Galileo Galilei (Pisa, 15 februari 1564, art. Galileo Galilei, in Dictionary of Scientific Biography V (1971), p. 237. In verband met de verwarring in de bronnen rond zijn geboortedatum, zie: (1989). Viviani's Life of Galileo. Isis 80: 206–231. Merk op dat zijn geboortedatum nog volgens de juliaanse kalender is. Gearchiveerd op 18 januari 2017. – Arcetri, Florence, 8 januari 1642In verband met zijn sterfdatum, zie: , Introduction, in (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, pp. 24-25.) was een Italiaans natuurkundige, astronoom, wiskundige en filosoof. Hij was hoogleraar in Pisa (1589-1592) en Padua (1592-1610). In het Nederlands, het Duits en in de Scandinavische talen wordt hij meestal aangeduid als Galilei, in het Frans als Galilée. In de meeste andere Europese talen wordt hij bij zijn voornaam Galileo genoemd.

Leven miniatuur|links|Geboortehuis van Galilei in Pisa Jeugd Galilei werd op 15 februari 1564 geboren in Pisa als oudste zoon van Vincenzo Galilei en Giulia Ammananti., Introduction, in (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 18. Zijn vader was een bekend luitspeler-componist en schrijver van muziektheoretische boeken. In 1572 trok Vincenzo samen met zijn vrouw en vijf jongste kinderen naar Florence, waarbij de achtjarige GalileoO'Connor, J. J.; Robertson, E.F. "Galileo Galilei". The MacTutor History of Mathematics archive. University of St Andrews, Scotland. Retrieved 2007-07-24. achterbleef in Pisa bij Muzio Tedaldi, schoonfamilie van zijn moeder, een koopman met wie Galilei's vader korte tijd een handel in wol had gehad. (1978). Galileo at Work: His Scientific Biography, Chicago In 1574 voegde Galilei zich weer bij zijn familie in Florence, waar hij werd onderwezen in het Camaldulenzer klooster van Santa Maria van Vallombrosa. De jonge Galilei werd zo aangetrokken tot het kloosterleven dat hij zelfs een tijdje novice was, totdat zijn vader hem daar weghaalde., Galileo at Work: His Scientific Biography, Chicago, 1978 (= New York, 2003), p. 2, , Introduction, in (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 18, , Galileo's Pisan studies in science and philosophy, in (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 28. Deze wenste namelijk dat zijn zoon dokter zou worden, zoals een vijftiende-eeuwse voorzaat van de familie Galilei, Galileo Bonaiuti, naar wie Galilei was genoemd. Het gezin had moeite om rond te komen. Galilei voorzag zijn leven lang in het onderhoud van zijn broers en zussen.

Universitaire studies In 1580 zorgde Vincenzo ervoor dat zijn zestienjarige zoon werd ingeschreven aan de faculteit geneeskunde van de Universiteit van Pisa en regelde hij het zo dat Galilei opnieuw bij Tedaldi kon intrekken. De studies spraken hem niet aan, maar buiten de universiteit om maakte hij kennis met de toegepaste wiskunde door toedoen van Ostilio Ricci. Deze bepaalde soortelijke dichtheden en hield zich bezig met stromende en rustende vloeistoffen, waar later Galilei's eerste onderzoekingen over zouden gaan. Met hulp van deze Ostilio Ricci overtuigde Galilei in 1583 zijn vader ervan om zich via privélessen in de wiskunde te bekwamen., Galileo at Work: His Scientific Biography, Chicago, 1978 (= New York, 2003), pp. 2-3, , Introduction, in (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 18, , Galileo's Pisan studies in science and philosophy, in (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, pp. 28-29. Hij begon ook aan een studie natuurkunde maar moest door geldgebrek na vier jaar stoppen, mede omdat groothertog Ferdinand hem niet financieel wilde steunen om zijn doctorstitel te halen. In 1585 verliet hij de universiteit zonder diploma., Galileo, 2010, p. 5

Hoogleraar In 1589 werd hem, op voorspraak van zijn beschermheer, markies Guidobaldo del Monte, in Pisa een leerstoel wiskunde aangeboden, die hij aannam. Naar het schijnt had hij het hier niet erg naar zijn zin; hij ervoer geregeld onenigheden met collega's en het salaris was relatief laag (60 scudi (schilden) per jaar). Daardoor moest hij bijlessen geven en studenten in huis nemen. In 1590 publiceerde hij zijn eerste boek De motu (Over beweging). Hij nam in 1592 ontslag en trok daarna weer in bij zijn ouders.

