thumb|Topografische kaart van Geleen (woonplaats), maart 2014 Geleen (Limburgs: Gelaen) is een stadANWB Topografische Atlas Limburg (2005) - kaart 64 187-334, . en voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Limburg. Zij dankt haar naam (oorspronkelijk "Op-geleen", het huidige Oud-Geleen) aan haar ligging bij het riviertje de Geleen (van het Romeinse: Glana), ook wel de Geleenbeek genoemd), dat de oostgrens van de gemeente vormde. De plaats omvat de vroegere dorpskernen Oud-Geleen, Lutterade, Krawinkel, Spaans Neerbeek en Daniken, en daaromheen de in de laatste eeuw ontstane wijken. Anno wonen er mensen. Geleen beslaat in een grondgebied van 1957 hectare land en heeft zodoende een bevolkingsdichtheid van 1626 inwoners/km².
Op 1 januari 2001 is Geleen met Sittard en Born bij een gemeentelijke herindeling samengevoegd tot de nieuwe gemeente Sittard-Geleen.
Geschiedenis Prehistorie en Romeinse tijd In het gebied van de huidige gemeente Sittard-Geleen lagen de oudste boerendorpen van Nederland. Na vele eeuwen waarin de mensen een rondtrekkend jagersbestaan leidden vestigden zich hier ruim 5.000 jaar voor Christus de eerste mensen die leefden van akkerbouw en veeteelt. Dit waren bandkeramiekers, zo genoemd naar de versiering op hun aardewerk. Zij woonden in kleine nederzettingen van 5 tot 15 vrij grote huizen met in totaal zo'n 50 tot 150 bewoners. Hun woningen lagen op de lössgronden nabij de (Geleen)beek. Door deze ligging waren de noodzakelijke basisvoorzieningen water en vruchtbare grond ruim voorhanden. Na zo'n 400 jaar hebben deze eerste landbouwers de regio verlaten en hun beschaving is daarna om tot nu toe onbekende redenen verdwenen.
Ook latere beschavingen, zoals de Romeinse, hebben hier hun sporen nagelaten. Zo is er in Geleen, evenals in het nabije Limbricht en in Simpelveld, een sarcofaag teruggevonden. Deze en verder een in Buchten gevonden fraai beeldje van een haan uit de Romeinse tijd wijzen op de aanwezigheid van deze beschavingen.
Middeleeuwen en ancien régime Geleen werd voor het eerst in 1148 al vermeld als Glene (het huidige Oud-Geleen) en was aanvankelijk alleen een kerkdorp, behorend tot het Land van Valkenburg. De geschiedenis van deze plaats was nauw verbonden met de familie Huyn en hun kasteel Sint-Jansgeleen. Dit was tevens (vanaf 1557) de zetel van de heerlijkheid Geleen en Spaubeek die in 1654 werd verheven tot het graafschap Geleen.
De heerlijkheid Geleen behoorde tijdens de tachtigjarige oorlog tot de Spaanse Landen van Overmaas. Van 1713 tot 1794 viel Geleen bestuurlijk onder Oostenrijk, dat de Zuidelijke Nederlanden beheerste, en vervolgens tot 1815 onder Frankrijk. Na het ancien régime en de Franse tijd bleef Geleen meer dan een eeuw lang een dorpje bestaande uit vier kernen, de gehuchten Opgeleen, Lutterade, Spaans Neerbeek en Krawinkel.
Tussen 1843 en 1845 werd de Rijksweg Maastricht-Roermond aangelegd, in 1865 volgde de spoorlijn Roermond-Sittard en in 1896 de spoorlijn Sittard-Heerlen. Zo kwamen er twee spoorwegstations in Geleen, maar tot omstreeks 1920 was van verstedelijking nog geen sprake.
