thumb|Een collage van verscheidene goden en teksten. Een mythologie is het geheel van verhalen en denkbeelden van een bepaalde cultuur waarin belangrijke vragen aan bod komen zoals de oorsprong van de mens, de wereld en natuurverschijnselen. Een mythologie kan in de loop van de tijd veranderen en meegroeien met veranderende omstandigheden.Fernández-Armesto 2004, p. vi; Gale (ed.) 2009, p. xxiii. Ze wordt als waarheid beschouwd en bruikbaar binnen de cultuur waarin ze functioneert, omdat mythen filosofische reflecties, normen, waarden en historische gebeurtenissen uitdrukken. Mythologie komt onder andere tot uiting in muziek, literatuur, geschiedschrijving, religie en beeldende kunst.

Om de mens en zijn cultuur goed te begrijpen, wordt mythologie al sinds de klassieke oudheid bestudeerd vanuit diverse benaderingen. Sinds de negentiende eeuw is mythologie een studieobject van onder anderen antropologen, sociologen, historici, psychologen en letterkundigen. Het doel van onderzoek naar mythen is er de oorsprong, ontwikkeling en betekenis van te achterhalen, waarbij meer geleerd wordt over religieuze praktijken, het wereldbeeld van groepen mensen en hun cultuur in het algemeen. Zo zijn mythen opgevat als verhalen die moraliseren, educatief zijn en gegeven elementen van een samenleving rechtvaardigen. De bestudering van mythologie richt zich ook op meerdere culturen of de mens in het algemeen, waarbij een rol is weggelegd voor de analyse en vergelijking van symbolen, rolpatronen van figuren en bepaalde gebeurtenissen. Doel daarbij is tot inzicht te komen over de werking van de menselijke geest, de opbouw van samenlevingen en de verwantschappen tussen culturen en daarbij behorende mythologieën.

Etymologie thumb|upright|Pindaros thumb|upright|Buste van Plato in het Louvre Het woord mythologie (μυθολογία) is afkomstig uit het Oudgrieks en kwam als zodanig in de klassieke oudheid al voor. Het is een samenstelling van μῦθος mythos, 'het gezegde', 'het opgezegde verhaal', en λόγος logos, 'woord' of 'wetmatigheid'. In mythos zit de stam μυ mu, 'spraak'. Zodoende betekent het letterlijk ofwel het mondeling navertellen van mythen/fabels, of de studie van mythen.Zie Muller & Thiel 1958. Paradoxaal genoeg lijkt mythologie in de aard der zaak te bestaan uit twee begrippen die voor sommige Grieken tegengestelde connotaties hadden, namelijk mythos en logos. Men verwees met mythos naar het verhaal van een dichter, terwijl logos verwees naar een betrouwbaar verslag of waarheidsgetrouwe uiteenzetting.Van Gorp, Delabastita & Ghesquiere 2007, p. 308. Deze tegenstelling ontstond duidelijk bij Plato,Edmunds 1990, p. 14. maar werd reeds gesuggereerd door de filosoof Heraklitos (ca. 535 - ca. 475 v.Chr.) in zijn literaire kritieken en focus op logos. Mythos vermeldt hij echter nergens. Explicieter is de dichter Pindaros (ca. 522 - ca. 443 v.Chr.). Hij verwees in zijn poëzie dikwijls naar mythische elementen, maar gebruikte het woord mythos zelden. De paar keer dat hij het deed, was het negatief en betrof het bedrog en misleiding.Lincoln 1999, pp. 26-27. Plato gebruikte als eerste de samenstelling mythologie, die hij gebruikte om te verwijzen naar het vertellen van verhalen die meestal legendarische figuren bevatten.Cotterell 1986, p. 1.

In het Nederlands vond het woord mythe ingang in de achttiende eeuw vanuit het Frans. Het Franse mythe is op zijn beurt weer afkomstig van het Latijnse mythus, ontleend aan het Grieks. In het achttiende-eeuwse Nederlands had mythe toepassing op overleveringen uit de oudheid waarin gebeurtenissen min of meer bovennatuurlijk zijn.Geïntegreerde Taalbank. Historische woordenboeken op het internet. Voor het laatst geraadpleegd op 13-05-2015.

Een collectie mythen wordt ook wel een mythos genoemd, bijvoorbeeld ‘de Romeinse mythos’. Een verzameling daar dan weer van heet mythoi, bijvoorbeeld ‘de Griekse en Romeinse mythoi’.

