Antigonus II Gonatas () (319-239 v.Chr.) was de heerser van het koninkrijk Macedonië nadat hij er de Antigonidische machtspositie versterkt had na een lange periode van anarchie en chaos. Hij was beroemd om zijn overwinning op de Galliërs die de Balkan waren binnengevallen.
Geboorte en familie Antigonus Gonatas werd geboren rond 319 v.Chr., waarschijnlijk in Gonnoi in Thessalië, tenzij Gonatas afgeleid is van de ijzeren plaat die de knie beschermt (Oudgrieks: gonu, genitief gonatos. Betekent knie). De vader van Antigonus was Demetrius Poliorcetes, de zoon van Antigonos I Monophthalmos, die op dat moment een groot deel van Azië onder zijn controle had. Zijn moeder was Phila, de dochter van Antipater. Deze laatste controleerde bij zijn geboorte Macedonië en de rest van Griekenland en werd erkend als regent van het rijk van de nu gestorven Alexander de Grote. In theorie was het rijk daardoor nog steeds een geheel. In Antigonus' geboortejaar stierf Antipater echter, wat leidde tot een verdere verbrokkeling van het enorme rijk door de aanhoudende conflicten onder de Diadochen om grondgebied en macht.
Toen Antigonus' grootvader en vader dicht gekomen waren bij het herenigen van het rijk van Alexander, werd Antigonos Monophthalmos verslagen en gedood in de Slag bij Ipsus in 301 v.Chr. en het grondgebied dat hij vroeger onder zijn controle had gehad werd verdeeld onder zijn vijanden: Kassander, Ptolemaeus, Lysimachus en Seleucus.
Generaal van Demetrius Het lot van Antigonus Gonatas, nu 18 jaar uit, ging parallel met dat van zijn vader Demetrius, die de slag kon ontvluchten met 9.000 soldaten. Jaloezie onder de overwinnaars zorgde er uiteindelijk voor dat Demetrius een deel van de macht die zijn vader verloren had, terugkreeg. Hij veroverde Athene en in 294 v.Chr. maakte hij zich meester van de troon van Macedonië door Alexander, de zoon van Kassander, af te zetten.
Omdat Antigonus Gonatas de kleinzoon van Antipater en de neef van Kassander langs zijn moeder was, hielp zijn aanwezigheid de aanhangers van deze voormalige koningen zich te verzoenen met de heerschappij van zijn vader.
In 292 v.Chr., toen Demetrius een veldtocht hield in Boeotië, hoorde hij dat Lysimachus, de heerser van Thracië en vijand van zijn vader, gevangengenomen was door Dromichaetes, een heerser van de Getae. In de hoop Lysimachus' bezittingen in Thracië en Azië in te nemen, gaf Demetrius Antigonus de leiding over zijn leger in Boëotië en marcheerde zelf onmiddellijk noordwaarts. Terwijl hij weg was, kwamen de Boeotiërs in opstand, maar ze werden verslagen door Antigonus en teruggedreven naar Thebe.
Na de mislukking van zijn expeditie naar Thracië sloot Demetrius zich weer aan bij zijn zoon tijdens het Beleg van Thebe. Aangezien de Thebanen hun stad koppig verdedigden werden Demetrius' manschappen dikwijls teruggeslagen met grote verliezen. Toch liet hij ze de stad steeds opnieuw aanvallen, met niet veel hoop om hem met deze aanvallen ook echt in te nemen. Antigonus zou zijn vader gevraagd hebben: "Waarom, vader, laten wij het toe dat deze levens zo onnodig weggegooid worden?" Demetrius zou zijn onbezorgdheid over zijn soldaten uitgedrukt hebben door te zeggen: "We moeten rantsoenen vinden voor de doden." Hij toonde echter ook een gelijkaardige veronachtzaming voor zijn eigen leven en werd zwaargewond tijdens het beleg door een pijl in zijn nek.
In 291 v.Chr. slaagde Demetrius er uiteindelijk in de stad in te nemen door met belegeringswerktuigen de stadsmuren neer te halen. Maar de controle over Macedonië en Griekenland was slechts een stapsteen voor zijn plannen voor verdere veroveringen. Hij wilde niets minder dan de herleving van Alexanders rijk en begon hiervoor voorbereidingen te treffen. Hij gaf bevel tot het bouwen van een vloot van 500 schepen, waarvan velen van een nog nooit eerder geziene grootte moesten zijn.
