De kosten van het Nederlands Koninklijk Huis komen in Nederland ten laste van de rijksbegroting; deze kunnen tevens worden gezien als kosten van de Nederlandse monarchie. Onduidelijkheid over en de hoogte van deze kosten zijn herhaaldelijk onderwerp van debat geweest in de Tweede Kamer, de wetenschap en de media.

Discussie over transparantie Een kwestie die midden jaren 2000 speelde, en anno 2020 nog steeds speelt, is de ondoorzichtigheid van de koninklijke financiën, die op onoverzichtelijke wijze waren verdeeld over verschillende ministeries. Minister-president Jan Peter Balkenende zegde de Tweede Kamer op 10 juni 2008 toe om de financiën transparanter te maken en vormde de "Stuurgroep herziening stelsel kosten Koninklijk Huis" onder voorzitterschap van oud-minister van Financiën Gerrit Zalm. De Stuurgroep adviseerde in haar rapport van 26 februari 2009 om de koningshuiskosten onder de titel "De Koning" in de Nederlandse Rijksbegroting op te nemen, verdeeld in drie artikelen: uitkeringen krachtens de aangepaste Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH), functionele uitgaven van de Koning en doorbelaste uitgaven van andere begrotingen. In 2010 werden de kosten van het Koninklijk Huis voor het eerst in dezelfde begroting gestopt.

Onderzoek van de Universiteit van Tilburg (2003 'De 'openbare' financiën van Noordeinde' H.P. van Dalen) stelt dat: 'Nog niet de helft van de totale kosten zijn expliciet in de begroting te vinden.'

Uit onderzoek van RTL Nieuws in het Nationaal Archief in 2016 bleek dat ambtenaren sinds de jaren zeventig de koningshuiskosten bewust hebben verdeeld over verschillende departementen om de totale kostprijs te verbergen en daarmee kritiek op de monarchie te vermijden.

Eind 2016 kondigde het Nieuw Republikeins Genootschap, in samenwerking met tijdschrift De Republikein, een onderzoek aan naar de kosten van de Nederlandse monarchie. Geïnspireerd door een soortgelijk onderzoek van de Britse republikeinse organisatie Republic, waaruit bleek dat de Britse monarchie acht keer zoveel zou kosten als de officiële cijfers aangaven, wilde men alle kosten die voor het koningshuis gemaakt worden en de belastingvrijstellingen die zij genieten in kaart brengen. Om het onderzoek te financieren werd een crowdfundactie opgezet. Daarnaast werd er onder de naam "WillyLeaks" een meldpunt geopend waar mensen tips en adviezen kon achterlaten. Klokkenluiders werden eveneens opgeroepen zich te melden, desnoods anoniem. In het juni-nummer van De Republikein werden de eerste bevindingen gepresenteerd. Op 24 april 2018 publiceerden de republikeinen hun rapport. Volgens de onderzoekers kost de monarchie niet € 59,4 miljoen, zoals begroot, maar € 345,5 miljoen per jaar, hoewel men er direct bij vermeldde dat er gebruik is gemaakt van "creatief rekenwerk", aangezien er geen cijfers bekend zijn over het vermogen van de Oranjes. Zowel de Rijksvoorlichtingsdienst als de Belgische hoogleraar Herman Matthijs, die onderzoek gedaan heeft naar de kosten van diverse West-Europese staatshoofden, deden het rapport af als "giswerk".

Rijksbegroting Begroting 2027 2026 2025 2024 2023 2022 2021 2020 2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 Uitkering leden Koninklijk Huis: 12.900 12.600 12.400 11.640 10.985 10.500 8.874 8.505 8.354 8.152 8.009 7.804 7.659 7.614 7.277 Functionele kosten: 40.400 39.400 38.400 36.668 32.200 31.100 30.470 29.635 28.914 28.287 27.684 27.076 26.826 26.779 26.960 Overige kosten in andere begrotingen: 8.800 8.400 8.100 7.593 7.000 6.500 6.340 6.224 5.984 5.845 5.728 5.704 5.600 5.594 5.987 Totaal: 62.100 60.400 58.900 55.901 50.185 48.100 45.684 44.364 43.252 42.284 41.421 40.584 40.085 39.987 40.224 Bron: minaz.nlBegroting, ministerie van Algemene Zaken. Bedragen in euro x1000 per jaar