Definiëring en omschrijving

Mythologie bestaat uit mythen die vooreerst verhalen oftewel vertellingen zijn.Segal 2004, p. 5. Mythen zijn, meer precies, vertellingen die uitleggen:Fernández-Armesto 2004, p. viii. 'ze smeden ons besef van wie we zijn, hoe we hier zijn gekomen, en hoe we in een wereld passen die vol is van gemeenschappen die van de onze afwijken'.Fernández-Armesto, F. 2004, p. vii. Daarmee raakt de mythe aan vragen en problemen die de mensheid altijd tegengekomen is, wat kan verklaren waarom er soms overeenkomsten zijn in thematiek tussen mythen uit culturen die ver van elkaar verwijderd zijn. Binnen een cultuur belangrijk geachte mythen zijn richtinggevend voor vragen betreffende de geschiedenis, toekomst, gebruiken en leefwereld van die cultuur.Segal 2004, pp. 5-6. In aanvulling hierop dient het onderwerp van een mythe uitzonderlijke karakteristieken te hebben, zodat de personages (dieren, mensen, goden e.a.) in de mythe bijvoorbeeld bovenmenselijk worden.Segal 2004, p. 55.

Eenduidigheid en afbakening De hierboven gegeven omschrijvingen ten spijt zijn de termen mythologie en mythe niet eenduidig. Dat heeft verschillende redenen. Allereerst hebben mythen verscheidene betekenislagen en functies, die bovendien in de loop der tijd kunnen veranderen en anders geïnterpreteerd kunnen worden.Zie Kirk 1974, pp. 38-39. Wie alle mythen op één wijze wil verklaren en ze als statisch beschouwt doet geen recht aan de complexiteit en dynamiek van mythen en mythologie.Kirk, G.S. 1974, pp. 18-19. Ook de overgang tussen de begrippen mythe en mythologie is vaak vloeiend, zowel voor degenen die met mythen leven en erin geloven als voor onderzoekers die mythen bestuderen. Hetzelfde geldt voor de relatie met begrippen als folklore, legenden, sagen en sprookjes. Hoewel fabels een uitgesproken didactische functie hebben, vermeldde bijvoorbeeld de Griekse dichter Aisopos in zijn Fabels diverse goden.Zie editie Nagelkerken 2001, onder andere III 17: De bomen onder goddelijke bescherming. Folklore is een belangrijke bron van informatie over oude godsdienst en mythologie, zoals duidelijk naar voren komt bij de Baltische mythologie.Eliade 1967, p. 23. Tot slot is het doorgaans weinig zinvol een scherp onderscheid te maken tussen mythologie, levensbeschouwing, religie en rituelen. Zo schrijft de classicus J. Boardman in het verlengde hiervan:

''

Mythografie en mythemen De beschrijving van mythen gebeurt door de 'mythografie'. Mythografen waren al actief in de klassieke oudheid. Voorbeelden zijn Ovidius' Metamorfosen en Apollodorus van Athenes Bibliotheca. De structuur van mythen wordt geanalyseerd met het begrip mytheem dat is geïntroduceerd door Claude Lévi-Strauss (1908-2009), naar analogie van de foneem en morfeem, waarmee de kleinste betekenisdragende onderdelen in respectievelijk de klankleer en vormleer worden aangeduid. Een mytheem is het kleinste betekenisdragende onderdeel van mythen. Mythen worden geacht opgebouwd te zijn uit mythemen die de onderliggende structuur ervan dragen. Een voorbeeld is de overwaardering van bloedverwantschap in de Oedipusmythe.Rich 2007, p. 21.

Kenmerken thumb|356x356px|In de Theogonia beschreef Hesiodos de strijd tussen de Giganten en de Olympische goden, ergens in een ver verleden, waaruit de huidige kosmische orde volgde, met Zeus als opperste heerser. Hier is de strijd afgebeeld op een reliëf (waarbij de Giganten slangenpoten hebben), eerste eeuw n.Chr. van de agora van Aphrodisias. De val van de Giganten door de Olympiërs is wel uitgelegd als de import van nieuwe goden met hun cultussen.Morford & Lenardon 2007, pp. 82-83. Alle culturen hebben in de loop der tijd hun eigen mythen ontwikkeld, die bestaan uit verhalen over hun geschiedenis, hun religieuze culten, hun helden en heersers, maar ook hun visie op de kosmos en de plaats van de mens daarin. Mythen hebben een sterk symbolisch karakter en een allegorische vorm om waarheden weer te geven. Symboliek en allegorie hebben als voordeel dat ze minder aanstootgevend en tevens goed te onthouden zijn. Ze maken aanschouwelijk wat anders niet meteen aanschouwelijk is. Het leidt tevens tot een zekere gelaagdheid in het verhaal. De zichtbaarheid van diepere betekenislagen hangt enerzijds af van mythologische en cultuurhistorische kennis, en anderzijds (meer intracultureel gezien) kan het afhangen van de algemene ontwikkeling van de waarnemer, in relatie tot de individuele, spirituele vooruitgang.

