thumb|Vermoedelijke weergave van een Vlaams kruisvaardersschip op een 15e-eeuwse miniatuur, o.a. op grond van de groene vlag met een geel kruis.Karel Vlierman, Cogghen, kleene cogghen ende schuten. De 13de- tot 16de-eeuwse Nederlandse en Vlaamse archeologische vondsten uit de scheepsbouwtraditie van de (Hanze)kogge in een breder perspectief, proefschrift Radboud Universiteit, 2021, p. 790-795. Te Gisors hadden Filips Augustus, Richard Leeuwenhart en Filips van de Elzas afgesproken dat de Fransen rode, de Engelsen witte en de Vlamingen groene banieren/herkenningstekenen zouden dragen.
De Derde Kruistocht (1189-1192) was een zware militaire expeditie ondernomen door de paus en Europese leiders om het Heilige Land te heroveren op Saladin. De Kruistocht was grotendeels succesvol, maar het ultieme doel (de herovering van Jeruzalem) werd niet behaald.
Na het falen van de Tweede Kruistocht, bestuurden de Zengiden een verenigd Syrië. Ze raakten in conflict met de Fatimidische heersers van Egypte, wat uiteindelijk resulteerde in de vereniging van Egyptische en Syrische troepen onder het bevel van Saladin. Hij gebruikte die troepen om het grondgebied van de christelijke staten te verminderen en heroverde in 1187 Jeruzalem. Aangespoord door religieuze geestdrift, beëindigden Hendrik II van Engeland en Filips II van Frankrijk hun onderlinge conflict om een nieuwe kruistocht te gaan leiden (hoewel na de dood van Hendrik in 1189 de Engelse troepenmacht onder leiding kwam te staan van Richard Leeuwenhart). De bejaarde Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa reageerde op de oproep om ten strijde te trekken, en leidde een enorm leger door Anatolië, maar verdronk voordat hij het Heilige Land bereikte. Veel van zijn ontmoedigde troepen gingen daarop terug naar huis.
Na het verdrijven van de moslims uit Akko verlieten Leopold V van Oostenrijk, de opvolger van Frederik, en Filips het Heilige Land in augustus 1191. Saladin slaagde er niet in Richard te verslaan, waardoor Richard nog een aantal belangrijke kuststeden kon beveiligen. Desalniettemin sloot Richard op 2 september 1192 een verdrag af met Saladin waarin stond dat Jeruzalem onder controle van de moslims zou blijven, maar het stond ook ongewapende christelijke pelgrims en kooplieden toe de stad te bezoeken. Richard vertrok uit het Heilige Land op 9 oktober.
De successen van de Derde Kruistocht maakten het de kruisvaarders mogelijk een belangrijk koninkrijk op Cyprus en de Syrische kust te behouden. De niet geslaagde verovering van Jeruzalem zou echter zes jaar later leiden tot de Vierde Kruistocht.
Achtergrond In 1171 werd het Egyptische rijk der Fatimiden veroverd door Salah al-Din Yusuf bin Ayub (Saladin), een generaal van Nur al-Din. Hiermee kwam een einde aan het schisma in de islam tussen Egypte en Syrië. Het gevolg was dat de kruisvaarderstaatjes nu ingesloten lagen in een aaneengesloten rijk. Na de dood van Nur ad-Din in 1174 werd Saladin de machtige en bekwame leider van dit rijk. De ene stad na de andere viel in Saladins handen, Damascus al in 1174.In 1183 werd de hertog van Neder-Lotharingen, Godfried III van Leuven (+1190), door keizer Frederik Barbarossa met een leger naar Jeruzalem gestuurd, maar zonder veel succes. Op 2 oktober 1187 werd Jeruzalem door Saladin ingenomen. Slechts drie steden en een paar vestingen zouden in christelijke handen blijven.
De moslimunificatie Na de mislukte Tweede Kruistocht had Nur ad-Din controle over Damascus en een verdeeld Syrië. Gedreven door het ideaal om zijn macht uit te breiden, had Nur ad-Din zijn zinnen gezet op de Fatimiden-dynastie van Egypte. In 1163 werd Nur ad-Dins meest vertrouwde generaal, Shirkuh, op weg gestuurd voor een militaire expeditie naar de Nijl, vergezeld door zijn nog jonge neef Saladin.
Met de troepen van Shirkuh net buiten Caïro, riep Egyptes sultan Shawar intussen de hulp in van koning Amalrik, voor enige assistentie, in reactie daarop stuurde Amalrik een garnizoen Egypte binnen dat in 1164 de confrontatie aanging bij Bilbeis.
