Een horrorfilm, griezelfilm of gruwelfilm is een film waarin angst (Latijn: horror) het hoofdthema vormt. Horrorfilms vertonen vaak vaste patronen in stijl, setting, opbouw en boodschap en zijn daarom verder onder te verdelen in aparte subgenres. De vroegste horrorfilms werden sterk beïnvloed door de Duitse expressionistische cinema, zoals Das Cabinet des Dr. Caligari uit 1920 en Nosferatu, eine Symphonie des Grauens uit 1922.Encyclopaedia Britannica online Horrorfilms zijn vooral populair rond Halloween en worden dan vaak uitgezonden op TV. Ook zijn ze dan vaak te zien in bioscopen.

Geschiedenis De horrorfilm bestaat al sinds de begindagen van de filmindustrie. Zo speelde Georges Meliès reeds in 1896 de duivel als een vampiervleermuis in Le Manoir du Diable. De eerste verfilming van Frankenstein, geproduceerd door Thomas Edison, verscheen in 1910, en de weerwolf maakte op het witte doek zijn debuut in The Werewolf (1913). In de tijd van de stomme film experimenteerden vooral Duitse filmmakers al met enge situaties en thema’s. Een vaak in kringen van filmcritici gehoord argument is echter dat er voor de jaren 1930 geen echt horrorgenre bestond.Stephen Prince: The Horror Film, p. 15. De start van het genre leggen zij pas bij Frankenstein (1931), de verfilming van de klassieke gothic novel van Mary Shelley, en bij Dracula, datzelfde jaar door Universal met Valentijnsdag uitgebracht. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden nieuwe genres die inspeelden op onder andere de angst voor een kernoorlog en bovennatuurlijke zaken zoals demonische bezetenheid.

In de jaren 50 en 60 was horror vooral een genre van B-films, waarin het genre soms werd vermengd met andere genres zoals sciencefiction en fantasy. Naarmate budgets groter en effecten beter werden, groeide de horrorfilm echter uit tot een serieus filmgenre.

Formule Horrorfilms volgen vaak een aantal vaste patronen en formules. Een aantal van deze cliché- of formuleverschijnselen werden benoemd in de 'slimme' horrorfilms Funny Games en Scream (1996). Het personage Randy uit de Scream-films onderwijst zijn vrienden tijdens de films zelf over dergelijke regels van de horrorfilms: Eén personage (of stel) overleeft in de horrorfilm. Dit is doorgaans het aantrekkelijkste personage en/of gespeeld door de bekendste acteur/actrice. Tot de titels die zich onderscheidden door moedwillig van deze formule af te wijken, behoren onder meer Funny Games, Wolf Creek en The Strangers. De aangevallenen in een horrorfilm verwijderen zelden het wapen van het lichaam van de schijnbaar dode of bewusteloze moordenaar, die in een volgende scène daardoor opnieuw kan aanvallen of in het niets verdwenen lijkt. Een voorbeeld van een personage waarbij dit meer dan eens gebeurt, is Michael Myers uit de Halloween filmreeks. Vaak bestaat een groep hoofdpersonages uit overdreven clichématige karakters. Een groep bevat doorgaans minimaal één sterk op seks gericht personage, één introvert en/of onderschat personage dat later heldhaftig uit de hoek komt en één luidruchtig populair personage. Voorbeelden van dergelijke samenstellingen zijn te zien in onder meer Halloween, Friday the 13th en The Faculty. Een sterke aanwijzing vroeg in de film dat er duidelijk iets niet pluis is op een bepaalde locatie wordt achteloos in de wind geslagen door enkele personages, die daarbij wel degelijk erdoor gewaarschuwde medepersonages overhalen toch op de plek des onheils te verschijnen of blijven. Het is geen goed idee voor een personage in een horror om te vragen of er iemand is of wie er is. Het is geen goed idee om een vreemd geluid te gaan onderzoeken. Wanneer de protagonist een auto weet te bereiken, start deze nooit de eerste keer. Wanneer een protagonist wordt geconfronteerd met de antagonist van het verhaal, vlucht hij/zij meestal naar een plaats zonder uitweg zoals een zolder of kelder, in plaats van naar buiten door de voordeur. Wanneer een personage in een horrorfilm eenmaal seks heeft gehad, slinken zijn/haar overlevingskansen aanzienlijk. Het gebruiken van drank of drugs betekent eveneens een kleinere kans op overleven. Een personage in een horrorfilm dat de groep verlaat en daarbij aangeeft dat hij/zij "zo terug is", wordt meestal het volgende slachtoffer. Nadat de antagonist blijkbaar is verslagen, komt hij altijd nog een keer terug voor een laatste aanval. In een sequel vallen meer slachtoffers. De sterfscènes in een sequel zijn plastischer. In een derde deel mag verwacht worden dat gegevens uit de eerdere delen alsnog onwaar blijken door een nieuwe, onderliggende verhaallijn. Acties die personages in eerdere delen ondernomen hebben, kunnen zich vanaf een derde deel tegen hen keren. Vanaf een derde deel kan de moordenaar weleens bovennatuurlijk en bijna onverwoestbaar blijken. In het derde deel kan iedereen een dodelijk slachtoffer worden, ook het hoofdpersonage. Wanneer het een afsluitend deel van een trilogie betreft, is het personage toch niet meer nodig op een later moment.

