Toneelgroep Ceremonia (1992-2011) was het geesteskind van Vlaamse theaterregisseur Eric De Volder. In 1992 stichtte hij de toneelgroep op de theaterzolder van zijn vzw ‘Kunst is modder’ (KIM) in de Oudburg in Gent. In de eerste voorstelling Kom terug speelden enkele van zijn collega’s uit het Etherisch Strijkersensemble Parisiana waaronder Stef Cafmeyer, Philippe Flachet, Ineke Nijssen en Luc Vanborm die de komende jaren de vaste kern van TG Ceremonia gaan vormen. Ze waren te zien in hun eigen theaterzaal KIM, maar ook het Gentse Nieuwpoorttheater, Victoria, Vooruit, Campo en de Minardschouwburg. De acteursploeg van de tweede generatie bestond uit onder andere Leen De Veirman, Johan Knuts, Hendrik Van Doorn, en Benjamin Van Tourhout. De Volder was artistiek leider en werd in de productieploeg bijgestaan door Marc Vanborm (zakelijk leider), Ellen Stynen (dramaturge), Ilina Stankova (spreiding), Geert Vanoorlé (spreiding en techniek), Claudine Grinwis (kostuums) en Tania De Smet als vaste fotografe. Dirk Pauwels was voorzitter van de raad van bestuur die verder werd bevolkt door Caroline Decandt, Freddy Decreus, Ingrid De Vos, Dirk Neels en Luc Vanborm.

TG Ceremonia is meerdere jaren nadrukkelijk aanwezig geweest in de theaterwereld. In 2003 kreeg het gezelschap de eerste Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten en de driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor toneelliteratuur. In 2004 volgde de Grote Theaterfestivalprijs voor Achter 't Eten en in 2006 werd Eric De Volder met Au nom du père voor de vijfde keer geselecteerd voor Het Theaterfestival, net als in 2000 met Regent en regentes en in 2004 met Brand.

Na de dood van Eric De Volder in 2010 besliste TG Ceremonia een nieuwe weg in te slaan. In 2011 fuseren ze met het jonge theatercollectief het GEIT (Groot Europees Instituut voor Theater) waarna beide gezelschappen zich herdoopten tot het Koninklijk Instituut voor Podiumkunsten of het KIP. Dit nieuwe gezelschap behield de oude Ceremonia-zolder in Oudburg als werk- een speelplek en stelde Ellen Stynen, de vroegere dramaturge en assistente van De Volder, aan als artistiek coördinatrice. De Volder werd niet vervangen als artistiek leider waardoor de toneelgroep altijd als collectief te werk ging bij het maken van een productie. In 2016 voerde de Vlaamse regering besparingen door waardoor het gezelschap zich in april 2017 genoodzaakt zag ermee op te houden.

Werkwijze Het maakproces bij TG Ceremonia verliep meestal op dezelfde, haast rituele manier. Talrijke improvisaties en speloefeningen gaven de scènes vorm alvorens De Volder de tekst van een voorstelling uitschreef. Een groot onderling en wederzijds vertrouwen tussen de acteurs en regisseur De Volder was hierbij erg belangrijk. Door de vaste kern acteurs waarmee gewerkt werd, ontstond een soort van familiegevoel en een vertrouwensruimte.

Voor elke improvisatie klonk hetzelfde nummer door de boxen, namelijk ‘The unanswered question’ van de Amerikaanse componist Charles Ives. Wanneer hierdoor eenmaal een bepaalde sfeer en concentratie was ontstaan, konden de improvisaties beginnen. Hierin vroeg De Volder steeds aan zijn acteurs, die hij steevast zijn ‘gasten’ noemde, om te ‘dansen met de schaduw van hun onderbewuste’.

Uit deze improvisaties maakte De Volder alles op wat hem interesseerde op vlak van mimiek, lichaamshouding, groepsopstelling, enzovoort. Soms deed hij dit door middel van tekeningen. Hierna pas werden de scènes uitgeschreven en vastgelegd. Deze teksten van De Volder werden enkele maanden voor zijn dood gebundeld en uitgegeven als De Volder in stukken: Toneel 1988-2010. Eenentwintig van de tweeëntwintig stukken die het boek bevat werden gespeeld door Toneelgroep Ceremonia. De Volder sloot zijn stukken steeds ritueel af met één woord: ‘Finis’.

