamantrugschildpad koudbloedig en moet zich opwarmen in de zon. De diamantrugschildpad is dan ook dagactief, s nachts wordt gescholen in de modderbodem van het water. De diamantrugschildpad komt zelden aan land, alleen de vrouwtjes leggen soms enige afstand over land af om bij een geschikte nestplaats te komen. In een aantal delen van het verspreidingsgebied is de winterperiode te koel om actief te blijven, de schildpad houdt dan een winterslaap in het water. De schildpad blijft hier op de bodem in de modder tot de winter voorbij is. Als het weer gedurende de winter wat zachter wordt kan de winterslaap tijdelijk worden onderbroken.

De schildpadden neemt graag een zonnebad en blijft hierbij dicht bij de over of klimt op boven het water uitstekende objecten. Door te zonnen stelt de schildpad zich wel bloot aan vijanden en ook gaat het zonnebaden ten koste van andere activiteiten zoals het zoeken naar voedsel. Voor de schildpad is het handhaven van een hogere lichaamstemperatuur echter belangrijker. Door de lichaamstemperatuur te verhogen wordt de schildpad sneller, en kan alerter reageren op vijanden. Daarnaast versnelt een hogere lichaamstemperatuur de spijsvertering aanzienlijk.

Lange tijd werd gedacht dat het nemen van een zonnebad slechts een functie heeft in de thermoregulatie, het blijkt echter ook een rol te spelen in het handhaven van de waterhuishouding. Omdat de schildpad in een relatief zoute omgeving leeft, krijgt het dier veel zout binnen. Tijdens het zonnen komt er geen water binnen maar worden wel concentreerde zouten afgescheiden in de vorm van tranen en urine. Hierdoor vervult het zonnen ook een rol bij het handhaven van het vochtgehalte van het lichaam.

De diamantrugschildpad behoort tot de moerasschildpadden, die vaak uitgesproken zoetwaterbewoners zijn en leven in rivieren in het binnenland. De diamantrugschildpad echter is een uitzondering en is een echte kustbewoner. De schildpad heeft zich gespecialiseerd in het leven in brakwater tot zout water dat nauwelijks zoeter is dan zeewater. Dit in tegenstelling tot vrijwel alle andere soorten moerasschildpadden, die soms wel brakwater tolereren maar absoluut niet tegen zout water kunnen.

De diamantrugschildpad heeft zich zo sterk op het brakke tot zoute kustwater aangepast dat de soort zich in zoet water zelfs niet kan ontwikkelen. De volwassen dieren mijden zoet water omdat het ongeschikt is als leefgebied. De schildpad heeft zich echter niet zo sterk aangepast dat het zout door het lichaam wordt opgenomen; het wordt verzameld en via het exocrien systeem weer uitgescheiden. De zouten worden afscheiden door de gespecialiseerde traanklieren, dergelijke goed ontwikkelde traanklieren komen bij verwante schildpadden niet voor. Vergelijkbare structuren zijn wel bekend van zeeschildpadden en krokodillen die in zee leven.