miniatuur|links|Galilei en Viviani(1892), Tito Lessi, Galileomuseum

Na enkele maanden werd hij door de universiteit van Padua aangenomen, waar hij tot 1610 als hoogleraar les gaf in meetkunde, mechanica en sterrenkunde. Hij zou het hier erg naar zijn zin hebben gehad, en het salaris was aanzienlijk hoger, vooral ook door de bijlessen die hij gaf en de studenten die hij in zijn huis nam.

Galilei richtte een werkplaats in als instrumentenmakerij, voor eigen proeven en voor de verkoop van bijvoorbeeld zijn proportionaalpasser. Met die passer kon men worteltrekken en ook andere berekeningen doen zoals wiskundige berekeningen zonder hoofdrekenen. In 1609 maakte hij, geïnspireerd door het ontwerp van de telescoop, die in Nederland uitgevonden was door Hans Lipperhey, een verbeterde versie van de kijker, waarmee hij al in datzelfde jaar een aantal opzienbarende astronomische ontdekkingen deed. In deze periode deed Galilei zijn ontdekkingen in de zuivere en toegepaste wetenschap, onder meer in de bewegingsleer (kinematica), de sterrenkunde en de sterkteleer van materialen. Daarnaast doceerde hij aan zijn studenten vernieuwende theorieën, bijvoorbeeld in de natuurkunde, waarbij hij doceerde dat de valversnelling, in tegenstelling tot Aristoteles' ideeën, onafhankelijk is van de massa. Ook begon hij te twijfelen aan de leer van Ptolemeus, en verdedigde hij in plaats daarvan de leer van Copernicus.

Samenwonen en kinderen Hoewel hij katholiek was, leefde Galilei ongetrouwd samen met Marina Gamba, en leefde daarmee in de ogen van de Katholieke Kerk in zonde. Ze kregen twee dochters en een zoon. De dochters werden vanwege hun onwettige geboorte - niemand zou hen willen trouwen - naar het klooster San Matteo in Arcetri gestuurd., Galileo's Daughter: A Historical Memoir of Science, Faith, and Love, Londen, 1999, pp. 3-12. Vanuit het klooster was Maria Celeste, de oudste dochter, een bron van steun voor haar vader.

Publicaties en conflict met de Kerk In 1610 publiceerde Galilei zijn waarnemingen van de maan, de sterrenhemel, de Melkweg en de manen van Jupiter, allemaal gedaan met behulp van zijn telescoop, in zijn Sidereus Nuncius (Sterrenbode). Het jaar daarop kwam Galilei naar Rome om aan de jezuïeten van het Collegio Romano de telescoop te demonstreren. Hij werd toen ook lid van de Accademia dei Lincei.

Vanaf 1612 ontstond er verzet tegen Galilei's bewijzen voor een copernicaans, heliocentrisch wereldbeeld, dat niet in overeenstemming was met de opvatting van de Kerk dat de aarde het centrum van het heelal was. Galilei kwam weer naar Rome, ditmaal om zich te verdedigen. Kardinaal Bellarmino, die Galilei genegen was, vermaande Galilei op last van paus Paulus V in 1616 de copernicaanse theorie niet meer in het openbaar te verdedigen. In 1622 schreef Galilei zijn tweede boek, Il saggiatore, dat werd goedgekeurd en uitgegeven in 1623.

Al in de vroegchristelijke periode werd de metafoor van het boek van de natuur gehanteerd. Dit was een opvatting die de natuur ziet als een boek dat - naast de Bijbel – gelezen kan worden als een bron van godskennis. Vanaf Augustinus lag een nadruk op het belang dat op deze wijze ook ongeletterden tot die godskennis konden komen. In Il saggiatore breekt Galilei met de augustijnse traditie van de vijfde eeuw dat het boek van de natuur door iedereen gelezen kan worden, ook door ongeletterden. Het boek kan niet begrepen worden als men niet eerst de taal en de letters leert waarin het geschreven is. Het boek is geschreven in de taal van de wiskunde en zijn letters zijn driehoeken, cirkels en andere geometrische figuren en zonder die kennis is het menselijk onmogelijk ook maar een enkel woord [van het boek] te begrijpen.

