De Wet schuldsanering natuurlijke personen of Wsnp is een Nederlandse wet uit 1998, die burgers een mogelijkheid biedt in een situatie waar zich door eigen toedoen te veel schulden hebben opgehoopt, tot een regeling met de schuldeisers te komen en tot een toekomst zonder invordering van schulden. De regels uit deze wet zijn onderdeel geworden van de Faillissementswet.Veel nieuwere wetten worden ondergebracht in bestaande wetgeving, vanwege de vindbaarheid en de systematiek. Desalniettemin blijft de nieuwere wet vaak bekend onder de naam waarmee deze door het parlement is aangenomen en in werking is getreden. Het is ook in de nieuwe wet geregeld waar de tekst wordt ondergebracht. De Wsnp is van toepassing op natuurlijke personen, niet op eenmanszaken, vennootschappen onder firma en rechtspersonen, daarvoor bestaan andere regelingen uit de Faillissementswet zoals een surseance van betaling. Per 1 juli 2023 zijn gewijzigde regels in werking getreden.

Achtergond en functie Toepassing van de Wsnp is een juridische maatregel die kan worden ingesteld als vorm van zakelijk financiële hulpverlening aan een natuurlijk persoon, gericht op het veranderen van gedrag dat tot dan toe structureel tot het maken van schulden voerde.bureauwsnp.nl - Bureau Wsnp. Voor informatie en vragen over de Wsnp, de Wet schuldsanering natuurlijke personen De rechter spreekt op verzoek van schuldeiser of schuldenaar het faillissement uit indien voldoende vaststaat dat deze persoon is opgehouden zijn schulden te betalen. De rechtbank wijst ook een Wsnp-bewindvoerder aan.rechtwijzer.nl Wat zijn de werkzaamheden van de Wsnp-bewindvoerder? Doorgaans beschikt de schuldenaar over onvoldoende vermogen om alle schuldeisers te kunnen voldoen. Het faillissement wordt dan opgeheven zonder dat alle schuldeisers volledig zijn betaald. Een rechtspersoon, bijvoorbeeld een besloten vennootschap, houdt na het faillissement op te bestaan, waardoor de schuldeisers geen verhaal meer hebben. Bij een natuurlijk persoon blijven de resterende schulden echter na opheffing van het faillissement gewoon bestaan en kunnen worden ingevorderd. Deze schulden blijven dus in principe levenslang of - bijvoorbeeld in het geval een erfenis wordt verkregen - lang bestaan, tenzij de schuldenaar de schulden af kan betalen of een akkoord kan sluiten. Deze situatie werd onwenselijk geacht. De wet schuldsanering natuurlijke personen tracht een oplossing te bieden door middel van een schuldsaneringsregeling.

De wettelijke schuldsaneringsregeling is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld ("te goeder trouw") in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. De regeling duurt in beginsel drie jaar. Indien de rechtbank na verloop van die drie jaar oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt hem de zogenaamde schone lei gegeven. De schone lei betekent dat de schulden die bestonden op het moment dat de schuldsaneringsregeling is uitgesproken niet langer afdwingbaar zijn. Wordt de schone lei niet gegeven, dan blijven de schulden bestaan. Bij een psycho-sociale achtergrond van natuurlijke personen met een schuldenproblematiek, kan een beschermingsbewind worden ingesteld.rechtwijzer.nl - Wat is het verschil tussen beschermingsbewind en Wsnp-bewind?

Na afronding van het traject blijven de schulden bestaan als natuurlijke verbintenis, de schuldenaar is op grond daarvan gehouden op vrijwillige basis terug te betalen maar kan daar door de schuldeisers niet meer toe worden gedwongen.

Schuldsanering Een verzoek om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling kan worden ingediend als aan een aantal voorwaarden is voldaan, zo moet er een betalingsplan zijn opgesteldschuldsanering.help Schuldsanering aanvragen. Het verzoek moet, voorzien van een aantal verplichte bijlagen, bij de rechtbank worden ingediend. Bijstand door een advocaat is daarbij niet nodig. De rechtbank roept de schuldenaar (degene die in de schuldsanering wil) over het algemeen op om te verschijnen op een zitting. Op deze zitting moet de schuldenaar zijn verzoek toelichten en kan de rechter vragen stellen over de situatie van de schuldenaar en over de schulden. Na de zitting wordt het verzoek beoordeeld. Het kan zijn dat de rechtbank nog nadere stukken opvraagt.

