thumb|Portret in 1865 van de keizerin dat in de privé-vertrekken van Frans Josef hing, geschilderd door Franz Xaver Winterhalter

Elisabeth Amalie Eugenie in Beieren (München, 24 december 1837 – Genève, 10 september 1898) was van 24 april 1854 keizerin van Oostenrijk en vanaf 8 juni 1867 tevens koningin van Hongarije, door haar huwelijk met keizer Frans Jozef I.Haar titels en heerschappijen waren meer volledig (in contemporain Nederlands): Hare majesteit Elisabeth Amalia Eugénie, Keizerin van Oostenrijk, Koningin van Hongarije, Bohemen, Dalmatië, Kroatië, Esclavonië, Galicië, Lodomirië en Illyrië, Koningin van Jerusalem, Aartshertogin van Oostenrijk, Groothertogin van Toskane en Krakau, Hertogin van Lotharingen, Salzburg, Styrië, Carinthe, Carniole, Bukowina, Grootvorstin van Transylvanië, Markgravin van Moravië, Hertogin van Hoog- en Laag-Silezë, Modena, Parma, Pianzenca en Guastalla, van Auschwitz en Zator, van Teschen, Frioul, Ragusa en Zara, Vorstelijke Gravin van Habsburg, Tyrol, Kyburg, Goritz en Gradisca, Prinses van Trente en Brixen, Markgravin van Hoog- en Laag-Lusace en Istrië, Gravin van Hohenembs, Feldkirch, Bregenz, Sonnenberg enz. enz. Aldus een opsomming in het Dagblad van Zuid-Holland en 's Gravenhage van 8 mei 1884 (via Delpher). Hieruit blijkt ook hoe ingewikkeld de constructies uit het feodale stelsel waren die in de politiek op de achtergrond altijd meespeelden. Ze werd geboren als hertogin in Beieren en prinses van Beieren uit het huis Wittelsbach, dat van 1180 tot 1918 het stamhertogdom Beieren regeerde."in Beieren" betekende dat ze tot een tak hoorde die niet regeerde, "van Beieren" daarentegen was de tak die wel regeerde. Ze kwam door een politiek gemotiveerde moord om het leven.

Ze is algemeen bekend onder haar bijnaam Sisi, zoals haar familie haar noemde. Met deze naam ondertekende ze ook haar brieven aan intimi. Sissi, met dubbele s, is wijdverbreid vanwege de titel van een op haar leven gebaseerde romantische filmtrilogie uit de jaren 50.

Jeugd Elisabeth was de tweede dochter van hertog Maximiliaan Jozef in Beieren en prinses Ludovika, dochter van koning Maximiliaan I Jozef van Beieren. Haar vader en moeder hadden geen besturende taken en beschikten door erfenissen over een ruim vermogen en grondstukken. Haar vader had liberale opvattingen, wetenschappelijke interesses en was een bewonderaar en ondersteuner van plaatselijke cultuur. Hij liet een stadspaleis met theater bouwen, het Hertog Maxpaleis aan de Ludwigstrasse nr. 13 in München, waar ook allerlei objecten werden tentoongesteld die hij van zijn soms maandenlange reizen had meegenomen. Haar moeder had het hoogstaand onderwijs genoten dat gebruikelijk was aan de hoven en beschikte over een groot netwerk in de hoge kringen. Haar zus was bijvoorbeeld getrouwd met de broer van keizer Ferdinand I van Oostenrijk. De hertogelijke familie had ook een zomerverblijf in Possenhofen aan de Würmsee (nu Starnberger See), Slot Possenhofen. Elisabeth bracht zodoende met haar zeven broers en zussen een onbekommerde kindertijd door, met goed onderwijs en een liberale opvoeding.

Huwelijk Elisabeths oudere zus Helene was voorbestemd voor een huwelijk met de toekomstige keizer van Oostenrijk en werd in haar opvoeding op die rol voorbereid. In 1853 begeleidde de 15-jarige Elisabeth haar moeder en oudere zuster op een reis naar het luxueuze Oostenrijkse kuuroord Ischl, waar Helene de aandacht van haar 22-jarige neef, de jonge keizer Frans Jozef moest trekken die in Ischl zijn 23e verjaardag zou vieren. Deze viel echter op Elisabeth, die op haar beurt eigenlijk was voorbestemd voor een huwelijk met Frans Jozefs broer Karel Lodewijk.