Opkomst mijnbouw De gemeente Geleen kwam zeer snel en spectaculair tot ontwikkeling na de bouw van de kolenmijn Staatsmijn Maurits. Hiermee werd in 1915 aangevangen op de Hellingstock, een uitgestrekt veld tussen Lutterade en Krawinkel. In 1924 werd de mijn in exploitatie genomen en op 1 januari 1926 werd deze, na jaren van voorbereiding, officieel geopend en zou weldra uitgroeien tot de grootste en modernste van Europa. Ook kwamen er vervolgfabrieken zoals cokesovenfabrieken voor productie van lichtgas en chemische fabrieken voor kunstmest en kunststoffen waarvoor de vetkolen van de Maurits als grondstof dienden. De bouw van al deze fabrieken veroorzaakte een toevloed van arbeiders en leidinggevend personeel. Veel medewerkers moesten in Geleen gehuisvest worden. Hierdoor steeg het aantal inwoners van Geleen zeer explosief. In zestig jaar tijd nam de bevolking toe tot het tienvoudige. Tot de bouw van de Staatsmijn Maurits (1915-1923) was Geleen een dorpje van ruim 3.000 inwoners, bestaande uit de kernen Geleen (Oud-Geleen), Lutterade, Spaans Neerbeek en Krawinkel. In 1930 bedroeg de bevolking al 12.000 zielen, in 1955: 25.000 en in 1980: 36.000. Eerst door de sluiting van de mijn Maurits en vervolgens door vergrijzing en 'ontgroening' is het inwoneraantal sinds de jaren 90 weer teruggelopen naar ruim 31.500 eind 2019.
Demografische ontwikkeling Geleen, en aanvankelijk vooral Lutterade, werd het bloeiende centrum van de zogeheten Westelijke Mijnstreek, thans nog een streekgewest. Het gemeentebestuur van Geleen had in 1920 een vooruitziende blik aangaande de ontwikkelingen rond de mijnindustrie en besloot om een nieuw raadhuis te bouwen. Men deed dit op een locatie die precies tussen de drie kernen Oud-Geleen, Lutterade en Krawinkel was gelegen, midden in de korenvelden van de Geleense agrariërs. Het gebouw werd in 1922 in gebruik genomen en heeft nog jarenlang moederziel alleen op de velden gelegen zonder enige bebouwing eromheen. Er werd tevens een nieuwe burgemeester benoemd in de persoon van de uit Brabant afkomstige F.A.L.M Damen. Hij zou zijn ambt ruim 30 jaar blijven uitoefenen in Geleen.
De gemeente werd al spoedig uitgebreid met andere nieuwe wijken te weten Lindenheuvel (met als eerste bebouwing de sub-wijk Swentibold, meer bekend onder de naam Oude Kolonie), het Hemelrijk, Patersveld, Kluis en later Geleen-Zuid, Dassenkuil en Haesselderveld. Met het gemeente besluit van 23 mei 1961 werd besloten het landelijk gehucht Spaans Neerbeek bestaande uit 52 huizen nagenoeg geheel af te breken in 1965 ten behoeve van Geleen - Zuid. Enkel een straatnaam Spaans Neerbeek bleef behouden. Wellicht had het gehucht met de weet van de mijnsluiting in 1967 behouden kunnen blijven. Als jonge, dynamische industriestad en economische motor van de regio met veel toestroom van hoger kaderpersoneel stak Geleen weldra het naburige Sittard naar de kroon. In korte tijd werd in Geleen een geheel nieuw stadscentrum ontwikkeld waarin alle bekende warenhuizen en grote winkelketens neerstreken. Met enige jaloezie werd hier door Sittard naar gekeken. Dit vanouds levendige, historische stadje had wel een marktcentrum, maar met veel minder groeipotentieel en zag in het naburige Geleen een enorme concurrent. De verhoudingen tussen beide gemeenten werden lange tijd gekenmerkt door een grote onderlinge rivaliteit en na-ijver. Sittard deed in 1928 zelfs een poging tot annexatie van Geleen, hetgeen leidde tot fel protesten van de Geleense bevolking, en met succes. Uit deze tijd stamt een Geleens (carnavals)liedje "Gans Gelaen dat is d'r taege".
Na de mijnsluiting Een terugslag kwam in 1965, toen de mijnsluitingen werden aangekondigd. De staatsmijn Maurits, waarvan Geleen zo afhankelijk was, sloot reeds in 1967. Het chemiecomplex van de Staatsmijnen, voortgekomen uit cokesfabrieken en het stikstofbindingsbedrijf, bleef in functie en schakelde om op aardgas als grondstof. Men produceerde aanvankelijk voornamelijk kunstmest en kunststoffen, later werd men ook actief in de fijnchemie. De kunstmesttak verzelfstandigde als OCI Agro, SABIC nam de bulkchemie over, de fijnchemie bleef in handen van de feitelijke opvolger van Staatsmijnen, DSM. Het chemiepark verzelfstandigde onder de naam Chemelot en bestaat uit de industrie van het Chemelot Industrial Park en uit de Brightlands Chemelot Campus. Hiermee bleef een deel van de werkgelegenheid gewaarborgd. Naar het noorden toe groeide Geleen vast aan de kom van Sittard, slechts daarvan gescheiden door de provinciale weg 276, hier fungerend als rondweg om Sittard. Ook stuitte Geleen op de grenzen van de kom van Munstergeleen in het oosten, en de A76 en Neerbeek in het zuiden.
