Aphrodite (Oudgrieks: , Aphrodítē) is in de Griekse mythologie de godin van onder andere de liefde, de schoonheid, de seksualiteit en de vruchtbaarheid. Sommigen beschouwen haar ook als de godin van het evenwicht. Ze is voortgekomen uit de Fenicische godin Astarte, maar door de Grieken zo naar hun aanleg en behoeften hervormd, dat zij een echt Griekse godin is geworden. Ze wordt vaak afgebeeld met de god Eros en een gans.
Oorsprong
Hoewel het beeld van Aphrodite – voornamelijk dat van Aphrodite Urania – veel oosterse kenmerken vertoont,, Greek Myths and Mesopotamia. Parallels and Influence in the Homeric Hymns and Hesiod, Londen – New York, 1994, p. 3. (zie ook de referenties in voetnoot 2.) is haar mogelijk oosterse oorsprong omstreden. Sommige geleerden dichten haar een Indo-Europese oorsprong toe, zij het met onmiskenbaar oosterse kenmerken., Aphrodite’s Entry into Greek Epic, Leiden, 1974, , Greek Aphrodite and her Indo-European origin: with an excursus on Myc. Pe-re-wa2 and Pamph. , in ed., Miscellanea linguistica Graeco-Latina (Collection d’Études Classiques, 7), Namen, 1993, pp. 115-123; cf. , The Meaning of Aphrodite, Chicago, 1978, waarin wordt getracht om de oosterse en Indo-Europese oorsprong van Aphrodite met elkaar te verzoenen (zie recensie door ). Gearchiveerd op 22 november 2007. De rol van Cyprus schijnt belangrijk te zijn geweest voor het oosterse element in het Griekse Aphroditebeeld., Die Ursprünge des Aphroditekultes, in Éléments Orientaux dans la Religion Grecque Ancienne, Parijs, 1960, pp. 61-76. Buiten de oosterse hypothese is er de weinig waarschijnlijke stelling van Tümpel, Aphrodite und Ares. Eine Untersuchung über Ursprung und Bedeutung ihrer Verbindung (Jahrbuch für klassische Philologie Suppl., 11), Leipzig, 1880. dat ze van Thessalische oorsprong zou zijn, daar haar cultus in Thessalië en Boeotië zeer verbreid was. Indien we in de naakte vrouw van wie de genitaliën sterk gemarkeerd zijn en die omringd wordt door vogels op enkele gouden plaatjes uit Myceense schachtgraven, al een voorstelling van Aphrodite mogen zien, moet men zich afvragen in hoeverre ook de Myceense en zelfs de Minoïsche beschaving al onder oosterse invloed stond., Geschichte der griechischen Religion, I, München, 19552. Door sommige antieke auteursPausanias, I 19.2: « met betrekking tot de regio, die Tuinen worden genoemd, en Aphrodites naos is er geen enkel verhaal dat men hierover vertelt: noch over de Aphrodite, die dicht bij de naos stond. Want deze haar vorm is enerzijds tetragonaal zoals die van Hermen, anderzijds deelt de inscriptie mee dat Ourania Aphrodite van de zogenaamde Moirai de oudste is. Het godenbeeld van Aphrodite, <die> in [de] Tuinen, is het werk van Alcamenes en een van de meest bezienswaardige zaken te Athene. », Epimenides (Σ ad Soph. OC 42): « uit de schoonlokkige werden de gouden Aphrodite, onsterfelijke Moirai en listige geschenken gevende Erinyen geboren »; cf. , L’Aphrodite grecque. Contribution à l’étude de ses cultes et de sa personnalité dans le panthéon archaïque et classique (KERNOS, Supplément 4), Athene – Luik, 1994, p. 71. werd ze beschouwd als de oudste van de Moiren (schikgodinnen).
De naam van de maand april (lat. aprīlis mēnsis, uit het Etruskisch Apru, ontleend aan Grieks Aphrō) is afkomstig van Aphrodite.art. april, in (edd.), Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (2003-2009). Gearchiveerd op 19 november 2021. De antieke kalender van Romulus noemde dit de maand van Venus.Plutarchus, Numa Pompilius 19.2, Marcrobius, Saturnalia I 12.8; deze etymologische verklaring werd echter reeds in de oudheid in vraag gesteld (cf. Plutarchus, Numa 19.2.) en Jakob Grimm (Geschichte der deutschen Sprache, I, Leipzig, 1848, pp. 76-77.) stelde een afleiding voor van de hypothetische heros Aper of Aprus voor.
