Texel (; uitspraak in het Tessels en meestal ook in het Standaardnederlands: Tessel) is het grootste Nederlandse Waddeneiland. Het behoort tot de provincie Noord-Holland. De gemeente Texel beslaat het gehele eiland plus het onbewoonde eilandje Noorderhaaks.

Het eiland heeft een landoppervlak van ongeveer 170 km². De lengte van Texel is 20 km en de gemiddelde breedte 8 km. De oppervlakte van de gemeente is 585,96 km², waarvan het grootste gedeelte (416,14 km²) binnen- en buitenwater. Texel heeft inwoners (, bron: CBS). Van de beroepsbevolking van ruim 3.500 mensen werkt ca. 17% in de landbouw.

Etymologie en uitspraak Hoogstwaarschijnlijk is de naam Texel afgeleid van het Germaanse woord tehswa, wat "rechts" of "zuidelijk" betekent. Wellicht dankt Texel dit aan diens positie als meest zuidelijke waddeneiland. Andere, minder waarschijnlijke, woorden waarvan de naam kan zijn afgeleid, zijn het Germaanse þehslô, het Oudnoordse þexla of het Vroegnieuwnederlandse 'dissel'. Dit laatste zou verwijzen naar een bijl of iets met de vorm van een bijl.

De naam wordt doorgaans uitgesproken als Tessel; de bewoners als Tesselaars. Hiernaast wordt de naam van het eiland echter (vaak door niet-bewoners) ook uitgesproken als Teksel. De uitspraken "Tessel" en "Teksel" worden dus naast elkaar gebruikt. De uitspraak Tessel komt door een klankwet, waarbij ooit het consonantcluster -ks-, dat nog steeds in de oorspronkelijk Friese spelling van Texel als "x" gebruikt wordt, in het Nederlands tot -s- gereduceerd werd. Deze klankwet is ook opgetreden in bijvoorbeeld de woorden vos (Fries: foks) en wissel (Fries: wiksel).

Texel is in de loop der eeuwen met verschillende namen aangeduid, onder andere met: in Tesla (772 of 776), in Thesla (772 of 776), Tysele (waarschijnlijk tweede helft negende eeuw), insulae Texlae (918–948), in Tlex (918–948), in Texle (918–948), Texla (985), van Tessele (1309), Texel (1573) en Tessel (1883).

Geschiedenis Oudste geschiedenis thumb|Nederland omstreeks 800 na Chr.: Texel is nog verbonden aan het vasteland Uit het Mesolithicum (8000–4500 v.Chr.) zijn de eerste menselijke sporen gevonden. Bij opgravingen vond men vuurstenen werktuigen uit ca. 5000 v.Chr. Waarschijnlijk gaat het hier niet om permanente bewoning, maar om jagers die tijdelijk aanwezig waren. Uit het Neolithicum dateren ook enkele vondsten van fragmenten van steenhamers uit ca. 2000 v.Chr.

Tijdens de Bronstijd was er waarschijnlijk wel permanente bewoning. In Den Burg zijn resten gevonden van grafheuvels uit de midden-bronstijd, ca. 1000 v.Chr. Vondsten uit de ijzertijd zijn gedateerd van ca. 400 v.Chr. tot de tweede eeuw n.Chr., met een piek in de tweede eeuw n.Chr. Deze vroege bewoning eindigde ca. 250 n.Chr., waarschijnlijk door de zogeheten post-Romeinse transgressie, toen de zeespiegel steeg. In de zesde eeuw werd bewoning op de hoger gelegen gedeeltes weer mogelijk. Uit de Merovingisch-Frankische tijd, ca. 600–650 n.Chr., stamt een urnengrafveld dat gevonden is in de buurt van Den Burg.

De naam Texel is al terug te vinden in de historische gouw Texla, in de vroege middeleeuwen een gouw in Frisia ten westen van het Vlie. Het wordt al in de achtste eeuw genoemd als pagus Tyesle, Thesla (Zuidland). Waarschijnlijk werd het begrensd door het Vlie in het oosten en het Marsdiep in het zuidwesten. Het Vlie was in die tijd een bevaarbare geul die het Flevomeer met de Noordzee verbond, terwijl het Marsdiep niet meer dan een beekje was, dat uitmondde in zee via een opening in de duinenrij.

Holland werd vanaf de elfde eeuw ontgonnen door pioniers, die dijken opwierpen en sloten groeven, waardoor de wildernis drooggelegd kon worden. Om West-Friesland werd een ringdijk aangelegd, terwijl het noordelijkste gedeelte een waterrijk veengebied was met weiden, bossen en natte hooigrond, dat doorliep tot aan het Vlie.

