Dionysos (Oudgrieks: , Diónysos; , Diṓnysos; Latijn: Dionysus) of Bakchos (Grieks: , Bákchos; Latijn: Bacchus), soms ook Iakchos (Grieks: ; Latijn: Iacchus), (van ) betekende oorspronkelijk "Bakchantengekrijs" maar werd later een naam voor Dionysos. of Bromios, is een figuur uit de Frygische, Thracische en Griekse mythologie. Hij is de god van wijn(bouw) en fruitteelt, de groeikracht van de aarde, van wetten, de menselijke beschaving, geestdrift en enthousiasme, poëzie, theater en muziek. Hij had in verschillende opzichten een belangrijke invloed op het leven, denken en werken van de Grieken en Romeinen.

Ouders, geboorte en jeugd Dionysos was de zoon van Zeus en Semele, de dochter van de Thebaanse koning Kadmos.Homerische hymnen, 'Aan Dionysos'; Euripides, Bakchai; Apollodorus van Athene, boek III, hoofdstuk, 4, § 3. De liefde die Zeus voor Semele koesterde wekte in hoge mate de jaloezie van Hera op. Zij ging onder een valse gedaante (Beroë) naar Semele en overreedde haar om Zeus te vragen om als bewijs dat hij werkelijk de god van de hemel was, zich aan haar in al zijn heerlijkheid zou vertonen. Door een eed gebonden moest Zeus het dwaze verzoek inwilligen, maar toen hij in de volle vuurgloed van zijn bliksem tot de ongelukkige kwam, verbrandde zij met haar huis.

Hermes redde echter het kind dat zij in haar schoot droeg, en dadelijk ontsprongen uit de zuilen van het paleis klimopranken, die met hun koele bladeren het kind beschermden. Zeus verborg zijn zoon in zijn dij, tot de tijd van zijn geboorte zou gekomen zijn, en toen Dionysos voor de tweede maal ter wereld kwam, gaf hij hem ter verzorging en opvoeding over aan de nimfen van Nysa. Oorspronkelijk was dat een mythisch oord; later droegen verschillende streken in Griekenland die naam. Daar werd het kind onder de trouwe zorg van de nimfen opgevoed.

Een andere overlevering noemt Ino, de zuster van zijn moeder Semele, als zijn opvoedster, en laat hem eerst bij de nimfen komen, nadat ook zij voor de vervolgingen van Hera had moeten zwichten.

In Frygië en Lydië bestond ook de van het oorspronkelijke Griekse verhaal afwijkende sage, dat de god voor zijn opvoeding aan Rheia-Kybele zou zijn toevertrouwd.Orfische hymnen XLV 6; Stephanus van Byzantium Ethnica: 'Mastaura'.

Toen Dionysos volwassen was, plantte hij een wijnstok en met de daaruit gewonnen drank bedronk hij zichzelf en zijn opvoedsters en de demonen van het woud. Ieder die met hem in aanraking kwam, werd door de zoete geur van de nieuwe drank verleid en schaarde zich bij de stoet, waarmee Dionysos door de wereld trok om de wijn, nieuwe gave, die hij de mensheid schenken wilde, te verspreiden.

Eigenschappen miniatuur|Portret van een bebaarde Dionysos op een zilveren tetradrachme van het eiland Naxos(ca. 460-450 v.Chr.), Metropolitan Museum of Art

Dionysos is een god wiens invloed zich over een zeer ruim gebied uitstrekt. Hij werd in de eerste plaats vereerd als de god van de wijn. De wijn was de mooiste van zijn gaven en die werd daarom ook , Diónysou karpós, Dionysos' vrucht, genoemd.Pindarus, Fragmenten 89, editie Böckh. Maar er is meer. Hij betekende voor de oude Grieken ook de groeikracht, die in de natuur is te zien, bijvoorbeeld van de bossen, de velden en de bomen. De bergen en de bronnen daar zijn er ook mee verbonden. De wijndruif is daarom alleen de vrucht, die met hem als god wordt verbonden. De druif geeft, hoewel uit vocht geboren, een warme gloed aan haar vruchten. De zwakheid en de moed, de weelderigheid en de kracht, waarvan de druif het symbool is, zijn het symbool voor Dionysos.