Zo'n voorbereidingen en het duidelijke doel dat er achter schuilde, alarmeerde natuurlijk de andere koningen. Seleucus, Ptolemaeus, Lysimachus en Pyrrhus sloten onmiddellijk een alliantie. In de lente van 288 v.Chr. verscheen Ptolemaeus' vloot bij Griekenland, wat ervoor zorgde dat de steden in opstand kwamen. Ondertussen viel Lysimachus Macedonië aan vanuit het oosten terwijl Pyrrhus dat deed vanuit het westen. Demetrius gaf Antigonus het bevel over de rest van Griekenland, terwijl hij zo snel mogelijk naar Macedonië ging.
Tegen dat moment namen de Macedoniërs Demetrius zijn arrogantie en overdaad al kwalijk, en ze waren niet bereid een moeilijke veldtocht voor hem te vechten. In 287 v.Chr. veroverde Pyrrhus de Macedonische stad Beroea, en Demetrius' leger deserteerde en liep over naar de vijand die door de Macedoniërs erg veel bewonderd werd door zijn moed. Bij deze wending van het lot pleegde Phila, de moeder van Antigonus, zelfmoord met vergif. Ondertussen kwam ook Athene in opstand. Daarom keerde Demetrius terug en belegerde de stad, maar hij werd al snel ongeduldig en besloot een andere strategie te gebruiken. Hij liet Antigonus achter in Griekenland en ging zelf met zijn schepen, 11.000 man en al zijn cavalerie naar Klein-Azië.
Demetrius werd daar echter aangevallen door de legers van Lysimachus en Seleucus en hij werd verslagen. Antigonus daarentegen behaalde successen in Griekenland. Ptolemaeus' vloot werd verdreven en Athene gaf zich over.
Troonsbestijging van Macedonië thumb|350px|Munt van Antigonus II Gonatas.
In 285 v.Chr. gaf Demetrius zich over aan Seleucus. Hij schreef zijn zoon en zijn bevelhebbers in Athene en Korinthe toen om hen te zeggen dat ze hem vanaf dat moment moesten beschouwen als dood en dat ze elke brief die zogezegd door hem geschreven was, moesten negeren. Ondertussen was Macedonië verdeeld tussen Pyrrhus en Lysimachus, maar ze begonnen al snel te vechten en Lysimachus slaagde erin Pyrrhus te verdrijven en nam al snel het volledige rijk over.
Na de gevangenneming van zijn vader toonde Antigonus dat hij een trouwe zoon was. Hij schreef alle koningen, vooral Seleucus, om voor te stellen dat hij al het grondgebied dat hij onder zijn controle had, zou overgeven en zichzelf als gijzelaar zou omruilen voor de vrijlating van zijn vader. Ze weigerden echter allemaal zijn voorstel. In 283 v.Chr. stierf Demetrius in gevangenschap in Syrië. Hij was 55 jaar oud. Toen Antigonus hoorde dat het stoffelijk overschot van zijn vader naar hem gebracht werden, vertrok hij met zijn volledige vloot en ontmoette Seleucus' schepen ergens bij de Cycladen. Hij nam zijn vaders lichaam mee naar Korinthe met een grote ceremonie. Hierna werd hij begraven in de stad Demetrias, die zijn vader had gesticht in Thessalië.
In 282 v.Chr. verklaarde Seleucus de oorlog aan Lysimachus en versloeg en doodde hem het volgende jaar in de Slag bij Corupedium in Lydië. Daarna ging hij naar Europa om Thracië en Macedonië op te eisen, maar Ptolemaeus Ceraunus, de zoon van Ptolemaeus, vermoordde Seleucus en plaatste zichzelf op de Macedonische troon. Antigonus besloot dat de tijd rijp was om zijn vaders koninkrijk terug te nemen, maar toen hij noordwaarts opmarcheerde, versloeg Ptolemaeus Ceraunus zijn leger.
Ptolemaeus' successen bleven echter niet lang duren. In de winter van 279 v.Chr. vernietigde een grote horde Galliërs onder Brennus Ptolemaeus' leger en doodde hem in de slag, waarop twee jaren van complete anarchie in het rijk volgden. Na Macedonië geplunderd te hebben, vielen de Galliërs ook de zuidelijkere regio's van Griekenland binnen. Antigonus wilde samenwerken met andere machten om de Galliërs te verslaan, maar de Aetolische Bond nam de leiding. In 278 v.Chr. viel een Grieks leger de Galliërs aan bij Thermopylae en Delphi, versloeg hen en zorgde voor zware verliezen onder de Kelten.
