Steven van der Hagen (Amersfoort, 1563 – 1621), ook Haghen of Verhagen genoemd, was de eerste admiraal van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Hij was driemaal en in totaal zes jaar in Oost-Indië. Hij werd benoemd als Raad van Indië en diende onder de gouverneurs-generaal Gerard Reynst, Laurens Reael en Jan Pieterszoon Coen (nov. 1614 - okt. 1619).

Van der Hagen was een van de weinigen die protesteerde tegen het harde beleid van de bewindhebbers, die uit waren op een monopolie en de levering van kruidnagelen, daarbij de Spanjaarden, Portugezen, Engelsen of Aziatische handelaren zo veel mogelijk dwarszittend. Laurens Reael en Steven van der Hagen schreven met afkeuring over de meedogenloze manier waarop de Heren XVII met de belangen en het recht van de Molukse bevolking omsprongen. Van der Hagen was van mening dat de VOC in plaats van de Aziatische schepen met geweld te weren er beter aan zou doen hen door verruiming van de eigen aanvoer uit de markt te concurreren.Knaap, G. (2004) Kruidnagelen en Christenen, de Vereenigde Oostindische Compagnie en de bevolking van Ambon 1656-1696, p. 286. Reael zette zich in voor hogere prijzen; Van der Hagen vreesde dat de Bandanezen anders het eiland zouden verlaten.Colenbrander, H.T. (1934) Jan Pietersz. Coen. Levensbeschrijving, p. 133-134. In 1618 vroegen ze om ontslag.

Biografie Steven van der Hagen werd opgevoed door een zus van zijn vader, toen zijn ouders vanwege de opstand naar het zuiden vluchtten. Hij kreeg een opleiding met Latijn. Toen hij tien was ging hij bij zijn vader Andries van der Hagen in Brugge op bezoek. Samen trokken ze naar Ieper en Doornik om een baan te zoeken. In Doornik ging Steven in de leer bij een zijdehandelaar. Vervolgens keerde hij terug naar Ieper om zich verder te bekwamen bij zijn oom Willem van der Hagen.

In Andalusië Van der Hagen had op 12-jarige leeftijd een grote interesse voor Spanje en hij liep - zonder zijn oom op de hoogte te stellen - naar Calais om een schip te zoeken. De schipper hoorde dat hij niet uit Vlaanderen was en vroeg hem of hij was weggelopen. Hij raadde hem aan een vijftal Antwerpse kooplieden aan te spreken die per schip naar Spanje zouden reizen. Een van de kooplieden bood de jongen onder condities aan hem mee te nemen naar Sevilla. Van der Hagen gebruikte voor de zekerheid niet zijn achternaam, zodat niemand er achter zou komen wie zijn oom was.

thumb|400px|Panorama van Sanlucar door Antonie van Wijngaarden in 1567

Een paar dagen later liep hij zijn neef tegen het lijf. Die raadde hem aan naar huis te gaan, want men was al dagen naar hem op zoek. Steven weigerde resoluut, omdat zijn oom hem een pak slag had verkocht en vertelde dat hij naar Spanje zou gaan. In oktober vertrok het schip. Steven werd in de leer gedaan bij een lijnzaadverkoper in Sanlúcar, maar met een boosaardige vrouw. Steven hield het twee jaar vol, totdat hij voldoende Spaans sprak. In Sevilla kwam hij een van de kooplieden tegen die hem hadden meegenomen. Steven weigerde bij hem in dienst te treden en liep naar Jerez de la Frontera.

In Jerez ontmoette Van der Hagen Don Garcia d'Avila, die hem onderdak bood in zijn paleis. Steven zag stierengevechten op het marktplein en ruitergevechten op straat. In 1578 raakte Spanje in oorlog met Barbarije. Een aantal Hollandse schepen vocht mee, maar de zeelieden kwamen doodziek terug. Toen ze het sacrament kregen toegediend, fungeerde Van der Hagen als tolk. Vervolgens konden de schippers op gewijde grond worden begraven, wat anders niet mogelijk zou zijn geweest.

