Dit is een lijst van koningen, groothertogen, hertogen en vorsten die regeerden over de bondslanden van het Duitse Keizerrijk (1871-1918). Boven hen stond de koning van Pruisen als Duits Keizer.

Ter volledigheid is op deze lijst bij elke eerste vorst het jaar van troonsbestijging gemeld, ook als dat vóór het ontstaan van het Duitse Keizerrijk in 1871 was.

Zie ook: Lijst van vorsten in de Duitse Bond.

Koningen thumb|right|Otto I, koning van Beieren

Pruisen (Hohenzollern) 1860-1888: Wilhelm I 1888: Frederik III 1888-1918: Wilhelm II

Beieren (Wittelsbach, linie Palts-Birkenfeld) 1864-1886: Lodewijk II 1886-1913: Otto 1886-1912: Luitpold (regent namens Otto) 1912-1913: Lodewijk (III) (regent namens Otto; sinds 1913 koning) 1913-1918: Lodewijk III

Saksen (Wettin) 1854-1873: Johan 1873-1902: Albert 1902-1904: George 1904-1918: Frederik August III

Württemberg 1864-1891: Karel I 1891-1918: Willem II

thumb|right|Peter II, groothertog van Oldenburg

Groothertogen Baden (Zähringen) 1856-1907: Frederik I 1907-1918: Frederik II

Hessen-Darmstadt 1848-1877: Lodewijk III 1877-1892: Lodewijk IV 1892-1918: Ernst Lodewijk

Mecklenburg (linie Mecklenburg-Schwerin) 1842-1883: Frederik Frans II 1883-1897: Frederik Frans III 1897-1918: Frederik Frans IV

Mecklenburg (linie Mecklenburg-Strelitz) 1860-1904: Frederik Willem 1904-1914: Adolf Frederik V 1914-1918: Adolf Frederik VI 1918: Frederik Frans IV van Mecklenburg-Schwerin (plaatsvervanger)

Oldenburg (Holstein-Gottorp) 1853-1900: Peter II 1900-1918: Frederik August

Saksen-Weimar-Eisenach (Wettin) 1853-1901: Karel Alexander 1901-1918: Willem Ernst

thumb|right|Alfred, hertog van Saksen-Coburg en Gotha

Hertogen Anhalt (Ascaniërs) 1863-1871: Leopold IV 1871-1904: Frederik I 1904-1918: Frederik II 1918: Eduard 1918: Joachim Ernst 1918: Aribert (regent namens Joachim Ernst)

Brunswijk (Welfen) 1831-1884: Willem (linie Wolfenbüttel) 1884-1906: Albert van Pruisen (regent) 1907-1913: Johan Albrecht van Mecklenburg (regent) 1913-1918: Ernst August (linie Hannover)

Saksen-Altenburg (Wettin) 1853-1908: Ernst I 1908-1918: Ernst II

Saksen-Coburg en Gotha (Wettin) 1844-1893: Ernst II 1893-1900: Alfred 1900-1918: Karel Eduard

Saksen-Meiningen (Wettin) 1866-1914: George II 1914-1918: Bernhard III

Vorsten Lippe (Lippe) 1851-1875: Leopold III 1875-1895: Woldemar 1895-1905: Alexander 1905-1918: Leopold IV (linie Lippe-Biesterfeld)

Reuss oudere linie (Reuss) 1859-1902: Hendrik XXII 1902-1918: Hendrik XXIV 1902-1908: Hendrik XIV van Reuss j.l. (regent namens Hendrik XXIV) 1908-1918: Hendrik XXVII van Reuss j.l. (regent namens Hendrik XXIV)

Reuss jongere linie (Reuss) 1867-1913: Hendrik XIV 1913-1918: Hendrik XXVII

Schaumburg-Lippe (huis Schaumburg-Lippe) 1860-1893: Adolf (I) George 1893-1911: George 1911-1918: Adolf (II)

Rudolstadt 1869-1890: George Albert 1890-1918: Günther Victor (vanaf 1909 in personele unie met Schwarzburg-Sondershausen)

Schwarzburg-Sondershausen 1835-1880: Günther Frederik Karel II 1880-1909: Karel Günther 1909-1918: Günther Victor (in personele unie met Schwarzburg-Rudolstadt)

Waldeck-Pyrmont 1845-1893: George Victor 1893-1918: Frederik

Duits Vorsten