Eilandvorming Texel werd een eiland door de Allerheiligenvloed van 1170. Als gevolg van de ontginningen en ontwateringen was het land in de loop der tijd ingeklonken en lager komen te liggen. Een tijdelijke opwarming van het klimaat zorgde voor grotere weersextremen en maakte het ingeklonken land kwetsbaar. Het Noord-Hollandse landschap werd ingrijpend gewijzigd door de catastrofale overstroming, waarbij duizenden mensen omkwamen. Tijdens deze vloed ontstonden ook de eilanden Wieringen en Vlieland, en werden het huidige Marsdiep als zeestroom, en de huidige Waddenzee en de voormalige Zuiderzee gevormd.

thumb|links|Het eiland Texel in de zeventiende eeuw, op een ets van Wenceslas Hollar West-Friesland, inclusief Texel, werd in de dertiende eeuw onderworpen door graaf Floris V van Holland. De rechten en vrijheden van Texel werden vastgelegd in een manifest.TexelNU (zomer 2015). 8e jaargang. p. 18–19. In 1415 kreeg Texel stadsrechten van graaf Willem VI van Holland, Zeeland en Henegouwen, in het kader van een bestuurlijke hervorming, waarbij vrijwel het gehele West-Friese platteland, inclusief Texel en Wieringen, een of andere vorm van stadsrecht kreeg. Dit stadsrecht gaf het eiland een behoorlijk grote zelfstandigheid. Het eiland mocht zijn eigen schout en schepenen benoemen, zelf rechtspreken en belastingen innen en zelf tol heffen en markten houden.

Reeds in de dertiende eeuw was er sprake van een baai en mogelijk een ankerplaats voor schepen die op een gunstige wind wachtten. Die bevond zich echter aan het Marsdiep, ten zuiden van het huidige Den Hoorn.Vos, p. 8. In de loop van de veertiende eeuw raakte die plek door verzanding steeds minder geschikt. De baai werd ingepolderd en staat thans als De Naal bekend. Iets zuidelijker was een nieuwe ankerplaats ontstaan, in een baai die Cule of Cuulen werd genoemd, maar in de loop van de vijftiende eeuw verzandde ook deze en werd hij ingedijkt. Hierna verschoof de ankerplaats naar de oostkant van het eiland, rond de vaargeul Texelstroom. Deze ankerplaats kreeg het belang dat ze eeuwen zou houden en werd de Rede van Texel genoemd.

thumb|De strijd op Texel Het noordelijker gelegen Eierland werd in de loop van een aantal eeuwen een deel van Texel. In 1630 werd de Zanddijk voltooid die beide Waddeneilanden met elkaar verbond. In 1835 richtte de uit Antwerpen afkomstige Nicolas Joseph De Cock samen met enkele andere heren een NV op die de kwelder tussen Eierland en Texel zou inpolderen voor agrarisch gebruik. In de nieuw aangelegde polder Eierland werd in 1836 ook een dorp gesticht dat aanvankelijk Nieuwdorp heette, maar dat later naar hem genoemd werd: De Cocksdorp.

Moderne geschiedenis Kort voor het eind van de Tweede Wereldoorlog, in februari 1945, werd op het eiland het 822e Georgische bataljon gelegerd. Dat bataljon, bestaande uit 400 Duitsers en 800 Georgische vrijwilligers (onder wie een groot aantal Sovjet-krijgsgevangenen), had de taak het op te nemen tegen de geallieerden.

In april 1945 vond een grootschalige muiterij plaats onder de Georgiërs. Deze opstand van de Georgiërs, ook wel bekend als de Russenoorlog, richtte zich tegen de Duitse bevelhebbers, die op dat moment aan de verliezende hand in de oorlog waren. De muiterij werd beantwoord met een Duits tegenoffensief, dat zou duren tot voorbij de Duitse overgave in Wageningen op 5 mei 1945. Pas op 20 mei arriveerden Canadese soldaten op Texel en werd 'Europa's laatste slagveld' bevrijd. Onder de Georgische opstandelingen, de Duitse militairen en de Texelse burgerbevolking vielen in totaal ten minste 1.000 doden.

Geografie Topografie thumb|Topografische gemeentekaart van Texel, per juni 2023 Het grootste dorp en tevens de hoofdplaats van de gemeente is Den Burg, midden op het eiland gelegen. In het zuiden van Texel liggen Den Hoorn en 't Horntje; het laatste bevindt zich aan het Marsdiep. Oudeschild en Oosterend bevinden zich aan de oostkant van het eiland. De Koog is gelegen naast de duinen in het westen, die de plaats scheiden van de Noordzee, en in het noorden van de gemeente ligt De Cocksdorp. Andere dorpen op Texel zijn Zuid-Eierland tussen Den Burg en De Cocksdorp en De Waal net ten oosten van Den Burg.

