De Dertigjarige Oorlog (1618–1648) was een grootschalig conflict waar de meeste Europese mogendheden bij betrokken waren. De hoofdoorzaken waren de spanningen tussen katholieke en protestantse staten, maar voor Frankrijk speelden ook geostrategische motieven een belangrijke rol.
De oorlog woedde voornamelijk in het Heilige Roomse Rijk, de Spaanse Nederlanden, Noord-Spanje en Noord-Italië met gevechten in Afrika en het Amerikaanse continent. Ook waren er zeeslagen op de Middellandse Zee en in de Golf van Biskaje. Wegens de sterke geografische spreiding van de grootschalige vijandelijkheden kan men spreken van het eerste langdurige wereldomspannende conflict of een wereldoorlog.
Het conflict begon toen de katholieke staten Spanje en Oostenrijk de protestantse staten in het noorden van het Heilige Roomse Rijk veroverden (Boheems-Paltse en Noord-Duitse/Deense fase). Zweden maakte dit ongedaan (Zweedse fase). Frankrijk greep actief in (Franse fase) om Spanje en Oostenrijk te verzwakken, wat ruimschoots lukte (Spaanse en eindfase). De Vrede van Westfalen maakte een einde aan de oorlog.
Aanloop (1604-1618) thumb|Keizer Ferdinand II, onder wiens bewind de dertigjarige oorlog zich afspeelde. Aan de basis lagen de gevolgen van de Contrareformatie en het compromis bereikt in de Godsdienstvrede van Augsburg (1555). Men ging uit van het principe cuius regio, eius religio (wiens gebied, diens religie; de regionale politieke heerser bepaalde de godsdienst). De keizers Rudolf en Matthias bestreden het islamitische Ottomaanse Rijk en waren voor religieuze tolerantie tussen de christenen, onder invloed van kardinaal Melchior Khlesl.
De Vijftienjarige Oorlog tussen het Habsburgse rijk en het Ottomaanse Rijk over Transsylvanië, veroorzaakt door het wanbeheer van gouverneur Giorgio Basta, leidde tot een opstand van de protestantse Transsylvaanse elite onder leiding van István Bocskai. Keizer Rudolf reageerde door de hussieten in Bohemen en in Silezië voor zich te winnen met meer godsdienstvrijheid (juli–augustus 1609). Uiteindelijk zette Matthias zijn broer keizer Rudolf in Bohemen en ook in Silezië af (maart 1611) en werd hij na diens dood verkozen tot nieuwe keizer van het Heilige Roomse Rijk (juni 1612).
Maar ook in Duitsland namen de godsdienstige spanningen toe. Het calvinistische Paltsgraafschap aan de Rijn stichtte met de lutheranen uit Noord-Duitsland een Protestantse Unie (mei 1608). Als reactie verenigde Beieren de katholieke vorsten van vooral Zuid-Duitsland in een Katholieke Liga (juli 1609).
Ondertussen bestreed aartshertog Ferdinand de lutheranen in Oostenrijk te vuur en te zwaard. Toen hij acht jaar later ook de hussieten in Bohemen hun godsdienstvrijheid wilde ontnemen (1617), die ze nog niet zo lang geleden hadden verkregen, barstte de Dertigjarige Oorlog los (mei 1618). De verkiezing van Ferdinand na Matthias' dood (maart 1619) tot keizer Ferdinand II maakte van hem in deze oorlog de onbetwiste leider van het katholieke kamp.
'Het was een oorlog waarin velen van de belangrijkste katholieke mededingers - Ferdinand van Bohemen en de katholieke generaals Wallenstein en Tilly - bij de jezuïeten waren opgeleid, en tijdens het hele conflict kwamen de jezuïeten regelmatig met uitgesproken oorlogszuchtige adviezen op de proppen.'Wright, J. (2004), De Jezuïeten, p. 41
Overzicht van de strijdende partijen 400px|center|miniatuur|class=skin-invert-image| Anti-Habsburg directPro-Habsburg direct
Boheems-Paltse fase (1618-1622) Ferdinand II herovert Bohemen thumb|De Tweede Praagse Defenestratie, het startschot voor de oorlog thumb|Johan t'Serclaes van Tilly helpt de keizer vanuit Beieren en wint de Slag op de Witte Berg (1620), de Slag bij Bad Wimpfen (1622) en de Slag bij Stadtlohn (1623)
1617–1618 thumb|Praag, 21 juni 1621: de terechtstelling van hussitische edelen leidt tot het einde van het hussitisme en het begin van culturele assimilatie voor de Tsjechen
Toen de zeer katholieke Ferdinand in juni 1617 werd gekozen tot koning van het hussitische Bohemen, gooiden de hussieten in het kasteel te Praag twee van zijn vertegenwoordigers in mei 1618 uit het raam. Deze zogenaamde Tweede Praagse Defenestratie was de casus belli, het startschot van de Dertigjarige Oorlog. De hussieten vielen aan en overwonnen de keizerlijke troepen bij Pilsen en bij Lomnice nad Lužnicí (september en november 1618).
