Rügen is het grootste eiland van Duitsland. Het ligt in de Oostzee en behoort tot de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren. De "toegangspoort" tot het eiland Rügen is de Hanzestad Stralsund. Het eiland, dat door de Rügendamm en de Strelasundbrug over de 2 km brede Strelasund met het vasteland is verbonden, heeft een maximale lengte van 52 km (van zuid naar noord) en een maximale breedte van 41 km in het zuiden. Het eiland meet 926 km² en telt 73.000 inwoners (2001). De kust is erg grillig door de vele bochten (Bodden of Wieken) en de vooruitspringende schiereilanden en landtongen.

Het eiland vormde samen met het eiland Hiddensee en enkele kleinere eilanden tot 2011 de Landkreis Rügen, met Bergen als hoofdplaats. Andere grote plaatsen zijn Sassnitz, Binz, Garz en Putbus.

De Latijnse en historische naam van het eiland is Rugia.

Geologie Rügen behoorde samen met het Deense eiland Møn, dat aan de andere kant van de Oostzee tegenover Rügen ligt, tot een groter plateau van krijtkalk afgezet in het Maastrichtien (Late Krijtperiode), dat door tektonische bewegingen naar het aardoppervlak gedrukt werd. Het overgrote deel van deze landmassa is door erosie en aardverschuivingen weer verdwenen, alleen de beide eilanden, met hun karakteristieke krijtrotsen, bleven nog over.

Geografie thumb|Krijtrotsen op Rügen thumb|Caspar David Friedrich: Krijtrotsen op Rügen. De bochtige zuidkust van het eiland wordt gevormd door de Rügische Bodden - het noordelijke deel van de Greifswalder Bodden. Voor de kust ligt het eiland Vilm. Aan de westzijde van deze bocht ligt het schiereiland Zudar met het zuidelijkste punt van Rügen (Palmer Ort), aan de oostzijde ligt het schiereiland Mönchgut. Dit schiereiland eindigt in het oosten bij Kap Nordperd bij Göhren en in het zuiden bij Kap Südperd bij Thiessow. In het westen van het schiereiland Mönchgut deelt een 5 km lange, smalle landtong - de Reddevitzer Höft - de beide bochten Having en Hagensche Wiek.

Het noordoosten van Rügen wordt gevormd door het schiereiland Jasmund, dat met het hoofdeiland "Muttland" verbonden is door de schoorwal Schmale Heide tussen Binz-Prora en Sassnitz-Mukran en een spoor- en wegdam bij Liettow. De Schmale Heide scheidt de Prorer Wiek van de Kleine Jasmunder Bodden. Op het schiereiland Jasmund ligt het hoogste punt van Rügen, de 161 meter hoge Piekberg, en een van de markantste punten van Rügen, de Königstuhl, een 118 meter hoge krijtrots van de Stubbenkammer. Een tweede schoorwal, de Schaabe, verbindt Jasmund met het schiereiland Wittow in het noorden van Rügen. De Schaabe scheidt de Tromper Wiek van de Grote Jasmunder Bodden. Het Schiereiland Wittow en het in het westen aansluitende lange en smalle schiereiland Bug worden van het hoofddeel van Rügen gescheiden door de Rassower Strom, de Breetzer Bodden en de Breeger Bodden. Het schiereiland Wittow wordt in het noorden afgesloten door de Kap Arkona. Een kleine kilometer verder ligt op het noordelijkste punt van Mecklenburg-Voor-Pommeren. Voor deze klif (Gellort) ligt de Siebenschneiderstein - de op drie na grootste zwerfkei van Rügen.

De noordwest- en westzijde van het eiland Rügen is ook grillig, maar wat vlakker. Voor de kust liggen de eilanden Hiddensee en Ummantz, en de kleinere eilanden Öhe, Liebitz en Heuwiese. Door zandaanwas en zandafkalving in de Oostzee moeten de vaargeulen ten noorden en ten zuiden van Hiddensee constant uitgebaggerd worden, anders zou Hiddensee binnen enkele jaren verbonden zijn met Rügen.

Het midden van Rügen is licht heuvelachtig en wordt voornamelijk gebruikt voor de landbouw. Oostelijk van de stad Bergen wordt een hoogte van 90 meter bereikt (Rugard met uitzichttoren) en in het zuidoostelijke heuvellandschap ligt de 107 meter hoge Granitz. De grond van Rügen is erg vruchtbaar, in het bijzonder op Wittow, de graanschuur van Rügen. Daarnaast wordt er veel kool verbouwd. Rügen is bezaaid met zwerfkeien, waarvan de 22 grootste tot de wettelijk beschermde geotopen behoren.

