Demetrios I Poliorketes, in het Latijn Demetrius I Poliorcetes (; * 336 v. Chr.; † 283 v. Chr. in Apamea) was een Macedonische veldheer en lid van de dynastie van de Antigoniden.
Demetrius was een van de hoofdspelers van de Diadochenoorlogen, die na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. onder diens generaals uitgebroken waren. Demetrius zelf was geen generaal van Alexander geweest, maar wordt toch met zijn vader Antigonos I, die dat wel geweest was, tot de Diadochen gerekend, omdat hij nog voor Lysimachus, Ptolemaeus en Seleucus stierf. Hij streed zowel in Azië als in Europa, veroverde tweemaal Athene en belegerde Salamis-op-Cyprus. Hij mislukte echter wel bij de grote belegering van Rhodos en was hoofdverantwoordelijke voor de nederlaag bij Ipsus. Hij voerde zowel het grootste leger als vloot aan en bouwde de meest geweldige schepen en belegeringsmachines van zijn tijd. Zijn bijnaam, "Stedenbelegeraar" (Poliorketes), verwijst naar zijn militaire kundigheid in het belegeren en veroveren van steden.
Demetrius nam samen met zijn vader Antigonos I Monophthalmos in 306 v.Chr. als eerste Diadoch de koningstitel aan, waardoor hij dus aanspraak maakte op al het grondgebied dat Alexander de Grote had nagelaten. Aangezien hij opgegroeid was in Azië, wilde hij een oriëntalistisch beleid aannemen, dat hij in Athene vierde met schitterende feesten en een cultus rond zichzelf. Zo werd hij een van het eerste nieuwe type heerser die alomtegenwoordig zouden zijn in de hellenistische periode. Hij kon Macedonië enkele jaren onder zijn controle brengen, maar verloor het uiteindelijk. Het zou pas zijn zoon zijn die een stabiele heerschappij over dat land zou kunnen uitoefenen.
Leven
Afkomst en kinderjaren
Demetrius was een zoon van de belangrijke Macedonische generaal Antigonos Monophthalmos ("de Eenogige") en diens vrouw Stratonice. Zijn jongere broer was de latere veldheer Philippus. De Griekse filosoof en biograaf Plutarchus speculeerde eeuwen later dat Demetrius in werkelijkheid een neef van Antigonos geweest was. Antigonos had een oudere broer, die ook een zoon had die Demetrius heette en later door Antigonos als eigen zoon aangenomen werd, nadat zijn eigen zoon vroeg gestorven was.Plutarchus, Parallelle Levens, Demetrius, 2
Antigonos behoorde tot de koningenfamilie van het West-Macedonische Elimiotis en was een vertrouweling van koning Philippus II. Demetrius werd in of rond het jaar 336 v.Chr. geboren, waarin ook koning Philippus vermoord werd. Antigonos nam daarna deel aan de Perzische veldtocht van de nieuwe koning Alexander III en werd na de Slag aan de Granicus (334 v.Chr.) aangesteld als satraap van Phrygië, Lycië en Pamphylië. In deze positie controleerde Antigonos de belangrijkste verbindingsroute tussen Europa en Azië. Over de kindertijd van Demetrius is verder niets bekend, maar het is waarschijnlijk dat hij in Kelainai woonde, de residentie van zijn vader in Azië.
Na de dood van Alexander in Babylon in 323 v.Chr. een van de tegenstanders van de rijksregent Perdikkas, die ondertussen de strijd had aangebonden met Antipater en Ptolemaeus. Na de moord op Perdikkas in 320 v.Chr. was Antigonos een van de grootste winnaars van de daaropvolgende Rijksdeling van Triparadisus. Hij werd door de nieuwe regent, Antipater, aangesteld als strategos (opperbevelhebber) van het koninklijk leger en mocht zijn satrapieën behouden. De overeenkomst tussen Antipater en Antigonos werd door een dynastiek verbond bevestigd, want Phila, de dochter van Antipater en weduwe van Craterus, werd uitgehuwelijkt aan Demetrius.
Toen Antigonos de strijd tegen Eumenes van Cardia, een aanhanger van Perdikkas, begon, brak na de dood van Antipater in 319 v.Chr. de Tweede Diadochenoorlog uit. De hoofdspeler was Antipaters zoon, Kassander, die de opvolging door Polyperchon als rijksregent bestreed. Antigonos sloot zich aan bij Kassander nadat Polyperchon zich bij Eumenes aangesloten had. De oorlog eindigde in 316 v.Chr. met de overwinning van Antigonos op Eumenes in de Slag bij Gabiene, terwijl Kassander gelijktijdig in Europa de overwinning behaalde op Polyperchon.
