thumb|De locatie van de kampen

Goelag (Russisch: ГУЛАГ ) was in de Sovjet-Unie de overheidsdienst die verantwoordelijk was voor straf- en werkkampen. De term wordt ook gebruikt om deze kampen zelf aan te duiden. Goelag is een acroniem voor het Russische Главное управление исправительно-трудовых лагерей (Glavnoje oepravlenieje ispravitelno-troedovych lagerej), oftewel "Hoofddirectoraat voor opvoedings- en werkkampen". In Engelstalige literatuur komen zowel de schrijfwijzen GULAG, GULag (vanwege het acroniem) als gulag voor.

In totaal stierven in de goelags gedurende enkele decennia ruim anderhalf miljoen mensen (zie het hoofdstuk "Aantal slachtoffers"), zowel Sovjetburgers als buitenlanders (onder andere Duitse en Japanse krijgsgevangenen, Polen en Finnen).

Geschiedenis De stalinistische periode De organisatie genaamd 'Goelag' werd opgericht in 1930 om de vele al bestaande kampen en gevangenissen in de hele Sovjet-Unie (USSR), die in Rusland bekendstonden onder de naam katorga, te beheren. Al in 1918 opende het communistische bewind onder leiding van Lenin de eerste kampen. Tot 1929 was er echter geen sprake van een volledig georganiseerde structuur. Het kamp op de Solovetski-eilanden was tot dan toe het enige echt georganiseerde kamp.

Op 27 juni 1929 nam het politbureau de oekaze "over het gebruik van arbeid van veroordeelde criminelen" aan, waarmee in feite de basis werd gelegd voor de Goelag. In het besluit werd bevolen dat een netwerk van kampen zou moeten worden opgericht in afgelegen gedeelten van het land om deze te bevolken en natuurlijke hulpbronnen te ontwikkelen door gebruik te maken van dwangarbeid.

Dit kampensysteem werd aanvankelijk door de Sovjetleiders voorzien als een netwerk van kleine kampen met een totale capaciteit van maximaal 50.000 gevangenen. Door de "dekoelakisatie" en gedwongen collectivisatie veranderden deze plannen. Binnen luttele maanden werden duizenden kleine boeren verbannen. Op 1 januari 1930 zaten al 180.000 mensen gevangen, wat dus veel meer was dan vooraf was berekend. Al deze gevangenen moesten een plek krijgen in de werkzaamheden. Daarop werden in hoog tempo een aantal projecten opgezet, zoals het graven van het Witte Zeekanaal, het Moskoukanaal, de stichting van de Dalstroj-staatsorganisatie die de goudwinning in de Kolyma (regio) met dwangarbeid exploiteerde en de aanleg van de spoorlijn Baikal-Amoer.

Vijand van het Volk Vooral onder het bewind van Jozef Stalin (het stalinisme) zijn veel mensen naar de kampen gestuurd. Volgens officiële partijstatistieken, die in 1993 werden vrijgegeven door de Russische overheid, zouden in 1939, dus vlak na de periode van de Grote Zuivering, 2.022.976 mensen gevangen hebben gezeten. Een groot deel daarvan waren echte of vermeende politieke tegenstanders van het bewind. Een wetsartikel tegen staatsvijandige activiteiten, het beruchte Artikel 58, maakte het mogelijk om letterlijk iedereen op te sluiten, onder de noemer Vijand van het Volk. Hierbij waren politieke tegenstanders (zogenaamde contrarevolutionairen of kontras, ook wel kontriks) en geestelijken, maar ook bijvoorbeeld zogenaamde klassenvijanden (bijvoorbeeld personen van adellijke komaf), filatelisten (wegens verdachte belangstelling voor het buitenland), gehandicapten (wegens 'anti-Sovjetpropaganda'), en later ook mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog dwangarbeid in Duitsland hadden verricht (wegens hulp aan de vijand).