Kenmerken Het werk van Toneelgroep Ceremonia had een typische ‘Voldereske’ stijl op vlak van thema's, personages, beeld, taal en muziek. de thema’s bevonden zich vaak in een schemerzone tussen realisme en fantastische kunst: grote verhalen van kleine mensen, verhalen over het falen van verbinding en communicatie, over wrange familiebanden, over vetes en geheimen, over overspel, incest, ongewenste zwangerschappen, ... Aan elk thema hangt een existentiële dimensie. de personages bij De Volder zijn archetypen - de Vader en de Moeder, Man en Vrouw, Bobonne en Parrain - die op expressionistische en soms zelfs carnavaleske wijze werden afgebeeld. Het lichaam is grotesk: open en onbegrensd. Dit zien we ook in de erg fysieke speelwijze van de acteurs. de opvallende beeldtaal van De Volder verraadt zijn opleiding als beeldend kunstenaar, vooral in het opmerkelijke gebruik van licht en in de grime. Typerend was het opvallende gebruik van schmink, dat als een soort masker het gezicht van de spelers verbergt. De decors bij De Volder zijn meestal vrij sober. het taalgebruik is volks en diep-Vlaams. Zoals Mark Cloostermans in zijn recensie van Smoor (2008) schreef: ‘Alles wat typisch Vlaams is, is bij hem nog Vlaamser’.Liefde als een CO2-vergiftiging Mark Cloostermans, De Standaard, 18 december 2008. We vinden veel dialectismen en archaïsmen terug in de taal, die als bevreemdend kan worden bestempeld. Ook aarzelingen, versprekingen en herhalingen, gehakkel en gestotter in de taal geeft deze een verwrongen dimensie. De Volder zelf noemde dit een ‘taal van de kruimels, bedoeld voor vogels of vuilbak’.De Waele, A., “De kracht van kruimels”, in: Knack, 15 mei 2002 de muziek bepaalt heel sterk het Ceremonia universum. Hiervoor werkten ze verschillende malen samen met Dick van der Harst van het muziektheater LOD (Gent), zoals in Vadria (2000), Zwarte vogels in de bomen (2002) en Achter ’t eten (2003) en de allerlaatste voorstelling van TG Ceremonia, Frans Woyzeck (2010).

Invloeden Jung Op inhoudelijk vlak vinden kunnen we een invloed opmerken van de Zwitserse psychiater Carl Jung. Zijn analytische psychologie steunde op het principe dat dromen en fantasieën ons de toegang verlenen tot het onderbewustzijn. Intense emoties zoals angst en pijn zijn hierbij essentieel om tot zelfkennis te komen. Op gelijkaardige wijze laat De Volder zijn acteurs ‘dansen op de schaduw van het onderbewuste’ om tot een dieper begrip van de personages (en zichzelf) te komen.

Jung lanceerde eveneens de opvatting dat archetypen aan de basis liggen van de culturele ontwikkeling. Figuren zoals de vader, de moeder, de tiran, de maagd en het goddelijke kind vinden we ook in de personages van De Volder terug.

Grotowski Ook het ‘Arm theater’ van Jerzy Grotowski drukt zijn stempel op De Volders werk. Toneelgroep Ceremonia werd dan ook opgericht nadat deze een stage van zes maanden had gevolgd bij Grotowski. Daar deed De Volder naar eigen zeggen inspiratie op en leerde wat je met jonge acteurs kan doen: ‘een omgang met schoonheid, intens en aandachtig, met liefde voor het ambacht, niet op het goedkope directe resultaat gericht, geduldig’.Eric De Volder over de jaren 80 in Toneelstof

Bij De Volder staan evenals bij Grotowski het lichaam en de stem van de acteur centraal. Alles vertrekt vanuit de acteur die door middel van fysieke speloefeningen wordt aangezet zijn eigen onderbewustzijn te bevrijden. Ook Grotowksi's concept van een theaterlaboratorium waar de acteur kan experimenteren met alle fysieke uitdrukkingsmogelijkheden kunnen we herkennen in de werkwijze van Toneelgroep Ceremonia.

Kantor Ook theaterregisseur Tadeusz Kantor laat zijn invloed gelden op het werk van Ceremonia. Inhoudelijk vinden we bij beide theatermakers vaak motieven zoals het geheugen, de droom en de lelijkheid terug. Hun kunst bevindt zich vaak op een grensgebied tussen leven en dood en thematiseert het kleine, het arme en het weerloze van de mens. Ook de levensgrote poppen en mannequins die het werk van Kantor typeren vinden we bij Ceremonia, in voorstellingen zoals Het laatste avondmaal (2003) en Au nom du père (2005).

Beiden zetten zich ook af tegen de kunst-om-de-kunst. Theater moet een engagement bevatten, moet een bepaald maatschappelijk ideaal ten dienste staan. Bij Kantor draait dit rond het afrukken van maskers en zo de ware aard van de dingen bloot te leggen. Ironisch genoeg gebeurt dit bij De Volder net door middel van de maskerachtig geschilderde gezichten. Ook zijn ontwrichten van de taal tracht te onthullen wat zich achter de façade van de logica bevindt.

