Gewoon jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris) is een ondersoort van jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris), een plantensoort uit de composietenfamilie (Asteraceae).

Naamgeving en etymologie De Nederlandse triviale naam van de bovenliggende soort jakobskruiskruid is genoemd naar de heilige Jacobus de Meerdere. Zijn feestdag werd gevierd op 25 juli, waar het optimum van de bloei zou liggen. De ondersoort wordt 'gewoon' genoemd, doordat zij de meest algemene ondersoort is.

Andere (lokale) triviale namen van gewoon jakobskruiskruid en/of jakobskruiskruid zijn annebienaboompje, arabiersboompje, beestebloemen (Land van Vollenhove), grondheel, jacobsbloem, koebloemen (Land van Vollenhove), munneke blaade (Texel), sint-jacobsbloem, strommel (Waterland), ijzerboompje (Zwolle). In de paardenwereld is de afkorting 'JKK' gebruikelijk.

Determinatie thumb|Close-up van een los hoofdje. Gewoon jakobskruiskruid is een tweejarige (tot zelden vaste), kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 30–90 cm. De bladeren zijn vanboven meestal levendig groen en vanonder meestal viltig behaard. De bloeitijd van de ondersoort loopt van juni tot oktober. Ze heeft hoofdjes met een krans van gele straalbloemen. Tijdens de vruchtzetting vormt de plant van vruchtpluis voorziene nootjes die een lengte van 2,5–3 mm bereiken. De randstandige nootjes zijn meestal onbehaard, terwijl de andere nootjes dicht behaard zijn met korte haren. thumb|Close-up van de vruchten.

Gelijkende taxa Gewoon jakobskruiskruid lijkt op duinkruiskruid (de andere ondersoort van jakobskruiskruid). Bovendien kunnen beide naast elkaar voorkomen. Vegetatief zijn zij niet van elkaar te onderscheiden. In bloeiende toestand is duinkruiskruid determineerbaar doordat ze geen lintbloemen vormt en eveneens doordat de randvruchtjes net zo dicht behaard zijn als die in het midden. De bloemen van gewoon jakobskruiskruid hebben daarentegen wel lintbloemen en haar randvruchtjes zijn minder dicht behaard dan die in het midden.

Ecologie thumb|Zicht op een vlakdekkende ruigte waarin gewoon jakobskruiskruid domineert en het zomeraspect bepaalt. Gewoon jakobskruiskruid heeft een brede ecologische amplitude. Ze komt voor op meso-eutrofe tot meso-oligotrofe, zwak zure tot basische, droge tot vochthoudende bodems. Het kan gaan om zowel lichte klei-, zavel-, leem-, löss-, mergel- en zandgronden. Verder weet zij zich ook uitstekend te vestigen op zeer stenige plekken. De standplaatsen liggen in de volle zon tot in de halfschaduw. Meestal gedraagt gewoon jakobskruiskruid zich als een min of meer pionierachtige plant, maar ze kan ook in wat stabielere milieus voorkomen, zoals in hooilanden. Voor de kieming zijn goed tot zeer licht verstoorde plekken nodig. De zaadverspreiding gaat doorgaans via de wind. Ongeveer 60% van de zaden valt binnen een straal van 5 m naast de moederplant; de overblijvende 40% vliegt wat verder, gewoonlijk binnen een straal van 40 m van de moederplant. (1940). Botanical aspects of ragwort (Senecio jacobaea L.) control. Bulletin of the New Zealand Department of Science and Industrial Research 82: 1–66 Circa 1% van de zaden vliegt veel verder. Doordat een volwassen plant 50.000–200.000 zaden kan produceren is de kans dat een individu zich daadwerkelijk voortplant doorgaans groot.

Syntaxonomie Gewoon jakobskruiskruid kan in verscheidene syntaxa optreden. Ze komt vooral voor in de klasse van droge graslanden op zandgrond, de klasse van ruderale gemeenschappen en in het glanshaver-verbond.

Belang voor insecten Gewoon jakobskruiskruid vormt het hoofdvoedsel voor de zebrarups, de larve van de jakobsvlinder. Deze rupsen zijn aangepast aan het eten van gewoon jakobskruiskruid en zijn dus niet gevoelig voor vergiftiging door pyrrolizidine-alkaloïden (PA's). De planten vertonen na de vraat door deze rupsen veelal een zeer goed herstelvermogen. Ook voor het zwartwit knoopvlekje en de jakobskruidaardvlo vormt gewoon jakobskruiskruid een van de belangrijkste waardplanten. Verder is zij samen met duinkruiskruid de belangrijkste drachtplant voor de duinzijdebij.

Biogeografie Het natuurlijke verspreidingsgebied van gewoon jakobskruiskruid strekt zich uit over de gematigde streken van Europa tot in Midden-Azië (behalve in het uiterste noorden en zuiden). De ondersoort is ingeburgerd in Australië, zuidelijk Afrika en in Noord- en Zuid-Amerika.

Gewoon jakobskruiskruid is in Nederland en Vlaanderen zeer algemeen. Ze heeft een opwaartse trend in bebouwde gebieden, wegbermen, natuurgebieden en weilanden, sinds 1998 in het noorden van Nederland vijfmaal zoveel. Daarnaast komen populaties van gebiedsvreemd materiaal ook terecht in bermen met inzaai, doordat het zaad voorkomt in 'bermopfleurende' zaadmengsels.

