miniatuur|Kaart van de campagne De Slag bij Waterloo was een veldslag op zondag 18 juni 1815 te Mont-Saint-Jean, vijf kilometer ten zuiden van Waterloo, een plaatsje net ten zuiden van Brussel in het huidige België. Napoleon Bonaparte werd hier definitief verslagen door een coalitie van enerzijds Britse, Nederlandse en Hannoverse eenheden onder opperbevel van Wellington en anderzijds een Pruisisch leger onder commando van maarschalk Gebhard Leberecht von Blücher. De slag werd genoemd naar de plaats waar Arthur Wellesley, de hertog van Wellington, zijn hoofdkwartier had, het huidige Wellingtonmuseum.
Na in 1814 verbannen te zijn naar Elba, keerde Napoleon in maart 1815 naar Frankrijk terug. Hij installeerde zich daar opnieuw als keizer van Frankrijk. Zijn oude vijanden vormden de Zevende Coalitie om hem weer te verjagen. Engeland en Pruisen trokken grote legers samen in de zuidelijke Nederlanden om Frankrijk op 1 juli 1815 binnen te vallen. Napoleon besloot ze voor te zijn en trok op 14 juni de grens van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden over bij Charleroi. Hij hoopte de legers van Wellington en Blücher uiteen te drijven om ze apart te kunnen vernietigen.
Zijn linkervleugel werd op 16 juni door de Nederlanders opgehouden in de Slag bij Quatre-Bras. Met zijn rechtervleugel bracht hij de Pruisen dezelfde dag een nederlaag toe in de Slag bij Ligny. Deze trokken zich naar het noorden terug om Wellington te blijven bijstaan. Napoleon achtervolgde het Brits-Nederlandse leger op 17 juni met zijn hoofdmacht en liet de Pruisen volgen door maarschalk Emmanuel de Grouchy. Wellington nam een verdedigende positie in op een heuvelrug ten zuiden van Waterloo in de hoop dat de Pruisen hem op tijd te hulp zouden schieten.
Na vertraagd te zijn door hevige regenval, opende Napoleon op 18 juni tegen het middaguur de aanval. Een grote massa Franse infanterie viel de geallieerde linkervleugel aan en dreigde door te breken. Een flankaanval van Britse zware cavalerie dreef ze echter op de vlucht. Op dat moment arriveerden uit het oosten de eerste Pruisen, die Grouchy ontglipt waren. Grouchy kon zich niet meer op tijd bij de Franse hoofdmacht voegen die daardoor zwaar in de minderheid raakte. Napoleon liet zijn voornaamste infanteriereserve tegen de Pruisen opstellen. De Franse cavalerie moest alsnog de Britten verslaan. Die stelden zich echter op in verdedigende vierkanten en bezweken uiteindelijk niet onder de herhaalde charges. Napoleon beval zijn laatste reserves van de keizerlijke garde op te rukken in een wanhopige poging het tij te keren maar die werden verslagen door Nederlandse reserves. De Franse rechterflank bezweek onder de groeiende Pruisische overmacht en het Franse leger sloeg op de vlucht.
Wellington verloor ongeveer vijftienduizend man (dood of gewond), Blücher zo'n zevenduizend. Napoleon verloor ruwweg vijfentwintigduizend man, plus duizenden gevangenen. Verder deserteerden grote aantallen Fransen na de slag.
Napoleon werd in Parijs gedwongen afstand te doen van de troon. De Britten verbanden hem naar Sint-Helena.
Voorspel
In 1814 was Napoleon Bonaparte na een reeks nederlagen, waaronder de Slag bij Leipzig gevolgd door een verloren campagne in Frankrijk, naar het eiland Elba verbannen. Daar volgde hij met interesse de politieke strijd die in Wenen over de verdeling van Europa was losgebarsten en de groeiende ontevredenheid onder de Franse bevolking over het herstel van het koninkrijk aldaar. Hij kreeg het idee dat zijn keizerschap nog niet verloren was en toen hem in februari 1815 ten ore kwam dat Fouché een staatsgreep wilde plegen, besloot Napoleon hem voor te zijn. Op 26 februari 1815 ontsnapte hij van Elba en arriveerde op 1 maart met een legertje van achthonderd man in het Franse havenstadje Golfe-Juan, alvorens hij richting Parijs trok. De commandant van het Franse leger, maarschalk Ney, werd door de nieuwe Franse koning Lodewijk XVIII zuidwaarts gestuurd om Napoleon tegen te houden, maar Ney liep met zijn hele leger naar Napoleon over. Op 20 maart zetelde Napoleon weer in zijn keizerlijk paleis en was Lodewijk XVIII gevlucht naar Gent.
