thumb|Robert Falcon Scott Robert Falcon Scott (Devonport, 6 juni 1868 – Antarctica, (vermoedelijk) 29 maart 1912) was een Britse marineofficier en ontdekkingsreiziger die beroemd is geworden als leider van twee expedities naar Antarctica. Tijdens zijn tweede expeditie kwam hij samen met zijn vier metgezellen om het leven op de terugtocht van de Zuidpool, die hij bereikt had op 17 januari 1912, een maand na Roald Amundsen.

Jeugd en vroege carrière Robert Falcon Scott werd op 6 juni 1868 geboren in Devonport, als derde van vijf kinderen. Hoewel zijn vader brouwer en magistraat was, was een militaire carrière traditie in de familie. Voor Scott betekende dit de Royal Navy. Na voorbereidende lessen op Stubbington House School slaagde hij voor de toelatingsexamens voor de Navy en begon hij in 1881 als dertienjarige als cadet op het opleidingsschip HMS Britannia te Dartmouth.

In 1887, tijdens zijn stationering als adelborst in Saint Kitts, werd hij opgemerkt door Sir Clements Markham, secretaris en later voorzitter van de Royal Geographical Society. Scott, in 1889 tot luitenant bevorderd, bouwde verder aan zijn carrière en werd commandant van een torpedoboot. Door de dood van zijn vader en jongere broer was hij intussen de kostwinner van het gezin geworden en hoopte hij op snelle promotie om zijn inkomen te vergroten. In juni 1899 ontmoette hij in Londen bij toeval Sir Clements Markham en vernam van hem dat er een expeditie naar Antarctica in voorbereiding was. Scott zag het als een mogelijkheid om hogerop te komen en stelde zich enkele dagen later thuis bij Markham kandidaat om de National Antarctic Expedition te leiden.

Eerste expeditie naar Antarctica (1901-1904) thumb|Discovery in 2005 in zijn thuishaven Dundee De Discovery-expeditie, genoemd naar het schip, was een gezamenlijke onderneming van de Royal Society en de Royal Geographical Society, waarvan Markham intussen voorzitter was. Terwijl de Royal Society een wetenschapper aan het hoofd van de expeditie wilde en Scott slechts zag als kapitein van het expeditieschip, wisten Markham en Scott uiteindelijk hun slag thuis te halen en kreeg hij de volledige leiding. Kort voor zijn vertrek werd Scott gepromoveerd tot Fregatkapitein.

De Discovery vertrok op 6 augustus 1901 via Kaapstad en Nieuw-Zeeland naar Antarctica met een 50-koppige bemanning, die haast geen enkele ervaring had in de poolgebieden. Voor het vertrek was er nauwelijks aandacht besteed aan uitrusting en reistechniek. Hoewel er ski's en honden meegenomen werden, wist nauwelijks iemand ze te gebruiken. Hoewel de expeditie vooral gericht was op wetenschappelijk onderzoek en het bereiken van de Zuidpool zelf niet op het programma stond, was het wel de bedoeling om een sledetocht naar het zuiden te maken.

Op 21 december bereikte het schip het Ross-ijsplateau en op 30 januari 1902 werd het door James Ross zestig jaar eerder reeds vermoede Koning Edward VII-land ontdekt. Het schip voer daarop terug richting McMurdo Sound aan het westelijke uiteinde van het ijsplateau en ging er op 8 februari aan land, waar een hut gebouwd werd als schuilplaats en voorraadruimte, de expeditieleden sliepen aan boord van het schip, dat zou overwinteren in het ijs. Tijdens de winter werd vooral wetenschappelijk werk verricht. Weinig of geen tijd werd aan voorbereiding van de tochten voorzien voor de zomerperiode besteed.

Op 2 november vertrokken Scott en zijn metgezellen Edward Wilson en Ernest Shackleton op ski's en met sledehonden voor hun tocht naar het zuiden. Op 30 december, nog steeds op het ijsplateau, bereikten ze 82°17' zuiderbreedte en keerden ze terug. Tijdens de terugtocht kregen ze last van scheurbuik, Shackleton stortte fysiek in en moest deels door de anderen op de slee voortgesleept worden. Ternauwernood bereikten ze op 3 februari 1903 Hut Point en het expeditieschip, dat nog steeds ingevroren lag.

