miniatuur|Klaverjassende heren in het Vondelpark Klaverjassen is een kaartspel dat gespeeld wordt door vier personen in twee paren. De twee tegenover elkaar zittende personen vormen een team. Het gaat dus om twee tegen twee. In Frankrijk en Noord-Amerika zijn vergelijkbare spellen bekend onder respectievelijk de namen Belote en Tarbish. In Zwitserland is het afgeleide spel "Jass" zeer populair. De Nederlandse naam is afgeleid van het oude begrip 'jas', dat staat voor de boer als hoogste troef (van de Franse term jacques voor 'boer'). Hoewel klaverjassen doorgaans met vier spelers wordt gespeeld, bestaan er ook varianten die gespeeld worden door twee, drie of vijf personen.
De naam klaverjassen is vroeger ook gebruikt voor een ander kaartspel, het vijfhonderden.
In klaverjassen worden ook competities opgezet waarbij om prijzen wordt gespeeld.
Geven Alleen de piketkaarten worden gebruikt: de 32 kaarten van 7 en hoger, inclusief de azen. De kaarten worden kloksgewijs gedeeld, iedere speler ontvangt er acht, meestal wordt er 3-2-3 gedeeld of anders 4-4 (een voor een delen wordt als not done beschouwd). Een complete wedstrijd bestaat uit zestien spellen (boompje) waarbij alle vier de spelers vier keer delen. Een andere veel gespeelde variant is dat er gespeeld wordt, totdat een van de paren 1500 punten vergaard heeft. In de praktijk komt dit vaak op hetzelfde neer.
Twee hoofdvarianten in de regels van het bekennen Klaverjassen wordt in huiselijke kring voornamelijk in twee varianten gespeeld: Amsterdams en Rotterdams. Deze varianten hebben betrekking op de verschillende opvattingen over de troefplicht (zie beneden): Amsterdams gaat ervan uit, dat men van de plicht tot in/overtroeven wordt ontslagen als de slag aan de maat ligt (zie verder onder troefplicht). Amsterdams klaverjassen heeft behoefte aan meer teamwerk. De Rotterdamse opvatting zegt dat men een maatslag moet introeven of overtroeven als men niet kan bekennen.
Deze Amsterdamse en Rotterdamse variant kan men spelen in combinatie met onderstaande varianten, die betrekking hebben op het bieden, bepalen van de troefkleur en/of puntentelling. Men kan dus Utrechts/Amsterdams, Utrechts/Rotterdams, Verplicht spelen/Amsterdams, Verplicht spelen/Rotterdams, Leids/Amsterdams (maar meestal Leids/Rotterdams), Kraken/Amsterdams of kraken/Rotterdams spelen, maar altijd moet men een keuze maken tussen de Amsterdamse en Rotterdamse opvatting.
Varianten in het bieden Als de kaarten zijn gegeven, wordt bepaald welke partij het spel opneemt en welke kleur troef wordt. Dit kan op verschillende manieren.
Klassiek Als traditioneel "gedraaid" wordt, wordt bij aanvang van ieder spel een troefkleur bepaald, meestal door een van de niet gebruikte kaarten (de zogenoemde "draaikaarten", de niet gebruikte kaarten 2 tot en met 6) om te draaien. Tijdens het eerste spel is de troefkleur altijd klaveren.
Beginnend bij de speler links van de deler wordt er gezegd of er wordt gespeeld of gepast. Deze bieding bestaat uit de mededeling "pas" of "speel". Als een speler "speelt" dan hoeft de volgende speler niets meer te zeggen. Als iemand speelt, dan gaat hij ervan uit dat hij samen met zijn partner meer dan de helft van het aantal punten in dat spel zal behalen. De twee andere spelers zullen dit proberen te verhinderen.
Wanneer er rondgepast wordt, dat wil zeggen alle vier de spelers passen, zijn er meerdere mogelijkheden. De eerste is dat dan de volgende kaart wordt gedraaid en er op die kleur geboden wordt. Is deze kleur al geweest, wordt de volgende kaart gedraaid, tot eventueel de derde en de vierde kleur.
Een andere mogelijkheid is, dat als op de eerste kleur wordt rondgepast, de gever dan wel diens voorhand verplicht speelt; hij of zij noemt een kleur en speelt daarop. Het gevolg daarvan is, dat die persoon een klein voordeeltje heeft; als hij op de gedraaide kleur kan spelen, maar een alternatieve tweede kleur heeft die net zo goed of beter is, dan zal hij passen op de eerste kleur. Speelt iemand op de eerste kleur, dan zit hij goed tegen en maakt hij een goede kans de tegenspeler nat te spelen. Speelt niemand op die kleur, dan kan hij zijn tweede kleur troef maken. Hij loopt dus zo minder risico.
