Queue-du-Bois (Waals: Cowe (of: Cawe)-dè-Bwèsis is een plaats en deelgemeente van de Belgische gemeente Beyne-Heusay. Queue-du-Bois ligt in de provincie Luik.
Etymologie De naam is afkomstig van de ligging aan de rand van het voormalige Bois de Bellaire.
Geschiedenis Queue-du-Bois behoorde vroeger tot het Karolingische Domein van Jupille. Tot in de 17e eeuw maakte Queue-du-Bois deel uit van de Bisschoppelijke tafel van Luik. Omstreeks 1800 werd het een zelfstandige gemeente, die in 1977 opging in de gemeente Beyne-Heusay.
Kerkelijk behoorde Queue-du-Bois tot de parochie van Fléron, en in 1833 werd het een zelfstandige parochie.
Demografische ontwikkeling
Bronnen:NIS, Opm:1831 tot en met 1970=volkstellingen, 1976= inwoneraantal op 31 december
Economie In Queue-du-Bois was de Société anonyme des Charbonnages des Quatre-Jean actief in de steenkoolwinning. In 1959 sloot de laatste mijn.
De Carré de Liège, een vierkante zachte kaassoort, wordt in de omgeving van dit dorp geproduceerd.
Bezienswaardigheden Sint-Antonius Abtkerk Maagd der Armenkerk, te Moulins-sous-Fléron Watertoren
Natuur en landschap Queue-du-Bois ligt in het Land van Herve, op een hoogte van ongeveer 200 meter. Ten noorden van Queue-du-Bois ligt de vallei van de Julienne en ten zuiden van het dorp ligt de vallei van de Ri des Moulins.
Nabijgelegen kernen Moulins-sous-Fléron, Bellaire, Saive, Retinne
thumb|left|Sint-Antonius Abtkerk
Categorie:Plaats in Luik (provincie) Categorie:Beyne-Heusay