Het stel verloofde zich korte tijd later in Wenen, op 18 augustus 1853, en Elisabeth kreeg onder leiding van de keizer-moeder, aartshertogin Sophie, een intensieve privé-opleiding. Ze werd onderwezen in de geschiedenis van het Habsburgse Rijk en in de strenge hofetiquette. In intieme brieven toont Frans Josef zijn aanhankelijkheid, hij spreekt haar aan als ‘mijn hemelse engel’ en ondertekent met ‘jouw kleine’.

Op 24 april 1854 trouwde de inmiddels 16-jarige Elisabeth met de 23-jarige keizer in de Augustijnenkerk te Wenen met een groots feest. Naar aanleiding daarvan verschenen tientallen bijzondere tijdschriften en boeken, rijkelijk geïllustreerd, in meerdere talen.

Keizerin

Leven aan het hof Het hof werd bestierd door aartshertogin Sophie, de moeder van Frans Jozef, die op de achtergrond ook het binnenlands- en buitenlands bestuursbeleid richting gaf. Elisabeth had van het begin af aan moeite zich aan de strenge Habsburgse hofetiquette te onderwerpen omdat ze in haar vrijheid van handelen en denken werd beperkt. Twee weken na het huwelijk schrijft ze in haar dagboek:

Omgekeerd lieten de leden van de Weense hofhouding doorschemeren dat ze van lagere komaf was. Buiten het Weense hof was ze geliefd om haar spontaniteit. Om diplomatieke redenen leerde ze Hongaars en sprak deze moeilijk te leren taal na verloop van tijd vloeiend, het droeg bij aan een groeiende populariteit in Hongarije. Ze hield zich afzijdig van het Weense hof en de Weense elite, waar ze zich niet thuis voelde.

Ze kreeg in korte tijd drie kinderen: Sophie, Gisela en Rudolf. Op 29 mei 1857 stierf haar eerst geborene, dochter Sophie Frederika Dorothea, op tweejarige leeftijd aan tyfus tijdens een bezoek aan Hongarije. In 1868, op 22 april, beviel Sisi van haar vierde en laatste kind, Marie Valerie Mathilde Amalia. Haar schoonmoeder aartshertogin Sophie bestierde de opvoeding en onderwijs van de kinderen van het keizerspaar, met streng geselecteerd personeel, zoals gebruikelijk. Het werd niet als een taak van de ouders gezien om zich direct met de opvoeding te bemoeien.

Verhouding met Frans Josef Na Rudolfs geboorte begon de verstandhouding in het huwelijk slechter te worden. Frans Jozef verloor in 1859 een oorlog om de Oostenrijkse invloed in Italie en verloor daarmee de zeggenschap over het rijke en machtige Lombardije, hij voerde zelf de troepen aan. In 1866 verloor Oostenrijk de Oostenrijks-Pruisische Oorlog, waardoor Oostenrijk geen aanspraak kon maken op de heerschappij in Duitsland. De keizer was conservatief in zijn opvattingen en moest weinig hebben van 'nieuwerwetse zaken' die de moderne tijd met zich meebracht.Hans Flesch-Brunningen, red., Die letzten Habsburger in Augenzeugenberichten DTV Düsseldorf, 1967, 1981, blz. 78-79 Hij was een plichtsgetrouw staatsman, nauwgezet en ijverig, maar geen intellectueel. Toen Elisabeth hem een brief schreef met daarin een citaat van Schopenhauer, schreef hij terug:Brigitte Hamann, Elisabeth. Kaiserin wider Willen München, 1981, 1997, blz. 448

Verder had Frans Jozef voor zijn zoon Rudolf een strenge militaire opvoeding voorgeschreven, als kleuter moest Rudolf mee naar troepenparades en urenlang exerceren. Toen Elisabeth opmerkte dat haar zoon deze manier van opvoeden niet aankon, stelde ze Frans Jozef een ultimatum, kort na de zevende verjaardag van Rudolf. Ze eiste de zeggenschap over de opvoeding van haar kinderen en haar complete vrijheid terug. Ze eiste het ontslag van graaf Leopold Gondrecourt, die verantwoordelijk was voor de hardvochtige opvoeding van Rudolf. Frans Jozef stemde toe en vanaf dat moment verloor aartshertogin Sophie een deel van haar macht over Frans Jozef. Elisabeth stelde na het vertrek van Gondrecourt een andere leraar/opvoeder aan, de liberale Joseph Latour von Thurmburg. Rudolf zou zijn moeder hier zijn leven lang dankbaar voor blijven, ook al was de relatie tussen moeder en zoon niet altijd even goed.