Maar ook alle bomen en alle boomvruchten stonden onder zijn hoede. Alle vochtige plaatsen waren daarom door hem heilig, vooral de bodem die vruchtbaar was. Veel bronnen waren aan hem gewijd. Hij kon ook bronnen uit rotsen laten stromen door er met zijn thyrsosstaf tegenaan te slaan, niet alleen water, maar ook wijn, melk en honing.

De wijnbouw en de fruitteelt komen alleen bij volkeren voor, die een zekere hoogte van ontwikkeling hebben bereikt. Vandaar dat Dionysos een god is geworden van de menselijke beschaving. Hij was op die manier nauw met Demeter verbonden. Hij gaf de mensen hun wetten, hield de vrede in stand en bewees hun door zijn goede gaven zijn gunst. De wijnbouw en de landbouw werden vooral in Attica als de gaven van Dionysos en Demeter gezien. Daar zijn de sage van Ikarios, aan wie Dionysos zijn gave schonk, en van Triptolemos, die door Demeter tot haar gezant werd uitverkoren, ontstaan.

miniatuur|Dionysos op een jachtluipaard(4e eeuw v.Chr.), mozaïek, Archeologisch Museum in Pella

Dionysos had ook invloed op het menselijk gemoed, hij bracht de mensen tot elkaar. Wat hem weerstreeft moet voor zijn macht buigen. Al wat wild en ruw was onderwierp zich aan hem: panters en leeuwen trokken zijn wagen en de meest woeste natuurgodheden schaarden zich gewillig onder zijn gevolg. Hij was de god van het elan en het enthousiasme. Dat uitte zich vooral op het gebied van de poëzie en de muziek. De aan Dionysos gewijde poëzie en muziek zijn heftig, zij kenmerken zich door plotselinge overgangen van de meest uitbundige vreugde tot de diepste smart. De aan Dionysos gewijde feesten waren door zowel de liederen, de dithyramben, eigenlijk de liederen die de dubbele geboorte van Dionysos bezongen, als de daarbij gebruikte muziekinstrumenten, de fluit en de tamboerijn, nogal luidruchtig.

Dionysos was bovendien een god van de voorspelling en van de reiniging, en daardoor met Demeter verbonden en met de godheden, die in de mysteriën van Eleusis werden vereerd. Hij werd daarin Iakchos genoemd, een naam voor zijn luidruchtigheid. De later door de Romeinen overgenomen naam Bacchus, Bakchos, schijnt dezelfde betekenis te hebben, ook zijn bijnaam Bromios schijnt op het rumoer te doelen waarmee zijn feesten gepaard gingen.

Hij werd ook als overwinnaar op de dood met de onderwereld in verband gebracht en werd door Herakleitos met Hades gelijkgesteld.H De Ley. Herakleitos' fragmenten: een werkvertaling. gearchiveerd

Dionysos' omzwervingen De sagen vertellen dat hij vooral in Aetolië en Attica gastvrij werd ontvangen. In Aetolië had Dionysos zijn intrek genomen bij Oineus (= 'de wijnman') en een liefdesbetrekking aangeknoopt met diens gade Althaia. Volgens sommigen was de schone Deianeira de dochter van de god. Veel uitvoeriger en belangrijker is de overlevering omtrent de komst van Dionysos in Attica. Twee plaatsen beweerden de god het eerst te hebben opgenomen: EleutheraiVandaar dat Dionysos in de Griekse mythologie soms de bijnaam Eleuthereus draagt. en Ikaria. Eleutherai was echter pas later bij het grondgebied van Attica gevoegd, zodat de Dionysos van Ikaria de echt nationale godheid was en bleef. Zijn komst aldaar wordt in de volgende legende verhaald: Ikaros, de heerser van Ikaria, nam de god, toen hij om gastvrijheid vroeg, vriendelijk op. Als dank gaf Dionysos hem de wijnstok en leerde hem de wijnbouw. Toen Ikaros de eerste wijn gewonnen had, vulde hij daarmee leren zakken en trok door het land om aan de herders die heerlijke drank rond te delen. Deze werden echter spoedig dronken en, in de mening dat zij vergiftigd waren, doodden zij Ikaros en begroeven hem onder een boom. Zijn dochter Erigone ging uit om hem te zoeken en vond eindelijk zijn graf met behulp van haar trouwe hond Maira. Vertwijfeld over de moord op haar vader hing zij zich op aan de boom waaronder hij begraven was. Dionysos was woedend over de moord op zijn vriend en zond een pest over het land. Hij maakte dat alle Attische jonkvrouwen in razernij het voorbeeld van Erigone volgden en maakte van Ikaros het sterrenbeeld Boötes en van Erigone het sterrenbeeld Maagd. De hond Maira plaatste hij aan de hemel als de Hondsster.