Plaatsen, gemeenten e.d. op Rügen Rügen behoort tot de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren, en wel de Landkreis Vorpommern-Rügen.

Binnen deze Landkreis liggen talrijke Duitse gemeenten op Rügen, die bestuurlijk verschillende statussen hebben, en wel: Amtsfreie Gemeinden, doorgaans stedenÄmter; met BZ is de bestuurszetel van ieder Amt aangegeven Binz Putbus SassnitzGemeentes in Amt Bergen auf Rügen Bergen auf Rügen, Stadt (BZ) Buschvitz Garz/Rügen, Stadt Gustow Lietzow Parchtitz Patzig Poseritz Ralswiek Rappin SehlenGemeentes in Amt Mönchgut-Granitz Baabe (BZ) Göhren Lancken-Granitz Mönchgut Sellin Zirkow

Gemeentes in Amt Nord-Rügen Altenkirchen Breege Dranske Glowe Lohme Putgarten Sagard (BZ) WiekGemeentes in Amt West-Rügen Altefähr Dreschvitz Gingst Insel Hiddensee Kluis Neuenkirchen Rambin Samtens (BZ) Schaprode Trent Ummanz.

Geschiedenis Prehistorie en Germaanse tijd thumb|Hunebed op Rügen, Friedrich Preller de OudereErnst Friedrich Preller de Oudere, geb. 25 april 1804 in Eisenach, overleden 23 april 1878 in Weimar, zeer verdienstelijk kunstschilder en etser, 1843 Vondsten in de Bodden wijzen op bewoning sinds de Steentijd. Op geheel Rügen vindt men vele stenen monumenten, zoals megalithische graven (hunebed, bijvoorbeeld het hunebed bij Nobbin) en offerstenen, die tot op heden bewaard zijn gebleven. Ten tijde van het begin van onze jaartelling behoorden de bewoners van Rügen tot de Oost-Germaanse stam van de Rugiërs, die toen ongeveer het gebied van het latere Vorpommern bewoonden. Deze stam gaf het eiland zijn naam. In de tijd van de Grote Volksverhuizing trokken vele Rugiërs zuidwaarts en stichtten daar een Rijk in Pannonië.

Slavische Ranen Vanaf de 7e eeuw stichtten de Ranen (Rujanen) op Rügen en aan de omliggende kusten tussen de riviertjes Recknitz en Ryck een rijk, dat de geschiedenis van zowel het Oostzeegebied als ook van de omringende westelijke en zuidelijke streken op het vasteland voor de volgende eeuwen bepaalde. Zij waren een West-Slavisch volk dat een dialect van het Polabisch sprak. De basis van een sterke militaire positie werd gevormd door de Ranische vloot en de gunstige geografische ligging. Denemarken, dat in deze tijd in Brittannië en Scandinavië erg succesvol was, kon tot in de 12e eeuw geen vat krijgen op zijn Ranische concurrenten in het Oostzeegebied en ook zijn eigen kust niet beschermen tegen de Ranische militaire dreiging. In de driehoek Barth-Jasmund-Gristow werden talrijke burchten en tempels gebouwd. Tot ver buiten de grenzen van het Ranenrijk bekend was de aan de Slavische god Svantovit gewijde tempel in de Jaromarsburg op Kaap Arkona, die na de val van RethraEen centraal heiligdom van talrijke West-Slavische stammen, gelegen ergens in Mecklenburg of Pommeren. Waar dit heiligdom heeft gestaan, is bij gebrek aan schriftelijke of duidelijke archeologische bronnen onbekend. het hoofdheiligdom van alle heidense Noordwestelijke Slaven werd. Het wereldlijke centrum van het Ranenrijk was Charenza (waarschijnlijk gelegen op de plaats van de huidige burchtwal van Garz of Venz, gemeente Trent); de belangrijkste handelsplaats was Ralswiek op de zuidpunt van de Grote Jasmunder Bodden.