Verder zijn er nog de volgende buurtschappen: {| | valign="top" width="250" | Bargen Burger Nieuwland De Kuil De Naal De Nes De Westen Dijkmanshuizen Driehuizen Harkebuurt Het Noorden Midden-Eierland Molenbuurt | valign="top" width="250" | Nieuweschild Noord Haffel Noorderbuurt Ongeren Oost Spang Spijkdorp Tienhoven Westergeest Westermient Zevenhuizen Zuid Haffel

Landschap thumb|De Slufter thumb|Polder op Texel thumb|Duinen op Texel thumb|Lancasterdijk, Polder De Eendracht Het landschap op Texel is rijk en divers. Texel heeft polders, brede zandstranden, duinen en graslanden en verder heide, bos en kwelders. Rond Den Hoorn in het zuiden bloeien in mei grote bollenvelden. Nationaal Park Duinen van Texel beheert de zuidpunt van Texel, het gebied De Duinen tussen Den Hoorn en De Koog, De Dennen, De Slufter en De Muy.

De harde kern van het eiland wordt gevormd door de Hoge Berg, die ligt tussen Oudeschild en Den Burg. Het is een lage stuwwal ontstaan in het Drenthestadium van het Saalien (de op een na laatste ijstijd). Het hoogste punt ligt op 15 meter boven NAP. Ondanks de bescheiden hoogte kan men van hier af het hele eiland overzien. Keileem komt hier dicht aan de oppervlakte. Dit vormt een harde, voor water ondoordringbare laag. Rond de percelen liggen zogenaamde tuunwallen. Dat zijn walletjes die uit plaggen zijn opgebouwd. Deze tuunwallen vormen samen met de glooiingen van het gebied een door velen gewaardeerd landschap. Het gebied is dan ook een landschapsreservaat. Op een helling van de Hoge Berg liggen ook het Doolhof, een bosje uit 1764, en de Zandkuil, Nederlands eerste insectenreservaat.

Een bijzonder fenomeen is De Slufter, een gebied binnen de brede duinketen aan de noordwestkant van het eiland, vol kreken en geulen, dat in open verbinding staat met de Noordzee. Het is ontstaan na de aanleg van de 'Zanddijk' tussen het Oude Texel en Eyerland in 1629 en verschillende mislukte pogingen westelijk hiervan de duinenrij te sluiten. Bij vloed loopt een deel van De Slufter onder water en bij eb loopt het water door de geulen weer terug naar zee. Daardoor is slibvorming en verzilting ontstaan en moest de vegetatie zich aanpassen. Oostelijk van De Slufter ligt de Eijerlandse polder. Ertussen ligt de Zanddijk.

Het buitendijkse natuurgebied De Schorren ligt bij het wantij.

Eierland was ooit een eilandje ten noorden van Texel. Het werd toen Yerland genoemd. Door menselijk ingrijpen, het plaatsen van zandvasthoudende beplanting (onder andere helmgras) en beschutting werden strand en duinen aan de noordwestkant van Texel verbreed. Men begon daarmee in 1629. Ten slotte kon een zanddijk worden aangelegd, die de twee eilanden met elkaar zou verbinden. In 1846 werd de polder De Eendracht drooggelegd, in 1847-1848 de Prins Hendrikpolder en in 1876 de polder Het Noorden.

Voortdurend moet strijd worden geleverd tegen de kracht van zee en wind. Tijdens de Watersnoodramp brak de Eendrachtsdijk in de ochtend van 1 februari 1953 doorOneindignoordholland, De ramp van 1953 op Texel Bij zware storm kunnen tientallen of zelfs honderden meters duin worden weggeslagen. In 1864 was in het noorden bij De Cocksdorp de vuurtoren Eierland geplaatst, op ongeveer 3 km van de zee. Nu staat de zee vlak onder de toren, die door een asfalthelling en verschillende aangelegde zeeweringen wordt beschermd. Het strand is zich nu langzamerhand weer aan het verbreden. Ook in het zuidwesten slibt voortdurend materiaal aan. Aan de oostkant van Texel loopt een dijk (Lancasterdijk) die het eiland beschermt tegen de Waddenzee. Hier is het monument De Schicht geplaatst dat herinnert aan de verhoging van de dijken tot deltahoogte.