Spontane splijting is kernsplijting als onderdeel van een vervalproces dat vooral voor actinoïden en transurane elementen steeds belangrijker wordt naarmate de atoommassa toeneemt. Spontane kernsplijting wordt veroorzaakt door een te hoge, positieve elektrische lading ten opzichte van het aantal neutronen in de kern. Daardoor kan de afstoting tussen de positief geladen protonen niet meer gecompenseerd worden door de sterke kernkracht tussen protonen en neutronen. Bij spontane splijting valt de hele kern in twee nieuwe kernen uiteen. Deze nieuwe kernen hebben een atoomnummer (Z) en een massagetal (A) dat ruwweg de helft bedraagt van de moederkern.

Voorbeelden:

^{238}_{92} {U} -> ^{140}_{54}Xe\ + ^{96}_{38}Sr + 2 ^1_0n of ^{238}_{92} {U} -> ^{133}_{51}Sb\ + ^{102}_{41}Nb + 3 ^1_0n

Z Nuclide Z2/A Halveringstijd Kans Alfadeeltje Spontane splijting 90 232Th 34,9 1,405·1010 a ≈ 100 % < 1,0·10−9 % 92 235U 36,0 7,038·108 a ≈ 100 % 7,0·10−9 % 92 238U 35,6 4,468·109 a ≈ 100 % 5,45·10−5 % 94 239Pu 37,0 2,411·104 a ≈ 100 % 3,0·10−10 % 94 240Pu 36,8 6,56·103 a ≈ 100 % 5,75·10−6 % 98 252Cf 38,1 2,64 a 96,908 % 3,092 % 100 254Fm 39,4 3,240 h 99,9408 % 0,0592 % 106 258Sg 43,6 2,9 ms 0 % ≈ 100 %

Categorie:Kernfysica