miniatuur|Betonstraatstenen in keperverband alt=Keramische straatbaksteen in visgraatverband (Wasserstrich onbezand)|miniatuur|Keramische straatbakstenen in keperverband (Wasserstrich onbezand) Een klinker, klinkaert, straatklinker of straatsteen is een type dat gebruikt wordt als bestrating in de wegenbouw, ook wel klinkbouw genoemd. De naam klinker slaat van oudsher op bakstenen, die als men ertegenaan tikt "helder klinken".https://web.archive.org/web/20180909174805/http://www.joostdevree.nl/shtmls/klinker.shtml In Nederland worden klinkers straatbaksteen genoemd. Ook betonstraatstenen worden in de praktijk soms (beton)klinkers genoemd. Betonstraatstenen hebben echter een heel andere samenstelling in materiaal en ook een heel ander bereidingsproces, al worden ze op dezelfde manier gebruikt. In vergelijking met stenen die in de huizenbouw worden gebruikt, zijn klinkers harder. Dit wordt bereikt door een langer en heter bakproces in de steenfabriek. Hierbij versmelten de kleideeltjes in een proces dat sinteren wordt genoemd. Een klinker (klinkaert) is een zeer hard gebakken klampsteen. Een klinkaert is bruin tot paarsachtig getint en heeft een hoge druk- en slijtageweerstand. Hij wordt hoofdzakelijk gebruikt voor onderbouwen en waterwerken. Voor plinten, deurdorpels en bevloeringen wordt hij eveneens aangewend. Men onderscheidt ook hier handvormsteen en met de vormbakpers gevormde steen.https://web.archive.org/web/20180922173603/http://mathys.com/bouwinfo/baksteen.htmhttps://web.archive.org/web/20180713142206/http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/baksteen_algemeen.htm
Geschiedenis De eerste stap in de richting van de productie van straatbaksteen werd al gezet in de prehistorie. De uit klei gebakken producten werden meer dan 5000 jaar geleden in Mesopotamië, Egypte en de Indusvallei gemaakt. Het betrof aardewerk gebruiksvoorwerpen als kruiken en schalen en de productie van allerlei keramische bouwmaterialen. De productie van stenen als verhardingsmateriaal was nog niet aan de orde.
De Romeinen gingen tijdens hun verblijf in West-Europa door de eeuwenoude techniek van het bakken van onder andere stenen en dakpannen. Na het vertrek van de Romeinen raakte het bakken van stenen in verval.
Pas in het midden van de 12e eeuw beoefenden kloosterlingen in Noord-Nederland weer de techniek van het stenen bakken. Deze zogeheten mopstenen, ook wel kloostermoppen genoemd, werden voornamelijk bij de bouw van kloosters en kerken toegepast. De stenen werden nog niet als wegverharding gebruikt.
Voor zover bekend, dateren de eerste gebakken straatstenen van de 15e eeuw. Het was de periode van de bloei van klinkbouw in Leiden en Utrecht De stenen werden gebakken in veldovens. Alleen de hardste klinkers waren geschikt voor het plaveien van wegen, voornamelijk in steden. Meestal werden wegen en paden uit kostenoverweging aangelegd met veldkeien, puin en grind.
In de eeuwen daarna groeide het gebruik van straatbaksteen. Halverwege de 19e eeuw kwam de mechanisatie op gang en ontstonden vaste ovens. Daardoor was het mogelijk meer en betere stenen te produceren. Tussen 1850 en 1950 was straatbaksteen het meest gebruikte verhardingsmateriaal waardoor het Nederlandse straatbeeld zich kenmerkte. Na de Tweede Wereldoorlog wonnen materialen als asfalt en beton(stenen) aan populariteit. De productie van straatbaksteen liep daardoor terug.
Straatbaksteen miniatuur|De Stijl in klinkers in Leiden miniatuur|Demonstratie van een stratenlegmachine (Polygoonjournaal, 1 december 1963) Straatbaksteen is een gebakken materiaal en wordt als steen toegepast in straatwerken. Het verschil met andere bestratingsmaterialen als beton en natuursteen is dat straatbakstenen gemaakt worden uit klei en een keramisch product zijn. De klei of leem waaruit de kleiklinkers ofwel de straatbakstenen gebakken worden, is op vele plaatsen te vinden: rivierklei, zeeklei, leem ook in de zandige gebieden, en löss. Aldus is de grondstof vaak lokaal voorhanden in grote gebieden van Nederland en België, en ook daarbuiten. Reeds sinds de middeleeuwen komt de straatbaksteen voor.