Subgenres De belangrijkste subgenres van horror zijn:

Slasher-film

Kenmerkend is (meestal) dat een of enkele seriemoordenaars het principe van de 'Tien kleine negertjes' volgt. Dat wil zeggen dat de film begint met een groep personages die langzaam uitgedund wordt door de antagonist. Dit type films heeft geregeld ettelijke sequels. Voorbeelden zijn Psycho, Black Christmas, Scream en I Know What You Did Last Summer.

Splatterfilm

Een genre grotendeels gelijk aan Slasher, alleen ligt de nadruk in deze films minder op het creëren van angst en meer op het geweld en bloedvergieten.

Monsterfilm

Eveneens een uitgebreid genre waarvan een groot deel veel kenmerken van de slasherfilm bezit, maar waarbij de moordenaar dan een monster of bovennatuurlijk wezen is. Dit genre kan weer worden opgesplitst in onder andere vampierfilms, weerwolvenfilms, mummiefilms en reeksen met andere bovennatuurlijke creaties. Voorbeelden zijn Bram Stoker's Dracula, Interview with the Vampire, The Mummy, maar ook Friday the 13th, Halloween, A Nightmare on Elm Street en It.

Kannibalenfilm Vaak realistisch gebrachte films over menseneters, soms in documentaire-stijl. Voorbeelden zijn Cannibal Holocaust en The Texas Chain Saw Massacre, maar ook subtielere, minder op shock gerichte titels als The Silence of the Lambs. Sommige regisseurs specialiseerden zich in dit subgenre, zoals Ruggero Deodato.

Zombiefilm Horrorfilms met vaak grote hordes levende doden, die een klein groepje zich al dan niet op één plaats verschuilende mensen belegeren. Denk aan Dawn of the Dead van George A. Romero, 28 Days Later, Resident Evil en the Walking Dead.

Spookverhaal Hierin worden de hoofdpersonages doorgaans lastiggevallen door een (of meerdere) bovennatuurlijke, ontastbare entiteit. Soms doordat ze daardoor achtervolgd worden, maar vaak ook doordat de geest of het spook een verbinding heeft met een bepaald voorwerp in het leven van de personages. Spookhuizen komen bijvoorbeeld regelmatig voor. Voorbeelden van spookverhalen zijn Poltergeist en House on Haunted Hill.

Reli-horror Een deel van de horrorfilms is gebaseerd op religieuze geloofsovertuigingen. Regelmatig voorkomende onderwerpen hierin zijn Satan (of zijn zoon) die op Aarde komt of dreigt te komen, een antagonist die probeert de eindtijd te ontketenen of een personage dat kampt met bezetenheid door de duivel of een demon. Ook films waarin een geloof als voodoo voorkomt, kan tot het genre gerekend worden. Voorbeelden van christelijke reli-horror zijn The Exorcist, The Omen, Rosemary's Baby en The Seventh Sign. Voorbeelden van Joodse reli-horror zijn The Unborn en The Possession. Een voorbeeld van islamitische reli-horror is Semum. Voodoo komt voor in onder meer The Skeleton Key en Jessabelle.