Tijdens Scotts afwezigheid was het aflossingsschip de Morning aangekomen, het expeditieschip Discovery was nog steeds ingevroren en Scott zag zich verplicht tot een tweede overwintering. Een aantal expeditieleden keerde terug naar de bewoonde wereld; ook Shackleton, derde officier aan boord, werd zeer tegen zijn zin door Scott teruggestuurd. Volgens Scott om gezondheidsredenen, maar Shackleton zag het als een blamage en was er op gebrand zijn gram te halen.

Tijdens het tweede expeditiejaar bereikte Scott op zijn sledetocht naar het westen het Antarctisch Plateau, dat tijdens de eerste winter al ontdekt was door de groep onder leiding van Albert Armitage die, terwijl Scott naar het zuiden ging, westwaarts was getrokken.

Na zijn terugkeer van de westelijke tocht begin 1904 was het nog slechts wachten op het vrijkomen uit het ijs van de Discovery. Lange tijd zag het ernaar uit dat dit niet zou lukken en dan moest Scott het schip, op uitdrukkelijk bevel van de Navy, opgeven en terugkeren met de twee reddingsschepen, die na lang aandringen van Markham door de Britse regering waren gezonden. Half februari brak het ijs dan toch en op 1 april bereikten de schepen de haven van Lyttelton op Nieuw-Zeeland en in september keerden ze terug in Groot-Brittannië.

Tussen expedities in De expeditie kreeg een geweldig onthaal in de publieke opinie en Scott werd een volksheld en overladen met vereringen en medailles. Hij werd gepromoveerd tot kapitein en in Balmoral Castle ontvangen door koning Eduard VII. Gedurende het volgende jaar was hij voltijds bezig met lezingen, recepties en het schrijven van het officiële expeditieverslag "The voyage of the Discovery". In 1906 hernam hij zijn reguliere dienst in de Royal Navy, maar hij bleef meer dan ooit een welkome gast in de hogere sociale kringen. Begin 1907 ontmoette hij zo voor het eerst Kathleen Bruce op een diner. Zij was beeldhouwster, had les gevolgd bij Auguste Rodin en kende onder anderen Pablo Picasso en Isadora Duncan. Scott begon een relatie met haar en op 2 september 1908 huwden ze. Op 14 september 1909 werd hun enige kind, Peter Markham Scott, geboren.

Al in 1906 was Scott aan het broeden op een nieuwe expeditie, dit keer met als doel het bereiken van de pool zelf, zonder dit echter publiek bekend te maken. Het kwam hem dan ook slecht uit dat begin 1907 zijn voormalig expeditielid Ernest Shackleton uitpakte met de aankondiging van zijn expeditie, die eind dat jaar zou vertrekken naar McMurdo Sound, Scotts oude basis. Voor Scott was dit onaanvaardbaar: hij beschouwde de omgeving rond McMurdo als zijn uitverkoren werkterrein, en eiste per brief van Shackleton dat hij dit links zou laten liggen. Gezien de status van Scott kon Shackleton zich niet veroorloven deze vraag naast zich neer te leggen en beloofde hij schriftelijk afstand te houden van McMurdo. Hij deed die belofte met tegenzin en uiteindelijk, gedwongen door terreinomstandigheden en tijdsdruk, verbrak hij haar door met de Nimrod aan te meren in McMurdo en zijn basis te bouwen op Kaap Royds, iets noordelijker dan Hut Point. Toen dit bekend werd bij de terugkomst van Shackleton in 1909, die op iets minder dan twee graden na de pool bereikt had, verzuurde dit de relatie tussen beiden voorgoed.

Tweede expeditie naar Antarctica (1910-1912) thumb|Kaart met de routes naar de pool van Scott en Amundsen, en plaats en datum van Scotts overlijden

Heenreis en aankomst op Antarctica In 1910 vertrok Scotts tweede expeditie, dit keer met de uitdrukkelijke bedoeling om de geografische Zuidpool te bereiken. Tijdens de heenreis ontving hij bij aankomst in Melbourne een telegram van Roald Amundsen, waarin stond dat ook hij op weg was naar Antarctica, zonder evenwel te specifiëren met welke bedoeling. Amundsen rekende erop dat Scott via de pers, die kort voordien op de hoogte was gebracht van zijn plan om naar de Zuidpool in plaats van de Noordpool te gaan, het hele verhaal zou te horen krijgen. Dit bleek echter niet het geval en slechts navraag per telegram bracht opheldering. Toch bleef Scott voorlopig in het ongewisse over de precieze bestemming van Amundsens schip de Fram. Aangezien hij zelf opnieuw gekozen had voor McMurdo Sound kon hij zich niet indenken dat Amundsen het zou aandurven dezelfde locatie te kiezen.