Een heel belangrijk aspect van mythen is echter ook het (vanuit modern, westers perspectief) niet-werkelijke of bovennatuurlijke karakter ervan. Magie, wonderbaarlijke gebeurtenissen, goden, halfgoden, fantastische wezens en niet-bestaande plaatsen kenmerken elke mythologie. Dit roept de vraag op in hoeverre mensen daadwerkelijk in al hun mythen geloven. Die vraag is voor veel mythologen echter onbelangrijk, en aangenomen wordt dat mythen binnen een cultuur waar zijn zonder meer.Zie Kloos 1995, p. 110. Dat een mythe veel en langdurig voorkomt in een bepaalde cultuur zegt ook niet in de eerste plaats iets over de waarheid ervan. Het zegt vooral iets over het nut ervan en de mate waarin men de mythe nodig heeft.Fernández-Armesto 2004, p. ix.

De mythe laat verder een (denk-/belevings)wereld zien waarin heel veel mogelijk is, zonder zich per se te binden aan een bepaalde tijd of plaats. Vaak zijn mythen namelijk min of meer tijdloos, dat wil zeggen dat hun plaats in het verleden (of de toekomst) onbepaald is. Hun lokalisering is niet helder, al kunnen gebeurtenissen bijvoorbeeld wel plaatsvinden in een bij name genoemd tijdperk, zoals een eerste, harmonieuze gouden tijdperk (Hesiodos, Werken en dagen; Ovidius, Metamorfosen).

Moraliteit is tevens een algemeen kenmerk van mythen. Zo kunnen de handelingen van helden (die in allerlei mythologieën voorkomen) laten zien welk gedrag ideaal of juist niet ideaal is. Ook hebben goden bepaalde attitudes en functies, waardoor ze bij de mens bepaald gedrag afdwingen. Men denke aan de toorn van Zeus, Ishtar of Jahweh. In de praktijk kan een en ander dan ook leiden tot rituelen en offergaven. Met andere woorden, mythen creëren gedragsmodellen.Eliade 1963, p. 8.

Het moet gezegd dat de vermelde eigenschappen niet zijn voorbehouden aan mythen. Ze komen ook in andere genres voor. Tijdloosheid, moraliteit en onwerkelijkheid zijn bijvoorbeeld sterk aanwezig in sprookjes en fabels. Laatstgenoemden in het bijzonder laten duidelijk didactische en moraliserende kenmerken zien.

Typologie thumb|394x394px|Een votiefsteen, bekend als het Ninniontablet, waarop elementen van de Eleusische mysteriën staan afgebeeld. Ontdekt in het heiligdom van Eleusis. Midden vierde eeuw v.Chr. Een heldere typologie van mythen is moeilijk op te stellen. Zo'n indeling is al snel te dwingend of beperkend en bovendien niet oorspronkelijk. Het is de vraag welke criteria onderscheidend zijn. Naast enkele oudere indelingen, zoals die door de Romeinse schrijver Sallustius in de vierde eeuw,Sallustius, Over de goden en de kosmos, I, iv. zijn er enkele typologieën voorhanden van mythologie-specialisten. Zo deelde S.H. Hooke, expert in oosterse talen en culturen, mythen in op basis van hun functies, hieronder gegeven.Hooke 1976, pp. 11-16.

Rituele mythe Er zijn mythische/godsdienstige teksten die betekenis hadden binnen een bepaald godsdienstig systeem en functioneerden binnen bijvoorbeeld tempeldiensten en vastgelegde rituelen. Veel mythische teksten zijn dan ook gevonden in tempelarchieven. Rituelen betroffen niet enkel fysieke handelingen, maar ook het uitspreken van formules, het zingen van liederen en het reciteren van teksten, die bijvoorbeeld magische effecten hadden. Een voorbeeld is het Babylonische Nieuwjaarsfestival, waarbij priesters de Enuma Elisj opzegden. De functie van de mythe was hier niet zozeer kennis als wel actie, die het bestaan van de gemeenschap veilig kon stellen.

Etiologische mythe