Igor Fjodorovitsj Stravinsky (Russisch: И́горь Фёдорович Страви́нский)in het Nederlands ook gespeld als Strawinski of, conform moderne transcriptie van het Russisch, als Stravinski; Stravinsky schreef zelf zijn naam (zie bv. zijn handtekening , nr.28) met y (Oranienbaum, 17 juni 1882 – New York, 6 april 1971) was een van de invloedrijkste componisten van de 20e eeuw, en een centraal figuur uit de modernistische muziek. Naast componist was Stravinsky ook dirigent, vaak van zijn eigen werken.

De van geboorte Russische componist verwierf in 1934 de Franse nationaliteit en werd, nadat hij zich eind jaren dertig van de 20e eeuw in de Verenigde Staten had gevestigd, in 1945 tot Amerikaan genaturaliseerd.

Rusland 1882-1910 Muzikale jeugd Igor Stravinsky werd geboren in de badplaats Oranienbaum aan de Finse Golf, nu Lomonosov, 40 kilometer ten westen van het oude centrum van Sint-Petersburg. Stravinsky's vader was bas bij het Keizerlijke Mariinskitheater in Sint-Petersburg, en in die stad groeide Igor op. Vanaf zijn negende kreeg hij pianolessen van onder andere Leokadija Kasjperova, een leerlinge van Anton Rubinstein, en hij maakte zulke vorderingen dat hij al snel Mendelssohns eerste Pianoconcert kon spelen, alsmede een flink aantal stukken van Muzio Clementi, Mozart, Haydn, Beethoven, Schubert en Schumann. Ondanks zijn aanleg voor muziek wilden zijn ouders niet dat hij een muzikale carrière zou volgen en stonden zij er op dat hij naar de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg zou gaan. Daar begon hij, weinig enthousiast, aan een studie strafrecht en rechtsfilosofie. Als rechtenstudent maakte hij in 1902 kennis met de vader van studiegenoot Vladimir, de componist Nikolaj Rimski-Korsakov. Deze was niet onder de indruk van Stravinsky's eerste compositiepogingen. Hij adviseerde hem om niet naar het conservatorium te gaan, maar lessen harmonie en contrapunt te volgen en zijn werk kritisch te laten beoordelen tijdens privélessen. Rimski-Korsakov was bereid hem met raad bij te staan.

Compositielessen bij Rimski-Korsakov thumb|Stravinsky (links) en de familie Rimski-Korsakov, 1908 thumb|Nikolaj Rimski-Korsakov door Ilja Repin, 1893 Stravinsky's vader overleed in 1902, waarna Igor zijn rechtenstudie steeds meer verwaarloosde. Als gevolg van de Bloedige Zondag van januari 1905 kon hij zijn rechtenexamens niet afleggen; hij is nooit volledig afgestudeerd.

Het jaar erna liet hij Rimski-Korsakov zijn Pianosonate in fis zien en horen en begon hij tweemaal per week compositielessen te volgen bij de bekende componist, die voor de jonge Stravinsky een tweede vader werd. Uit de leerperiode bij Rimski-Korsakov dateren de Symfonie in Es, Le Faune et la Bergère, de Pastorale, Scherzo fantastique en schetsen voor Le Rossignol. De Feu d'artifice die hij ter gelegenheid van het huwelijk van Rimski-Korsakovs dochter toestuurde kwam te laat om beoordeeld te worden: de componist was kort ervoor overleden, op 21 juni 1908. De band met Rimski-Korsakov was sterk en diens dood heeft Stravinsky sterk aangegrepen. Ter nagedachtenis aan zijn leermeester schreef hij de Chant funèbre. De partituur van dit werk raakte tijdens de Russische Revolutie zoek, maar werd in 2015 teruggevonden.

Nadat Stravinsky zijn rechtenstudie voltooid had met een soort tussendiploma, trouwde hij met zijn nicht Jekaterina Nossenko. Zij was al op zijn tiende jaar in zijn leven gekomen "als een lang gewenste zus. We waren elkaar, tot haar dood, buitengewoon na, meer na dan geliefden soms zijn". Uit dit huwelijk werden Teodor (1907), Ljoedmila (1908), Soelima (1910) en Maria Milena (1914) geboren.