Exploitatie/martelporno (gorno) Exploitatiehorror is een subgenre horrorfilms dat, meer dan op een verhaal of schrikmomenten, mikt op het zo plastisch mogelijk in beeld brengen van geweld en verminking. Denk hierbij aan grote hoeveelheden bloed die in beeld vrijkomen, ogen die doorstoken worden of andere sadistische praktijken die expliciet in beeld gebracht worden. Het exploitatiegenre vierde vooral hoogtij in de jaren zeventig en de vroege jaren tachtig van de 20e eeuw. De Italiaanse regisseurs Lucio Fulci en Dario Argento werden grote namen binnen het genre.

Het genre leefde begin 21e eeuw opnieuw op, toen titels als Saw en Hostel aansloegen én ook publiek naar reguliere bioscopen kreeg. De binnen- en buitenlandse media verwijzen geregeld naar het genre met de term martelporno of kortweg gorno (afkorting van de Engelse term: 'gore porno'). Een van de beruchtere namen in dit subgenre is Ôdishon (Audition) van Takashi Miike. De aanwezigheid van het woord 'porno' in de bijnaam martelporno duidt niet op de aanwezigheid van (hardcore) seksuele handelingen in deze categorie films.

Zie ook exploitatiefilm.

'Found footage' In het subgenre 'found footage' staan gebeurtenissen centraal die zijn vastgelegd op (zogenaamd) gevonden beeldmateriaal. De kijker of personages die de found footage bekijken, zien daarop gebeurtenissen die eerdere personages filmden. Deze personages zijn meestal niet meer in leven of spoorloos verdwenen. De reden daarvoor wordt gaandeweg een dergelijke film duidelijk middels de found footage. Voorbeelden van dit subgenre zijn Cannibal Holocaust, The Blair Witch Project, [REC], Paranormal Activity en Grave Encounters.

Komische horrorfilm Films die vaak meer grappig dan eng zijn. Een aantal horrorfilms mikt al bij het uitbrengen meer op een cultstatus of op een comedy-publiek, dan dat het een poging doet angstwekkend te zijn. Geregeld komt het voor dat deze films met een erg laag budget worden geschoten en daar ook naar uitzien (niet te verwarren met films met een laag budget die vanwege de lage productiekosten lachwekkend worden zónder dat dat de bedoeling is). Dit is niet altijd geval, want ook films met voldoende budget mikken soms met hun inhoudskeuze met name op een cult- of campstatus. Voorbeelden van dit subgenre zijn Evil Aliens, Monster Man en Zombieland.

Arthouse-horrorfilm Films waarbij de beleving centraal staat. Doorgaans zijn dit bij het grote publiek vrij onbekende films, maar sommige hebben ondertussen een cultstatus verworven. Voorbeelden zijn Eraserhead en Tetsuo: The Iron Man. De elementen die in deze films de horror verzorgen, wijken doorgaans sterk af van die in reguliere horrorfilms.

Psychologische horror

Psychologische horror schurkt aan tegen het genre van de psychologische thriller. Er gebeurt niets bovennatuurlijks in de wereld van de personages. De spanning en/of gruwel is vooral afhankelijk van suggestie, sfeer en geestelijke aftakeling en minder van expliciete beelden. De expliciete beelden die wel gebruikt worden, blijven doorgaans realistisch. Voorbeelden zijn Repulsion en Black Swan.

Cultstromingen Bepaalde kleinere stromingen binnen de filmtak van de horror kregen na verloop van tijd een zodanige groep trouwe kijkers, dat ze opzichzelfstaand een cult 'minigenre' werden. Voorbeelden hiervan zijn: Het extreem gewelddadige en expliciete Italiaanse giallo, dat met name begin jaren zeventig haar hoogtijdagen vierde. De eerder genoemde Lucio Fulci en Dario Argento, maar ook bijvoorbeeld regisseurs Mario Bava en Sergio Martino hielden zich hier veelvuldig mee bezig. 'Troma', wat feitelijk de onvolledige naam is van Troma Entertainment. De filmmaatschappij maakte vanaf 1974 niettemin op een dergelijke eigen manier films, dat hun naam synoniem werd voor een bepaalde soort films, waarin low budget en overdaad trefwoorden zijn. Troma Entertainment bestaat (anno 2008) nog steeds, maar heeft sinds het ontstaan de nodige averij opgelopen.

'Grote namen'