Toxiciteit Gewoon jakobskruiskruid is giftig voor de meeste zoogdieren, waaronder ook de mens, doordat zij zestien verschillende alkaloïden bevat. De bloemen bevatten tweemaal zoveel gif als de bladeren. In de plant zijn pyrrolizidine-alkaloïden ofwel PA's aanwezig in de N-oxidevorm die niet giftig is. Pas als de plant opgegeten wordt, worden deze verbindingen met name in de dunne darm omgezet in giftige, vrije alkaloïden die de lever aantasten, waarbij kleine bloedvaatjes verstopt raken ('hepatische veno-occlusie'). Dit ziektebeeld is ook beschreven bij mensen die geregeld kruidenthee dronken van PA bevattende planten, onder andere smeerwortel. (1995). Veno-occlusive liver disease due to intake of Senecio vulgaris tea. Gastroenterology and Hepatology 18(8): 413–6

Een dier kan pyrrolizidine-alkaloïden opnemen, maar als de hoeveelheden zodanig zijn dat de lever het kan compenseren, is er niets aan het dier te zien, ook niet in het bloed. Bij hogere niveaus zijn er eerst afwijkende bloedwaarden waarneembaar (onder andere leverenzymen), en vervolgens ziekteverschijnselen.

Met hooi of kuilvoer kunnen dieren het giftige jakobskruiskruid binnenkrijgen, doordat de verbrokkelde bladeren niet worden opgemerkt. De pyrrolizidine-alkaloïden verlaten het lichaam binnen 24–48 uur voornamelijk via de nieren, maar het kan ook via melk. Pyrrolizidine-alkaloïden hebben een cumulatief effect. Zowel de opname van een grote hoeveelheid in één keer, als de opname van kleine hoeveelheden over langere tijd, kunnen leiden tot beschadiging van de lever en ziekteverschijnselen.

Runderen en paarden grazen normaal gesproken om planten van gewoon jakobskruiskruid heen, maar in tijden van droogte en voedselschaarste kunnen ze deze planten wel gaan eten. Hoewel kruiskruidvergiftiging de lever op een onomkeerbare manier kan beschadigen, is het effect van deze beschadiging op de gezondheid van een dier niet altijd onomkeerbaar. Tot op zekere hoogte kan de functie van de afgestorven levercellen overgenomen worden door andere levercellen. Als de aangebrachte schade echter te groot is, dan is dit niet meer mogelijk en als de levercapaciteit met 50%–70% is afgenomen ontstaan er verschijnselen van leverziekte.

Bij runderen kan het gif ook zonnebrand veroorzaken, doordat het gif in het bloed van de haarvaten onder invloed van het uv-licht van de zon schadelijk wordt voor de omliggende weefsels. Schapen eten de plant graag en zijn minder gevoelig voor de gevolgen. Ze kunnen later echter wel groeiproblemen krijgen.

Allergie Gewoon jakobskruiskruid kan na huidcontact een allergische reactie geven, die "contactallergisch eczeem door composieten" wordt genoemd. Deze allergie kan optreden bij gesensibiliseerde personen na huidcontact of na opname van planten(delen) via de mond. De allergie wordt niet veroorzaakt door de pyrrolizidine-alkaloïden, maar door andere stoffen, de zogenaamde sesquiterpeen-lactonen, die in veel planten van de composietenfamilie voorkomen, zoals bij witlof, waarbij het een bekende beroepsziekte van kwekers is.

Bestrijding Als gewoon jakobskruiskruid zich eenmaal gevestigd heeft, is het erg lastig om de plant te bestrijden. Door voor een dichte graszode te zorgen, kan de vestigingskans van de ondersoort verkleind worden, doordat zij een pionierachtige plant is. Uit de praktijk blijkt dat gewoon jakobskruiskruid erg slecht tegen kunstmest kan; tegelijkertijd krijgen zodevormdende grassen dan de kans een dichtere zode te vormen en zo nieuwe vestiging lastiger te maken. Dergelijke maatregelen hebben echter zeer negatieve gevolgen voor de gezondheid en de ecologische kwaliteit van het grasland zelf.

Doordat gewoon jakobskruiskruid doorgaans een tweejarige plant is, probeert men soms om gehele planten of hun bloeiwijzen te verwijderen voordat de vruchtzetting plaatsvindt. In weilanden kan dit ook gedaan worden door te bloten. Deze methode is echter niet zonder risico. Veelal sterft gewoon jakobskruiskruid nadat de plant zaden geproduceerd heeft. Bloten of het afknippen van bloeiwijzen kan er echter wel voor zorgen dat de plant niet afsterft, maar juist opnieuw uitgroeit; de levensduur van de planten wordt dan verlengd.

De plant kan handmatig verwijderd worden, maar er mogen dan geen stukjes wortel achterblijven, omdat ook uit kleine wortelresten nieuwe planten kunnen groeien. Handmatig verwijderen is over het algemeen alleen efficiënt bij zaailingen en bladrozetten, grotere planten zijn vaak te diep geworteld. Als daarbij de grond verstoord wordt, kan zaad dat mogelijk bij eerdere grondbewerking begraven is naar de oppervlakte komen en ontkiemen.

Fotogalerij

Gewoon jakobskruiskruid