thumb|Cornelis Suys thumb|Het wapen van Suys toont drie goudkleurige heiblokken op een azuren achtergrond als symbool voor volhardend en vakkundig werk. Cornelis Suys (Den Haag, ca. 1509 – Den Haag, 19 september 1580) was ambachtsheer van Rijswijk en president van het Hof van Holland. Daarnaast was Cornelis ook ridder en regulier raadsheer van Filips II van Spanje.

Cornelis Suys was een bestuurder uit een Dordts bestuurdersgeslacht. Zijn vader, Cornelis Suys Pietersz., was meesterknaap van de houtvesterij. Zijn grootvader kocht in 1484 in Rijswijk het Huis Den Burch. Cornelis studeerde van 1525 tot 1532 in Leuven; vanaf 1527 volgde hij daar colleges aan het Collegium TrilingueGuépin, J.P. e.a. (2000) De drie dichtende broers: Grudius, Marius, Secundus Assen: Uitgeverij Van Gorcum, en vervolgde zijn studie rechten in Frankrijk. Suys onderhield vriendschappelijke betrekkingen met vooraanstaande humanisten van zijn tijd. Hij deelde de humanistische interesses van Nicolaas Nicolai en las het werk van diens broer Janus Secundus. Mogelijk reisde hij in 1525 samen met Viglius van Aytta naar Parijs; ook later bleven zij bevriend. Evenals Arnoud Sasbout en Nicolaas Nicolai was hij een leerling van Goclenius aan het Collegium Trilingue. Splinter van Hargen was een bloedverwant en nauw bondgenoot.

Suys huwde in 1534 met Maria van Droogendijck, dochter van de rekenmeester Vincent Dammasz van Droogendijck. Ze kregen drie kinderen, maar Maria overleed in 1539. Hij hertrouwde in 1545 met Anna de Bije. Uit dit huwelijk kwamen vier kinderen voort. Anna overleed in 1558, en hij hertrouwde voor de laatste maal in 1562 met Catharina van Schoonhoven. Met haar kreeg hij twee kinderen.Volgens Ter Braake resp. 2, 3 en 1. Suys was katholiek en had humanistische interesses.

Toen Willem van Oranje in 1544 van René van Chalon de ambachtsheerlijkheid Rijswijk erfde, had Suys over Rijswijk al het windrecht, bottinggeldBottinggeld kan twee betekenissen hebben: 1. Een cijns op koren. 2. Een grafelijke belasting. Als de graaf van Holland rechtspraak hield in een bepaalde stad, moest deze stad een belasting betalen, bottinggeld. en recht op visserij en vogelvangst. Willem ruilde de ambachtsheerlijkheid in 1557 met Suys voor de Loosduinredijkse tiende onder Monster. Vervolgens verkreeg Suys in 1558 voor 600 pond ook de hoge heerlijkheid van Rijswijk. Het is opvallend dat Suys zowel de hoge als de ambachtsheerlijkheid Rijswijk verkreeg, omdat de hoge heerlijkheid was voorbehouden aan de graaf van Holland.In de praktijk kwamen dergelijke rechten echter soms in handen van invloedrijke bestuurders door verpanding of aankoop. Hij kon zich dus met recht heer van Rijswijk noemen. Suys woonde ’s zomers op het Huis Den Burch, dat sinds 1491 in het bezit was van het geslacht Suys. In de winter woonde hij aan het Lange Voorhout in Den Haag.

Suys werd in 1535 raadsheer in het Hof van Holland en was de rechterhand van de president Gerrit van Assendelft. De Vlaamse raadsheer Willem Snouckaert was in conflict met Van Assendelft, en botste daardoor ook met diens bondgenoot Suys. Snouckaert vreesde bovendien dat Suys Gerrit van Assendelft als president zou opvolgen. In 1555 werd Suys door Snouckaart beschuldigd van nepotisme en omkoping.Zie hiervoor S. ter Braake, Rond het Binnenhof. Twintig Haagse Geschiedenissen uit de zestiende eeuw (Hilversum 2012) verhaal 2: Corruptie, nepotimse en ambtsmisbruik. Cornelis Suys en het mysterie van het zilveren tonnetje Suys ontkende en werd in 1559 - samen met Van Assendelft - vrijgesproken. Snouckaert werd uit zijn ambt gezet en moest in het openbaar zijn excuses aanbieden.

In 1559 werd Suys inderdaad benoemd tot president van het Hof van Holland. Suys, katholiek, stond in aanzien bij keizer Karel V en Filips II van Spanje, en genoot eveneens het vertrouwen van landvoogdes Margaretha van Parma. In 1569 werd hij door Alva ingezet om zijn standpunt inzake de Tiende Penning kracht bij te zetten.

Daarnaast was hij van 1554 tot 1577 substituut van de bewaarder van de charters en registers, onder Viglius van Aytta, en na diens overlijden bewaarder van de charters en registers. Hij was minstens vanaf 1539 raad in het leenhof van Holland, en vervulde de functie van stadhouder van de lenen en voorzitter van het leenhof, aanvankelijk voorlopig (1554), als vervanger van de zieke Gerrit van Assendelft. Van 1539 tot 1560 was hij tevens hoogheemraad van Delfland.

Suys was bevriend met Cornelis Musius, rector van het Sint-Agathaklooster in Delft (het huidige Prinsenhof). In oktober 1572 week Suys, samen met het Hof van Holland, uit naar Utrecht.Deze verhuizing was ingegeven door de onrust en politieke veranderingen tijdens de Opstand, waarbij Spaansgezinde bestuurders zoals Suys hun veiligheid zochten buiten de opstandige steden. Later ging hij naar Brussel. Musius zou twee maanden na de vlucht van Suys uit Delft worden gemarteld en vermoord. Met de Pacificatie van Gent werd amnestie verleend aan de katholieken en Spaansgezinden, en daarom kon Suys weer naar Rijswijk terugkeren. Hoewel het katholieke geloof nu verboden was, trad hij niet op tegen de schuilkerken in Rijswijk, maar organiseerde zelfs bijeenkomsten voor katholieken op zijn Huis Den Burch.

Cornelis Suys overleed op 19 september 1580 in Den Haag. Hoewel katholiek, werd hij in het familiegraf in de protestants geworden Oude kerk van Rijswijk begraven.Als enige begraafplek in Rijswijk bood de Oude Kerk nog lang een rustplaats aan gelovigen van andere gezindten. De hoge heerlijkheid Rijswijk ging na zijn dood naar de Staten van Holland. De ambachtsheerlijkheid Rijswijk ging over op zijn dochter Margaretha uit zijn huwelijk met Anna de Bije. Margaretha trouwde in 1581 met jonkheer Adam van der Duijn, heer van ’s Gravenmoer.

Het graf van Suys in de Oude kerk van Rijswijk werd in 1982 gerestaureerd.

Categorie:Lid van het Hof van Holland Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 16e eeuw Categorie:Geschiedenis van Rijswijk