Tot slot kan ervoor gekozen worden voor de "verplichte draai". Dit wil zeggen dat, nadat er rondgepast is op de eerste kleur, degene die "ervoor zit" (de persoon naast de deler) verplicht moet spelen op de eerstvolgende draaikaart. Van tevoren moet men afspreken of er doorgedraaid wordt als dezelfde kleur weer gedraaid wordt. Deze afspraak kan grote invloed hebben op de keuze om wel of niet te spelen. Immers, wanneer er doorgedraaid wordt, wordt het aantal troefmogelijkheden tot slechts drie gereduceerd.
Verplicht spelen Bij 'verplicht spelen' of 'Utrechts' kiest de voorhand van de gever een troefkleur en komt uit. Het is een simpel systeem met als voordeel dat er meteen een kleur wordt gekozen, zonder dat andere spelers een bieding (pas) hoeven te doen. Dit kan soms discussies aan tafel voorkomen, bijvoorbeeld over een speler die na lang twijfelen op een kleur past en zijn maat op die kleur speelt.
Leids Bij het in opmars zijnde "bieden", wordt de troefkleur echter op een andere manier bepaald. De speler links naast de deler brengt dan namelijk een bod op de door hem of haar gewenste troefkleur uit, waar vervolgens door de persoon die daarnaast zit over dat bod heen geboden kan worden. Dit bieden is overgenomen uit het Bridge.
De kleuren hebben hierbij een hiërarchische indeling in de volgorde; schoppen, harten, ruiten en klaveren (waarbij schoppen het hoogst is, eveneens zoals bij Bridge). Om over 1 schoppen heen te bieden zal men dus met minstens 2 klaveren moeten komen.
Bij het bieden van 1 verandert er niets aan de rest van het spel, maar bij het bieden van 2 gaat het aantal punten dat behaald moet worden om niet nat te gaan met 10 punten omhoog, dus van 82 naar 92 (er blijven echter wel slechts 162 punten in het spel). Voor elk hoger bod komen er dus 10 punten boven op de "nat-grens". Het bieden houdt pas op wanneer het bied-initiatief onveranderd bij de originele bieder terugkomt en er dus drie van de vier mensen gepast hebben.
Hierbij is het overigens ook van belang dat er een beloningssysteem wordt toegekend voor het hoger bieden; kortom een additioneel aantal punten kan worden verdiend als men biedt (en het ook haalt) vanaf 4 tot en met de 5 hoogte van 100 punten. De biedingen op 6 en 7 niveau met 150 punten en de biedingen op 8 en op 9 niveau worden extra beloond door een aantal van 200 punten toe te kennen.
Verder is ook van belang dat men als tegenstander nog extra punten kan verdienen door het nat spelen van de tegenstander. Dit doet men door tijdens het bieden de term 'strik' te hanteren, wat een extra puntenvoordeel van 100 punten kan opleveren voor degene die het gehaald heeft. Uiteraard kun je als tegenstander als je gestrikt bent wederom verder bieden en dat kan ook inhouden dat je een zogenaamde 'dubbele strik' van het bod maakt, waardoor degene die de partij wint 200 additionele punten kan scoren. Nieuw is het feit dat in toernooiverband degene die onterecht gestrikt of dubbele strik heeft laten zetten op een spel hiervoor gestraft zal worden; kortom als iemand een strik geeft op een spel (de zogenaamde strikker) aan zijn tegenstander en deze wordt wel behaald door de tegenstander dan zal de strikker een negatieve bonus ontvangen van 100 punten. Voor de dubbele strik gelden uiteraard dezelfde regels, maar dan dubbel.
Daarnaast wordt de speler die de laatste slag maakt met een 7 van een niet-troefkleur beloond met nog eens 200 punten extra.
Deze manier van troefkleur kiezen wordt ook wel Leids genoemd en wordt altijd gespeeld in combinatie met de Rotterdamse regels. Een vernieuwende manier van spelen (pas in gebruik sinds begin 2005, was tot nu toe vooral in opmars op middelbare scholen, maar begint nu ook op de universiteiten een succes te worden en uiteraard in Leiden zelf (middels de oprichting van de Leidsche Klaverjas Vereeniging voor Mannen (LKVVM) "de kale Nel"), die vooral onder mensen die meer diepgang in het spel willen leggen erg in trek is.