Vorstendom onder Deense heerschappij De Deense koning Waldemar I en zijn legeraanvoerder en raadsman bisschop Absalon van Roskilde verwoestten in 1168 de Svantovit-tempel in de burchtwal op Kaap Arkona en beëindigden daarmee zowel de territoriale als de religieuze zelfstandigheid van de Ranen. De Ranenvorst Jaromar I († 1218) werd vazal van de Deense koning en de eilandbewoners werden gekerstend. In 1184 probeerden de Pommeren, die daarvoor hun heerschappij tot in de omgeving van Gützkow en Demmin uitgebreid hadden, en daarmee de rechtstreekse buren van het nu Deense vorstendom Rügen waren, in opdracht van hun landheer, de Rooms-Duitse keizer, Rügen in te lijven. Ze werden echter op de Greifswalder Bodden verpletterend verslagen. Onder Deense heerschappij veranderde het karakter van Rügen. Er werden Deense kloosters gesticht (bijvoorbeeld Bergen in 1193 en Hilda, nu Eldena, in 1199). Duitse kolonisten werden naar het land gehaald en vormden al snel het grootste en cultureel meest bepalende deel van de bevolking. De Wendische taal verdween en de Ranen pasten zich aan. Naast de vestiging van mensen op het platteland, de bouw van kloosters en kerken, werden ook steden gesticht. In 1234 stichtte de vorst van Rügen, Wizlaw I, de stad Stralsund en verleende in 1241 het marktrecht aan Greifswald. De macht van de steden groeide snel en dwong de Rügenvorsten tot concessies – zo werd de Barther vorstenburcht vernietigd, en werd Schadegast, de vorstelijke “tweeling” van het burgerlijke Stralsund, ten gunste van deze laatste stad ontruimd.

In 1304 verwoestte de als Allerheiligenvloed van 1304 bekend staande overstroming het eiland en overspoelde de landtong tussen Mönchgut en Ruden.

thumb|Invasie van Rügen door Brandenburg-Pruisen, 1678, ets van Jan Luyken

Rügen als een deel van Pommeren thumb|Kaart van Eilhardus Lubinus uit 1608 Na de dood van de laatste Slavische vorst Wizlaw III van Rügen in 1325 kwam het land als gevolg van het in 1321 gesloten erfverdrag bij Pommern-Wolgast en was een tijd lang het bezit van een zijtak (Barth), tot het in 1478 met Pommeren verenigd werd. Met dit land kwam het dan in 1648 door de Westfaalse Vrede bij Zweden (Zweeds-Pommeren). Het schiereiland Jasmund was na de Dertigjarige Oorlog eerst een tijd lang in het bezit van de Zweedse generaal Carl Gustaf Wrangel, daarna ging het naar de graaf De la Gardie en ten slotte naar Wilhelm Malte I van Putbus.

In de jaren 1678 en 1715 werd Rügen tijdelijk onttrokken aan Zweden door achtereenvolgens de keurvorst van Brandenburg Frederik Willem en de koning van Pruisen, Frederik Willem I. Op die manier veroverden een Brandenburgs-Pruisisch en een Deens leger het eiland bij de Schoonse Oorlog in 1678. Na de Vrede van Saint-Germain in 1679 ging het eiland weer van Deense in Zweedse handen over. Ten tijde van de napoleontische oorlogen was Rügen een knooppunt voor de smokkel van Engelse waren naar continentaal Europa. Op 16 juli 1807 (zie: Vierde Coalitieoorlog) werd het eiland bezet door een Engels expeditieleger onder leiding van Lord Cathcart, geholpen door 8000 Hannoveranen. In augustus van 1807 werd dit leger verdreven door de Fransen en werd Rügen tot 1813 door de Fransen bezet., Soldaten van Napoleon, De Vlijt, Antwerpen, 1977, p. 115 Bij de Vrede van Kiel ging het eerst van Zweden naar Denemarken en kwam daarna door het Congres van Wenen in 1815 samen met Voor-Pommeren bij Pruisen.

Onder de dictatuur van nazi-Duitsland bouwde de organisatie Kraft durch Freude op Rügen het grote Seebad Prora. De werkzaamheden werden nooit voltooid. Het Seebad Prora ligt ten noorden van Binz en een deel van de gebouwen wordt gebruikt, onder andere als museum.

DDR Na de Tweede Wereldoorlog kwam Rügen bij de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren in de DDR. Na 1952 werd het eiland een deel van het district Rostock. Het eiland stond centraal in de beruchte "Aktion Rose" van de DDR-regering, waarbij alle hotels, taxi- en dienstverlenende bedrijven op 10 februari 1953 genationaliseerd werden. Aanleiding hiervoor was vermoedelijk een bezoek van Walter Ulbricht aan het eiland Rügen, waarbij hij zich ergerde aan de vele nog bestaande private hotels en pensions. Veel hoteleigenaars en kleine ondernemers werden onder het mom van witteboordencriminaliteit of spionage voor het Westen door snelrecht veroordeeld en opgesloten in een tuchthuis, zoals tuchthuis Bützow-Dreibergen. De hotels en pensions werden geconfisqueerd en officieel eigendom van de Freier Deutscher Gewerkschaftsbund (FDGB). De meeste hiervan werden daarna gebruikt als onderkomen voor de Kasernierte Volkspolizei (KVP). Door de confiscatie van de hotels stortte het buitenlandse toerisme op Rügen in 1953 bijna volledig in.