Homo habilis is een uitgestorven mensensoort die 2,3 tot 1,5 miljoen jaar (Ma) geleden in Oost-Afrika leefde.

De eerste fossielen van Homo habilis werden in 1959 in de Olduvaikloof van Tanzania gevonden. In 1964 werd de soort benoemd. De naam betekent "de handige mens". Behalve de Olduvaikloof leverden ook Kenia en wellicht Zuid-Afrika fossielen op. Die bestaan uit een klein aantal schedels, losse botten en tanden, alsmede enkele onvolledige skeletten. Veel van de bouw van de soort is daarom nog onbekend. Daarbij denken veel onderzoekers dat de fossielen ook nog een tweede soort vertegenwoordigen: Homo rudolfensis of wellicht een nog onbenoemde soort. Er is geen overeenstemming welk fossiel bij welke soort hoort.

Homo habilis was kleiner dan de tegenwoordige mens met een geschatte lengte tussen 120 en 155 centimeter. Zijn hersenen zijn met een volume van tussen de 550 en ruim 700 kubieke centimeter groter dan het brein van de soorten van Australopithecus. Daarmee is H. habilis de eerste primatensoort met een herseninhoud die duidelijk hoger ligt dan bij chimpansees. Dit was de belangrijkste reden hem in het geslacht Homo te plaatsen. Verder is het skelet niet zo verschillend van de australopithecussoorten. Het gebit is maar weinig anders, de armen zijn nog lang maar de benen juist niet. Sommige onderzoekers vinden daarom dat de soort in Australopithecus geplaatst moet worden als een Australopithecus habilis.

In de Olduvaikloof zijn ook primitieve werktuigen aangetroffen, indertijd de oudste die bekend waren. In 1964 werd aangenomen dat die van H. habilis waren, de reden voor de soortaanduiding. De grotere hersenen zouden hem in staat gesteld hebben stenen kloppend van een snijrand te voorzien om vlees te snijden. H. habilis zou ook de eerste mens geweest zijn die op groot wild joeg, op een savanne. Later is men daaraan gaan twijfelen. Met zijn te korte benen kon H. habilis niet goed een prooi achtervolgen. Met zijn lange armen klom hij misschien nog vaak in bomen die een groter deel van zijn leefgebied bedekten dan eerder gedacht. Er zijn veel oudere werktuigen gevonden, een bewijs dat ook australopithecussoorten die konden maken. Het is de vraag of H. habilis kon spreken. Hij at veel planten zoals knollen, bladeren en fruit.

De taxonomie van Homo habilis, dus zijn verwantschappen, is zeer onzeker. Van iedere soort van Australopithecus is wel eens gedacht dat hij de oorsprong was van Homo habilis en daarmee van de tak die naar de moderne mens voert. Het kan zijn dat H. rudolfensis niet nauw aan H. habilis verwant was en juist de meer directe voorloper van Homo sapiens. H. habilis wordt vaak als de nauwe verwant van Homo erectus gezien, een soort die nog grotere hersenen ontwikkelde. Hij kan daarvan echter niet de directe voorouder geweest zijn want beide soorten leefden honderdduizenden jaren naast elkaar. Meestal wordt aangenomen dat H. erectus als eerste mens van Afrika uit naar Azië trok. Er zijn echter aanwijzingen dat H. habilis dat al eerder gedaan had. Hij lijkt in bouw op de raadselachtige Floresmens.