Uitkering leden Koninklijk Huis In artikel 40 van de Nederlandse Grondwet is vastgelegd dat de koning en andere bij wet bepaalde leden van het Koninklijk Huis een uitkering krijgen van het rijk. De Grondwet bepaalt dat ze hierover geen persoonlijke belastingen hoeven te betalen. Wel moeten ze vermogensrendementsheffing betalen over vermogensbestanddelen welke niet dienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functie.Antwoorden op de vragen van het lid Six Dijkstra (Nieuw SociaalContract), 07-10-2024

In de Tweede Kamer is een motie aangenomen in 2022 waarmee het toenmalige Kabinet Rutte IV aangespoord wordt om een groot deel van de fiscale vrijstellingen van het Koninklijk Huis af te schaffen. Tijdens het debat over de begrotingen van Algemene Zaken en de Koning in 2024 moest minister-president Schoof uitleggen waarom hij een aangenomen motie, die de nieuwe premier opriep om een voorstel te doen om “de vrijstelling van inkomstenbelasting voor leden van het Koninklijk Huis op te heffen”, niet heeft uitgevoerd. Een van de redenen om dit niet uit te voeren was dat de bedoeling niet duidelijk was: zou dit wel of niet gepaard moeten gaan met een verhoging van de bruto bedragen, ter compensatie? Omdat de bedragen niet in de Grondwet staan werd in de Kamer geopperd dat dit een aparte kwestie is die nog niet relevant is.

In december 2025 is een soortgelijke motie aangenomen.Vaststelling van de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2026Tweede Kamer, 26e vergadering Dinsdag 16 december 2025

In de Wet Financieel Statuut van het Koninklijk HuisWet financieel statuut van het Koninklijk Huis is vastgelegd welke leden van het Koninklijk Huis een jaarlijkse uitkering ontvangen. Voor 2026 en het recente verleden gaat het om de volgende personen en bedragen:

Tabel uitkering leden Koninklijk Huis 2027 2026 2025 2024 2023 2022 2021 2020 2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 Koning Willem-Alexander 7.513 7.400 7.300 6.795 6.408 6.132 6.057 5.886 5.787 5.647 5.548 5.406 5.318 5.286 1.410 Koningin Máxima Zorreguieta 1.297 1.300 1.300 1.174 1.111 1.067 1.055 1.022 1.000 976 958 934 911 906 634 Prinses Beatrix 2.033 2.000 2.000 1.840 1.739 1.660 1.651 1.597 1.567 1.529 1.503 1.464 1.430 1.422 5.233 Prinses Amalia 2.025 1.900 2.000 1.831 1.727 1.653 111 Totaal 12.868 12.600 12.400 11.640 10.985 10.512 8.874 8.505 8.354 8.152 8.009 7.804 7.659 7.614 7.277 Bron: minaz.nl Bedragen in euro x1000 per jaar Kroonprinses Amalia heeft tussen haar 18e verjaardag en de aanvang van haar publieke functies afgezien van haar uitkering.

De andere leden van het Koninklijk Huis krijgen geen jaarlijkse uitkering. Wel maken ze beperkt gratis gebruik van het regeringsvliegtuig.

De bedragen worden ieder jaar onder de kop huis des konings opgenomen in de rijksbegroting. En zijn opgedeeld in een component kosten voor personeel, overige niet-personele kosten, en een inkomensbestanddeel. Jaarlijkse bijstelling heeft plaats op basis van respectievelijk: salarissen in de sector Rijk, de consumentenprijsindex, en het inkomen van de vicepresident van de Raad van State.

Kosten boven op de begroting werden in het verleden zonder tussenkomst van het parlement aangevuld door de ministeries. Over 2007 ging dit om een extra bedrag van 650.000 euro. Na discussie hierover in de Tweede Kamer beloofde premier Balkenende dat dit niet langer stilletjes zal gebeuren.Oranjes niet meer bijgeplust, Algemeen Dagblad, 1 juli 2008.