Na de verbanning van Napoleon naar het eiland Elba hadden de geallieerden hun legers uit Frankrijk teruggetrokken. In de zuidelijke Nederlanden waren nog vijftien bataljons Britse troepen aanwezig om de grens met Frankrijk te bewaken. Napoleon bood de andere Europese grote mogendheden vrede aan in ruil voor een berusten in zijn heerschappij over Frankrijk maar die hadden geen enkel vertrouwen in zulke beloften. Ontzet over zijn onverwachts machtsherstel besloot men zich voorgoed van hem te ontdoen. Op het Weense Congres werd Napoleon op 13 maart 1815 vogelvrij verklaard. Engeland, Pruisen, Oostenrijk en Rusland zegden ieder 50 000 man toe om hem weer te verdrijven, maar de plannen voor de samen te stellen legers waren in feite ambitieuzer. Oostenrijk viel Italië binnen en versloeg Murat, de koning van Napels. Tegelijkertijd begon het een leger van een kwart miljoen man in Zuid-Duitsland op te bouwen. Rusland zond een expeditieleger uit van 168 000 man. Het zou echter enkele maanden duren voordat zulke grote legers gemobiliseerd en verplaatst konden worden. Van Oostenrijk en Rusland viel voor juli geen bijdrage in de strijd op Frans grondgebied te verwachten.
Britse, Nederlandse, Hannoverse, Brunswijkse en Nassauer troepen werden geconcentreerd in het zuiden van het (op 16 maart 1815 uitgeroepen) Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, dat het huidige Nederland, België en Luxemburg omvatte. Tegelijkertijd werden vier Pruisische legerkorpsen, tezamen het Leger van de Nederrijn vormend, van 30 maart af opgebouwd bij Luik, Huy, Namen en Charleroi, met Von Blücher als commandant. De Hertog van Wellington, die voor het Verenigd Koninkrijk de onderhandelingen had gevoerd op het Congres van Wenen en op 5 april in Brussel aankwam, kreeg het opperbevel van de geallieerde troepen ter plaatse.
Een Nederlands voorstel om Frankrijk preventief binnen te vallen werd afgewezen. Op 3 mei kwamen Wellington en Blücher tijdens een bijeenkomst te Tienen overeen operationeel samen te werken maar hun troepen zo op te stellen dat Napoleon eerder zou denken dat de Pruisen op de Russen zouden blijven wachten.
miniatuur|links|De slagen bij Quatre-Bras en Ligny Napoleon besloot, ondanks een groot gebrek aan paarden en geld, niet passief af te wachten tot Frankrijk zou worden aangevallen door een overmacht aan geallieerde troepen. Hij wilde zo snel mogelijk, voor de andere staten in Europa klaar waren om Frankrijk binnen te vallen, zelf tot het offensief overgaan. Hij mobiliseerde in twee maanden tijd een leger van een kwart miljoen manschappen, Waterloo & Beyond, Chalfont St. Peter, 2015. en trok met de helft daarvan naar de Frans-Nederlandse grens. Zo liet hij wel de rest van Frankrijk zo goed als onbeschermd, maar hij hoopte dat hij met een aantal snelle overwinningen de Europese mogendheden tot onderhandelingen zou kunnen brengen. Daarbij verwachtte hij dat, aangezien hij nog steeds getrouwd was met de Oostenrijkse prinses Marie-Louise, Oostenrijk in ieder geval tot onderhandelingen bereid zou zijn, of zich —zoals initieel in 1813,— neutraal zou willen verklaren.
Op 14 juni stak hij de grens, die toen overigens alhier een stuk noordelijker lag dan de huidige Belgisch-Franse grens, onverwachts over bij Charleroi. Hij had dit punt gekozen omdat het tussen het Pruisische leger, onder Blücher, in het oosten en het Brits-Nederlandse leger, onder van Wellington, in het westen lag. Hij hoopte door een snelle opmars te kunnen verhinderen dat die zich zouden verenigen tot een strijdmacht die groter was dan de zijne. Hij wilde ze ieder afzonderlijk verslaan. De opzet van Napoleon lukte maar zeer onvolkomen; hij zou niet de ruimte krijgen om zijn volledige strijdmacht tegen een van de vijandelijke legers te ontplooien. Dat kwam vooral doordat zijn hoop niet uitkwam dat Wellington onmiddellijk naar Antwerpen zou terugtrekken en de Pruisen naar Luik. In dat geval had Napoleon zijn aandacht vooral op het Britse leger willen richten om dat te vernietigen, voordat het zich in een haven kon verschansen.