Geboorte Er bestaan verschillende verhalen omtrent Aphrodites geboorte in de Griekse mythologie of wat daartoe gerekend mag worden. Volgens Homerus was ze een dochter van Zeus en Dione, een titanide of oceanide.Apollod., I 1 § 3: « Zeus trouwde met Hera, en zij baarde hem Hebe, Eileithyïa en Ares, maar hij bedreef de liefde met vele andere dan wel sterfelijke of onsterfelijke vrouwen. Zo werden uit Themis, de dochter van Ouranos, de Horen geboren, Eirene, Eunomia en Dikè, en de Moiren, Clotho, Lachesis en Atropos. Bij Dione verwekte hij Aphrodite en bij Euronome, de dochter van Oceanus, de Chariten; Aglaïa, Euphrosyne en Thaleia. De Styx baarde hem Persephone en uit Mnemosyne werden de Muzen geboren: als eerste Kalliope, daarna Clio, Melpomene, Euterpe, Erato, Terpsichore, Ourania, Thaleia en Polymnia. » Met deze moeder, het symbool van de vruchtbaarheid van de natuur, die het in haar gestrooide zaad met rijke oogst teruggeeft, werd Aphrodite soms geïdentificeerd, hoewel Theia (Dione) als afzonderlijk goddelijk wezen haar eigen betekenis en persoonlijkheid had.
miniatuur|250px|links|Aphrodite wordt opgevangen door twee dienaressen terwijl ze uit de branding oprijst(ca. 460 v.Chr.), bas-reliëf van de zogenaamde “Ludovisitroon”, Palazzo Altemps. (Authenticiteit is omstreden)
Anderen noemen Aphrodite een dochter van Uranus en van de godin van de dag Hemera; nog anderen trachten de omtrent haar afkomst afwijkende mythen in overeenstemming te brengen, doordat zij drie of vier godinnen van die naam aannemen.
Het meest bekend is echter de door Hesiodus verhaalde mythe, volgens welke Aphrodite uit het zilveren schuim (Grieks: / aphrós) van de zee is ontstaan op het moment dat de golven van de zee bevrucht werden door enige neervallende bloeddruppels van de eerste wereldgebieder en godenkoning Uranus, nadat deze door zijn zoon Kronos met een diamanten sikkel was gecastreerd en daarna van de heerschappij beroofd. Zij rees uit de baren van de zee op als de schoonste van alle vrouwen, blank als het schuim, waaruit ze geboren werd, en beminnelijkheid en lieftalligheid lagen op haar glimlachend gelaat en over haar gehele wezen. Zo kreeg ze de naam Aphrodite, “de uit schuim geborene”, of Anadyomene, “de opduikende”.
Eerst zweefde zij over de wateren naar het eiland Kythira, vanwaar ze de bijnaam (epiklese) “van Kythera”, of Kythereia verkreeg. Vervolgens ging ze naar het eiland Cyprus. Waar zij verscheen, veranderde de woeste grond in bloeiende velden: bloemen ontsproten onder haar bekoorlijke voeten en de gehele aarde juichte in hemelse verrukking. Een zachte adem van de Zephyr had haar naar het land gevoerd. Daar wachtten haar de Horen van de lente op om haar naar de onsterfelijke goden te voeren, ofwel werd ze, zoals de beroemde beeldhouwer Phidias het voorstelde, toen ze uit de zee opdook, ontvangen door Eros (die dan moeilijk als haar zoon beschouwd kan worden, tenzij hier overeenstemming zou zijn met de oudere Egyptische mythe van Isis, Osiris en Horus), bekranst door Peitho en weldra omringd door alle goden van de hemel en van de aarde.
Eredienst en epikleses Aphrodite staat aldus door haar geboorte en afkomst in relatie tot de drie delen van het heelal. Haar oorsprong bevindt zich in de hemel, zij is geboren uit de zee en de aarde heeft haar ontvangen met al de pracht en heerlijkheid, die de lente kan geven. Deze drievoudige betrekking waarin Aphrodite tot de natuur staat, heeft een grote invloed op haar eredienst gehad.
Zij wordt namelijk vooreerst vereerd als Urania, dit is de “Hemelse”, als de godin die bij de hemelse goden thuis hoort en bij hen haar woonplaats heeft.