Straatbakstenen kunnen op verschillende manieren onderscheiden worden. Allereerst is er het onderscheid naar productiemethode. Zodoende kunnen twee steentypen onderscheiden worden: strengpers en vormbak. In Nederland is vormbak het meest voorkomende type vormmethode voor straatbaksteen. Bij de vormbak wordt machinaal iedere steen als vormeling uit de mal gelost. Bij het strengpersen worden de stenen van een lange streng klei in de gewenste hoogte afgesneden. De vormbak kent twee uitvoeringen: onbezand of normaal bezand. In allebei de gevallen kunnen de stenen als nabehandeling getrommeld worden, waardoor een verouderd effect ontstaat. Strengpersstenen zijn veelal glad, maar er kan een andere uitstraling gecreëerd worden door middel van uiteenlopende oppervlaktebehandelingen. Beide typen – strengpers en vormbak – kunnen van vellingkanten worden voorzien; hierdoor zijn de stenen minder gevoelig voor beschadigingen. Ook bij straatbakstenen met afstandhouders blijven beschadigingen aan de stenen beperkt. De officiële technische term klinker is in de Standaard RAW 2005 in Nederland vervangen door straatbaksteen.https://web.archive.org/web/20191104143414/https://www.nbd-online.nl/nieuws/189117-bestrating
Straatbaksteen wordt op grote schaal gebruikt voor het inrichten van openbare ruimtes. Particulieren passen de steen toe voor terrassen, opritten en tuinpaden. De reden waarom straatbaksteen wordt verkozen boven andere materialen, heeft te maken met de producteigenschappen van straatbaksteen: ze is sterk, gaan dus lang mee en zijn gemakkelijk te hergebruiken. Bovendien zijn de stenen in allerlei vorm, kleur en afmeting leverbaar. Een nadeel is de arbeidsintensieve wijze van leggen en herleggen, zij het dat daarvoor bestratingsmachines bestaan.
Duurzaamheid Klinkers zijn uiterst duurzaam en kunnen decennia meegaan zonder significant onderhoud. Ze zijn bestand tegen zware belasting en de invloeden van weersomstandigheden zoals vorst en hitte.
Esthetiek Klinkerwegen hebben een karakteristieke uitstraling die bijdraagt aan de esthetische waarde van de omgeving. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren en formaten, wat ontwerpers de vrijheid geeft om unieke patronen en designs te creëren.
Ecologisch Klinkers zijn een milieuvriendelijke keuze vanwege hun natuurlijke samenstelling en het feit dat ze hergebruikt kunnen worden. Bovendien laat een klinkerweg water door, wat bijdraagt aan een beter stedelijk waterbeheer.
Formaat Straatbakstenen zijn er in meerdere formaten, maar in Nederland zijn de drie belangrijkste: Waalformaat (210×50 mm - ca. 100 st/m²) Dikformaat (210×70 mm - ca. 72 st/m²) Keiformaat (200×100 mm - ca. 45 st/m²) Bij de formaten moet worden opgemerkt dat de exacte maatvoering per fabrikant kan verschillen, maar de verhoudingen zijn per formaat gelijk. Zo is bijvoorbeeld een keiformaat standaard 2:1, een dikformaat 3:1 en een waalformaat 4:1.
Als duurzamer alternatief hebben baksteenfabrikanten het keiformaat 70 ontwikkeld, oftewel een straatsteen van 70 millimeter hoog. Voor de productie van dit formaat is minder rivierklei en energie nodig. Bovendien neemt de steen minder ruimte in bij het vervoer. Deze straatbaksteen scoort goed op de trede Re-use van de R-ladder van straatbaksteen door de lange levensduur en de hoge mate van hergebruik: tot vrijwel 90 procent.