Producties Kom terug In Kom terug (1992), oorspronkelijk getiteld Duitsers, kom terug, roept schrijver en regisseur Eric De Volder samen met zijn acteurs persoonlijke herinneringen op. Zo trachtten ze samen de Duitsers nog eenmaal te laten terugkeren in soort van een collectieve verbeelding. De voorstelling gaat in première één dag voor de aanvang van de Gentse Feesten op 17 juli 1992 in het Nieuwpoorttheater (Gent).

Spel: Stef Cafmeyer, Margaretha de Bouvé, Xavier De Pourq, Robert Delahaye, Marius De Rudder, Philippe Flachet, Claudine Grinwis, Roland Lippens, Diederik Peeters, Marc Van Eeghem, Johan Knuts, Gert Portael, Pascale Platel, Elsemieke Scholte, Ineke Nijssen en Luc Vanborm.

Soep Een jaar later speelt TG Ceremonia opnieuw op de Gentse Feesten, ditmaal met Soep (1993) in zaal KIM (Gent). Deze tragikomedie speelt zich af enerzijds in de ontspanningsruimte van een bejaardentehuis en anderzijds in de woonkamer/keuken van soepboer Armand Meiresonne. In een soort van rituele afrekening komen de doden daar hun verhaal doen.

Spel: Margaretha de Bouvé, Veerle Donceel, Philippe Flachet, Claudine Grinwis, Roland Lippens en Tina Lippens

Nachtelijk symposium Een van de bekendste voorstellingen die De Volder bij Ceremonia regisseerde was waarschijnlijk wel Nachtelijk symposium (1994). Dit stuk schetst de leden van de Vlaamse familie Meiresonne, die elkaar voortdurend het bloed onder de nagels vandaan halen. De doden komen tot leven. Stemmen uit heden en verleden lopen naadloos door elkaar in een grimmig sprookje. De Volder zelf treedt eenmaal op in de rol van Bobonne. Latere reprises, zoals in 1995 en in 2004 bevestigen de populariteit van de voorstelling.

Spel: Jan Bijvoet, Stef Cafmeyer, Bart Cafmeyer, Jean-Pierre Van Hee, Veerle Eyckermans, Philippe Flachet, Veerle Donceel, Johan Knuts, Roland Lippens, Rudy Cleemput, Tom Vermeir, Ingrid De Vos, Tina Lippens, Kristel Mariën, Bianca Brunin, Ineke Nijssen, Luk Vanborm, Gert Portael, Erik De Volder en Hendrik Van Doorn

Poète et prisonnier Na de voorstelling Kom terug uit 1992 gaat De Volder opnieuw met de thematiek van de Tweede Wereldoorlog aan de slag. Poète et prissonier (1994) speelt zich af ten tijde van de bevrijding in 1945 ergens in het Gentse. We volgen het verhaal van Celestien Claeys (Johan Knuts), die dankzij de bijzondere politieke omstandigheden vervroegd vrijkomt uit de gevangenis van Oudenaarde. Tijdens zijn opsluiting had hij besloten om schrijver-dichter te worden. We komen terecht in een absurd, grotesk en dromerig universum: een goed voorbeeld van die typische Voldereske stijl.

Spel: Rudy Cleemput, John Gilber Colman, Titus De Voogdt, Margaretha de Bouvé, Johan Derycke, Veerle Donceel, Veerle Eyckermans, Philippe Flachet, Johan Knuts, Roland Lippens, Arend Pinoy en Gert Portael

Kamer en de man In hetzelfde jaar gaat ook de dubbele monoloog Kamer en de man (1994) in première. In deze lofzang op de naïviteit en onschuld van de liefde vertellen een man (Johan Knuts) en een vrouw (Bianca Brunin) elk om beurt over hun ontmoeting in een haast identieke woordenstroom. Het stuk is een soort van ‘pas-de-deux’ die voortdurend in beweging blijft met een rijmende collagestijl.

Spel: Johan Knuts en Bianca Brunin

Gruis Voor de voorstelling Gruis (1995) werkte TG Ceremonia in coproductie met het NTG. In NTG Minnemeers maakte De Volder met acteurs van Ceremonia en één NTGent-actrice, namelijk Blanka Heirman, een stuk dat het circusleven thematiseerde.

Spel: Jan Bijvoet, Veerle Eyckermans, Johan Knuts, Hendrik Van Doorn, Gert Portael en Blanka Heirman

Kakkerlakken