De Nederlandse stripreeksen rond Tom Poes en heer Bommel zijn door schrijver en tekenaar Marten Toonder vanaf 1941 begonnen. De publicatie van de strips betrof tekststrips in kranten, ballonstrips in tijdschriften en verschillende reclamebrochures.
De verhalen draaien om antropomorfe dieren en enkele menselijke personages. Veel van de verhalen spelen zich geheel of gedeeltelijk af in de fictieve plaats Rommeldam en omgeving.
De Bommelsaga is met enige afstand de bekendste reeks tekststrips (met de tekst onder de plaatjes) van Toonders hand. De naam Bommelsaga wordt gebruikt voor de in totaal 177 tekststrips, die van 16 maart 1941 tot 20 januari 1986 doorlopend en daarna opnieuw in verscheidene kranten eenmalig in 2016 zijn verschenen.
Van 1950 tot 1969 en daarna opnieuw van 1980 tot 1988 verschenen er daarnaast 77 ballonstrips (strips met tekstballonnen) in hoofdzakelijk Donald Duck, Ons Vrij Nederland en Revue. Deze verhalen zijn meestal niet van Toonders eigen hand, maar werden grotendeels geschreven en getekend door de medewerkers van de Toonder Studio's. Deze strips worden gezamenlijk soms aangeduid als Tom Poes-verhalen of (abusievelijk) als De avonturen van Tom Poes. Deze laatste titel wordt ook gebruikt voor enkele verzamelbundels (9 delen).
Publicatiegeschiedenis thumb|Beeld van Tom Poes in Rotterdam.
Oorsprong Toonder publiceerde de eerste versie van de stripverhalen van de Bommelsaga met Tom Poes en Heer Bommel van 1941 tot 1986. In 1931 maakte hij op jonge leeftijd een zeereis naar Buenos Aires. Daar ontmoette hij Jim Davis, een voormalige assistent van de geestelijke vaders van Felix de Kat, Pat Sullivan of Otto Messmer. Deze bracht Toonder in korte tijd enkele principes van het striptekenen bij. Het is mogelijk dat deze ervaring Toonder ertoe heeft gebracht juist een kat de hoofdrol in de door hemzelf begonnen stripreeks te geven., Onder het kollende meer Doo. Autobiografie deel III 1945-1965. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 1996.
Dagstrips - de Bommelsaga
Het eerste verhaal Het geheim der blauwe aarde verscheen op 16 maart 1941 in De Telegraaf, nadat Toonder al in juli 1939 een toen nog naamloze poes had ontwikkeld., Heer Bommel - Volledige werken - De dagbladpublikaties band 1, Panda, 2002. Hoofdredacteur Johannes Cornelis Fraenkel dwong Marten Toonder tot het scheiden van tekeningen en tekst en verbood het aansnijden van actuele onderwerpen. Bovendien eiste hij een pakkende naam. De naam Tom Poes werd door Toonders vrouw Phiny Dick opgeworpen toen ze met moorkoppen terugkwam van de bakker.Aldus een mededeling van Marten Toonder in Het geluid van bloemen. Marten Toonder vroeg haar ook de strip te schrijven, maar na zes afleveringen van het eerste verhaal gaf ze die opdracht terug aan hem., Het geluid van bloemen. Autobiografie deel II, 1939-1945. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 1993. De strip werd echter wel vanaf het begin getekend door Toonder.
De strip bleef in eerste instantie tot 20 november 1944 verschijnen in De Telegraaf, en werd toen tegen het einde van het verhaal De Chinese waaier abrupt afgebroken.
Een jaar na de oorlog verscheen de strip in 22 talen en in ruim 50 kranten. (2005) Van Tom Poes tot heer Bommel. AO2834 2005,
Op 10 maart 1947 werd de serie gelijktijdig hervat in de kranten Nieuwe Rotterdamsche Courant (het huidige NRC Handelsblad) en de Volkskrant met de publicatie van het verhaal De wonderdokter. Het verscheen verscheidene decennia in deze kranten en in enkele regionale dagbladen. Bij deze tekststrips staan de teksten naast of onder de tekeningen.
Waar Toonder aanvankelijk teksten schreef "om de tekeningen te verduidelijken", werden vanaf ca. 1950 geleidelijk de rollen omgedraaid. Toonder was niet langer in de eerste plaats een tekenaar, maar werd een verteller. Zijn verhaaltrant kent vele eigenaardigheden, waarvan enkele woorden sindsdien als neologismen hun weg in het dagelijks taalgebruik hebben gevonden.Zie ook de woorden bedacht door Toonder.