Antigonos bevond zich nu op het hoogtepunt van zijn macht. Hij beheerste Azië van de Hellespont tot aan de Indus. Vanuit deze machtspositie liet hij zich in 316 v.Chr. door zijn leger als nieuwe rijksregent tegen Kassander uitroepen, waardoor de Derde Diadochenoorlog uitbrak. Kassander sloot zich aan bij Ptolemaeus en Seleucus. Tijdens de belegering van Tyrus in 314 v.Chr. verklaarde Antigonos de "bevrijding van alle Griekse steden" met als doel deze als bondgenoten tegen Kassander voor zich te winnen. Dit beleid zou voor Demetrius nog zeer belangrijk blijken.
Derde Diadochenoorlog
Strategos in Syrië thumb|Beeld van een mannelijk hoofd met een diadeem en twee gaten erin. Het steld waarschijnlijk Demetrius Poliorketes of Hermes voor.
In het jaar 313 v.Chr. werd Demetrius door zijn vader als strategos van Syrië en Coele-Syrië aangesteld. Daar moest hij strijd voeren tegen Ptolemaeus, terwijl zijn vader in Klein-Azië tegen Kassander, de heerser van Macedonië en Griekenland, vocht. De opdracht die Demetrius gekregen had was erg moeilijk, aangezien hij ook verantwoordelijk werd gesteld voor de Fenicische zeehavens.
In het jaar 312 v.Chr. leed de onervaren Demetrius in de Slag bij Gaza een nederlaag tegen Ptolemaeus, die een van de beste generaals van Alexander de Grote geweest was. Hij verloor ongeveer 13.000 man in de slag, waaronder de commandant Peithon. Het kamp en zijn persoonlijke tent werden ook ingenomen door de vijand. Hij kreeg echter zijn persoonlijke bezittingen terug van Ptolemaeus in een overeenkomst. Niet veel later behaalde Demetrius zijn eerste overwinning op een Ptolemaeïsch leger bij Myus, waarna hij de Nabateeërs onderdrukte ondanks slechte bevoorradingslijnen.Plutarchus, Demetrius, 5 Toch had de nederlaag bij Gaza zwaarwegende gevolgen: Seleucus, die in dienst was van de Ptolemeeën, kon met een klein leger naar Mesopotamië gaan en daar Babylon innemen. De Antigoniden zouden er nooit meer in slagen die stad in te nemen.
In 311 v.Chr. waren de strijdende partijen uitgeput door al dat vechten, en daarom sloten ze een wapenstilstand: "de Diadochenvrede". Ptolemaeus bleef de heerser van Egypte en kreeg Cyprus terug, dat hij eerder verloren had. Ook Kassander en Lysimachus behielden respectievelijk Thracië en Macedonië; Antigonos behield Azië en Syrië. Toch moest Kassander van Antigonos de Griekse steden hun vrijheid geven, maar hij deed dit slechts gedeeltelijk. In Athene bleef er bijvoorbeeld een garnizoen gelegerd.
De Derde Diadochenoorlog had grote veranderingen in de machtsverhoudingen binnen het rijk van Alexander teweeggebracht. In 310 v.Chr. werden koning Alexander IV van Macedonië en Heracles en de moeder van Alexander IV, Roxane, door Kassander vermoord. Kort daarna liet Antigonos Cleopatra, de zus van Alexander, vermoorden, om haar geplande huwelijk met Ptolemaeus tegen te houden. Zo trokken de Diadochen zich los van de heerschappij van de oude koninklijke familie en beschouwden de door hen gecontroleerde gebieden nu als hun eigen "door de speer gewonnen" land. Antigonos probeerde echter de eenheid binnen het rijk van Alexander te behouden, als dit maar was onder zijn eigen dynastie ter vervanging van de Argeaden.
De Babylonische Oorlog
Seleucus werd als enige niet inbegrepen in de wapenstilstand. Hij had Babylon ingenomen, en Antigonos en Demetrius wilden die stad nu terugveroveren. Hun legercommandanten werden echter verslagen door de sluwe Seleucus. Ze verloren in 311 v.Chr. de steden Ecbatana en Susa. In 310 v.Chr. belegerde Demetrius tweemaal Babylon, dat hij echter niet kon innemen. Nadat ook Antigonos in 309 v.Chr. een nederlaag leed tegen Seleucus, sloot hij met hem een wapenstilstand, waarin hij Mesopotamië, Perzië en Bactrië opgaf. Zo kromp het rijk van de Antigoniden in tot enkel Klein-Azië. Zo konden de Antigoniden zich echter wel van de bedreiging in het oosten bevrijden, want nu was het Seleucus die zich naast het machtige Mauryarijk bevond en meerdere jaren oorlog zou voeren met Chandragupta Maurya, de heerser van dat rijk.
