De M4 Sherman, M4 medium tank, of populair Sherman tank, ook wel kortweg Sherman was de belangrijkste tank die in de Verenigde Staten ontwikkeld en gebouwd werd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De M4 medium tank, Sherman is een verdere ontwikkeling van de M3 medium tank, de M3 Lee. Ze werd vernoemd naar de Amerikaanse generaal William T. Sherman die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog voor de Noordelijken vocht.

De Sherman werd in oktober 1942 voor het eerst ingezet door de Britten tijdens de Eerste Slag bij El Alamein. Er werden meer dan 49.000 stuks geproduceerd. Tijdens de oorlog werd de tank behalve door de Amerikaanse strijdkrachten ook ingezet door die van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Polen; na de oorlog door die van nog veel meer landen.

Geschiedenis left|thumb|Een detailtekening van de M4A4 Sherman. De M3 medium tank, M3 Lee (de varianten voor het Verenigd Koninkrijk onder de naam "M3 Grant") was de voorloper van de Sherman. De M3 had als belangrijkste nadelen de grote hoogte van 3,12 meter en de lage plaatsing van het 75 mm-kanon, aan de zijkant van de tank. In januari 1941 werd met het ontwerp van de opvolger begonnen. Om tijd te sparen werd besloten de belangrijkste componenten van de M3, zoals het onderstel, de motoren en aandrijving, ook voor de Sherman te gebruiken. De Sherman kreeg een 75 mm-kanon in een geschutskoepel welke een volledige cirkel kon draaien. De noodzaak voor het aparte zware kanon verviel zo: de tank was daarmee bijna 50 centimeter minder hoog dan de M3. De bemanning bestond uit vijf personen; twee minder dan voor de M3 Lee. In september 1941 was een prototype gereed en begin 1942 rolden de eerste tanks uit de fabrieken. De Sherman was relatief snel, betrouwbaar en gemakkelijk te produceren en te onderhouden.

Er zijn totaal ruim 49.000 exemplaren geproduceerd (productie stopte in 1945). Dit is meer dan de helft van alle Amerikaanse tanks die in de oorlog geproduceerd zijn en meer dan alle tanks die voor het Duitse leger zijn geproduceerd.Zie George Forty, blz 43 De Chrysler Detroit Arsenal Tank Plant en de Fisher Grand Blanc Arsenal, beide fabrieken waren speciaal gebouwd voor de tankproductie, produceerden tezamen 30.000 Sherman tanks oftewel gemiddeld zo’n 25 tanks per dag.

Om de gewenste productieaantallen te behalen werden diverse motoren gebruikt voor de tank. Voor meer informatie over de motoren, zie de figuur hieronderOnwar website, zie externe links:

OmschrijvingWrightGMChryslerFordType aanduiding R975 EC2 6046 A57 GAAAantal cilinders 9 12 30 8Cilinderinhoud (liter) 15,9 13,9 20,5 18,0Vermogen / toeren per minuut 400 pk / 2.400 410 pk / 2.900 425 pk / 2.850 500 pk / 2.600Vermogen / gewicht ratio 14,3 pk / ton 14,7 pk / ton 14,7 pk / ton 16,5 pk / tonBrandstof benzine diesel benzine benzine

Versies M4 Sherman: hoofdvarianten Aanduiding Hoofdbewapening Romp Motor M4 75 mm gelast benzineContinentalR975 radiaal M4(105) 105 mmhouwitser gelast benzine ContinentalR975 radiaal M4Composite 75 mm gegoten voorkant gelaste zijkant gasolineContinentalR975 radiaal M4A1(76)W 76 mm gegoten benzineContinentalR975 radiaal M4A2 75 mm gelast dieselGM6046 2x6 M4A3W 75 mm gelast benzine Ford GAA V8 M4A3E2"Jumbo" 75 mm (sommige 76 mm) gelast benzine Ford GAA V8 M4A3E8(76)W"Easy Eight" 76 mm gelast benzine Ford GAA V8 M4A4 75 mm gelast verlengd benzine Chrysler A57 5xL6 M4A6 75 mm gegoten voorkant gelaste zijkant verlengd diesel Caterpillar D200A radiaal

thumb|Sherman M4A3 met 105mm-houwitser en HVSS. Er zijn diverse versies van de Sherman gebouwd. De M4 en de M4A1 waren vrijwel identiek met als belangrijkste verschil de geschutskoepel; deze was gelast of gegoten in het geval van de M4A1.