Bij het vertrek van hoofdredacteur Joop Lücker bij de Volkskrant in 1964 trok Toonder uit solidariteit ook zijn strip terug uit die krant. Veel later volgden ook andere landelijke en regionale dagbladen met opname van de strip. Op 20 januari 1986 verscheen de laatste aflevering van het laatste verhaal Het einde van eindeloos. Nadien zijn veel dagbladen doorgegaan met de herpublicatie van oudere verhalen. De dagbladpublicaties zijn algemeen bekend geworden onder de naam Bommelsaga. (2020) Bommel literatuurgids. Een overzicht van tachtig jaar Bommelstudie. Tzum, literair weblog.
Weekstrips Naast de krantenstrips met tekst onder de tekeningen zijn er ook vele tientallen verhalen van Tom Poes en Heer Bommel gepubliceerd in onder andere het weekblad Donald Duck, uitgevoerd als ballonstrips. De meeste van deze weekstripverhalen waren niet van de hand van Toonder zelf, maar van verschillende medewerkers van de Toonder Studio's. In deze verhalen doen overwegend dezelfde vaste personages mee als in de krantenstrips en ze hebben ook vergelijkbare motieven, zoals het reizen naar vreemde oorden. Ook hun individuele karakters zijn door de bank genomen niet anders dan in de Bommelsaga. De ballonstrips zijn anderzijds meer dan de krantenstrips op kinderpubliek gericht en hebben dan ook minder diepgang. Enkele van deze ballonstrips zijn bewerkingen van de eerder verschenen dagstrips, andere zijn geheel nieuwe verhalen. Een paar vaker terugkerende personages uit de ballonstrips zijn in de Bommelsaga onbekend (zoals Zwarte Vleer). Anderzijds zijn sommige andere personages uit de Bommelsaga – zoals Lut Lierelij, Zwarte Zwadderneel en het draakje uit De zwelbast – in de ballonstrips niet te zien, althans niet in hun authentieke vorm.
De weekstrip Tom Poes verscheen eerst in Donald Duck van 1 oktober 1955 tot 23 augustus 1969, vervolgens opnieuw van 22 augustus 1980 tot 7 oktober 1988, en daarna nog eens kortstondig in 1999 en 2000. De weekstrips verschenen ook in onder meer de tijdschriften Ons Vrij Nederland en Revue. Enkele platen zijn hiervan opnieuw getekend, omdat de oorspronkelijke tekeningen bij een brand op Kasteel Nederhorst (waar Toonder Studio's destijds was gevestigd) verloren waren gegaan.
Het allereerste verhaal in Donald Duck was De toverleerling. Het ding X13 verscheen in 1984 opnieuw als ballonstrip in de Donald Duck. Hierna volgde nog een ingekorte versie van Het klerenkoffertje, een verhaal dat in 1956 ook al in het weekblad was verschenen. De laatste vijf Tom Poes-verhalen die in de tweede helft van de jaren 80 in Donald Duck verschenen, waren overdrukken van verhalen die oorspronkelijk in Revue waren verschenen."Tom Poes in Donald Duck", Toondercompagnie BV Na 1988 stopte de (her)publicatie van de verhalen in de Donald Duck voorlopig, maar in 1999 en 2000 volgden er alsnog twee nieuwe ballonstripverhalen. De verhalen werden deze keer verzorgd door Dick Matena, die de strip op verzoek van Toonder Studio's voortzette. Daarna viel de serie echter opnieuw voorlopig stil.
Vanaf 8 maart 2013 verscheen het nieuwe verhaal De Pas-Kaart, dat werd voorgepubliceerd in tien nummers van het emigratiemagazine VertrekNL. Ook dit was weer geschreven en getekend door Dick Matena.
Andere strips De eerste buitenlandse publicatie verscheen op 18 december 1941 in het tweewekelijks blad "Punta" in Tsjecho-Slowakije.
Personages
Hoofdpersonages In de eerste twee verhalen was de antropomorfe kat Tom Poes de enige hoofdfiguur en de naamgever van de strip. Latere verhalen kregen vaak de naam van de beer heer Bommel, die in het derde avontuur In den toovertuin zijn intrede deed. De figuur van heer Bommel was mogelijk door Toonder bedoeld als persiflage op de rijke Amerikaan, maar die associatie verdween al heel snel. Heer Bommel werd in eerste instantie een vast personage in de strips, waarna hij zich naast Tom Poes eerst ontwikkelde tot de tweede en later zelfs vaak de belangrijkste hoofdrolspeler. Tom Poes woont al die jaren aan de Zandweg in een eenvoudig huisje, vlak bij het kasteel aan de Distellaan.