De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van de criteria van artikel 288 van de Faillissementswet.

De rechter kan het verzoek uitsluitend toewijzen als de schuldenaar zelf voldoende aannemelijk maakt dat: de schulden niet langer kunnen worden betaald; er goede trouw was bij de schulden die in de afgelopen vijf jaar zijn ontstaan of onbetaald zijn gelaten. Voorbeelden van schulden waarvan het vaak lastig is om aan te tonen dat ze te goeder trouw zijn ontstaan, zijn boetes bij het CJIB of grandioze overbesteding (bijvoorbeeld op het moment dat de schuldenaar zijn schulden al niet meer kan afbetalen sluit hij nog een lening af). Bij schulden die zijn ontstaan door regelmatige overmatige alcoholconsumptie of gokgedrag moet worden aangetoond dat men het gedrag structureel over een langere periode heeft veranderd. de verplichtingen die uit de schuldsanering voortvloeien naar behoren zullen worden nagekomen en hij zich in voldoende mate zal inspannen om geld te "sparen" voor de schuldeisers (eventueel met hulp van een budgetcoach, vaak met een bewindvoerder).

Voor de laatste twee voorwaarden geldt dat de rechter een uitzondering kan maken als de schuldenaar aantoont dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het laten ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen. Dit wordt de "keer-ten-goede" genoemd. Een voorbeeld: de schuldenaar is in de schulden gekomen door een gokverslaving, maar hij kan aantonen dat hij al een jaar niet meer gegokt heeft.

Ondanks het voorgaande is de rechter op grond van de wet verplicht om het verzoek af te wijzen: als de schuldsaneringsregeling al van toepassing is op de schuldenaar; als er geen "minnelijk traject" heeft plaatsgevonden. Een minnelijk traject betekent dat een daarvoor gekwalificeerde instelling probeert om aan de schuldeisers een aanbod te doen, gebaseerd op het inkomen van de schuldenaar, waarna de rest van de schuld wordt "kwijtgescholden". Volgens de gedragscode die deze instellingen moeten hanteren, mag het minnelijk traject alléén doorgang vinden als alle schuldeisers het aanbod accepteren. Vaak mislukt daardoor het minnelijk traject. Voorwaarde om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling is dat in ieder geval een reëel aanbod is gedaan; als de schuldenaar schulden heeft die voortvloeien uit een veroordeling voor een misdrijf, als deze veroordeling heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar voordat het verzoek tot schuldsanering is gedaan. De rechter mag, indien hij daar reden toe ziet, zelfs een langere termijn in acht nemen. Het gaat hier bijvoorbeeld om geldstraffen of veroordelingen door de strafrechter tot schadevergoeding aan een slachtoffer; als minder dan 10 jaar voordat het verzoek tot schuldsanering is gedaan, de schuldsaneringsregeling al van toepassing is geweest op de schuldenaar. Hierop kan onder bepaalde omstandigheden een uitzondering worden gemaakt als de schuldsaneringsregeling destijds is beëindigd om redenen die de schuldenaar niet toe te rekenen zijn.

Wanneer de rechter de toepassing van de Wsnp uitspreekt, zal de rechter tegelijkertijd een Wsnp-bewindvoerder en een rechter-commissaris aanwijzen. De Wsnp-bewindvoerder is vergelijkbaar met een curator in een faillissement. Deze bewindvoerder is geen hulpverlener, het is iemand die er in opdracht van de rechtbank op toeziet dat de saniet (iemand die in de schuldsaneringsregeling zit) zijn verplichtingen in het kader van de schuldsaneringsregeling nakomt. De saniet beheert zelf zijn eigen geld en betaalt bijvoorbeeld de eigen vaste lasten. Net als bij een faillissement wordt de naam van de saniet gepubliceerd in de Staatscourant. Wanneer de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard vervallen in de meeste gevallen alle beslagen die gelegd zijn, en moeten schuldeisers hun vordering ter verificatie aan de bewindvoerder overleggen. De rechter-commissaris is een van de rechters van de rechtbank die specifiek aan een bepaalde schuldsaneringsregeling "gekoppeld" wordt. De rechter-commissaris houdt toezicht op de bewindvoerder en oordeelt over allerhande verzoeken die in een schuldsaneringsregeling kunnen worden gedaan, zoals een verzoek om te worden ontheven van de sollicitatieplicht.