De betekenis van deze mythe is duidelijk: Ikaros is de personificatie van de wijnstok, Erigone (= 'de in de vroegte geborene') betekent de druif, en de hond is de hitte van de hondsdagen, die de vrucht tot rijpheid brengt.

Feesten en eredienst De rampen die na de dood van Ikaros over Attica gekomen waren, konden volgens een orakel niet ophouden, voor het lijk van de vermoorde gevonden was en daarop een zoenoffer voor de misdaad werd gebracht. De dode vond men niet, maar men stelde ter voldoening van de eisen van het orakel een feest in, waarop allerlei kleine beeldjes aan bomen werden opgehangen en heen en weer geschommeld onder het zingen van liederen ter ere van Ikaros en Erigone. Dit feest heette Aiora, en het werd nergens met zoveel pracht en luister gevierd als in Attica, vooral in Athene. Maar deze feesten werden bij al de Ioniërs gevierd, ook die in groten getale de kust van Klein-Azië bewoonden.

Winterfeesten De Attische feesten zijn deels oogstfeesten in de winter, deels feesten van de naderende lente. Het eigenlijke feest van de wijnoogst werd gevierd op de 'kleine Dionysiën', die men in de maand Poseideon (december - januari) op het land, dus buiten de stad Athene vierde. Er werden liederen ter ere van Ikaros en Erigone gezongen, er werd gedanst, en de zinnebeelden van de vruchtbaarheid, die Dionysos schenkt, werden onder luid gejubel rondgedragen, en er was vrolijkheid alom. In die landelijke Dionysiën ligt de eerste oorsprong van het Atheense drama. Op een wagen trokken zangers rond die in een samenspraak de lotgevallen van de god verhaalden, en ook later, toen het Atheense toneel reeds zijn hoogste trap van ontwikkeling bereikt had, trokken nog toneelspelers uit de stad rond om door hun voorstellingen luister aan die landelijke Dionysiën bij te zetten. Een eigenaardig vermaak, dat zeer in de smaak viel, waren de Askolia: jongens hinkten rond op een met olie bestreken lederen zak, die gemaakt was uit het vel van de bok, die ter ere van Dionysos was geslacht.

miniatuur|Dionysosmasker van terracotta(1e eeuw v.Chr.), uit het Klein-Aziatische Myrina, Louvre

Op de landelijke Dionysiën volgden de Lenaiën in de maand Gamelion (januari - februari). Dat feest werd in de stad gevierd als besluit van het vorige. Voornamelijk werd het gevierd in het Lenaion, de oudste tempel, die Dionysos in Athene had. De druiven werden feestelijk geperst en de jonge zoete most, ambrosia genaamd, werd geproefd en geofferd. Mensen en tempels werden met klimop bekranst, er was een grote optocht, waarbij men, vooral van wagens af, allerlei spot en scherts aan de samengevloeide menigte ten beste gaf; toneelvoorstellingen besloten het feest.

Lentefeesten Anthesteriën Als de lente begon vierde men de Anthesteriën in de maand Anthesterion (februari - maart). Iedere dag van dit feest had zijn eigen betekenis. De eerste dag, de Pithoigia, was het feest van het aanbreken van de vaten nieuwe wijn. Op die dag waren de slaven vrij en gelijk aan hun meesters. De tweede dag, Choën werd gevierd met een maaltijd, waarvoor de staat het vlees leverde en waarbij prijzen werden uitgeloofd voor degenen die het meest van de jonge wijn konden drinken. De eerste bloemen van de lente werden gebruikt voor kransen voor de mensen en voor het Lenaion. De Anthesteriën werden ook door de kinderen gevierd. Van hun derde jaar af werden de kinderen op die dag bekranst als personificatie van het jonge jaar. Een belangrijk deel van de Anthesteriën was een offer dat op de dag van de Choën door de edelste vrouwen van de stad in het Lenaion aan de god gebracht werd. Daarbij werd de vrouw van de archon basileus ofwel van de functionaris die met het bestuur over de godsdienst belast was, onder geheimzinnige plechtigheden in de echt verbonden. Waarschijnlijk was dit een symbolische herhaling van de verbintenis omstreeks dezelfde tijd van het jaar gesloten tussen Dionysos en Ariadne.