In een variant die hierop lijkt, biedt men een op hele tientallen afgerond aantal punten, 90, 100, 110, enzovoorts. De partij die het bod naar zich toe trekt, is verplicht het geboden aantal te halen én meer punten te halen dan de tegenpartij. De kleur waarop men zou willen spelen, speelt bij de bieding geen rol, als men 120 zou willen bieden, maar de rechter tegenstander heeft reeds 120 geboden, dan moet men óf 130 zeggen of passen. Deze variant leunt niet op het Bridge, maar op het oudere pandoeren en wordt meestal gespeeld in combinatie met roem in de hand (zie beneden). De roem in de hand van de spelende partij kan worden afgekeurd door de tegenpartij, indien zij hogere roem in de hand heeft. Het verschil is wel, dat een tegenspeler alleen de roem kan afkeuren, als hij aan de bieding heeft meegedaan (iets anders heeft geboden dan pas) en zo zijn tegenstanders heeft gewaarschuwd (als men ver boven de 100 biedt, moet men stellig wel enige roem hebben). Deze regel is dus anders dan bij roem in de hand/kraken. Roem op tafel en stuk kunnen natuurlijk nooit worden afgekeurd.
Puntenwaardering De kaarten hebben een puntenwaarde die meteen ook de relatieve hoogte van de kaart bepaalt.
TroefNiet-troefBoer (jas) 20Aas 11Negen (nel)14Tien 10Aas 11Heer 4Tien 10Vrouw 3Heer 4Boer 2Vrouw 3Negen 0Acht 0Acht 0Zeven 0Zeven 0
Extra punten Laatste slag: 10 Roem (in één slag te behalen) Driekaart (drie kaarten op een rij van dezelfde kleur): 20 roem Vierkaart (vier kaarten op een rij van dezelfde kleur): 50 roem Vier gelijke kaarten (aas, 10, H, V): 100 roem Vier boeren: 200 roem Stuk (vrouw en heer van troef): 20 roem Bij een driekaart of vierkaart waar stuk deel van uitmaakt worden beide vormen van roem opgeteld, dus 40 of 70 roem
PitAls men alle slagen haalt met de maat terwijl men zelf troef gekozen heeft, dan is het een pit (ook wel (door)mars genoemd) en krijgt men 100 extra roem. TegenpitAls men alle slagen haalt met de maat terwijl de tegenstanders troef hebben gekozen, dan is het een tegenpit. Men krijgt dan 162 punten. Soms, verschillend per regio, krijgt men 100 punten of meer extra.
Voor de driekaart en de vierkaart geldt de conventionele volgorde van kaartwaarden, niet de volgorde die ze in het klaverjassen hebben. Een vierkaart kan bijvoorbeeld worden gevormd door acht - negen - tien - boer van zowel troef als niet-troef.
Nat Wanneer degene die troefkleur heeft bepaald niet meer dan de helft van het aantal behaalde punten heeft behaald inclusief roem, dan zijn ze nat en ontvangen ze 0 punten en het andere team 162 plus het door beide partijen behaalde roem. Team A: 44 punten + 20 roem = 64 Team B: 118 punten + 20 roem = 138
Wanneer Team A troefkleur heeft bepaald zijn ze nat en ontvangen dus 0 punten. Team B ontvangt deze ronde 162 punten + 40 roem, wat een totaal van 202 punten geeft.
De troef negen heet de nel. Vroeger werd ook de term jas voor de troef-boer gebruikt. Vandaar de term "klaverjassen", de hoogste kaart in het eerste spel van de wedstrijd (vroeger was klaveren de troefkleur, waarop in de eerste ronde werd gespeeld).
Spelen van het spel De kaarten worden in slagen uitgespeeld: te beginnen met de speler links van de gever en met de klok mee legt iedere speler een kaart op tafel. Wie de slag wint, mag met de eerste kaart van de volgende slag uitkomen.
Troefplicht Bij klaverjassen moet men de gevraagde kleur altijd bekennen. Heeft men geen kaarten meer in die kleur dan moet men troeven, hoewel dit in sommige varianten af kan wijken (zie hieronder).
Deze zogenaamde troefplicht kent drie regels: Als er troef gevraagd wordt, moet men een troef bijspelen die hoger is dan de hoogste troef op tafel, als men kan. Als men niet meer kan bekennen, moet men introeven, dan wel overtroeven.