thumb|Scheemda, straatzicht Torenstraat met Hervormde Kerk thumb|Station Scheemda thumb|Monumentaal pand Torenstraat centrum Scheemda thumb|Villa Scheemda Torenstraat thumb|Rentenierswoning in Scheemda thumb|Nog bestaande voorgevel van de gesloopte Eexterkerk

Scheemda () (Gronings: Scheemde of Scheemte) is een plaats en voormalige gemeente in de huidige gemeente Oldambt, Nederlandse provincie Groningen. De plaats ligt in de gelijknamige streek het Oldambt (Wold-Oldambt) in Oost-Groningen. In 1964 is het dorp samengevoegd met het voormalige kerkdorp Eexta. Dit nadat het Oude Winschoterdiep, dat beide dorpen gescheiden hield, in 1954 werd vervangen door een robuuster kanaaltracé enkele honderden meters verder zuidelijk.

Beschrijving In telde de plaats volgens gegevens van het CBS inwoners, inclusief de wijken Eexta en Eextahaven (Eexta-Zuid) en de buurtschappen Scheemdermeer en Scheemderzwaag (Zwaagsterweg). Recente boerderijnamen zijn Hof van Heden, Krek Wak Wou, Mumeli en Reigersheerdt.

In de dorpskern werden vroeger de buurtschappen Molenhorn, Oostereinde ('bij Oosterd'), Diepswal en het gebied rond kerk en toren onderscheiden; Eexta bestond uit Buiten-Eexta (rond de kerk) en Boven-Eexta.Onduidelijk is of Kerk- en Torengilde identiek zijn, verder is eenmaal sprake van een Kruisstratergilde. Ieder van deze buurten had een eigen buurtgilde. Het buitengebied van Eexta stond in de 19e eeuw bekend als Eexterhamrik, Vogelzang, Eexterzwaag en Oudedijk.

Rail- en wegverkeer Scheemda ligt sinds 1868 aan de spoorlijn Groningen - Bad Nieuweschans (- Weener/Leer) met het station Scheemda, een rijksmonument. Door het dorp loopt de Oude Rijksweg (richting Winschoten en Nedersaksen in Duitsland), die in 1992 zijn functie voor het lange-afstandsverkeer verloor aan de autosnelweg A7 ten noorden van het dorp. De Geereweg (N362) verbindt het dorp met Delfzijl en Appingedam.

Waterwegen Het dorp wordt sinds 1954 doorsneden door het (nieuwe) Winschoterdiep. Belangrijke watergangen zijn nog altijd Oude Winschoterdiep, Eexta-Haven, Termunterzijldiep, Opdiep en Meedenerdiep, vroeger ook Oude Ae, Mensediep of Rechte Watering, Eexterdiep (of Eexteruitwatering), Koediep, Oude Geut en Molensloot. Nieuwe of weer opengegraven watergangen zijn verder Hamrikkerwatering, Scheemderzwaagsterwatering, Muntewatering en Zijdwende.

Waterhuishouding Het gebied wordt bemalen door de gemalen Roode Til, De Munte, Herleving en Tichelwaark.

Op het grondgebied van Scheemda bevonden zich de waterschappen Westerschemolenpolder (1798, deels), Walstermolenkolonie (1802, deels), Burema's Polder (1840), Oostersche Molenpolder (1842), Kloostermolenpolder (1875), Scheemderzwaag (1878), Geereweg (1890), Concordia (1906), Eureka (1916), Mellema- of Tichelwerkspolder (1917). Op het grondgebied van Eexta lagen de waterschappen Eexter Molenkolonie (1793), De Kolken (1876), De Eeker (1887), Eexterbouwten (1893) en Herleving (1900). Al deze afzonderlijke polders behoorden tot het Termunterzijlvest, later het Waterschap Oldambt.