De verhalen kenmerken zich met name door de voortdurende interactie tussen deze twee hoofdpersonen: enerzijds de slimme, bijna betweterige Tom Poes en anderzijds de goedbedoelende, maar ietwat naïeve en dommige "heer van stand". Het grote succes van de strip is waarschijnlijk voor een groot deel hierop terug te voeren.
Het geheim van het noorderlicht (1943) is het enige verhaal na In den toovertuin zonder belangrijke rol voor heer Bommel. Het 153e verhaal, Het griffoen-ei, gepubliceerd in 1976, is het enige verhaal in de reeks waar Tom Poes geen rol in heeft. In januari 1986, aan het einde van de allerlaatste Bommelsaga-strip Het einde van eindeloos, neemt Tom Poes definitief afscheid van heer Bommel en vertrekt naar een onbekende bestemming.
Belangrijke nevenpersonages Joost is de vaste bediende in het kasteel Bommelstein. Bekende en in veel verhalen terugkerende inwoners van Rommeldam en mede-clubleden van de Kleine Club zijn onder andere de notabelen Markies de Canteclaer, de burgemeester Dickerdack en de uitgever van de lokale krant O. Fanth Mzn. De wetenschap wordt vertegenwoordigd door enerzijds de 'goede' professor Prlwytzkofsky ("stadsfenomenoloog") met zijn assistent Alexander Pieps en anderzijds de zelfstandig ondernemende en 'slechte' geleerde Sickbock. Tot het Kleine Volkje behoren onder andere de zorgzame werker Pee Pastinakel, de denker Kwetal en de minstreel Lut Lierelij.
Tot de vaak terugkerende tegenspelers van de hoofdpersonages behoren onder andere magister Hocus Pas, de Zwarte Zwadderneel, de vrije jongens(boeven) Bul Super en Hiep Hieper en de reeds genoemde Sickbock. Vertegenwoordigers van het gezag zijn de politiecommissaris Bulle Bas, diens assistent brigadier Snuf en ambtenaar 1ste klasse Dorknoper. Van de wat solistischer opererende nevenpersonages zijn dit de belangrijkste: kapitein Wal Rus, de onafhankelijke verslaggever Argus, de kunstenaar Terpen Tijn, winkelier Garmt Grootgrut en de zeer naïeve levensgenieter Wammes Waggel.
In het verhaal De kiekvogel uit 1958 maakte Anne Marie Doddel haar opwachting. Zij is de buurvrouw, vriendin en uiteindelijke echtgenote van heer Bommel. Bommel trouwt met haar in de laatste tekststrip die Toonder maakte, het hiervoor genoemde Het einde van eindeloos.
Diepere oorsprong van de personages De setting voor de verhalen is in de verte geïnspireerd door het middeleeuwse dierdicht Van den vos Reynaerde. Heer Bommel kan in dit verband worden gelinkt aan de domme beer Bruun, Tom Poes aan de kater Tibaert, de Markies aan de haan Cantecleer (wiens naam dus ook overeenkomt), en Joost aan de hond van koning Nobel. Ook doet er een vos mee in Het slaagsysteem. Een ander personage met de gedaante van een vos en de typische sluwe eigenschappen is Joris Goedbloed, die opduikt in meerdere verhalen vanaf De talisman (oorspronkelijk kwam hij voor in Panda, een andere bekende strip van Toonder).Reynaert in stripvorm: van Toonder tot Munuera, in Schoon Schip, jaargang 13 nummer 2, juni 2006, pagina 55-67, issn 1381-0111.
Bommelsaga
De Bommelsaga, die vrijwel geheel van de hand van Marten Toonder zelf was, is als dagbladpublicatie in 177 tekststrips van 1941 tot en met 1986 gepubliceerd. Hoewel in de eerste verhalen Tom Poes de hoofdpersoon was, werd heer Bommel uiteindelijk het belangrijkste personage.
In 2016, 30 jaar nadat de oorspronkelijke serie was gestopt, verscheen er eenmalig een nieuw verhaal in verschillende kranten van de hand van Henk Hardeman en Henrieke Goorhuis, Het Lastpak.Na 30 jaar een nieuwe Bommelstrip, getekend door een 26-jarige, NRC, 28 oktober 2016. Gearchiveerd op 19 september 2023.Nieuw verhaal viert 75e verjaardag van heer Bommel en Tom Poes, Stripgids, 28 oktober 2016
Overzicht van verhalen en boekuitgaven thumb|Standbeeld van Olivier Bommel in Goeree-Overflakkee
De paperbackreeks 1967-1989, 1994-1997