De M4A2 kreeg de General Motors 6046 dieselmotor. Deze tank werd ook geleverd aan de Sovjet-Unie en aan de Britten. Het Amerikaanse leger heeft deze versie alleen gebruikt voor trainingsdoeleinden en niet in de strijd. Logistiek was het eenvoudiger om aan het front alleen voertuigen met benzinemotoren te gebruiken.

De M4A3 had een Ford-motor en deze versie werd het meest gewaardeerd. In maart 1945 werd voor de Easy Eight (M4A3E8) een nieuwe ophanging ontworpen (HVSS). Daardoor reed de tank sneller dan de tanks met de oudere ophanging. Deze ophanging is ook toegepast op de M40 en M43 gemechaniseerde artillerie. De M4A3 type tanks zijn bijna uitsluitend gebruikt in het Amerikaanse leger, ook na de oorlog.

De M4A4 kreeg de Chrysler A57 motor als krachtbron. De A57 bestond uit vijf zescilinder benzinemotoren die aan elkaar waren gemonteerd. Een zeer complex, zwaar en groot geheel die een 28 centimeter langere tank noodzakelijk maakte.

De M4A6 kreeg ook een dieselmotor, maar hiervan zijn slechts 75 exemplaren gebouwd.

De M4A5 aanduiding was gereserveerd voor de Canadese Ramtank; deze was ontwikkeld in samenwerking met de Britten, ook op basis van de M3 Grant.

De eerste exemplaren werden uitgerust met een 75 mm-kanon dat projectielen afvuurde met een lage mondingssnelheid waardoor de penetratiekracht van het projectiel tamelijk gering was. Later werd de Sherman voorzien van een effectiever 76 mm-kanon. De Britten bewapenden sommige van hun tanks met het nog krachtiger 17 ponder-kanon: de Sherman Firefly. Het hoge profiel maakte de Sherman nog steeds een gemakkelijk doelwit voor vijandelijke tanks en antitankkanonnen. De bepantsering, vooral aan de achterkant, was dun waardoor brandstof en motor en de hoog opgeslagen munitie snel vlam vatten. De Sherman kreeg daardoor de bijnaam Tommy cooker (soldatenbrader) omdat er zoveel tankbemanningen in verbrandden. Later in de oorlog werden waterzakken rond de munitie gehangen, een simpele maatregel waardoor de kans dat een tank na een voltreffer in brand vloog gereduceerd werd van 60% tot 15%. Versies van de Sherman met deze waterzakken kregen de toevoeging van de letter W.

De Sherman hielp de geallieerden de oorlog te winnen, niet zozeer door haar technische kwaliteiten, maar door de geschiktheid voor massaproductie, waarin de Amerikaanse oorlogsindustrie superieur was.

Bergingstank thumb|M32B3 bergingstank in Oorlogsmuseum Overloon. De eerste middelzware bergingstank van het Amerikaanse leger was gebaseerd op het chassis van de M3 Grant. Deze kwam in 1942/1943 in dienst. Tekorten aan dit chassis maakte een bergingstank op basis van de M4 Sherman noodzakelijk. De aanpassingen waren groot: de geschuttoren verdween en hiervoor kwamen in de plaats een gepantserde opbouw, een lier werd geïnstalleerd en een hefboom, de zogenaamde A-frame, werd aan de voorzijde geplaatst. Als deze niet werd gebruikt, lag deze over de tank heen naar achteren. In september 1943 kwam deze versie als de M32 in productie. De opvolger, de M32B1 maakte gebruik van het M4A1 tankchassis, de M32B2 het M4A2 enzovoorts. De laatste versie was de M32B4.

In de bergingstank zaten de bestuurder en de bediener van een machinegeweer voorin. De plaats van de rest van de bemanning, twee personen, was in het midden van het voertuig en de motor en de versnellingsbak zaten achterin. De hefboom had een lengte van 5,5 meter en de lier een trekkracht van 27 ton. De Continental R975 werd gebruikt als krachtbron. Het voertuig had een actieradius van 165 kilometer en brandstoftanks met een capaciteit van 651 liter. De maximale snelheid op de weg bedroeg 42 km/h.

