De Groninger Studentenbond (GSb)Statutair Vereniging Groninger Studenten, met als werktitel Groninger Studentenbond. De statutaire naam is een overblijfsel uit de Gronstratijd, zie geschiedenis. is een progressieve studentenvakbond (belangenorganisatie) van studenten aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool. De GSb houdt zich bezig met onderwijskwaliteit, huisvesting en leefomstandigheden van studenten en is als organisatie lid van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb).

De GSb is ontstaan in 1971 uit de oudere Groninger Studentenraad (Gronstra). De studentenbond was in de jaren zeventig een bloeiende en invloedrijke organisatie met 2 tot 3000 leden. De nauwe banden met de Communistische Partij van Nederland (CPN) gingen gepaard met successen, maar leidden ook tot veel kritiek. Ze werden in 1979 verbroken. In de jaren negentig stortte de organisatie in, maar daarna trad een zeker herstel in. In 2025 had de GSb 350 leden.

Het huisorgaan van de GSb is vanaf 1972 het blad Nait Soez'n; het interne scholingsorgaan heette tot 1979 Lokomotief. Taken De GSb heeft veelvuldig overleg met de gemeente Groningen, de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit over onder andere onderwijszaken, studentenhuisvesting en andere zaken die belangrijk zijn voor de studenten in Groningen.

Het Juridisch Steunpunt biedt studenten advies over onderwijsrecht, studiefinanciering en arbeidsrecht, bijvoorbeeld in het geval van bijbanen. Twee dagen per week bemant het Steunpunt de studentenlijn van de Landelijke Studentenvakbond. Daarnaast heeft de GSb een Huurteam dat kamers opmeet, toetst aan de wettelijke normen voor kamerverhuur, ondersteuning biedt bij conflicten met verhuurders en juridisch huurrechtadvies geeft.

Ook geeft de GSb het Kamerboek uit, een gids met tips voor eerstejaars over het zoeken van woonruimte, die gratis wordt verspreid onder alle nieuwe studenten.

De GSb geeft sinds 1972 een eigen blad uit onder de naam Nait Soez’n, dat zowel een ledenblad is als een publiek gericht medium. Nait Soez’n heeft een onafhankelijke status: de redactie stelt het blad naar eigen inzicht samen en legt geen verantwoording af aan het bestuur van de GSb.

De GSb heeft tevens een onderzoeksbureau dat studentgerelateerde problemen en ontwikkelingen analyseert via enquêtes en interviews met studenten. Daarmee maakt de GSb knelpunten inzichtelijk, zodat zijn vertegenwoordigers de resultaten kunnen gebruiken in gesprekken met de gemeente en de onderwijsinstellingen.

Geschiedenis Gronstra en Studentenvakbeweging (1963-71) De Groninger Studentenbond komt voort uit de Groninger Studentenraad (Gronstra), een overlegorgaan van studenten aan de Rijksuniversiteit, een soort studentenparlement. Op 1 juni 1965 werden de statuten van de Gronstra, formeel de Vereniging Groninger Studenten, ingediend bij de notaris. Een van de voorzitters was de latere PvdA-politicus Jacques Wallage. De Gronstra had in 1968 ruim 2000 en in 1972 3500 (stemgerechtigde) leden.

In 1963 werd bovendien landelijke Studentenvakbeweging (SVB) opgericht, een progressieve beweging die de maatschappelijke positie van studenten wilde versterken. De SVB vormde de grootste fractie binnen de Gronstra. Nadat de SVB door ideologische haarkloverij in 1970 ter ziele was gegaan, viel er een gat in het bestuur van de Gronstra. Een groepje oud-bestuurders besloot daarop onder de naam Groninger Studentenbond mee te doen aan de Gronstraverkiezingen. Aangezien er geen tegenkandidaten waren, won deze groep alle zetels. De grondraden of basisgroepen van kritische studenten die begin jaren zeventig op een aantal opleidingen ontstonden, voegden zich vervolgens samen met het Gronstra-bestuur om in augustus 1971 een echte studentenvakbond te vormen. De Gronstra bleef aanvankelijk als parallelorganisatie bestaan. Nadat de GSb in februari 1972 de meerderheid in de ledenraad had verkregen nam het GSb-bestuur eind oktober leiding van de Gronstra over, waarna deze organisatie de facto werd opgeheven.