In een reactie om de kruisvaarders af te leiden van hun daden in Egypte, viel Nur ad-Din ondertussen Antiochië binnen, wat resulteerde in een groot christelijk bloedbad, waarbij een aantal kruisvaarderleiders werd opgepakt, onder wie Reinoud van Châtillon, prins van Antiochië. Nur ad-Din liet diverse hoofden van gedode christenen opsturen naar Egypte, daar kon Shirkuh trots met de gescalpeerde hoofden zwaaien naar het leger van Amalrik. Deze acties deden beide groeperingen besluiten zich uit Egypte terug te trekken.
In 1167 zond Nur ad-Din nogmaals Shirkuh naar Egypte, om de Fatimiden te onderwerpen. Opnieuw riep sultan Shawar de hulp in van koning Amalrik om zijn gebied te redden. Met een gecombineerd leger van Egyptenaren en christenen verdreven ze de moslimleider tot aan Alexandrië.
Toen verbrak Amalrik zijn alliantie met Shawar door zijn manschappen in te zetten in Egypte en de stad Bilbeis in te nemen. Shawar smeekte daarna bij zijn voormalige vijand, Nur ad-Din, om hem te redden van het verraad van Amalrik. Zonder enig vooronderzoek wat de nieuwe samenzwering tussen Shawar en Nur ad-Din inhield, trok Amalrik zich terug uit Egypte, zonder dat hij een poging ondernam om Caïro te belegeren. De nieuwe alliantie gaf Nur ad-Din de volmacht om over zowel Syrië als Egypte te heersen.
Saladins zegetocht Shawar werd geëxecuteerd wegens zijn samenzwering met de christenen, daarna volgde Shirkuh hem om op als nieuwe vizier van Egypte. In 1169 overleed Shirkuh onverwacht, na nog maar enkele weken aan de macht te zijn. Shirkuh werd opgevolgd door zijn neef Salah ad-Din Yusuf, beter bekend als Saladin. Nur ad-Din overleed in 1174, een groot nieuw rijk nalatend voor zijn 11-jarige zoon As-Salih. Er werd besloten dat alleen Saladin de jihad tegen de christenen kon voortzetten. Die werd vervolgens benoemd tot sultan van Egypte en Syrië, en stichtte daarbij de Ajjoebiden-dynastie.
Aan christelijke zijde overleed Amalrik in 1174, het koninkrijk Jeruzalem nalatend aan zijn 13-jarige zoon Boudewijn IV. Hoewel Boudewijn aan melaatsheid of lepra leed, was hij een effectief en militair leider. Hij wist Saladin te verslaan in de Slag bij Montgisard in 1177 met Reinoud van Chatillon als rechterhand, die in 1176 werd vrijgelaten uit gevangenschap.
Deze Reinoud viel door de hele regio handelskaravanen van de moslims aan, hij breidde daarbij zijn piraterij uit naar de Rode Zee, waar niet alleen schepen gekaapt werden maar ook kleine aanvallen op de heilige moslimstad Mekka uitgevoerd werden. Reinoud maakte zich de meest gehate man in heel het Midden-Oosten.
Boudewijn IV overleed in 1185 en het koninkrijk Jeruzalem werd nagelaten aan zijn neef Boudewijn V, die hij zelf had gekroond als deelgenoot van zijn koningschap in 1183. Maar omdat Boudewijn V nog te jong was, nam Raymond III van Tripoli het waar als regent. Het jaar erna overleed Boudewijn V al voor zijn negende verjaardag, waarop zijn moeder Sibylla van Jeruzalem zichzelf kroonde tot koningin en haar man Guy van Lusignan tot koning.
Het was rond dezelfde tijd van de kroning dat Reinoud opnieuw handelskaravanen aanviel en zelfs de moslims gevangennam. Saladin eiste dat de gevangenen met hun lading werden vrijgelaten. De nieuwe koning Guy deed een beroep op Reinoud om die eisen in te willigen, maar Reinoud weigerde om op het verzoek van Guy in te gaan.
Val van het koninkrijk Jeruzalem
Deze laatste daad van Reinoud, deed Saladin in 1187 besluiten om zich naar Tiberias te begeven. Raymond adviseerde rustig te blijven, maar Guy luisterde liever naar de adviezen van Reinoud, die verkoos om naar de vlakten van Tiberias te trekken. Guy ging dan ook Saladin tegemoet bij de Horens van Hattin.