Geschiedenis Naam De oude vormen zijn de Senieda (?) (1283), Schemede (1391), in der Schemede (1411, afs. 16e eeuw). vander Schemede, Scheembte (1435), Schemmede, Scemeda (1441), Scheemde (1463), die Scheempte (1498), in die Schemte (1536), Sceempte (1558), vander Schembde (1573), Sceempte (1579), ijn die Schemda (1608), Scheemte (ca. 1660), Scheemda (1781).Vgl. O.S. Knottnerus, Alle verdronken Dollarddorpen, 2008. Tot in de 19e eeuw sprak men over huizen en landerijen in de Scheemda, in de Eexta en in de Nieuwe Scheemda. De inwoners werden soms Scheemdingers en Eextingers genoemd.Zo ook: in de Beerta, in de Harkstede, in de Scharmer, in of op de Mieden en op de Ulsda. De vormen Scheemdinger, Eextinger, Midwoldinger en Bellingwoldinger sloten aan bij de vorm Westerwoldinger voor een inwoner van Westerwolde.

Er bestaat geen eenduidige verklaring voor de naam.G. van Berkel & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard, 2018, trefwoord Scheemda. Vroeger dacht men wel aan een betekenis 'heemsteden van Eexta'. Een alternatieve verklaring gaat uit van de hypothetische vorm *schem-mede 'hooiland bij de vonder' of van *schem-ithi 'bij de vonders', uit het Westfaalse en Oost-Nederlandse woord schêm 'vonder'. Een derde mogelijkheid is de hypothetische vorm *schem-widu 'bos bij de vonder' als parallel met de plaatsnamen Ulsda en Bunde.

Schemde is tevens de naam van een buurtschap bij Steinfeld in Oldenburg.

Middeleeuwen Scheemda en Eexta ontstonden net als de overige dorpen in het Wold-Oldambt in de 10e of 11e eeuw als randveenontginning aan de oevers van de Munter Ae. Toen in de 13e eeuw een eerste kruiskerk van Scheemda werd gebouwd, was het dorp vermoedelijk al een stuk landinwaarts opgeschoven. De eerste bewoners bewerkten akkers op de veenrand, terwijl ze het rivierdal (de hamrikken en zwagen) gebruikten voor de veeteelt. en hooiwinning. Een deel van de hamrikken lag aan de overkant van de rivier in het Scheemderhamrik; het streekje Scheemder Lange Zwaag lag zelfs vlakbij Wagenborgen. Door ontginning en ontwatering zakte het veenoppervlak, waardoor de bewoners telkens naar hogere plekken moesten verhuizen.

Scheemda was een langgerekt streekdorp met een opstrekkende verkaveling, waarbij meerdere bewoningslinten de verschillende ontginningsfasen markeerden. Het meest vooruitgeschoven waren de buurtschappen Scheemderzwaag, Eexterzwaag en Vogelzang. De kerk van Eexta lag in het verlengde van de kerk van Scheemda, maar was vermoedelijk al rond 1100 gesticht op de uitlopers van een keileemopduiking.

Het eerste document waarin Scheemda en Eexta worden genoemd, dateert van 1391 of 1420. Daarin wordt de afwatering van het gebied geregeld, die door bodemdaling steeds problematischer werd. Vanwege toenemende wateroverlast en de inbraak van de Dollard is het dorp Scheemda aan het einde van de 15e eeuw verplaatst naar de keileemopduiding waarop ook het tweelingdorp Eexta lag. Een deel van de bewoning was mogelijk al eerder verplaatst naar de buurtschap Oosterd (Oosterstraat), waar goed akkerland te vinden was. De hogere gronden of bouwten lagen eerder nog bedekt onder het hoogveen. Ook de bewoning aan de Buiten Eexterweg verschoof verder landinwaarts. De scheiding tussen beide dorpen werd gevormd door een dwarssloot tussen Eexter- en Scheemderzwaag, aansluitend bij een tweede greppel door het hoogveen in de richting van het Klooster Heiligerlee. Langs dit tracé werd in 1585 het Spaanse of Nieuwediep naar Winschoten gegraven, dat vervolgens omstreeks 1635 werd uitgebouwd tot het (Oude) Winschoterdiep.

Bij het zogenaamde Ol Kerkhof () zijn in het kader van de aanleg van de A7 in 1988 en 1989 de restanten van twee opeenvolgende kruiskerken, een vrijstaande toren en een ringmuur opgegraven. De eerste kerk was slecht gefundeerd en heeft niet lang bestaan, de tweede uit de periode 1250 tot 1275 is rond 1500 afgebroken. Onderzoek naar diatomeën heeft laten zien dat het dorp al voor de komst van het zeewater moet zijn verlaten. In 1992 werd het opgravingsterrein grotendeels afgedekt door de nieuwe snelweg. Op luchtfoto's van deze omgeving zijn ook enkele steenhuizen te zien. Tot de archeologische vondsten uit dit gebied behoort verder een Arabische munt uit de kruistochtentijd.J.P. Koers, J.N. Lanting en J. Molema, 'De muntfibula van een almohadische dobla uit Scheemda: vondstomstandigheden, parallellen en historische context', in: Palaeohistoria 32 (1990), p. 331-338.