Hoogtijdagen (1971-79) De kiem voor de ideologie van het 'studentencommunisme' werd gelegd door linkse hoogleraren en docenten, met name in Amsterdam. De belangrijkste doelstellingen van de GSb waren het verbeteren van het onderwijs (zowel inhoudelijk als methodisch), het bevorderen van de toegankelijkheid van de universiteit (via een ruimere studiefinanciering, lagere studiekosten en betere studentenvoorzieningen) en het tonen van solidariteit, zowel internationaal als binnen de eigen regio., 'Woord vooraf', in: , Nait Soez’n: De Groninger Studentenbond in de jaren zeventig – en wat daaraan vooraf ging, Groningen 2025, p. 14. Om het maatschappelijke karakter van deze doelstellingen tot uitdrukking te brengen sprak men ook wel over een 'politieke vakbond'. Deze moest zich ontwikkelen tot een effectieve strijdorganisatie die directe banden legde met andere maatschappelijke organisaties. Dit sloot aan bij de neomarxistische opvatting die de studenten als bondgenoten of zelfs als 'voorhoede' van de arbeidersbeweging beschouwde. Deze voorhoede diende de 'massa der studenten' te mobiliseren. Een maoïstische minderheid – leden van de Marxistische Leninistische Studentenbond – was van mening dat men beter aan het werk kon gaan in de fabrieken, om zich daar met de arbeiders te solidariseren.

Aanleiding voor het oprichten van de GSb was de nieuwe Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB), die radicale democratisering van het universitaire bestuur sinds eind jaren zestig gedeeltelijk terugdraaide. In plaats van een nieuwe vereniging op te zetten, namen de GSb'ers na een seminar in juni 1971 de bestaande organisatie van de Gronstra over. Dit vanwege "de middelen die de Gronstra ter beschikking had (financiën, apparaat) en de noodzaak van een eenheid onder de studenten tegen de donkere wolken van Biesheuvel I die kwamen aandrijven," aldus de eerste GSb-voorzitter Thewis Wits.Over de fusie. Nait Soez'n nr. 13, december 1972. Een aantal Gronstra-leden beschouwde deze overname door de GSb als een ongewenste ontwikkeling, door hen soms aangeduid als coup., Universiteit van het Noorden. Vier eeuwen academisch leven in Groningen, deel 3, Hilversum 2014, p. 569. De auteur stelt dat "het bestuur en de beleidsraad van de GSb werden beheerst door een kleine inner circle van activisten die consequent dezelfde lijn volgden en geen afwijkingen duldden … Vanaf het begin probeerde deze groep zeggenschap te krijgen niet alleen over de Gronstra, maar ook over de aan Gronstra gelieerde stichtingen … Met interne critici ging de GSb niet zachtzinnig om". Weijdeveld, Nait Soez’n, en zijn medeauteurs spreken dit min of meer tegen en wijten de conflicten vooral aan een verschil in inzicht over de benodigde slagkracht van de organisatie. Zij stellen dat de grondleggers van de GSb pas vanaf 1972 (dus tijdens de organisatie van het Volkscongres) toetraden tot de CPN. De door Gronstra opgezette service-organisaties, zoals de studentenwinkel, het studentenuitzendbureau en filmclub Liga '68, besloten zelfstandig verder te gaan. Belangrijkste slachtoffer was het studentenblad Der Clercke Cronike, met als hoofdredacteur de linkse socioloog Bart Tromp, die kritisch stond ten opzichte van de GSb. De Databank, een in 1969 opgerichte radicaal-linkse boekhandel naast de ingang van het Academiegebouw, schaarde zich aan de kant van de GSb.