Het kruisvaarderleger kwam dorstig en uitgeput door de hitte aan en werd verslagen in een korte veldslag. Koning Guy en Reinoud werden afgevoerd naar de hoofdtent van Saladin. Daar werd Guy een beker met ijswater aangeboden, Guy nam vervolgens een slok en gaf hem door aan Reinoud, maar dit was verboden. Omdat het onder de moslims gebruik is dat als degene die voedsel of drinken krijgt aangeboden, zich onder de bescherming begeeft van de gastheer en dat ieder die in nood is om een beetje hulp zich dat in beperkte mate mag toe-eigenen. Saladin voelde zich niet genoodzaakt om de verraderlijke Reinoud een slok water te gunnen. Reinoud die in dagen geen druppel water had gedronken, greep echter de beker uit Guys handen. Gelijktijdig zag Saladin het respectloos omgaan met de moslimgebruiken. Hij onthoofdde Reinoud ter plaatse voor zijn daden van vroeger. Guy werd naar Damascus gestuurd en daar gevangengezet. Een jaar later werd hij alweer vrijgelaten.
Aan het einde van het jaar 1187 had Saladin zowel Akko als Jeruzalem in handen gekregen. Het verhaal gaat dat paus Urbanus III, onwel geworden, en wat later zelfs overleden zou zijn, nadat hij het nieuws over de ineenstorting van het koninkrijk te horen kreeg. Of dit nieuws hem ten tijde van zijn dood al bereikt had wordt tegenwoordig echter in twijfel getrokken.
Voorbereidingen De nieuwe paus Gregorius VIII claimde dat het verlies van Jeruzalem te wijten was aan de zonden van de christenen door heel Europa. Er werd gebeden voor een nieuwe kruistocht naar het Heilige Land. Hendrik II van Engeland en Filips II van Frankrijk beëindigden hun oorlog met elkaar, om vervolgens belastingen te heffen bij hun bevolking voor een kruistocht tegen Saladin.
thumb|Het dode lichaam van Frederik Barbarossa, bij de rivier Selef
Barbarossa's kruistocht De al wat op leeftijd geraakte keizer Frederik Barbarossa reageerde gelijk op de oproep voor een nieuwe kruistocht. Hij nam het kruis vanuit de kathedraal van Mainz op 27 maart 1188 mee. In mei van het jaar 1189 marcheerde hij als een van de eersten uit naar het Heilige Land, met 100.000 manschappen tot zijn beschikking, onder wie 20.000 ridders en 3000 à 4500 ruiters.: The Fourth Crusade and the Sack of Constantinople (Londen, 2004), blz. 62. Philips beroept zich voor deze cijfers op het verslag van Godfried van Villehardouin.
De Byzantijnse keizer Isaäk II Angelos sloot een geheime alliantie met Saladin om Frederiks progressie naar het Heilige Land een halt toe te roepen, in ruil voor een veiligheidswaarborg voor zijn rijk. Op 18 mei 1190 nam het Duitse leger de plaats Iconium in, de hoofdstad van het sultanaat van Rûm. Maar op 10 juni 1190 werd Frederik van zijn paard geworpen bij de rivier Selef (tegenwoordig Göksu) en verdronk. Na deze gebeurtenis keerde een groot gedeelte van Frederiks leger terug naar huis. Alleen een groep van 5000 manschappen, onder leiding van Frederiks zoon Frederik VI van Zwaben, zette zijn tocht door naar Antiochië. Daar werd het lichaam van de keizer gekookt in water om het vlees van zijn botten te verwijderen. De botten werden in een zak gedaan om misschien later in de Heilig Grafkerk te Jeruzalem begraven te kunnen worden. Intussen werd het Duitse leger in Antiochië geteisterd door diverse ziektes, waardoor het nog kleiner werd. De jonge Frederik vroeg schriftelijk hulp aan Koenraad van Monferrato om hem via de haven van Tyrus naar Akko te begeleiden, waar het stoffelijk overschot van zijn vader werd begraven.
Floris III van Holland, een trouwe bondgenoot van Frederik Barbarossa, overleed op 1 augustus 1190 en werd in de Grot van Sint-Petrus in Antiochië begraven.
Vertrek van Richard en Filips naar het Heilige Land Hendrik II van Engeland overleed op 6 juli 1189, na een nederlaag tegen zijn zoon Richard Leeuwenhart en Filips II van Frankrijk. Richard nam de kroon van zijn vader over en begon direct geld in te zamelen voor de kruistocht. In juli 1190 vertrokken Richard en Filips gezamenlijk vanuit Marseille naar Sicilië