Verbanden frame|V.l.n.r.: halfsteensverband, elleboogverband, keperverband, blokverband
De verschillende soorten verbanden die in straatwerk toegepast worden hebben twee doeleinden: het aanzicht van het straatwerk en – als tweede – de samenhang van de bestrating, die zo stabiel en duurzaam mogelijk moet zijn voor de verkeersfunctie. Ieder verband heeft een hoofdpatroon, met daarnaast oplossingen voor de beëindigingen bij de kantopsluiting, ontmoetingen van wegvakken en aansluitingen in bochten. In deze verschillende samenstellingen kunnen een aantal traditionele verbanden onderscheiden worden: halfsteensverband, keperverband, elleboogverband, diagonaalverband, blokverband en zigzagverband. Naast deze functionele toepassingen worden steeds vaker ook sierverbanden toegepast in combinaties van allerlei steenformaten en materialen.
De voornaamste verbanden waarin klinkers worden gestraat zijn: Halfsteensverband: in een halfsteensverband verspringen de stenen per rij steeds een halve steen en staan de lagen haaks op de rijrichting en kantopsluiting. Het is een verband dat snel gelegd kan worden. Ook is het halfsteensverband minder gevoelig voor maatafwijkingen. Wel is het halfsteensverband gevoeliger voor ‘kruipen’ in de rijrichting, waardoor de stenen bij wijze van spreken wat kantelen en het wegdek gaat golven. Het mooist zijn aansluitingen aan weerszijden met om en om halve stenen. Tegen de kantopsluiting wordt eerst een kantlaag gelegd in de lengterichting. De zijde waar gestart wordt heet opzet. De andere zijde is de sluiting; hier mogen passtenen niet kleiner dan een halve steen worden gebruikt (wel: de zogenaamde ‘drieklezoren’, al of niet in combinatie met halve stenen). De passtukken mogen niet met de gehakte kant aan de buitenzijde liggen, tegen de kantlaag of goot. Keperverband: bij het keperverband staan de stenen om en om een kwartslag ten opzichte van elkaar, maar liggen de stenen 45° ten opzichte van de as van de weg. Hierbij worden de stenen dus als een visgraat gelegd. De V vorm is altijd haaks op de rijrichting. Dit is het meest gebruikte verband. Het grote pluspunt van het keperverband is de goede stabiliteit, maar er dient wel sprake te zijn van een goede maatvastheid van de stenen. Aangezien het gaat om de niet-haakse aansluiting is schuin hakwerk nodig. Om knipverlies te verminderen worden bij betonstenen tegen de kanten bisschopsmutsen toegepast. Bij toepassing van keperstenen wordt hetzelfde effect bereikt, maar ligt de V-vorm 90 graden gedraaid ten opzichte van bisschopsmutsen. Voordeel van keperstenen ten opzichte van bisschopsmutsen is het straten in bochten. Een bisschopsmuts kan namelijk veel moeilijker in bochten worden toegepast. Kleinere dan halve stenen mogen niet gebruikt worden. Elleboogverband: het elleboogverband is een variant op het keperverband. Het patroon is identiek, maar de richting volgt die van de straat. De stabiliteit is op zichzelf goed, maar door de langsvoegen in de rijrichting is dit verband niet erg geschikt voor druk bereden wegen. Het elleboogverband wordt vooral toegepast voor de aanleg van parkeerstroken, inritten van tuinen, toegangswegen naar parkeerterreinen en in sierbestrating. De stenen moeten maatvast zijn. Een voordeel ten opzichte van het keperverband is dat het hakwerk bij het elleboogverband gemakkelijker is. Blokverband: het blokverband bestaat uit vierkanten die door de stenen worden gevormd in aantal afhankelijk van het formaat: in waalformaat vier, dikformaat drie en keiformaat twee stuks. De blokken kunnen recht of diagonaal worden gelegd, maar ook verspringend. In een rechte weg kan zonder hakwerk worden gewerkt, waardoor dit verband zich perfect leent voor tijdelijk straatwerk zoals bouwstraten. Regelmatig worden tijdelijke straten uitgevoerd met de stenen ondersteboven. De bovenkant, de zichtkant, blijft dan schoon in het funderingszand en voor de definitieve verharding worden de stenen hergebruikt, nu met de schone zichtkant naar boven. Diagonaalverband: het diagonaalverband is een halfsteens verband dat 45° ten opzichte van de rijrichting wordt gelegd. Het is minder gevoelig voor kruipen van de straatlaag, maar wel is dit verband bewerkelijker in de uitvoering, omdat de aansluitingen schuin hak- of knipwerk vereisen.