Ten slotte had Frans Jozef maîtresses. Om het keizerlijk privéleven in goede banen te leiden ontweek Elisabeth het hofleven en ging voor langere tijd naar het buitenland. Ze leed aan een longaandoening en werd door haar lijfarts rust voorgeschreven. Ze herstelde op Madeira.

Schoonheidsideaal Elisabeth was voor de buitenwereld het gezicht van het Habsburgse Rijk en was in de media de meest opvallende vertegenwoordiger. Ze werd mede beroemd door haar uiterlijk met haar lange golvende kastanjebruine haar en de bijzondere kapsels en had grote invloed op de mode. Het is bekend dat ze veel aan lichamelijke oefeningen en sport deed, ze was fervent paardrijdster en wandelaar. Elisabeth was 1,72 m lang, maar woog buiten haar zwangerschappen tussen de 45 en 50 kg. Ze trok de aandacht door haar eetpatronen, haar gedrag zou mogelijk als anorexia worden gediagnosticeerd. Ze vertoonde bij periodes hongeroedeem. Ze probeerde allerlei speciale diëten, zoals het eten van uitsluitend sinaasappels of het drinken van melk. Toen er voor het eerst sporttoestellen werden besteld voor in de Hofburg, dacht men dat deze voor Frans Jozef en andere heren bedoeld waren. Men was dan ook verbaasd toen men vernam dat Elisabeth deze sporttoestellen gebruikte.

Naarmate Elisabeth ouder werd begon ze zich steeds meer te schamen voor haar uiterlijk. Ze begon haar gezicht te verbergen voor de buitenwereld. Op middelbare leeftijd was ze, vooral in haar eigen ogen, niet mooi meer en haar huid was verouderd. Daarom verborg zij zich achter zware voiles en opgeheven waaiers, ook omdat ze het haatte aangestaard te worden. Zelf heeft ze hierover gezegd:

Vanaf 1875 mochten geen foto's van haar meer worden gemaakt, zodat, naar haar eigen zeggen, haar schoonheid eeuwig zou blijven.

Diplomatie Elisabeth kreeg in het staatsbestuur de opgave om Hongarije en Oostenrijk weer nader tot elkaar te brengen. Voor de openbare taken was voor haar een eigen hofsecretariaat opgezet. De band tussen de beide landen was na de Hongaarse Revolutie van 1848 tegen de regering van Wenen zeer slecht. Elisabeth wist de landen te verenigen en in 1867 werd de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie opgericht, waarbij Hongarije een zekere vorm van autonomie verkreeg. Elisabeth, die met de vrijheidsidealen van de Hongaren had gesympathiseerd, werd koningin van Hongarije. Samen met haar echtgenoot werd ze in Boeda (Boedapest) op 8 juni 1867 tot koningin van Hongarije gekroond. Ongeveer tien maanden later werd hun vierde kind Marie Valerie (1868-1924) geboren. In 1871 werd een hofdame met scherpzinnig verstand uit Hongarije aangesteld, Marie Festetics. Met de toenemende populariteit van Elisabeth in Hongarije, daalde haar populariteit navenant in de overige koninkrijken en landen van de Donaumonarchie. Met name in het Habsburggetrouwe Bohemen zag men met argusogen aan hoe de opstandige Hongaren – onder invloed van Elisabeth – allerlei voorrechten kregen die henzelf werden onthouden.

thumb|Elisabeth op 30-jarige leeftijd (1867) thumb|Elisabeth in 1867 als koningin van Hongarije

Elisabeth ontwikkelde niet alleen een grote liefde voor Hongarije. Ook Griekenland en – in navolging van haar lievelingsdichter Heinrich Heine – de Griekse klassieke oudheid, oefenden een grote aantrekkingskracht op haar uit. Ze leerde Nieuwgrieks en vertaalde onder het pseudoniem "Gloriette" de novelle Die Einsamen van een andere favoriete Duitse schrijver, Paul Heyse, en die verscheen te Athene, in 1893.Brigitte Hamann, Elisabeth. Kaiserin wider Willen. München, 1981, p. 470

Op Korfoe liet ze een slot met de naam Achilleion bouwen, waar ze maar kort van heeft kunnen genieten. Het huis beviel haar bovendien meteen al niet. Nadat kosten noch moeite waren gespaard voor de bouw en inrichting, liet ze bijna meteen na oplevering een groot gedeelte van de meubels weer verschepen naar Wenen, waar ze werden opgeslagen. Na haar dood erfde haar dochter Gisela het huis, dat zij in 1907 aan keizer Wilhelm II van Duitsland verkocht.

Overlijden zoon Rudolf