De oppositiegroep Boemerang – vooral bestaande uit PvdA-aanhangers en oud-activisten die het democratische karakter van de Gronstra als studentenparlement wilden bewaren en bezwaar hadden tegen de (in hun ogen) incrowdsfeer en botte stijl van de GSb – probeerde in februari 1972 het tij te keren. De groep haalde bakzeil met minder dan een derde van de beschikbare zetels (9 van 30) in de ledenraad; de rest ging naar de GSb. Daarmee werd de ledenraad feitelijk overbodig; de GSb-beleidsraad, bestaande uit vertegenwoordigers van de basisgroepen (faculteitsgroepen), nam uiteindelijk het bestuur van de Gronstra over.Er werden 1159 geldige stemmen uitgebracht, waarvan 787 voor de GSb en 372 voor Boemerang. Ook studenten die geen lid waren van de Gronstra mochten een stem uitbrengen. , Universiteit van het Noorden, deel 3, p. 570. Over de naweeën:

Ook werd er een meer rechts georiënteerde belangenorganisatie en kiesvereniging voor de universiteitsraadverkiezingen opgericht onder de naam GROS (Groningen Organisatie van Studenten), die sterk tegen Vindicat en Albertus Magnus aanleunde, maar in 1976 weer werd opgeheven. Een GSb-boycot van de verkiezingen voor de universiteitsraad in 1972, gericht tegen invoering van de WOB, leidde niet tot het gewenste resultaat. Bij de volgende verkiezingen in 1973 behaalde de GSb negen van de elf beschikbare zetels.

De GSb werd aanvankelijk gedragen door een honderdtal actieve kaderleden. De bond groeide vervolgens uit tot een bloeiende vereniging met 2000 leden in 1972, een aantal dat verder opliep tot 3000, om daarna terug te vallen tot iets minder dan 1500 in 1977.In 1980 had de GSb naar schatting 1200 leden. De website van de Groninger Studentenbond (geraadpleegd 6 juli 2026) vermeldt een ledental van 3000 in 1983; dit moet berusten op een misverstand. De studentenbevolking was overwegend links georiënteerd, waardoor de GSb op alle bestuurlijke niveaus veel invloed kreeg. Op alle grote opleidingen ontstonden basisgroepen. Een uitzondering hierop was de opleiding geschiedenis, die door de anarchistische Aktiegroep Aktivering werd gedomineerd. De basisgroepen op de sociale faculteit waren het sterkst en leverden de meeste GSb-bestuurders. In het studiejaar 1976-77 waren er maar liefst 17 basisgroepen, waarvan zeker een tiental geregeld deelnam aan de beleidsraad. Als erkende studentenbelangenorganisatie mocht de GSb studentleden voordragen voor universitaire organen, zoals het bestuur van de SSH (Stichting Studentenhuisvesting), de subfaculteits- en faculteitsbesturen, en zelfs als adviseur van het College van Bestuur.

Het aantreden van het Kabinet-Den Uyl in 1973 leidde echter tevens tot verdeeldheid; een deel van de achterban verwachtte een radicaler links beleid en raakte teleurgesteld in de Haagse politiek. Wel zorgden felle protesten tegen de collegegeldverhoging (van 200 naar 1000 gulden) en een landelijke collegegeldboycot voor een enorme stimulans voor het Groningse studentenactivisme. Na een eerdere bezetting in februari 1971, volgde in februari 1973 de bezetting van het Academiegebouw. Het gebouw werd op last van het College van Bestuur door de politie ontruimd; ruim de helft van de 700 bezetters werd gearresteerd. De landelijke acties waren succesvol. Het nieuwe kabinet besloot in 1974 het collegegeld naar slechts 500 gulden te verhogen. Nieuwe bezettingsacties volgden in 1974 en 1980. Tussendoor, in 1975, voerde de bond actie voor een nieuwe vestiging van de RUG in Leeuwarden, die het jaar daarop werd geopend.

De studentenbond ontwikkelde in deze jaren nauwe banden met de Communistische Partij van Nederland (CPN), waarvan de Groningse afdeling onder leiding stond van de charismatische politicus Fré Meis. De communistenleider "fungeerde als een soort verbindingsofficier tussen twee sociale groeperingen die tot dan toe vreemden voor elkaar waren geweest", schrijft historicus Gerrit Voerman., 'De tweede jeugd van het communisme in Groningen, in: (red.), Tussen Finsterwolde en Moskou. Over de geschiedenis van het communisme in Oost-Groningen, Scheemda 1993, p. 103-126, aldaar p. 106-107. Hij overtuigde zijn partijgenoten de alternatieve jongeren met hun lange haren en baarden serieus te nemen. Een flink aantal studenten, met name kader- en bestuursleden, werd vanaf 1972 toegelaten als lid van de CPN. Het aantal CPN-leden in de provincie groeide in deze periode van 500 in 1973 tot 1300 in 1977 en 1500 in 1979.