Prestaties tijdens de oorlog De Sherman werd gebouwd om infanterie-eenheden te steunen tijdens hun operaties en niet om de confrontatie aan te gaan met Duitse tanks zoals de Panther, de Tiger I en de Tiger II die superieur bleken in bepantsering en vuurkracht. Het was een verschrikkelijke ervaring voor de bemanningen van Sherman-tanks om een gevecht aan te gaan met een Panther of Tiger omdat ze wisten dat zeker een of meerdere bemanningen zouden omkomen. Ze konden hun tegenstander alleen uitschakelen door het pantser aan de zij- of achterkant te doorboren in een manoeuvre met meerdere Shermans. thumb|Sherman Firefly in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel (29 jan 2005)

Ontmoetingen met de zware Duitse tanks waren echter relatief zeldzaam door de vrij lage productiecijfers en operationele gereedheid van deze Duitse tanks.Percentages van operationele gereedheid van de zware Duitse tanktypes tussen de jaren 1944-1945 liggen gemiddeld niet hoger dan 71 procent. Zie Thomas L. Jentz, "Germanys Tiger Tanks: Tiger I & Tiger II: Combat Tactics", Schiffer Publishing, Ltd. (1996). De Duitse tanks hadden bij de geallieerde tankbemanningen zeker een gevreesde reputatie, maar in praktijk vormde antitankgeschut en andere antitankwapens de grootste bedreiging. Het 75mm-kanon, hoewel minder effectief tegen de Duitse tanktypes van later in de oorlog, was uitstekend in het uitschakelen van antitankgeschut met hun bemanning en infanterie in het algemeen. De snelheid van de tank en haar betrouwbaarheid stelde de Amerikanen in staat tot imitatie van de Duitse Blitzkrieg-tactiek, die ze hadden bestudeerd.

De meest gevreesde tegenstander voor de M4 Sherman-tank was het Duitse 88mm-luchtafweergeschut. Dit geschut dat oorspronkelijk gebruikt werd bij de luchtdoelartillerie bleek een verwoestende uitwerking te hebben op pantservoertuigen en werd door de Duitsers zeer succesvol ingezet voor luchtafweer en als antitankgeschut. Na één voltreffer was de tank meestal uitgeschakeld. Ook hiertegen moesten de tanks het hebben van hun overweldigende aantallen. Daarnaast was de tank kwetsbaar voor Duitse pantsergrenadiers bewapend met onder andere panzerfausten en werpmijnen.

De verliezen per eenheid waren vaak aanzienlijk maar konden goedgemaakt worden uit de enorme materieelreserve. Belton Y. Cooper stelt in de memoires die hij schreef van de 3e Pantserdivisie van het Amerikaans leger dat de organieke sterkte aan Shermans bij de divisie 222 stuks bedroeg maar er over de hele duur van de oorlog in totaal 1350 stuks tijdens gevechten verloren gingen; die werden alle aangevuld.

Toch was het voor de geallieerden niet absoluut noodzakelijk een sterkere tank te bouwen omdat hun luchtoverwicht al de belangrijkste troef tegen de Duitse pantserstrijdkrachten was. Tijdens het Ardennenoffensief vernietigden Britse Typhoons eens, naar eigen zeggen, 175 Duitse tanks in één dag. Bij operatie Lüttich hadden de Typhoons in Normandië al een vergelijkbaar succes geboekt.

Naast de luchtoverwicht zorgde de doctrines en logistiek van het Amerikaanse leger er voor dat men vrijwel de gehele oorlog lang leunde op het gebruik van de Sherman-tank. Ten eerste heerste onder leiding van generaal Lesley McNair de dominante doctrine dat het uitschakelen van vijandelijke tanks vooral door gespecialiseerde antitankeenheden moest gebeuren. Tanks daarentegen moesten volgens de door de Amerikanen ontwikkelde doctrine hoofdzakelijk worden ingezet om de infanterie ondersteunen en te anticiperen op doorbraken in de vijandelijke linies. De Sherman-tank volstond in deze taken uitstekend. Ten tweede speelden beperkingen in de logistiek van de Amerikanen een grote rol. Het feit dat de Amerikaanse fabrieken buiten bereik van de asmogendheden lagen had het voordeel dat de productie niet door bombardementen verstoord konden worden. Het creëerde echter wel een logistiek probleem, namelijk dat de tanks verscheept moesten worden over de Atlantische- en Stille Oceaan. Aanpassingen en reparaties moesten daarom simpel en snel op het slagveld uitgevoerd kunnen worden. De voorkeur lag daarom bij de Amerikanen bij betrouwbare en goed geteste uitrusting. Het ontwerp van de Sherman-tank en de gevechtservaring die er in de loop van de oorlog al mee was opgedaan sloot goed bij deze gedachte aan. Het Amerikaanse leger koos dus bewust om met kwantiteit en onderhoudsvriendelijkheid de sterkere Duitse tanks te verslaan.

Na de oorlog Na de oorlog werd de Sherman nog lang gebruikt, zowel bij de Verenigde Staten als bij hun bondgenoten.

Verenigde Staten