Ten tweede als Aphrodite Pandemos, dit is die godin die over het hele land en het hele volk haar macht doet gelden. Men heeft zeer dikwijls de – verkeerdelijke – tegenstelling gemaakt tussen Aphrodite Urania als de godin van de reine, kuise liefde en Aphrodite Pandemos als die van de zinnelijke liefde. Deze opvatting was echter in oorsprong niet gangbaar bij de Grieken. De oorspronkelijke opvatting van deze beide namen was dat Aphrodite Urania een machtige godin van de hemel was, de oude natuurgodin, het symbool van de vruchtbaarheid van de natuur, terwijl Aphrodite Pandemos daarentegen de godin was die door haar macht – de bij ieder mens aangeboren behoefte aan liefde – het hele volk doordringt.
Een derde Aphrodite, Euploia genaamd, was een godin van de zee en de scheepvaart. In deze drie hoedanigheden werd zij bijvoorbeeld op het voorgebergte Cnidus in Klein-Azië in drie afzonderlijke heiligdommen vereerd.
Op andere plaatsen werd de godin vereerd vanwege haar buitengewone invloed op het hart van de mensen, bij wie zij liefde of afkeer inboezemde, en kwam deze Aphrodite Epistrophia of Apostrophia, die haar weerslag vond in de Romeinse Venus Verticordia dat is “die de harten wendt”, als derde godin in gezelschap van de Aphrodite Urania en Pandemos voor. De latere mythologie maakte echter tussen de verschillende hoofdvormen waarin de godin werd vereerd, een zo groot onderscheid dat zelfs voor iedere vorm een verschillende genealogie werd aangenomen.
Aphrodite Urania Het meest afgezonderd en onderscheiden van de overige vormen van haar eredienst was zeker die van Aphrodite Urania. Het was dezelfde eredienst als die van Aphrodite Akraia,Paus., I 1 § 3, II 24 § 1; Apollod., I 9 § 28; Vitruv., I 7; Spanheim, ad Callim. Hymn in Jov. 82. dat is “op de hoogten”, die vooral inheems was op Cyprus, te Cnidus, te Korinthe en op de berg Eryx op Sicilië. Deze dienst was zeer eenvoudig. Er mochten geen bloedige offers op haar altaren worden gebracht. Het beeld van Aphrodite Urania was gewapend en zij werd samen met Ares vereerd. Vrouwen waren bijna overal van haar eredienst uitgesloten. In Sicyon, waar haar priesteressen een strenge kuisheid in acht moesten nemen, droeg zij op haar hoofd een zinnebeeld van het hemelgewelf en in haar handen een papaver en een appel, de zinnebeelden van de vruchtbaarheid. Altijd werd Aphrodite Urania voorgesteld als geheel gekleed, en men trachtte haar beelden het stempel van ernst en kuisheid te geven, zodat zij later als vanzelf het zinnebeeld van reine liefde en huwelijkstrouw werd. Maar haar eigenlijke betekenis als natuurgodin was die van de sterrenhemel, die van boven zegen en vruchtbaarheid doet neerdalen, vooral door de dauw van de koele nachten. Zo geloofde men bijvoorbeeld op de berg Eryx dat het grote altaar dat de godin daar bezat, iedere morgen vol was van dauw en van fris gras, dat ’s nachts was aangegroeid.
Het eigenlijke symbool van deze godin was de maan en naast de maan was ze ook verbonden met de Venusster (de Griekse Aphrodite werd later vereenzelvigd met de Romeinse Venus).
Deze Aphrodite Urania werd door de wijsgeren geprezen en aangeroepen, en geroemd om haar helderheid, die zij door haar grote macht over de hemel verspreidde, en de vruchtbaarheid, die zij uit de hemel op de aarde deed neerdalen.
Aphrodite Pandemos miniatuur|Aphrodite op een geit(4e eeuw v.Chr.), Archeologisch Museum van Piraeus Uitgebreider, en voor het grootste gedeelte van het Griekse volk aantrekkelijker, was de eredienst van die Aphrodite die geen abstracte natuurgodin was, maar die over het hele land en het hele volk haar macht en haar invloed deed gelden, die van Aphrodite Pandemos. Dit is de godin van de tuinen en bloemen, de bekoorlijke godin van de lente, de godin die de zinnen bekoort door de liefde. Zij was vooral verbonden met de schone bloemen die zij voortbrengt, zoals mirten en rozen. Zij openbaarde zich bij voorkeur in de vruchtbare vochtigheid van de lente. Als de Zephyr weer begon te waaien en Zeus en Hera hun huwelijksfeest vierden, als de hemel bevruchtende regen op de aarde deed neervallen en de doodsslaap van de winter week voor het jonge, frisse leven van de lente, dan was het de tijd om Aphrodite Pandemos te vereren.