Tijdens een ontmoeting te Bussy op 16 juni zegde Wellington toe om de Pruisen bij te staan, waarop Blücher besloot met drie legerkorpsen slag te leveren, ten westen van Namen. Napoleon viel de Pruisen op zijn rechterflank aan, maar liet ook een grote observatiemacht oprukken om zijn linkerflank te dekken.
Aan de Slag bij Waterloo gingen op 16 juni twee andere veldslagen vooraf. De hoofdmacht van Napoleon stuitte op het Pruisische leger van Blücher, en dwong dat in de Slag bij Ligny tot de terugtocht. Blüchers stafchef von Gneisenau hield zijn strijdmacht echter intact en liet deze naar het noorden terugvallen. Op deze manier kon hij steun blijven leveren aan het Brits-Nederlandse leger en zich verenigen met Pruisische versterkingen.
Wellington beval de Brits-Nederlandse voorhoede, onder commando van prins Willem terug te vallen naar Nijvel. De divisie-commandanten van de prins besloten eigenmachtig het knooppunt van Quatre-Bras te blijven bezetten om de Fransen zo min mogelijk ruimte te bieden. Daardoor kwamen Willems Brits-Nederlandse troepen in de slag bij Quatre-Bras tegenover een grote Franse overmacht te staan. Maarschalk Ney (die pas op 15 mei het bevel over de Franse linkervleugel gekregen had) rukte omzichtig op. Dit gaf Wellington, die op de 15e te Brussel nog erg verrast was door Napoleons snelle opmars, de tijd om Willem te versterken met delen van de hoofdmacht van zijn leger, tot in totaal zo'n 36 000 man. Ney liep hierdoor vast en kon Napoleon niet bijstaan in zijn poging het Pruisische leger volledig te vernietigen.
Toen Wellington het bericht kreeg van de nederlaag van de Pruisen, besloot hij in noordelijke richting een beter verdedigbare positie op te zoeken bij Waterloo, zich meteen met de rest van zijn hoofdmacht verenigend.
Wellington en Blücher miniatuur|De Hertog van Wellington in 1814 Napoleon besloot nu alsnog het zwaartepunt naar zijn linkerflank te verleggen en Wellington aan te vallen. Opnieuw moest hij een grote dekkingsmacht apart houden, dit keer tegen de Pruisen. Hij beval maarschalk Emmanuel de Grouchy het terugtrekkende Pruisische leger te achtervolgen met een legermacht van 35 000 man, het Franse IIIe en IVe Korps. Daarbij nam hij echter aan dat de Pruisen zich in noordoostelijke richting terugtrokken, richting Luik. Zo kwam de beweging van Grouchy in feite uit op de oostelijke flank van het Pruisische leger en slaagden de Fransen er niet in te voorkomen dat Blücher zijn leger hergroepeerde, westelijk trok richting Wellington, en uiteindelijk de geallieerde legers verenigde. Daarentegen raakten de Fransen zelf onderling gescheiden: Grouchy zou niet meer op tijd Napoleon bereiken. Dit ook omdat zijn opmars erg traag was: op 17 juni legde Grouchy slechts zestien kilometer af en kwam niet verder dan Gembloers. miniatuur|links|Blücher
Op zaterdag 17 juni regende het vrijwel voortdurend. Wellington vond dat door de Pruisische nederlaag bij Ligny de positie bij Quatre-Bras onhoudbaar was geworden. Hij liet het geallieerde leger zich terugtrekken, en verzamelde het achter een natuurlijke glooiing, het plateau van Mont-Saint-Jean, ten zuiden van Waterloo. Al in de campagne van 1814 was Wellington deze positie opgevallen en had hij gezien dat ze de verdediging voordelen bood; eerder in 1815 had hij dan ook een kaart van het terrein laten vervaardigen. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in Waterloo, de reden dat men later van de "Slag bij Waterloo" zou spreken. In de avond van 17 juni vernam Wellington per brief dat Blücher zich richting Waver had teruggetrokken en op 18 juni de rechterflank van het Franse leger met zijn hele strijdmacht zou aanvallen. Het was dus zaak om de Franse aanval zo lang mogelijk te weerstaan, totdat de Pruisen zich bij hem zouden voegen.