Vierde Diadochenoorlog
Landing in Piraeus en de verovering van Megara thumb|Fresco in de Villa Boscoreale (Napels, Museo Archeologico Nazionale); Franca Landucci Gattinoni stelt dat de opdrachtgever van dit fresco Antigonus Gonatas was. Die was de zoon van Demetrius Poliorketes bij Phila.Gattinoni: L’arte del potere. Vita e opere di Cassandro di Macedonia, 2003)
De vrede hield het niet lang uit. In het jaar 309 v.Chr. leed Antigonos een zwaar verlies toen zijn neef Ptolemaeus hem verraadde en zich bij zijn naamgenoot in Egypte aansloot. Deze neef had voor Antigonos het grootste deel van Griekenland op Kassander veroverd en begon te hopen op een eigen rijk. Omdat hij wist dat hij dit bij Antigonos niet zou kunnen verwezenlijken, wisselde hij van kant, waardoor Antigonos zijn sterke positie in Griekenland verloor. Antigonos verving hem als strategos van Griekenland met Demetrius en gaf zijn zoon een vloot van 250 schepen en 5000 talenten mee. Hij stuurde in het voorjaar van 307 v.Chr. Demetrius vanuit Efeze naar Griekenland, met Athene als belangrijkste doel.Diodorus, Bibliotheca historica, 20, 45 Zo begon de Vierde Diadochenoorlog.
Door ofwel de zeestraat van Kithnos of Serifos te passeren drong bereikte Demetrius de Mirtoïsche zee en ging hij naar de Saronische Golf. Op 10 juni 307 v.Chr. liet hij zijn schepen aanmeren in de grote haven van Piraeus. De bewakers in de haven hielden zijn schepen voor een Egyptische vloot van Ptolemaeus, de bondgenoot van Kassander, en lieten hem binnenvaren. Nadat de Atheners begrepen dat het de zoon van Antigonos was die in hun haven was, trokken ze zich terug naar Munychia, waar Demetrius hen begon te belegeren.
Nadat Munychia van de buitenwereld afgesloten was ging Demetrius naar Megara, dat hij ook begon te belegeren. Terwijl de belegering bleef aanslepen, zou Demetrius zichzelf in gevaar gebracht hebben toen hij hoorde dat de mooie koningin Kratesipolis zich in Patras bevond. Hij zou zijn troepen verlaten hebben om met haar af te spreken. Zijn vijanden wisten dit echter en wachtten hem op in Patras. Hij slaagde er echter in te ontsnappen.Plutarchus, Demetrius, 9
Na de verovering van Megara stelde Demetrius zich tevreden met de overgave van het Atheense garnizoen erin, en drong niet meer aan op de vernietiging ervan. Toen hij hoorde dat de beroemde filosoof Stilpon in Megara was, liet hij hem voor een gesprek naar zich toe brengen. Demetrius, niet wetend dat Stilpons huis tijdens de belegering vernietigd en zijn vrouw gedood was, vroeg de filosoof of hij tijdens het beleg iets verloren had. Daarop antwoordde Stilpon dat hij niets verloren had, omdat hij al zijn bezit met zich mee droeg (hiermee bedoelde hij zijn verstand). Dit gesprek, vooral Stilpons uitspraak, werd dikwijls geciteerd door antieke auteurs en verschillend geïnterpreteerd.Seneca: De Constantia Sapientis 5, 6 – "Nihil; omnia mea mecum sunt." ("Niets; al het mijne is bij mij.")Seneca: Epistulae morales ad Lucilium – "Omnia bona mea mecum sunt." ("Al mijn goede dingen zijn bij mij.")Diogenes Laërtius voegde daaraan toe dat Stilpon zei dat niemand hem zijn opleiding had afgepakt en dat hij zijn vernuft en kennis nog had. (Leven en leer van beroemde filosofen, 2, 115) Nadat Demetrius Stilpon bij wijze van afscheid nog beloofde dat hij diens stad, Megara, als vrije stad zou achterlaten. Daarop zei de filosoof dat hij dat inderdaad gedaan had, aangezien hij alle slaven had weggevoerd, wat een grote economische aderlating was voor Megara.
Eerste inname van Athene thumb|Antieke belegeringsmachines
Na de inname van Megara richtte Demetrius zich weer naar Munychia, dat hij met een nieuwe belegeringsmachine kon innemen. Twee maanden na zijn landing kon hij zich nu in Athene vestigen.