Van der Hagen ontmoette een schipper uit Medemblik en vroeg of hij kon meereizen terug naar Holland. Dat was geen probleem omdat veel leden van de bemanning inmiddels waren gestorven aan buikloop. Het schip werd geladen met zout en voer in konvooi terug. In Holland aangekomen reisde hij naar Amersfoort en hoorde dat zijn moeder gestorven en zijn vader hertrouwd was. Met het geld dat hij erfde, reisde hij naar Italië. In 1587 raakte het schip waarop hij zou terugreizen in handen van Francis Drake, die een aanval deed op Cádiz. In 1589 trouwde hij voor de schepenen met Stephania van der Made in Amsterdam. Het kerkelijk huwelijk vond enkele maanden later plaats in Utrecht.

Op zee Koopman en pionier van de zogenaamde Straatvaart, via de Straat van Gibraltar, door Noord-Nederlandse reders (1585 - 1593). Van Steven van der Hagen is bekend, dat hij namens zijn Hoornse opdrachtgever reeds in 1587 met zijn verlengde schip van 120 last, ofwel 240 ton door de “straat” voer. Door deze verlenging was het niet alleen mogelijk een grotere last graan te verschepen, maar ook langere eenheden, zoals scheepsmasten. Via de Hoornse reders kwam Van der Hagen in contact met Amsterdamse kooplieden, en in hun dienst zette hij zijn reizen naar de Middellandse Zee voort. Hij haalde onder andere in Spanje in beslag genomen schepen terug. Zijn kennis van het Spaans maakte hem geschikt als onderhandelaar. Samen met enkele Amsterdammers dreef hij ook een eigen handelsonderneming. Koopman op twee schepen naar de Golf van Guinee (juli 1597 - maart 1598).

De Derde Schipvaart thumb|400px|VOC-handelsposten op het vulkanische Ambon en Banda Neira (1655) met de nog steeds werkende Gunung Api (658m), het eiland in zwaveldamp hullend.Nog voordat Jacob van Neck met de Tweede Schipvaart teruggekeerd was stuurde de Oude Compagnie al drie nieuwe schepen uit: de Zon, de Maan en het jacht de Morgenster. Van der Hagen werd aangesteld als admiraal. Op 6 april 1599 vertrokken de schepen van Texel. Onderweg had men veel last van scheurbuik, die 'dapper in de vloot begon te regeeren'. Op de lange reis werden de eilanden Corisco en Annobon in de Golf van Guinee, en later Madagaskar en Sumatra aangedaan. Pas op 13 maart 1600 kwamen de schepen aan bij Bantam. De peper bleek er echter erg duur te zijn, zodat Van der Hagen met de Zon naar Ambon doorvoer, terwijl de Maan en de Morgenster naar Banda gingen. Op Ambon waren slechts wat oude voorraden kruidnagels te koop. Voorlopig zou er geen nieuwe oogst zijn. De Ambonezen op het noordelijke deel van Ambon, Hitoe, haalden Van der Hagen over om te proberen de Portugezen te verdrijven van het zuidelijke deel, Leitimor, maar na hun fort twee maanden belegerd te hebben moest die poging worden opgegeven. Van der Hagen sloot toen een contract met de bevolking tot levering van kruidnagels en grondvestte een fort, genaamd Kasteel van Verre, op de noordkust van Hitoe.Grote Atlas van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Atlas Isaak de Graaf, Atlas Amsterdam (2006), p. 333 De Ambonezen noemden het Kota Warwijck, naar Wybrand van Warwijck, de eerste Nederlandse admiraal die hen bezocht had (met de Tweede Schipvaart). Van der Hagen liet er een garnizoen van 27 vrijwilligers en vijf kanonnen achter.

Op 18 september kwamen ook de Maan en de Morgenster aan op Ambon, met een lading nootmuskaat en foelie. Ze waren in mei in Banda gearriveerd. Hier had Jacob van Heemskerck op de Tweede Schipvaart een aantal kooplieden achtergelaten. De schepen kwamen net op tijd om een vloot van 13 prauwen met zo’n 1500 man uit Tuban te verjagen. De vloot had de Nederlanders uit Banda willen verdrijven.

Op 6 oktober voeren de drie schepen terug naar Bantam. 19 november daar aangekomen troffen ze nog meer Nederlandse schepen aan, van de Vierde Schipvaart van Jacob Wilkens en de Negende Schipvaart van Pieter Both en Paulus van Caerden. De drie vloten besloten gezamenlijk peper in te kopen. Met zijn drie schepen verliet Van der Hagen in januari 1601 de rede van Bantam samen met Both en Wilkens, beide met twee van hun met peper geladen schepen. In september waren de zeven schepen terug bij Texel.

