miniatuur|De groet moi(n) dient binnen de toeristenbranche als regionale merknaam. Embleem te Fehndorf, Haren (Ems), 2019 miniatuur|Moin-embleem te Norderhastedt, Kreis Nordfriesland, 2018 miniatuur|De groet moi(n) speelt tevens een rol in de jongerentaal in Noord-Nederland en Noord-Duitsland. Muurschildering in Groningen, 2020 Moi, ook moj, moin, mojn of moien, soms verdubbeld tot moin moin, is een alledaagse groet, die vooral in Noordwest-Duitsland en Noordoost-Nederland wordt gebruikt. Het is een populaire begroeting in de streken waar Nedersaksische en Nederduitse dialecten worden of werden gesproken, maar ook in Luxemburg en delen van Denemarken, Finland, Polen en Zwitserland.
In dialectwoordenboeken uit de 19e eeuw komt het woord moi in deze betekenis nog niet voor. De eerste schriftelijke vermeldingen in Oost-Groningen en de Achterhoek dateren uit 1921 (môje en moin), in Drenthe uit 1930 (mojje) en in Oost-Friesland uit 1912 (moj'n). Vooral in Berlijn, maar ook in Hamburg, Bremen, Oldenburg en het Baltische gebied was de groet moin al rond 1890 gangbaar.
Waarschijnlijk betreft het een groet die zich vooral verbreid heeft via de jongerentaal; hij werd (aanvankelijk) vooral door mannen onder elkaar gebezigd. De oudste voorbeelden zijn afkomstig uit het Berlijnse stadsdialect en uit de groepstaal van jonge officieren en studenten. Het militaire begroetingsritueel in het Pruissische leger was hierbij mogelijk richtinggevend. De betekenis van de groet is al vroegtijdig verschoven van "goedemorgen" naar "goedendag" en zelfs "tot ziens".
Het gaat – net als bij de Nederlandse tegenhangers hoi, hallo en doei – vooral om een informele groet die zich van de oudere en meer formele aanspreekvormen onderscheidt. Het moi-zeggen gold – volgens de taalkundige Siemon Reker – in sommige delen van de provincie Groningen nog rond 1980 als familiair. Ook in Drenthe gold het lange tijd als ongepast om deze groet tegenover ouderen te gebruiken.Darwinkel, 'Kuj gien moi zeggen?', p. 86-89. Ook in Duitsland was het tot ver na de Tweede Wereldoorlog ongebruikelijk om meerderen op deze manier te begroeten.Armin Kohz, Linguistische Aspekte des Anredeverhaltens. Untersuchungen am Deutschen und Schwedischen, mit einer selektiven Bibliographie zur Linguistik der Anrede und des Grusses, Tübingen 1982, p. 108."Zu Mitschülern, Freunden und Bekannten, Arbeitskollegen und Nachbarn sagt man Moin; bei Vorgesetzten ist es davon abhängig, wie vertraut man mit diesen ist". Gertrud Nordmann-Stabenow, Plattdeutsch und Plattdänisch im Grenzland Schleswig, Husum 1980, p. 6. Dat is sindsdien snel veranderd.Willy Diercks, Niederdeutsch in der Stadt Schleswig. Zu Attitüden und zur Sprachverwendung, Bielefeld 1994, p. 237 (Moin-zeggen geldt nog maar in enkele situaties als onbeleefd). In Duitsland wordt de groet tevens in het publieke domein gebruikt.
De groet wordt sinds de jaren zeventig in verschillende streken opgevat als uiting van regionale identiteit en verbonden met begrippen als gelijkwaardigheid, kameraadschap, nabuurschap en gemeenschapszin."Moin verspricht hanseatische Wärme und die gibt es in Hamburg zuhauf." Antonia Meinecke, So lebt Hamburg. Der perfekte Reiseführer für einen unvergesslichen Aufenthalt in Hamburg, z.pl. 2022, p. 73. Het is bij uitstek een democratische groet. De uitroep moin moin speelt daarnaast een belangrijke rol bij de toeristische marketing en in het merkmanagement, met name langs de Duitse Noordzeekust en in Hamburg. De groet wordt verder gebruikt in de stereotiepe beeldvorming over Noord-Nederlanders en Noord-Duitsers. In detectiveverhalen (de zogenaamde Nordsee- of Friesland Krimis) wordt de groet veelvuldig gebruikt om couleur locale te creëren.