1619 Boheemse troepen trokken in 1619 tweemaal op naar Wenen, zonder tot een echte belegering te kunnen komen, maar boekten in augustus elders successen. De staten van Bohemen riepen in november de calvinistische Paltsgraaf Frederik V uit tot koning.
In oktober viel Gabriël Bethlen, de calvinistische vorst van Transsylvanië, Habsburgs Slowakije binnen en veroverde Bratislava, maar Ferdinand II verbond zich in dezelfde maand met Beieren en het lutherse Saksen. In november moest Bethlen zijn positie voor Wenen opgeven toen hij in Slowakije werd aangevallen door Polen-Litouwen, dat de katholieke keizer te hulp schoot.
1620–1621 Door de benoeming van de keurvorst van de Palts tot koning van Bohemen had de strijd een bovenregionaal karakter gekregen. Zo vielen legereenheden van het Spaanse Rijk de Palts binnen. De Beierse generaal Johan t'Serclaes van Tilly kon de Boheemse hussieten verpletterend verslaan in de Slag op de Witte Berg (november 1620). Deze slag was beslissend. De Tsjechen en het hussitisme verdwenen voor 300 jaar uit de geschiedenis: keizer Ferdinand II verjoeg de hussitische predikers, herverdeelde 50% van het grootgrondbezit aan buitenlanders en verplaatste de Boheemse kanselarij naar Wenen. Van de 3 miljoen Bohemers weken er 2,2 miljoen uit. Het was niet alleen een godsdienstige, maar ook een etnische zuivering. De ontvolking en de grote instroom van etnische Duitsers drukte een stempel op de geschiedenis van de Tsjechische landen, zelfs tot in de Tweede Wereldoorlog toe. Hitler rechtvaardigde er zijn Heim ins Reich-politiek mee.
Frederik V nam de wijk naar zijn thuisbasis, de Palts. En Ferdinand II kon in mei 1621 Bratislava heroveren op Bethlen, waarop deze vrede moest sluiten (december 1621). Ferdinand II kreeg zo zijn Oostenrijks-Boheemse thuislanden terug en had de handen vrij voor andere zaken.
De Republiek steunt de Palts, Bohemen en de protestantse Unie Koning Jacobus I van Engeland had zijn schoonzoon Frederik van de Palts afgeraden het koningschap van Bohemen te aanvaarden. Maar zijn neef Maurits van Oranje, de stadhouder van de Republiek, had hem hiertoe aangemoedigd,De Republiek 1477-1806, J.I. Israel, Franeker, 1996, p. 516 omdat die wist dat deze calvinist op de Boheemse troon onaanvaardbaar zou zijn voor de Habsburgers. Hij wilde de Spaanse Habsburgers, die de Oostenrijkse Habsburgers steunden, een extra probleem geven voor het geval dat het Twaalfjarig Bestand niet zou worden verlengd. Maurits bood zowel Frederik als de Noord-Duitsers, de protestantse Unie, militaire en financiële steun. Tijdens de Slag op de Witte Berg was zeker een achtste van de troepen Nederlands of betaald door de Nederlandse Republiek. thumb|180px|links|De calvinistische keurvorst Frederik V van de Palts, koning van Bohemen (1619-1623)
Spanje valt de Republiek aan en verovert de Palts In de Nederlanden liep het Twaalfjarig Bestand af in 1621; aartshertog Albrecht van Oostenrijk, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, stierf in juli van datzelfde jaar. Spanje heropende de vijandelijkheden op de Republiek met een verrassingsaanval op een Staatse vloot bij Kaap Sint-Vincent aan de zuidkust van Zuid-Portugal.
Spanje had in juli 1620 al de Valtellina-bergpas en het Zwitserse Graubünden veroverd, als verbinding tussen het eigen hertogdom Milaan/Lombardije en het Oostenrijkse Innsbruck. Spanje beheerste de westelijke Middellandse Zee, Sardinië, het koninkrijk Sicilië en Zuid-Italië (koninkrijk Napels), alsook Milaan en Lombardije en indirect de rest van Noord-Italië. Bovendien hield het de Pauselijke Staat in Midden-Italië tussen Zuid- en Noord-Italië omsingeld.