Diaghilev en 'Ballets russes' Een belangrijke impuls voor Stravinsky was de ontmoeting met Sergej Diaghilev, artistiek leider van de "Ballets Russes", die in 1909 een uitvoering van de Scherzo fantastique en Feu d'Artifice bijwoonde. Diaghilev nodigde Stravinsky uit om voor Les Sylphides - een ballet op muziek van Chopin - de orkestraties voor de Nocturne in As en Valse Brillante in Es (Stravinsky) voor zijn rekening te nemen. Daarnaast vroeg Diaghilev om een orkestratie van Griegs Kobold uit het ballet Le Festin. De opdrachten van Diaghilev zouden voor Stravinsky definitief de doorbraak betekenen. Voor het seizoen van 1910 wilde Diaghilev muziek voor een ballet gebaseerd op het Russische sprookje De Vuurvogel. De componist Anatoli Ljadov werd aanvankelijk door Diaghilev benaderd, maar hij weigerde door de relatief korte schrijftijd die hem aangeboden werd. Diaghilev gaf de opdracht daarop aan Stravinsky. Maart 1910 was het werk klaar en in mei van dat jaar ging Stravinsky voor het eerst naar Parijs om de repetities van zijn L'Oiseau de Feu bij te wonen.

Parijs en Clarens 1910-1914 In Parijs maakte hij kennis met "le tout Paris culturel": de componisten Claude Debussy, Maurice Ravel, Florent Schmitt, Maurice Delage, Erik Satie, Giacomo Puccini en Manuel de Falla, de actrice Sarah Bernhardt en de auteurs Marcel Proust, Paul Morand, Saint-John Perse en Paul Claudel. Stravinsky haalde zijn gezin in Oestiloeg in Rusland op en nadat zijn vrouw de laatste voorstelling van De Vuurvogel had bijgewoond verbleef de familie Stravinsky in La Baule in Bretagne. Hier schreef Stravinsky de Deux poèmes de Paul Verlaine, Un Grand Sommeil en La Lune blanche. Omdat Katerina zwanger was werd besloten niet naar Rusland terug te keren, maar in Zwitserland de geboorte (van hun zoon Soulima) af te wachten.

Diaghilev had tijdens het balletseizoen om een tweede ballet gevraagd. Stravinsky vertelde hem over een nieuw werk dat hij in gedachten had. Dit ballet zou worden gebaseerd op een heidens ritueel, maar bij Diaghilevs bezoek aan Stravinsky in Lausanne bleek Stravinsky begonnen te zijn aan een geheel andere compositie, een voor piano en orkest. Diaghilev wilde dit werk echter toch als vervanger van het stuk over het heidens ritueel als ballet gebruiken: op 13 juni 1911 ging Petroesjka in het Théâtre du Châtelet in première. Omdat het balletseizoen dat jaar kort was en de Ballets Russes tijdens hun optreden in Londen zijn werken toch niet zouden uitvoeren (té modern voor het Britse publiek dacht Diaghilev), keerde Stravinsky terug naar zijn huis in Ustilug in Rusland. Hij was van plan om zijn werk over het heidens ritueel te componeren. In Ustilug kreeg dit werk, Le Sacre du printemps (Весна священная of De Lentewijding), zijn vorm. Tussendoor componeerde hij ook nog de Deux poésies de Konstantin Balmont en Zvezdoliki voor mannenkoor en orkest. Allerlei problemen verhinderden de première van de Sacre. Hierdoor werd de première uitgesteld tot 1913. Deze ontwikkelingen gaven Stravinsky meer tijd te werken aan de orkestratie. In 1912 vestigde hij zich met zijn familie weer in Zwitserland in Clarens aan het Meer van Genève.