Omdat de Terra Nova, het zwaar overladen expeditieschip dat tijdens de trip van Australië naar Antarctica bijna ten onder gegaan was in een storm, door het ijs afgesneden was van zijn oude basis op Hut Point, koos Scott voor het noordelijker gelegen Kaap Evans als winterverblijf. Deze keuze betekende een serieus nadeel voor de tocht naar het zuiden, want vanaf Kaap Evans was het Ross-ijsplateau en dus de weg naar het zuiden slechts bereikbaar over het zee-ijs van McMurdo Sound. Tijdens de Antarctische zomer was betrouwbaar ijs op deze plek echter geen zekerheid en sloepen om de overtocht te maken waren niet voorzien. Al bij het lossen van het schip ging het mis, toen een van de drie motorvoertuigen waarvan Scott veel verwachtte door het ijs zakte en verloren ging.

Voorbereidend seizoen Voor het begin van de winter werden depottochten gemaakt ter voorbereiding van de eigenlijke tocht in de daaropvolgende zomer. Het was de bedoeling tot op 80° zuiderbreedte te geraken, maar Scott, die in navolging van Shackleton tijdens zijn Nimrod-expeditie liever pony's gebruikte dan honden om de sleden te trekken, wilde de fel verzwakte dieren niet langer op de proef stellen en besloot zijn "One-Ton depot" te maken op 79°29' ZB, 56 kilometer minder ver dan gepland, tegen het advies in van Lawrence Oates, de voor de paarden verantwoordelijke officier. Die waarschuwde Scott dat hij deze beslissing nog zou betreuren. Van de acht pony's gingen er op de terugtocht zes verloren, waarvan drie toen ze op het brekende zee-ijs afdreven en uiteindelijk verdronken. Van de in totaal zeventien dieren was bijna de helft verloren nog voor de eigenlijke tocht begonnen was. Bij terugkomst in het basiskamp kreeg Scott van Victor Campbell, die met de Terra Nova vertrokken was om in het noorden te exploreren, te horen dat hij onderweg Roald Amundsen had ontmoet in de Bay of Whales, zowat 400 kilometer westwaarts en ongeveer 100 kilometer dichter bij de pool. Het zou nu duidelijk een race naar de pool worden.

Op weg naar de pool Op 24 oktober 1911 gingen de twee motorsleden onder leiding van Edward Evans als eerste van start op weg naar het zuiden, op 1 november gevolgd door Scott en de rest van de expeditie met acht pony's. De hondenslede zou pas enkele dagen later vertrekken met de bedoeling de rest onderweg in te halen. Na vijf dagen vond Scott op zijn weg de beide verlaten motorsleden. Zonder reserveonderdelen en gereedschap voor herstellingen waren de dure machines voorgoed verloren. Op 7 november, terwijl het volgens Scott vanwege een sneeuwstorm onmogelijk was om te reizen, vervoegde Cecil Meares zich met zijn beide hondenteams probleemloos bij de expeditie, veel sneller dan gepland. De poolhonden bleken, indien goed geleid, zowat drie keer sneller op te schieten dan de pony's en bovendien ook bij zwaar weer inzetbaar.

thumb|250px|left|Robert Scott in zijn hut op Kaap Evans, door Herbert Ponting Op 21 november werd Evans' team, dat nu slechts met mankracht de sleden trok, ingehaald. De karavaan was nu volledig en complexer dan ooit met zestien man en drie transportwijzen: mankracht, pony's en honden, elk met hun eigen tempo. Nadat ze begin december vier dagen lang vastlagen door sneeuwstormen, bereikten ze op 8 december de voet van de Beardmoregletsjer. Naar plan werden hier de resterende pony's, die door hun voedselvoorraad heen waren en bovendien onmogelijk de gletsjer op konden, gedood en in een depot achtergelaten als voedsel voor de terugtocht. Twee dagen later stuurde Scott de hondenteams terug naar de basis, opdat zij hem op zijn terugtocht van de pool tegemoet zouden kunnen komen met nieuwe voorraden.