Een schuldsanering middels de Wsnp duurt normaal gesproken drie jaar, met een maximum van vijf jaar. Gedurende deze tijd moet de saniet leven van het absolute sociale minimum, het zgn. Vrij Te Laten Bedrag. Al het meerdere dat de saniet verdient wordt op een bankrekening van de bewindvoerder gestort, de boedelrekening. De saniet moet zich inspannen om zo veel mogelijk geld voor zijn schuldeisers te op te brengen. Dit kan dus ook een baanwisseling of verhuizing naar een goedkopere woning inhouden. Uiteraard zal het vermogen van de saniet worden geliquideerd. Dit houdt in dat dingen die waarde hebben, zoals auto's, caravans of dure plasmatelevisies, moeten worden verkocht.

Wanneer de saniet zijn verplichtingen nakomt, zal de rechter na afloop van de sanering een schone lei verstrekken. De schuldeisers worden betaald voor zover er geld verzameld is, en het resterende bedrag van de vordering wordt een natuurlijke verbintenis. De schulden blijven dus wel bestaan, maar schuldeisers kunnen slechts in bepaalde gevallen invorderingsmaatregelen zoals beslaglegging nemen.

Recofa-richtlijnen schuldsanering Het landelijk overlegorgaan van rechters-commissaris in faillissementen en surseances van betaling Recofa, heeft richtlijnen vastgesteld voor de aanstelling en/of benoeming van bewindvoerders in schuldsaneringen (Wsnp) en voor het verloop van de procedure, de Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen. De Europese richtlijn herstructurering en insolventie (2019/1023) is er in verwerkt. Vooraf heeft intensief overleg met betrokken organisaties plaatsgevonden. De richtlijnen worden door veel rechters gevolgd maar zijn niet bindend. Ook zijn standaardformulieren ontworpen.

Wijzigingen per 1 juli 2023 De looptijd van het Wsnp-traject is ingekort van 3 naar 1,5 jaar, een langere termijn is mogelijk. De duur van de Wsnp begint al te lopen tijdens het minnelijke traject als de schuldenaar maximaal aflost aan de gezamenlijke schuldeisers, zoals hij zou moeten aflossen na uitspreken van de Wsnp. De termijn waarbinnen de schuldenaar te goeder trouw moet zijn geweest bij het laten ontstaan en of het onbetaald laten van de schulden, wordt verkort van 5 naar 3 jaar. In de oude situatie gold dat mensen die binnen 10 jaar na een Wsnp-traject opnieuw in de problematische schulden kwamen, waren uitgesloten van de wettelijke schuldsanering. Deze termijn is vervallen.

Verplichtingen in de schuldsaneringsregeling De schuldenaar heeft de volgende verplichtingen: De rechter-commissaris stelt een vrij te laten bedrag vast. De hoogte van dit bedrag hangt af van bijvoorbeeld de gezinssituatie en van een aantal vaste lasten. Het vrij te laten bedrag ligt meestal iets hoger dan de beslagvrije voet. Het inkomen boven het vrij te laten bedrag moet iedere maand op de boedelrekening worden gestort. Stel het inkomen is € 2000 per maand en het vrij te laten bedrag is € 1500, dan moet dus iedere maand € 500 op de boedelrekening worden gestort. Een erfenis maar ook een belastingteruggave (om een paar voorbeelden te noemen) komt in zijn geheel ten goede aan een zogenaamde boedelrekening. De schuldenaar mag geen nieuwe bovenmatige schulden laten ontstaan.