miniatuur|Prinsbisdom Schwerin (in paars) en graafschap Schwerin (in groen ten westen), grosso modo gescheiden door het meer van Schwerin. Schwerin was een tot de Neder-Saksische Kreits behorend prinsbisdomGerhard Köbler. Historisches Lexikon der deutschen Länder; die deutschen Territorien vom Mittelalter bis zur Gegenwart. Verlag CH Beck, München 2007. Op blz 655 Hochstift, Fürstentum Schwerin. on line, later vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk.
Niet te verwarren met het graafschap SchwerinFriedrich Wigger. Ueber die Stammtafel der alten Grafen von Schwerin. In: Jahrbücher des Vereins für Mecklenburgische Geschichte und Altertumskunde, Band 34, S. 55-140. 1869 on line,Georg Christian Friedrich Lisch. Zur Genealogie der Grafen von Schwerin und über den Verkauf der Grafschaft Schwerin. In: Jahrbücher des Vereins für Mecklenburgische Geschichte und Altertumskunde, Band 15, S. 23-42. 1850 on line,Gerhard Köbler, zie referentie hierboven. Op blz 654 Grafschaft Schwerin. on line dat ten westen lag; de stad Schwerin lag op de grens tussen prinsbisdom en graafschap (zie kaart).
Het bisdom Michelenburg werd in 1062/6 gesticht voor de missionering van de Abodriten. Het bisdom maakte deel uit van de kerkprovincie Bremen. Het bisdom ging ten onder tijdens de Slavenopstand en werd in 1149/60 opnieuw gesticht.Mittelalter Genealogie, Bistum Schwerin, on line In 1166 verlegde Hendrik de Leeuw de bisschopszetel naar het pas veroverde Schwerin. In 1177 verkreeg het bisdom de burcht en het land Bützow. Missioneringskloosters werden gesticht in Doberan en Dargun. Na de val van hertog Hendrik de Leeuw van Saksen in 1180 werd het bisdom rijksvrij. Deze status was echter omstreden. Sinds 1239 resideerden de bisschoppen in Bützow. In de vijftiende eeuw werden de bisschoppen afhankelijk van de hertogen van Mecklenburg.
thumb|bisdom Schwerin thumb|bisdom Schwerin thumb|vorstendom Schwerin In 1533/68 werd de Reformatie ingevoerd. In 1561 bevestigde het Rijkskamergerecht dat het bisdom Reichsunmittelbar was. Van 1627 tot 1633 was het als leen in bezit van Wallenstein.
Door paragraaf 1 van artikel 12 van de Vrede van Osnabrück van 1648 kwam het bisdom als erfelijk vorstendom en rijksleen aan de hertog van Mecklenburg-Schwerin. De met het vorstendom verbonden zetels in de Rijksdag en de Neder-Saksische Kreits bleven bestaan.
Pas in 1851 gingen de landstanden van het vorstendom op in die van Mecklenburg.
Regenten 1062-1066: Johan I Scotus 1066-1148: onderdrukking van het bisdom 1149-1155: Emmehard 1155-1191: Berno 1191-1238: Brunward 1238-1239: Frederik I, graaf van Schwerin 1240-1247: Dietrich 1248-1249: Willem 1249-1262: Rudolf I 1263-1291: Herman I graaf van Schladen 1292-1314: Gotfried I van Bülow 1315-1322: Herman II van Maltzan 1322-1331: Johan II edele van Ganz zu Puttlitz 1331-1339: Ludolf van Bülow 1339-1347: Hendrik I van Bülow 1347-1356: Andreas van Wislica 1356-1364: Albrecht van Sternberg 1365-1365: Rudolf II van Anhalt 1366-1375: Frederik II van Bülow 1375-1381: Melchior van Brunswijk-Grubenhagen (1369-1376: bisschop van Osnabrück) 1381-1390: (Johan) Potho van Pothenstein (1379-1381: bisschop van Münster) 1391-1415: Rudolf III van Mecklenburg-Stargard 1416-1418: Hendrik II van Nauen 1419-1429: Hendrik III van Wangelin 1429-1444: Herman III Köppen 1444-1457: Nikolaas I Böddeker 1457-1458: Gotfried II Lange 1458-1473: Werner Wolmers 1473-1479: Balthasar van Mecklenburg (administrator; 1480-1507: hertog van Mecklenburg-Schwerin) 1479-1482: Nikolaas II van Pentz 1482-1503: Koenraad Loste 1504-1506: Johan III Thun 1508-1516: Peter Walkow 1516-1550: Magnus van Mecklenburg (administrator) 1550-1603: Ulrich I van Mecklenburg-Schwerin (administrator) 1603-1624: Ulrich II van Denemarken (administrator) 1624-1633: Ulrich III van Denemarken (administrator) 1634-1648: Adolf Frederik van Mecklenburg-Schwerin (administrator)
Schwerin Schwerin Categorie:Geschiedenis van Mecklenburg-Voor-Pommeren Categorie:Schwerin