Bezienswaardigheden thumb| Sint-Janskluis uit 1699.
Kerkelijke gebouwen Sint-Marcellinus en Sint-Petruskerk te Oud-Geleen. Christus Koningkerk van 1952 in de wijk Kluis. Sint-Janskluis uit 1699. Heilig Hart van Jezuskerk of Paterskerk, van 1935. Sint-Augustinuskerk, van 1934, in de wijk Krawinkel. Pastoor van Arskerk, van 1971, in de wijk Geleen-Zuid. Verrijzeniskerk, van 1960. Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstandkerk van 1928, in de wijk Lindenheuvel Heilige Engelbewaarderskerk van 1962, in de wijk Lindenheuvel, gesloopt in 2005 Sint-Barbarakerk van 1957, in de wijk Lindenheuvel, gesloopt in 1995. Bethelkerk, gereformeerd kerkgebouw van 1931 in stadsdeel Lutterade, gesloopt in 1994. Kruiskerk, hervormd kerkgebouw van 1956, gesloopt in 1994. Ontmoetingskerk, van 1992. Nieuw-Apostolische kerk, van 1975. Klooster Sancta Maria, van 1940. Monument in de Geenstraat (bij station Geleen-Lutterade) ter herinnering aan de martelares Luise Löwenfels, ofwel zuster Aloysia.http://www.katholieknederland.nl/actualiteit/print/detail_objectID581777.html, gearchiveerd op archive.org Het monument staat op de plaats waar indertijd het klooster van de zusters stond. Mariakapel uit 1940 in Krawinkel Kruiskapel uit de 19e eeuw in Krawinkel Calvariekapel in Oud-Geleen Kruiskapel aan de Hendriklaan-Irenelaan in Oud-Geleen Kruiskapel aan de Norbertijnenstraat in Oud-Geleen Kerkhofkapel in Lutterade
Overige bouwwerken Beschermd stads- en dorpsgezicht van Oud-Geleen Complex van het vroegere Kasteel Sint-Jansgeleen of Huis Spaubeek, met ruïne van het slot, gerestaureerde en bewoonde voorhof (kasteelhoeve met voormalige pachterswoning). Watermolen Sint Jansmolen, even ten zuidoosten van Geleen, op grondgebied van de gemeente Beek, nabij Spaubeek. Voormalig raadhuis, van 1922. Bierbrouwerij De Kroon J. Schrijnemakers, aan Marcellienstraat 20, van 1865 Bedrijfsgebouwen e.d. Hoofdgebouw Staatsmijn Maurits, aan Mijnweg 1, van 1924, door Willem Leliman, in expressionistische stijl. In gewapend beton en met baksteen bekleed. Watertoren van Staatsmijn Maurits, van 1924. Mijnwerkersmonument van 1937, door E. Quanjel-Van Thoor, dat de overgang van agrarische naar industriële samenleving symboliseert. Barbaramonument van 1951 Mozaïekmonument Mijn Maurits van 1953 ter ere van het jubileum van de Staatsmijnen Mijnwerkerskolonie Lindenheuvel. Gerestaureerde voormalige steenfabriek Plinthos, met ringoven van 1920, het tegenwoordige bureau van Landschapspark De Graven, in de buurtschap Daniken (bij Geleen-Oost) Voormalige Cinema Roxy, aan Rijksweg Centrum 65-69, van 1932. Expressionistisch, ontworpen door H. Schols. Zuyderland ziekenhuis (van 2009-2015: Orbis medical park). Woonhuizen Drossaerdhuis in de Geenstraat. Huis Maes, aan Leurstraat 4, met 16e-eeuwse kern. Bakstenen huis met mergelstenen speklagen. Huis du Prez, aan Marcellienstraat 10, met 17e-eeuwse kern. Pieterstraat 2, met gezwenkte topgevel, van 1753. Pieterstraat 17-19, van 1777. Jodenstraat 5-7, van 1799. Boerderijen De Biesenhof, recent gerestaureerde historische hoeve, nabij Sweikhuizen. Wijken
Oud-Geleen; Lutterade; Krawinkel; Spaans Neerbeek; Daniken; Haesselderveld; Geleen-Zuid (o.a. Zuidhof, met Winkelcentrum Zuidhof). Zie ook Lijst van rijksmonumenten in Geleen Lijst van gemeentelijke monumenten in Geleen
Economie en infrastructuur