Het garnizoen van het Kasteel van Verre werd drie maanden na de stichting weer gelicht door Cornelis van Heemskerck met de Hollandia en de Overijssel van de Vierde Schipvaart, omdat het geen stand zou kunnen houden tegen een Portugese aanval vanaf Leitimor of Tidore en er inmiddels een flinke hoeveelheid kruidnagels was ingekocht.

In dienst van de VOC miniatuur|320x320px|De vloot van Van der Hagen vertrekt uit Amsterdam in 1603. Eind 1603 werd Van der Hagen benoemd als admiraal op de eerste vloot van de VOC. De schepen waren de Vereenigde Provinciën, met de admiraal Van der Hagen, schipper Simon Jansz. Hoen en opperkoopman Jan Willemsz. Verschoor. De Dordrecht met de viceadmiraal Cornelis Bastiaensz. De Amsterdam met Frederik de Houtman als opperkoopman. De Gelderland met schipper Jan Jansz. Mol, de Hof van Holland, de Zeeland, en de jachten Delft (met schipper Willem Schouten en koopman Paulus van Soldt), Westvriesland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik en de Duyfken, met Willem Jansz als schipper. Later werd nog de Gouda nagezonden. De vloot telde zo'n 1200 opvarenden. Ook aan boord was de jonge Samuel Blommaert. De twaalf schepen, uitgezonden door de kamers van Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen lagen twee maanden achter de kust van Engeland te wachten op gunstige wind. miniatuur|300x300px|Verovering van een Portugese kraak bij Mozambique. De VOC was niet alleen opgericht om efficiënter handel te kunnen drijven maar ook om de strijd tegen het Spaanse Rijk ook naar Azië uit te breiden, met grotere en sterkere vloten. Van der Hagen had daarom een geheime instructie meegekregen die hij pas op zee mocht openen. Bij het lezen werd de vlootvoogd uitermate nijdig, want de Heren XVII bevalen hem tegen de Spanjaarden en Portugezen te vechten bij Mozambique en op de kust van India. Ook van de bemanning kwamen veel protesten, aangezien zij als zeelieden waren aangenomen en niet als soldaten.

Calicut miniatuur|320x320px|De ontvangst van de vloot in Calicut. Na een half jaar (30 mei 1604) kwam Kaap de Goede Hoop in zicht. Vervolgens werd een Portugees schip gekaapt, beladen met ivoor. Op 21 september kwamen de schepen in Goa aan; een maand later in Calicut. Van der Hagen beperkte zich verder tot het verdedigen van de vloot als die werd aangevallen. Hij bereikte in Calicut als eerste een politieke overeenkomst met de Indiërs, dat wil zeggen met de samorijn, of 'Keyzer van Malabar', om het de Portugezen moeilijk te maken. Van der Hagen in Kerala Het was 'een vast verbondt, eeuwighe ende onverbreeckelycke alliantie tot verdruckinghe der Portugesen, ende alle hare geassocieerden te verdryven, uyt alle de landen van Zyne Mayesteyt ende oock uyt geheel Indien'. Twintig Portugese fregatten deden een aanval op Van der Hagens vloot, maar zij werden zo ontvangen 'dat hun weldra de Hollandsche spijze niet meer lustte'. De Zeeland en de Enkhuizen voeren hierna naar Suratte, en vestigden daar een factorij.

Omdat Van der Hagen snel naar de specerijeilanden wilde varen liet hij het gezantschap dat namens de sultan van Atjeh een bezoek aan de Republiek had gebracht door het jacht Delft in Atjeh afzetten terwijl hij met de vloot verder voer. De Delft verkende daarna de Coromandelkust. Deze was belangrijk vanwege de daar geproduceerde katoenen weefsels (lijwaten) die in Oost-Indië veel gevraagd werden, en ook voor de handel in edelstenen uit Golkonda.Wennekes, W. (1996) Gouden Handel. De eerste Nederlanders overzee, en wat zij daar haalden, p. 138. De koopman Paulus van Soldt bezocht het hof van Golkonda en verkreeg daar een firman (vergunning) voor de VOC om handel te drijven en in Masulipatnam en Petapoeli (het huidige Nizampatnam) factorijen te stichten.

Ambon