Bepaalde volkeren die de politiek van russificatie in de weg stonden, moesten het extra ontgelden, zoals de Baltische volkeren en West-Oekraïners. Na de Poolse Veldtocht werden honderdduizenden Polen uit het door de Sovjet-Unie bezette oosten van Polen naar de goelag gestuurd. Een van hen, Gustaw Herling-Grudziński, schreef het eerste boek (A World Apart, 1951) over de goelag dat in het Westen gepubliceerd werd. Meer dan een miljoen goelaggevangenen werd "vrijgelaten", om in het Rode Leger te dienen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Meer dan de helft van alle sterfgevallen in het Goelag-systeem uit de periode 1934-1953 viel tijdens de oorlogsjaren.

Terwijl de kampen in de Sovjet-Unie een belangrijke schakel in de economie vormden, onder andere vanwege het winnen van delfstoffen, het graven van kanalen en het bouwen van steden, waren de omstandigheden in de werkkampen bijzonder slecht. De gevangenen kregen onvoldoende voedsel, slechte kleding, werden mishandeld en moesten vaak werken tot ze dood neervielen.

Regimeverzwaring In 1937, het hoogtepunt van de Grote Zuivering, stopte de lippendienst van de sovjetpropaganda aan het ideaal van 'de heropvoeding van de crimineel' (zoals ooit gepropageerd door Gorki en de zijnen).

Er werd een ongehoorde regimeverzwaring in de goelags doorgevoerd: de status van de kampen waar veel politieke gevangenen verbleven, veranderde; de term vijand des volks werd nu een officiële term in de goelagcorrespondentie (tussen de kampcommandanten en het bewind in Moskou) en de propaganda beschreef de gevangenen als Vijanden van de Revolutie, iets wat nog lager stond dan tweebenige beesten, als ongedierte en als onkruid dat gewied moest worden.

Ook de familie (vrouwen en kinderen) van politici kon nu veroordeeld worden als Lid van de familie van een Vijand van de Revolutie en in de goelag verdwijnen. De politici werden verwijderd van hun werkplek en kregen vanaf nu alleen het allerzwaarste ongeschoolde handwerk te doen in de wouden en in de mijnen. De broodrantsoenen werden meer dan gehalveerd. De omstandigheden verslechterden mede doordat de instroom van zeks (gevangenen) snel steeg onder invloed van de golf van arrestaties als resultaat van de Grote Zuivering.

In de nieuwe politieke sfeer werd opsluiting van vijanden niet meer als een toereikende maatregel beschouwd en werd eliminatie beter gevonden. Op 25 augustus 1937 vaardigde Jezjov schriftelijk een bevel uit aan de NKVD om alle streng beveiligde politieke gevangenen te executeren, nadat hij op 30 juli 1937 reeds een order met executiequota voor diverse categorieën goelaggevangenen had gegeven.Anne Applebaum, Goelag : een geschiedenis, Hoofdst. 6 pag. 108, Uitg. Ambo Amsterdam (2003), Speciale commissies van NKVD'ers en later zogenaamde Trojka's (bijvoorbeeld bestaande uit een hoge NKVD'er, een partijbons en een hoge beambte) voerden dit bevel in de goelagkampen uit en zagen respectievelijk toe op de uitvoering ervan.

De productiviteit nam door deze regimeverzwaring sterk af: de opbrengst van de NKVD-kampen nam van 3,5 miljard roebel in 1936 af tot 2 miljard roebel in 1937 en de industriële opbrengsten (Dalstroj etc.) namen af van 1,1 miljard tot 945 miljoen roebel.Anne Applebaum, Goelag : een geschiedenis, Hoofdst. 6 pag. 110-111, Uitg. Ambo Amsterdam (2003), Oorzaken waren de toegenomen chaos en wanorde, het gebrek aan organisatie evenals het toenemende aantal zieke en stervende gevangenen. Zo erkende de Raad van Volkscommissarissen in 1939 dat ten minste 60% van de kampgevangenen aan pellagra of andere ondervoedingsziekten (zoals scheurbuik, beriberi) leed.