Vondst en naamgeving Ontdekkingen in de Olduvaikloof Vroege vondsten thumb|Mary en Louis Leakey zoeken naar fossielen in de Olduvai Sinds 1930 verrichtten Louis Leakey en diens vrouw Mary Leakey opgravingen in de Olduvaikloof in Tanzania. Ze vonden daar resten van de robuuste australopitheek Paranthropus boisei (Zinjanthropus) alsmede primitieve stenen werktuigen. De eenvoudigste verklaring leek dat de robuuste vorm daar de maker van was, maar die leek daar zelf wat te primitief voor en zij was ook niet in overeenstemming met Louis Leakeys lang gekoesterde overtuiging dat het geslacht Homo zeer oud was. Naarstig bleef hij daar bewijs voor zoeken, daarbij geholpen door de ruimere fondsen die de National Geographic Society ter beschikking stelde na de vondst in 1959 van P. boisei. Eind juni 1959 vond zijn assistent Heselon Mukiri een stuk onderkaak met een derde kies van een vroege Homo, specimen OH 4, maar dit werd indertijd niet als zodanig onderkend en hetzelfde gold in 1960 voor OH 6, een paar stukken schedeldak en tanden. thumb|left|upright|Replica OH 7 Rond 4 november 1960 ontdekte hun zoon Jonathan Leakey bij het opgraven van een katachtige specimen OH 7, bijgenaamd Jonny's Child, een gedeeltelijke schedel inclusief gepaarde onderkaken en dertien botten van een hand — de laatste vermoedelijk van een ander individu, eveneens een kind. De leeftijd van OH 7 werd geschat op twaalf jaar. De botten werden opgegraven van 1960 tot en met 1963. Dit leek de gezochte werktuigenmaker te zijn. Februari 1961 werd de vondst gemeld in de wetenschappelijke literatuur.Leakey, L.S.B. "New finds at Olduvai Gorge". Nature 189: 649–650Leakey, L.S.B., Evernden, J.F. & Curtis, G.H., 1961, "Age of Bed I, Olduvai Gorge, Tanganyika", Nature 191: 478–479 Op dat moment werd het type omschreven als een "pre-Zinjanthropus" met grotere hersenen; in een lezing later dat jaar als een directe voorouder van Homo.L.S.B. Leakey. 1961. PROGRESS AND EVOLUTION OF MAN IN AFRICA. London: Oxford University Press, 50 pp Collegae twijfelden daaraan en ruim drie jaar werd het specimen aan metingen onderworpen om vast te stellen of het toch niet om een exemplaar van Australopithecus africanus ging. Aanvullende vondsten, nieuwe schattingen van de hersengrootte en de moderne vorm van de handen overtuigden op het eind de Zuid-Afrikaanse en andere Britse leden van het onderzoeksteam ervan dat het een nieuwe soort betrof die dichter bij de moderne mens stond. Het was duidelijk dat de koppige Leakey die hoe dan ook binnen het geslacht Homo zou plaatsen, dus gingen de anderen daarin maar mee. De term "pre-Zinjanthropus", die puur als een tijdsaanduiding was bedoeld, kon voor veel verwarring zorgen. Sommige onderzoekers dachten dat Leakey een apart geslacht Prezinjanthropus had benoemd.Nesturkh, M., 1967. The Origin of Man. Progress Publishers, Moscow

Homo habilis wordt benoemd thumb|De exacte locatie waar OH 7 werd ontdekt April 1964 benoemde L. Leakey samen met Phillip Vallentine Tobias en Jonathan Russell Napier — waarbij Tobias de anatomische beschrijving van de schedel voor zijn rekening nam en Napier die van de pols en hand — de soort Homo habilis.Leakey, L.; Tobias, P.V. & Napier, J.R. 1964. "A New Species of the Genus Homo from Olduvai Gorge", Nature 202(4927): 7–9 De soortnaam Homo habilis bestaat uit de geslachtsnaam Homo, die in het Latijn "mens" betekent, en de soortaanduiding habilis, die "handig" in de zin van "bekwame omgang met werktuigen" betekent. De soortaanduiding was op verzoek van Tobias gesuggereerd door Raymond Dart zonder overigens het fossiel gezien te hebben. De nieuwe soort baarde veel opzien.

OH 7 is het holotype van de soort en komt uit een laag die ongeveer 1,75 miljoen jaar oud is. Als paratypen werden aangewezen de specimina OH 4 en OH 8, een aantal beenderen van een linkervoet, en verder OH 16, een in 1963 door Maiko Mutumbu gevonden schedel die in de nacht na de ontdekking door een kudde koeien vertrapt werd en met groot geduld weer moest worden gereconstrueerd. Het is de grootste schedel die ooit bij Homo habilis is ondergebracht en kreeg de bijnaam Poor George. Verder was er specimen OH 48, een sleutelbeen. Van OH 8 werd overigens al in 1968 door Day vermoed dat het een voet van P. boisei was.

De plaatsing van de soort in het geslacht Homo was meteen zeer omstreden en werd overhaast geacht.Clark, W.E. LeGros, 1964. The Fossil Evidence for Human Evolution: An Introduction to the Study of Paleoanthropology. Second Edition. University of Chicago Press, Chicago, IL Alleen al de geclaimde hoge ouderdom stuitte op ongeloof.Tobias, P.V. 2006. "Homo habilis—A Premature Discovery: Remembered by One of Its Founding Fathers, 42 Years Later". pp. 7–15 in: The First Humans – Origin and Early Evolution of the Genus Homo. Springer, Dordrecht Pas in 1961 waren exacte dateringen voor het gebied uitgevoerd en bleken driemaal hoger dan verwacht. Al snel werd door Jon Robinson gesuggereerd dat het materiaal meerdere soorten zou kunnen vertegenwoordigen, de een Homo transvaalensis (een naam die toen gebruikt werd voor een geavanceerde A. africanus), de ander Homo sapiens, welke soort in zijn optiek vormen omvatte die later als een vroege H. erectus zouden worden gezien.Robinson, J.T, 1965. "Homo habilis and the australopithecines". Nature 205: 121–124Robinson, J.T., 1965. "Comments on new discoveries in Tanganyika: their bearing on hominid evolution (by P.V. Tobias)". Current Anthropology 6: 403–406Robinson J.T. 1966. "The distinctiveness of Homo habilis". Nature 209: 957–960