Het woord moi wordt in Nederland en in de Oost-Friese grensstreek uitgesproken als . De Noord-Duitse variant moin wordt uitgesproken als of , Saterfries , het Deense mojn als . De Duitse vorm wordt soms verdubbeld tot moin moin , met de nadruk op de eerste lettergreep. Luxemburg heeft moien , Zwitserland de regionale vorm moin , Finland moi , Polen mòjn . Het verschil met de (rhotische) vormen van de groet (goede)morgen! (met een hoorbare r) is echter gradueel.
Het woord moet niet verward worden met het identiek gespelde moi, het Franse woord voor "mij", wat incidenteel ook in het Nederlands wordt gebruikt.
Etymologie De herkomst van moi(n) is niet helemaal zeker. Naar alle waarschijnlijkheid is het afgeleid van de wijd verbreide groet "goedemorgen", waarvan verkorte vormen zich sinds het midden van de 19e eeuw in Duitsland, Nederland, Scandinavië en naburige regio's hebben verbreid. Vermoedelijk is het een leenwoord uit het Berlijnse stadsdialect, dat zich zowel via het Hoog- als het Nederduits heeft verbreid. De wijd verbreide stelling dat het woord moi(n) de (Nederlandse) wortel mooi ("aangenaam, goed") zou bevatten, geldt als onbewezen (zie de paragraaf alternatieve verklaringen).
Vormen miniatuur|Moin moin uithangbord in Hamburg, 2015 miniatuur|Installatie met de moien-groet in het Justus-Lipsius gebouw te Brussel tijdens het EU-voorzitterschap van Luxemburg, 2005 De groet moi(n) wordt gewoonlijk met hetzelfde woord beantwoord, waarmee een zekere gelijkwaardigheid tussen de sprekers wordt gesuggereerd. Taalsociologen noemen dit een "gekopieerde" of "reciproke" begroetingsformule (een echo-groet), die gebaseerd is op een symmetrische sociale relatie.Gekopieerde groetformules zijn in het Engels bekend sinds 1563. Joachim Grzega, 'Häl. Hail, Hello, Hi: Greetings in English Language History', in: Andreas H. Jucker en Irma Taavitsainen (red.), Speech Acts in the History of English, Amsterdam en Philadelphia 2008, p. 165-194, hier p. 188. Ook toonhoogte en intonatie zijn belangrijk: wie een groet beantwoordt, doet dat gewoonlijk op een iets lagere toonhoogte. De groet wordt uitdrukkelijk uitgesproken; de spreker heft zijn hoofd en zoekt oogcontact met degene die hij aanspreekt. Dat kan als confronterend worden ervaren en is soms ook zo bedoeld: de toevallige passant wordt nadrukkelijk begroet en er wordt een passende reactie verwacht. Bekenden worden vaak aangesproken met voor- of achternaam (moi, Derk! – moin, Koort! – Mojn, Blumann!). Bij goede bekenden kan dat worden weggelaten.
De dubbele vorm moin moin is iets minder direct; de persoonlijke uitroep wordt hier genuanceerd, de spreker neemt als het ware een voorschot op het antwoord van de ander. Moin moin kan echter ook dienen als antwoord op een eerdere groet moin, met name om te bevestigen dat men deze groet wel degelijk heeft gehoord."Man will durch die Verdoppelung oder oder Verdreifachung des Grußwortes das dem Grüßenden durch anfängliches Überhören des Grußes beinahe zugefügte Unrecht wieder gut machen. ... Die Ursache der Verdoppelung ist hier die Absicht der Sinnverstärkung". Prause, Grußformeln, p. 13-14. Vgl. Byl, 'Nochmals Moin-moin', p. 13. Het gaat in alle gevallen om een spel van aanspreken en antwoorden, waarbij de verhouding tussen beide sprekers (vertrouwelijk, gedistantieerd, competitief of juist hiërarchisch) ter discussie staat. Er is geen moi(n) dat hetzelfde klinkt.