In 1630 vroeg Galilei in Rome toestemming om zijn Dialogo uit te geven. Nadat aan de eis tot het aanbrengen van enkele wijzigingen was voldaan, kreeg het boek het imprimatur en werd het uitgegeven in Florence in 1632. In oktober 1632 werd Galilei echter alsnog opgeroepen om te verschijnen voor de kerkelijke rechtbank in Rome om zich te verantwoorden voor de uitgave van de Dialogo. Zie hierover verder onder Conflict met de Katholieke Kerk.

De Discorsi en overlijden miniatuur|Portret van Galileo Galilei, circa 72 jaar oud (1636), Justus Sustermans, NMM miniatuur|Grafmonument van Galilei in de Santa Croce kerk te Florence Tijdens zijn huisarrest verbleef hij eerst vijf maanden in de woning van de aartsbisschop van Siena. Deze was een overtuigd aanhanger van Galilei en steunde hem overal waar nodig. In december 1633 mocht Galilei dan eindelijk terug naar zijn villa in Arcetri, waar hem het verbod werd opgelegd ook maar iets te doceren. Volgens het oordeel moest hij drie jaar lang elke week de zeven boetpsalmen bidden. Zijn dochter Suor Celeste nam deze opgave, zolang ze nog in leven was, over. Zijn sociale contacten werden ook aan banden gelegd. Toch mocht hij nog zijn dochter in het klooster San Matteo bezoeken en enkele onderzoeken uitvoeren (maar niet naar onderwerpen die gerelateerd waren aan het heliocentrisme). Na een tijdje werd zijn huisarrest minder streng. Hij mocht brieven schrijven naar vrienden en geleerden en kon soms zelfs bezoek ontvangen. Onder andere Thomas Hobbes en John Milton bezochten hem en vanaf 1641 ook zijn voormalige leerling Benedetto Castelli.

Terwijl Galilei onder huisarrest stond, slaagde hij erin een belangrijk boek naar de Nederlanden te laten smokkelen: Discorsi e Dimostrazioni Matematiche, intorno a due nuove scienze (gesprekken en wiskundige bewijzen aangaande twee nieuwe wetenschappen). Hierin verdedigde hij zijn nieuwe inzichten. Dezelfde personen van de Dialogo van 1632 keerden erin terug. Het werd in 1638 in Leiden gepubliceerd. De twee "nieuwe" wetenschappen zijn materiaalkunde en kinematica.

Galilei overleed op 8 januari 1642. De groothertog van Toscane, Ferdinando II, wenste hem te begraven in het voornaamste deel van de Basilica di Santa Croce in Florence, naast de tombes van zijn vader en andere voorouders, en een marmeren mausoleum te zijner ere op te trekken. (2003). Galileo in Rome: The Rise and Fall of a Troublesome Genius, Oxford, p. 199 (1999). Galileo's Daughter: A Historical Memoir of Science, Faith, and Love, Londen, p. 378. Deze plannen werden echter geschrapt, nadat paus Urbanus VIII en diens neef, kardinaal Francesco Barberini, hiertegen hadden geprotesteerd. (1996). Galileo: Decisive Innovator, Cambridge, p. 207 (ed.) (1906). Le Opere di Galileo Galilei, XVIII, Florence, pp. 378-380 Hij werd in plaats daarvan begraven in een kleine kamer naast de novicenkapel aan het eind van een gang naar de sacristie van het zuidelijke transept van de basilica. (1999). Galileo's Daughter: A Historical Memoir of Science, Faith, and Love, Londen, p. 380. In 1737 werden de stoffelijke resten van Galilei opgegraven en herbegraven in het voornaamste deel van de basilica nadat er een fraai grafmonument te zijner ere was opgetrokken. (2003). Galileo in Rome: The Rise and Fall of a Troublesome Genius, Oxford, p. 200 Bij de opgraving werd om onduidelijke redenen de middelvinger van zijn rechterhand afgehakt. (1998). The sepulchers of Galileo: The "living" remains of a hero of science, in (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, nn. 71-72. Gearchiveerd op 12 juli 2023. Dit relikwie is te bezichtigen in het Museo di Storia della Scienza, ook in Florence.

Sterrenkunde Pionier van de telescoop