Het zou tot het midden van de jaren tachtig duren voordat H. habilis algemeen als soort aanvaard werd. Tobias, in toenemende mate geïsoleerd door de boycot van het apartheidsregime van Zuid-Afrika hoewel hij de racistische pseudowetenschap daarvan actief bestreed, had lang het gevoel dat hij de enige verdediger van het begrip was.Tobias, P.V. 1991. "The species Homo habilis: example of a premature discovery". Annales Zoologici Fennici. 28(3–4): 371–380 Sommige onderzoekers voelden grote psychische weerstand tegen het benoemen van mensensoorten op grond van alleen resten uit Afrika. Nog steeds leefde het vooroordeel dat de echte "menswording" alleen in Europa of Azië kon hebben plaatsgevonden. Een ander probleem was de verhouding met het geslacht Australopithecus. Het leek evident dat de mens daarvan afstamde maar dat betekende ook dat Australopithecus parafyletisch was: Homo was nauwer verwant aan sommige australopitheken dan aan andere. Waar men de grens wilde leggen, was willekeurig en kon niet door empirisch wetenschappelijk onderzoek worden bepaald. Er kon zo in beginsel nooit dwingend bewijs gevonden worden dat de soort niet in Homo thuishoorde maar ook niet dat het geen lid van Australopithecus was. Het debat kon aldus eeuwig voortduren tenzij Australopithecus in meerdere genera gesplitst werd. Verschillende onderzoekers zouden daar een aanzet toe geven maar er zou nooit consensus over ontstaan. left|thumb|upright|De onderkaak van OH 13 vergeleken met die van andere mensachtigen Het gebrek aan aanvaarding leidde tot een vloed aan alternatieve namen of plaatsingen. Binnen vijftien maanden na de benoeming kon Tobias een Australopithecus africanus, Australopithecus africanus habilis, Australopithecus habilis, Homo erectus habilis en simpelweg Homo erectus noteren. De meest bizarre naam was Homo Paleoanthropus Habilinensis in 1974 voorgesteld door Enver Bostanci, welke geleerde dacht dat het om de resten ging van een directe nakomeling van Abel.Bostanci, E., 1974. "Anadolu’da insan kronolojisi ve genus Homo icin yeni bir sinifl andirma". Dil ve Tarih-Cografya Fakültesi Yayin 239: 540–591

Latere vondsten in de Olduvai Hierna werden de zaken verder gecompliceerd doordat lange tijd alle vondsten uit Afrika van de vroege Homo aan Homo habilis werden toegewezen. In 1960 was nog voor OH 7 een onderste linkeronderbeen, scheenbeen en kuitbeen, aangetroffen, specimen OH 35, wellicht van hetzelfde individu als OH 8, hoewel de stratigrafie dat onzeker maakt.Susman R.L. 2008. "Brief Communication: Evidence Bearing on the Status of Homo habilis at Olduvai Gorge". American Journal of Physical Anthropology 137: 356-361 Oktober 1963 vond Ndibo Mbuika in de Olduvaikloof de schedel met onderkaken OH 13, bijgenaamd Cinderella ofwel Cindy. Andere exemplaren die herfst waren OH 14, een nauwelijks determineerbaar botfragment en OH 15, wat stukken kies; beide werden maar niet toegewezen. De vondsten kwamen uit een laag die 1,7 miljoen jaar oud was; een stuk armbot werd dicht bij de schedel aangetroffen. In 1968 vond Peter Nzube in Olduvai specimen OH 24, een schedel van 1,8 miljoen jaar oud. Met veel moeite werd deze gereconstrueerd. De schedel werd in 1971 aan H. habilis toegewezen.Leakey, Mary D., Ron J. Clarke and Louis S.B. Leakey. 1971. "New hominid skull from Bed I, Olduvai Gorge, Tanzania". Nature 233: 317–323