In Nederland is de groet moi vooral in Groningen en Drenthe gebruikelijk, en vanouds ook in de Achterhoek (moj(n)).Voor Drenthe: Geert H. Kocks, Woordenboek van de Drentse Dialecten, Assen 1996-1997, trefwoord: moi, moie, moin. Dez., 'Taolpraot: Moi', in: Nieuwsblad van het Noorden, 25 juli 1985. Sinds het midden van de 20e eeuw is hij tevens in grote delen van Overijssel, met name in Twente (moi(n)) populair.Jan Stroop, 'Groeten en wensen', in: Veronique De Tier, Jos Swanenberg en Ton van de Wijngaard (red.), Moi, adieë en salut Groeten in Nederland en Vlaanderen, Groesbeek 2009, p. 13-22, hier p. 19, en afb. 1 en 2. De Achterhoek wordt hier nog niet genoemd. Het kaartmateriaal betreft uitsluitend het gebruik van de afscheidsgroet moi(n) in 1973 en 2008.Elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten, trefwoord morgen. Mijn woordenboek: vertalingen voor het dialectwoord "moi", "moin" (geraadpleegd op 27 mei 2023).A.H.G. Schaars, Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse dialecten (WALD), dl. 3.1: De mens en zien näösten, Doetinchem 2009, p. 185-186 (moj, mojn). De vorm mojn komt voornamelijk tegen de Duits grens voor. Verder wordt de groet in een deel van de Stellingwerven (moj)Henk Bloemhoff, ' Vrouwluden en manluden: dagzeggen in Stellingwarf', in: Veronique De Tier, Jos Swanenberg en Ton van de Wijngaard (red.), Moi, adieë en salut Groeten in Nederland en Vlaanderen, Groesbeek 2009, p. 103-116, hier p. 109. en in oostelijk Brabant (moi(n))A.P.C. Swanenberg, Brabants-Nederlands - Nederlands-Brabants. Handwoordenboek, Someren 2011, trefwoord: morgen, mèèr, moin ("goedemorgen", Helmond en Peelland). Chris Kerkhoff, Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk 1970 e.v., trefwoord: moi ("hallo"). Daarnaast komt hier de vorm mèrrege saome voor. gebruikt. In Oost-Groningen wordt de uitspraak vaak uitgerekt tot moie (uitgesproken als mojje). De korte vorm moi (1931) lijkt aanvankelijk typerend voor Noord-Groningen te zijn geweest.Vroege Noord-Groningse voorbeelden bij de hoofdonderwijzer Boelo H. de Graaff te Kloosterburen, de onderwijzer Jan Boer uit Rottum, die in het Oldambt had gewerkt, en de joods-socialistische toneelschrijver Benjamin H. Broekema te Warffum: Gerard Nielen, Gebroeders Kalkoen, vert. door B.H. de Graaff, Alkmaar 1927, p. 14 (mô-je! mô-je!). Joh. Agricola (= Jan Boer), 'Van eigen grond', in: Nieuwsblad van het Noorden, 2 oktober 1926 (mòj!). Jan Boer, ‘De Waddenduvel (wintersprookje)’, in: Maandblad “Groningen” 11 (1928), p. 233-236, hier p. 233 (moj). B.H. Broekema, De olle Vrijgezel. Bekroond toneelspul, Groningen 1935, p. 60 (Ik zee: Moi! Moi, zeden aandern; eerste opvoering: Nieuwsblad van het Noorden, 20 november 1931). Dez., Voutbaalclub “De Kous op de Kop”, Groningen , p. 5 (moi).