Ontmoeting met Schönberg, Berg en Webern thumb|Arnold Schoenberg Tijdens een bezoek aan Berlijn voor een voorstelling van Petrouchka ontmoette hij een aantal malen Arnold Schönberg en zag hij bovendien een uitvoering van diens Pierrot Lunaire, een werk waar hij niet in eerste instantie van onder de indruk was, maar waarvan Stravinsky het grote belang veel later inzag. Ook ontmoette hij daar de Schönberg-leerlingen Alban Berg en Anton Webern, een gebeurtenis die hij zich later niet kon, of – misschien veelbetekenend – wilde herinneren. "Mijn Eerste en Laatste Avondmaal met de hypostatische drieëenheid van de twintigste-eeuwse muziek" (Dialogues), zoals hij de ontmoeting spottend verwoordde. Het is nooit tot een vriendschap gekomen tussen de twee componisten-giganten van de 20e eeuw - Stravinsky en Schönberg - hoewel beide heren later zelfs in Los Angeles woonden. Het dedain was wederzijds: de een deed de ander af als een van die componisten die niet voor nu schrijven, maar angstvallig proberen de muziek van de toekomst te ontdekken (Stravinsky verwijst hierin impliciet naar Schönberg in een interview), de ander sprak spottend over "Modernsky" (Schönberg over Stravinsky in zijn koorwerk Vielseitigkeit).

Le Sacre du printemps thumb|Théâtre des Champs-Élysées, Parijs, waar Le Sacre du Printemps in 1913 in première ging Terwijl de repetities voor Le Sacre du printemps in volle gang waren, voltooide Stravinsky terug in Clarens de orkestratie van het stuk; het werk was op 8 maart 1913 af. Op verzoek van Diaghilev om Modest Moessorgski's Chovansjtsjina voor uitvoering geschikt te maken stelde Stravinsky voor ook Ravel hiervoor in te schakelen. Tijdens Ravels verblijf in Clarens liet Stravinsky hem zijn Trois Poésies de la Lyrique Japonaise zien en Ravel componeerde er en speelde voor Stravinsky de eerste twee van diens Trois poèmes de Stéphane Mallarmé. Le Sacre du printemps ging op 29 mei 1913 in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs in première. De première, gedirigeerd door Pierre Monteux, verliep tumultueus en het lawaai van het publiek schijnt de muziek te hebben overstemd – opmerkelijk bij een toch allesbehalve rustig werk. De kritiek sprak van Le massacre du tympan (De slachting van het trommelvlies). Toch had de derde uitvoering van Le Sacre du printemps al succes. Een jaar later werd de naam van de componist in Parijs na een uitvoering al vol bewondering gescandeerd. Le Sacre du printemps is altijd een van de populairste werken gebleven in Stravinsky's oeuvre.

Kort na de première kreeg Stravinsky tyfeuze koorts en was hij noodgedwongen zes weken aan zijn bed gekluisterd. Na het herstel keerde hij vanuit Frankrijk terug naar Ustilug waar hij, zich nog niet sterk genoeg voelend voor een groot werk, begon aan het componeren van Trois petites chansons – Souvenir de mon enfance. Eerder dat jaar had hij het verzoek van een Moskous theater ontvangen om zijn opera De Nachtegaal gereed te maken voor opvoering. Stravinsky had slechts de eerste acte voltooid in 1909 en sindsdien niet meer naar het werk omgekeken, maar zijn voorstel om die acte als een zelfstandig stuk op te voeren werd door de opdrachtgevers afgewezen. Stravinsky ging in Clarens aan het werk. Het Moskouse theater ging echter failliet en Diaghilev stelde toen voor het werk door de 'Ballets Russes' te laten uitvoeren. Het verschil tussen de eerste acte en de rest bleek zo groot dat men Stravinsky voorstelde de eerste acte om te werken. Dit weigerde hij. Het werk ging op 26 mei 1914 in Parijs in première. Terug in Zwitserland componeerde Stravinsky de Trois pièces voor strijkkwartet en Pribaoutki, een viertal liederen voor mannenstem en acht instrumenten.

Zwitserland 1914-1920 Renard Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde Stravinsky niet vanuit Zwitserland naar Rusland terug. Hij wijdde zich aan de bestudering van de Russische volkspoëzie en volksverhalen die hij had verzameld en die hij zou gebruiken voor een aantal nieuwe werken. De winter van 1914-1915 werd in Château-d'Œx boven Montreux doorgebracht, vooral ten behoeve van het herstel van zijn vrouw die tuberculose had. Daarnaast was zij bevallen van de tweede dochter van het echtpaar, Maria Milena. Naast het componeren van een klein werk voor piano, de Trois pièces faciles, begon Stravinsky in Montreux met het componeren van het ballet Les Noces . Bovendien schreef hij een duet van een kat en een geit die hij later in Renard zou opnemen.

thumb|pianola