Het volgende jaar ging Antigonus naar de Hellespont en ging aan land bij Lysimachia. Toen een leger van Galliërs onder leiding van Cerethrius aankwam, legde Antigonus een hinderlaag klaar. Hij verliet zijn kamp en liet zijn schepen op het strand leggen, en verborg daarna zijn troepen. De Galliërs plunderden het kamp, maar toen ze de schepen begonnen aan te vallen, verscheen Antigonus' leger, waardoor de Galliërs nu vast zaten tussen de Macedoniërs en de zee. Zo won Antigonus de beslissende overwinning bij Lysimachia en eiste de Macedonische troon op. Rond deze (voor de Grieken gunstig lijkende) tijd, beviel Antigonus' vrouw Phila, de dochter van Seleucus (en dus niet te verwarren met Antigonus' eigen moeder), van zijn zoon en opvolger, Demetrius II Aetolicus.
Koning van Macedonië Antigonus tegen Pyrrhus
Pyrrhus, de koning van Epirus, was een erg goede generaal die erg bekend was voor zijn moed, maar hij gebruikte zijn talenten niet verstandig en probeerde dikwijls quasi onhaalbare doelen te bereiken. Daarom vergeleek Antigonus hem met een dobbelsteenspeler die uitstekende worpen had, maar niet wist hoe deze te gebruiken. Toen de Galliërs Ptolemaeus Ceraunus versloegen en de Macedonische troon vrijkwam, was Pyrrhus bezig in zijn overzeese veldtochten. In de hoop om eerst Italië en daarna Arfika te veroveren, raakte verwikkeld in oorlogen tegen Rome en Carthago, de twee machtigste staten in het westelijke Middellandse Zeegebied. Hij verloor de steun van de Griekse steden in Italië en Sicilië door zijn hoogmoedige gedrag. Omdat hij versterkingen nodig had, schreef hij naar Antigonus als medekoning om hem geld en troepen te vragen, maar die weigerde. In 275 v.Chr. eindigde de Slag bij Beneventum onbeslist, hoewel veel moderne bronnen (onjuist) zeggen dat Pyrrhus hem verloor. Pyrrhus was bijna door zijn manschappen heen door zijn veldtochten in de jaren daarvoor in Sicilië en eerdere "Pyrrhische overwinningen" tegen de Romeinen. Daarom besliste hij zijn veldtocht in Italië te beëindigen en terug te keren naar Epirus.
Pyrrhus' terugtocht uit Italië bleek echter zeer ongunstig te zijn voor Antigonus. Pyrrhus keerde terug naar Epirus met een leger van 8.000 man infanterie en 500 cavalerie, en hij had geld nodig om hen te betalen. Dit spoorde hem aan om een andere oorlog te beginnen. Daarom viel hij het volgende jaar met een extra leger van Gallische huurlingen Macedonië binnen met de bedoeling veel buit te maken. Deze veldtocht ging echter beter dan verwacht. Hij maakte zich meester van verschillende steden en 2.000 deserteurs sloten zich bij hem aan. Daarom begon hij hoop te krijgen op de troon zelf en begon Antigonus te zoeken. Hij viel diens leger aan in een nauwe pas en joeg hen op de vlucht. De olifanten die in Antigonus' leger zaten, werden overgegeven aan de Epirotische koning. Daarna achtervolgde Pyrrhus de rest van Antigonus' leger dat gedemoraliseerd door de nederlaag van daarvoor weigerde te vechten. Toen de twee legers tegenover elkaar kwamen te staan, riep Pyrrhus de verschillende officiers aan bij hun naam en overtuigde de volledige infanterie van Antigonus te deserteren. Antigonus kon echter ontsnappen door zijn identiteit te verbergen. Pyrrhus nam zo de controle over Hoog-Macedonië en Thessalië over, terwijl Antigonus de kuststeden behield.
Maar Pyrrhus gooide zijn overwinning weg. Hij nam de controle over Aigai, de oude hoofdstad van Macedonië, en legerde er een garnizoen Galliërs die de Macedoniërs erg beledigden door de tomben van hun koningen op te graven en de botten op de grond te laten liggen op zoek naar goud. Hij liet het ook na zijn tegenstander volledig af te maken. Hij liet hem in controle van de kuststeden en stelde zich tevreden met hem te beledigen. Hij noemde Antigonus een schaamteloze man door nog steeds het purper te dragen, maar hij deed verder niets om de overblijfselen van zijn macht te vernietigen.