Nadat Jezjov van zijn post was ontheven, heeft Lavrenti Beria als nieuw hoofd van de NKVD de regimeverzwaring op onderdelen deels opgeheven met als doel het economische nut van de kampen weer te verhogen. Hij gaf bevel aan de kampcommandanten om meer gevangenen in leven te houden en ze beter te benutten. Hierdoor konden hogergeschoolden zoals ingenieurs en wetenschappers en andere 'specialisten' weer op productievere plaatsen ingezet worden. De ontmenselijking van de 'vijanden' bleef in het kampsysteem echter overheersen tot de dood van Stalin.

Economie van de goelags Het inzetten van dwangarbeid in afgelegen regio's was bedoeld om economische 'surplussen' op te leveren, bedoeld in de marxistische zin van 'meerwaarde' door voor de onvrije werkenden alleen het allernoodzakelijkste uit te geven (fors onder de normale arbeiderslonen) om daarmee producten te produceren met een aanzienlijke economische waarde. Dwangarbeid werd verondersteld meer mobiel inzetbaar te zijn dan ingehuurde arbeid, omdat de dwangarbeiders snel in grote aantallen van het ene project naar het andere verplaatst konden worden. Dwangarbeid werd ook verondersteld als mobiele hulpbron economische overschotten te geven zonder verlies van arbeidsproductiviteit, zoals wel het geval was bij normaal ingehuurde arbeidskrachten. Strikte leiding en toezicht, zo werd gedacht en gehoopt, zouden dwangarbeid net zo productief maken als vrije arbeid. Paul R. Gregory en Valery Lazarev, The Economics of Forced Labor: The Soviet Gulag, Hoofdstuk 1: An Introduction to the Economics of the Gulag, Uitg. Hooverpress (2003),

Een andere belangrijke reden voor de goelags was, zoals uitgedrukt in een intern goelagdocument, "de kolonisatie en industriële exploitatie van verafgelegen gebieden van de staat", namelijk daar waar normale arbeiders niet wilden wonen en werken vanwege de afgelegen ligging, het ontbreken van normale voorzieningen en het barre klimaat.

De goelagkampen waren aanvankelijk economisch bepaald niet winstgevend. Pas halverwege de jaren twintig werd door Naftali Frenkel, een gevangene op de Solovetski-eilanden die van onderaf opklom tot kampcommandant van Solovetski, een manier gevonden om een gevangenenkamp te veranderen in een ogenschijnlijk winstgevende economische factor. Dit bereikte hij door de gevangenen eten te geven overeenkomstig de hoeveelheid werk die ze verzet hadden. Dit systeem is vervolgens door Jozef Stalin en Lazar Kaganovitsj in alle kampen in de gehele Sovjet-Unie doorgevoerd, wat vervolgens geleid heeft tot miljoenen ongelukkigen die onder de zwaarste omstandigheden (honger, koude, slechte huisvesting, kleding en schoeisel) vreselijk zwaar werk verrichtten, waarbij velen omkwamen.

Het systeem van Frenkel was heel eenvoudig. Allereerst werden alle extraatjes en franjes stopgezet. De arbeiders (gevangenen) werden verdeeld in 3 groepen, overeenkomstig hun fysieke vermogens: degenen die zwaar werk konden doen, degenen die licht werk konden doen, en de invaliden. Elke groep kreeg een ander soort werk en vaste normen waaraan voldaan diende te worden (anders werd het rantsoen gehalveerd). Overeenkomstig de werklast werden ze gevoed met behoorlijk grote verschillen in rantsoen: de laagste groep kreeg ongeveer de helft van de hoogste. In de praktijk sorteerde dit systeem de gevangenen heel snel in degenen die zouden overleven en die zouden omkomen. Dit proces werd versneld doordat de werknormen vaak heel hoog lagen, zeker voor stadsmensen die nooit zwaar werk als bomen kappen, rotsen uithouwen, ermee sjouwen en slepen, et cetera hadden verricht.Anne Applebaum, Goelag : een geschiedenis, Hoofdst. 2 pag. 57 t/m 63, Uitg. Ambo Amsterdam (2003),

In werkelijkheid heeft het dwangarbeiderssysteem van de Goelag nooit winst opgeleverd. Gevangenisarbeid is altijd veel minder productief dan vrije arbeid – een les die de Sovjets pas na de dood van Stalin hebben begrepen.

Transporten