Vóór de troonswisseling van 2013 kreeg koningin Beatrix jaarlijks een bedrag van 5,233 miljoen euro, waarvan €825.000 het inkomensdeel was, de rest het deel voor personele en materiële uitgaven. Onder meer bleef zij de vrije beschikking behouden over het regeringsvliegtuig. Kroonprins Willem-Alexander en zijn echtgenote prinses Máxima ontvingen elk jaarlijks 245.000 euro aan inkomen. Daarnaast ontving de kroonprins een extra bedrag van 1.165.000 euro voor personele en materiële uitgaven. Zijn vrouw ontving hiervoor 389.000 euro extra.Kosten Koninklijk Huis 2013, Politiek Compendium. Daarnaast zijn er allerlei functionele uitgaven, waaronder die voor kleding.

De grondwettelijke uitkeringen zijn opgebouwd uit twee componenten: een A-component, die het inkomensbestanddeel vormt, en een B-component, die betrekking heeft op personele en materiële uitgaven. De personele uitgaven hebben betrekking op de personeelsleden die hun instructie rechtstreeks van de Koning, de echtgenote van de Koning of de Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap ontvangen en/of in de onmiddellijke omgeving van hen verkeren en voor wie het dienstverband zich grotendeels in de familiesfeer voltrekt.

In 2021 ontvangt de Koning 998.000 euro als feitelijk inkomen (de A-component). De B-component voor personele en materiële uitgaven bedraagt 5.059.000 euro.

Na haar succesvolle afsluiting van haar middelbare school heeft Prinses Amalia bekendgemaakt af te zien van haar toelage, waar zij wettelijk recht op heeft vanaf haar achttiende verjaardag, totdat zij haar studie afgerond heeft. De toelage die haar toekomt zal zij terugstorten aan de Nederlandse Staat, behalve als zij eventuele hoge onkosten heeft in haar functie als Prinses van Oranje.https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/amalia-stort-veelbesproken-uitkering-van-1-6-miljoen-euro-terug-tot-ze-klaar-is-met-studeren~b43fa136/. Gearchiveerd op 20 februari 2023. In een brief, op 7 mei 2024 gericht aan Minister-president Mark Rutte, kondigde Amalia aan dat zij vanaf 1 januari 2025 de B-component niet langer zal terugstorten naar de Nederlandse staat, dit om de toekomstige personeelskosten te kunnen betalen. Haar A-component, zijnde haar inkomensdeel stort zij nog wel terug todat zij met haar universitaire studie klaar is.

Voor het jaar 2023 zijn gekoppeld aan de verhogingen in de cao voor alle Rijksambtenaren, voor de inflatiecorrectie, de salarissen voor de Koning, zijn vrouw Maxima, Prinses Amalia en Prinses Beatrix verhoogd met bijna 3 %. In september 2023 werd er door de PVV een motie ingediend in de Tweede kamer, waarin aan de Koning opgeroepen werd om af te zien van de wettelijke salarisverhoging van € 55.000 in 2024, de motie werd met een nipte minderheid verworpen. Ook in september 2024 werd door de PVV een motie ingediend, om de Koning te verzoeken af te zien van de salaris verhoging in 2025. Daarin staat dat de A-component van het inkomen van de Koning in 2025 gelijk zou moeten blijven aan die van 2024.

In 2024 stijgen de kosten voor het Koninklijk Huis van 50,2 miljoen euro naar 55,9 miljoen euro. Het grootste gedeelte van de kosten zijn personele kosten van de hofhouding en ondersteunende diensten. De stijging van de grondwettelijk inkomensaandeel van de Koning, zijn echtgenote, prinses Beatrix en kroonprinses Amalia zijn in lijn met het percentage wat de Vicepresident van de Raad van State erbij krijgt. Totaal ontvangen zij als inkomensdeel 11,6 miljoen euro. De totale kosten van het Koninklijk Huis in 2025 zijn begroot op bijna 59 miljoen euro In 2026 zullen de totale kosten van het Koninklijk Huis oplopen tot circa 60,4 miljoen euro.

Functionele uitgaven van de Koning De personele en materiële uitgaven worden door de Dienst van het Koninklijk Huis verricht en vervolgens in rekening gebracht bij deze begroting. De Dienst van het Koninklijk Huis bestaat uit het Civiele Huis en het Militaire Huis. De diverse hofdepartementen van het Civiele Huis kennen ieder hun eigen discipline. Dit betreft onder meer administratie en financiën, huishoudelijke diensten, onderhoud en beheer van ter beschikking gestelde paleizen, vervoer en tevens beleidsinhoudelijke en praktische ondersteuning.

Privéjacht De Groene Draeck