Spanje bevocht de Republiek ook vanuit de Zuidelijke Nederlanden, maar kon dat gebied niet over zee bereiken. De Republiek blokkeerde de Vlaamse kust en Spanjes zeemacht was te zwak om dat te verhelpen. Maar Spaanse troepen uit Italië konden nu via de Valtellina-bergpas, Oostenrijk en het Duitse Rijk de Zuidelijke Nederlanden te voet bereiken. Katholiek Spanje en Oostenrijk stelden zo hun verbindingen zeker. Dat dit nodig bleek, gaf aan hoe zwak Spanje was bij het begin van de oorlog. Dat belette niet dat toen de vredelievende Filips III van Spanje in maart 1621 stierf, zijn opvolger Filips IV onmiddellijk inzette op oorlog.
Ferdinand II kon zo in Duitsland alles op alles zetten en de hulp van Spanje inroepen. Spanje liep in september 1620 vanuit de Zuidelijke Nederlanden de Palts van Frederik V onder de voet, nog voor Ferdinand II met hem afrekende in Bohemen (november 1620). De Palts strekte zich toen uit van Mainz over Worms naar Spiers aan beide zijde van de Midden-Rijn, met als voornaamste steden Mannheim en Heidelberg. De enige calvinistische staat naast Hessen-Kassel van Duitsland werd opgedoekt. De lutheranen hielpen die calvinistische staat niet en vervulden hun verplichtingen binnen de protestantse Unie niet. De calvinistische Nederlanders werden daardoor erg terughoudend om de Noord-Duitse lutheranen nog te helpen.
Na hun overwinningen op de Witte Berg en op Bethlen snelde nu ook Tilly met het keizerlijke leger toe. Ditmaal reageerden de lutheranen wél en hielden Tilly tegen in Wiesloch (april 1622) onder Heidelberg. Maar Tilly vond aansluiting bij een Spaans leger uit de Zuidelijke Nederlanden, en versloeg de lutheranen bij Bad Wimpfen, ten oosten van Heidelberg (mei 1622). En noordelijker, in Frankfort, belette Tilly de lutheranen om de Main over te steken (juni 1622). Frederik V moest de Palts opgeven (juli 1622). Hij vluchtte naar de Republiek, waar hij bekend werd als de Winterkoning, omdat hij slechts een winter lang over Bohemen had geregeerd. De Palts werd door Ferdinand II aan Beieren overgedragen.
De lutheranen vielen nu ook de Zuidelijke Nederlanden binnen, om de Republiek te steunen, maar toegesnelde Spaanse troepen weerden hen af bij Charleroi (augustus 1622). Desalniettemin moest Spinola in de Republiek omwille van deze lutheranen in oktober 1622 het Beleg van Bergen op Zoom opbreken. Spanje en de keizer moesten vervolgens de lutheranen in hun Noord-Duitse thuislanden bestrijden.
Noord-Duitse/Deense fase (1622-1630) Ferdinand II, campagne in Noord-Duitsland thumb|150px|links|Johan t'Serclaes van Tilly, Zuid-Nederlands veldheer van keizer Ferdinand II thumb|150px|right|Albrecht von Wallenstein, Tsjechisch veldheer van keizer Ferdinand II
In de Palts verloren de lutheranen in 1622 nog Heidelberg en Mannheim (september resp. november 1622). Spaanse en keizerlijke troepen achtervolgden hen tot in Noord-Duitsland. Hertog Christiaan van Brunswijk-Wolfenbüttel kreeg geen steun van de andere lutheranen; hun staatjes waren klein. Van de twee grotere lutherse staten was de mark Brandenburg neutraal en het keurvorstendom Saksen (1596-1633)| zelfs keizersgezind. Tilly versloeg de hertog van Brunswijk te Stadtlohn, aan de grens met de Republiek, ter hoogte van Münster (augustus 1623).
Vervolgens viel de campagne even stil doordat Bethlen Gábor van Transsylvanië na een eerste poging in 1620 opnieuw Habsburgs Slowakije veroverde en Ferdinand II hem opnieuw moest terugdrijven (1623-mei 1624). Spanje maakte van deze adempauze gebruik om in de Zuidelijke Nederlanden de Republiek aan te vallen en na een lang beleg Breda in te nemen (augustus 1624-juni 1625). En op zee sloeg Spanje nog een tegenaanval van koninkrijk Engeland en de Republiek af bij Cádiz (november 1625).