Van de oudste Dollardpolder uit de eerste helft van de 16e eeuw resteerden twee doorbraakkolken bij Eexta. Later ontstonden de polders Scheemderzwaag (1596) en Oudland (1626), ook wel Scheemder Ackertallen genoemd. De beide zeesluizen in de dijk van 1596 (Karmerzijl en Eexterzijl) werden door de aanleg van het Termunterzijldiep in 1601 weer overbodig.

Nieuwe tijd Hoewel de nieuwe kerk van Scheemda slechts 700 meter van de middeleeuwse kerk van Eexta kwam te liggen, bleven beide dorpen ook na de Reductie van 1594 als zelfstandige kerspelen bestaan. Ze vormden afzonderlijke onderdelen binnen het Termunterzijlvest en bezaten een eigen kerspelbestuur, maar hadden tot ongeveer 1720 wel een gemeenschappelijke kerkenraad. Voor het beheer van de kerkengoederen, de verkiezing van predikanten en schoolmeesters vormde Scheemda tot 1798 één geheel met Nieuw-Scheemda; deze dorpen hadden bovendien één gezamenlijke vertegenwoordiger in het zijlvest. Binnen het nieuwe waterschap Oldambt, opgericht in 1863, vormden Scheemda en Eexta het vijfde en zesde onderdeel.

In de 17e eeuw kregen Scheemda en Eexta het karakter van een dubbeldorp. In 1724 werd daarom reeds geschreven dat beide dorpen gezamenlijk het uiterlijk van "een redelijk stedeke' hadden". In de buurtschap Oosterd waren tien grote boerderijen met grachten te vinden. Enkele "deftige plaatsen" dienden als buitenverblijf voor rijke families. Ten minste twee daarvan hadden een duiventil.

Tussen beide dorpen werd in de jaren 1635 tot 1640 – wel met de nodige tegenwerking – het Winschoterdiep, Heerendiep of Trekdiep gegraven, dat een aansluiting kreeg met het Termunterzijldiep en het nieuw gegraven Koediep naar Midwolda. Het kanaal volgde het tracé van zijn voorganger uit 1585. Bij de hoofdweg over het diep werd een stenen boogbrug gebouwd, die beide plaatsen verbond en door beide kerspelen werd onderhouden. Langs het Trekdiep werd, zoals de naam al aangeeft, een trekweg aangelegd, waarlangs de trekschuiten werden voortgetrokken en waarover zich het personen- en goederenvervoer tussen Groningen en Winschoten bewoog. De trekweg werd later verbreed, verhard en omgedoopt tot Stadsrijweg. De verbinding met het Termunterzijldiep werd bestond uit een schutsluis of verlaat met een verlaatshuis annex herberg.

Dankzij handel en verkeer ontstonden verschillende takken van nijverheid, zoals herbergen, tapperijen, levensmiddelenhandel en woningen voor scheepsjagers. In 1811 werd er op veertien plekken brandewijn verkocht. In de 17e eeuw was een pottenbakker actief, die gebruikmaakte van lokale potklei. Een bierbrouwerij wordt voor het eerst genoemd in 1670, een tweede te Eexta in 1730, een kalkbranderij in 1699, een pelmolen in 1703, een boekweitmaalderij in 1756, een zaagmolen in 1803. Al takken van nijverheid bestonden nog in de 19e eeuw. De steenfabriek Hamster & Rozeboom te Scheemderzwaag werd gesticht in 1802; de ovens werden definitief gedoofd in 1971. Rond beide dorpen lag verder veel tuingrond.

Lange tijd bleef het bevolkingsaantal van beide dorpen vermoedelijk stabiel, maar rond 1800 begon de bevolking te groeien. Beide dorpen telden bij de eerste volkstelling van 1795 gezamenlijk 1203 inwoners (Scheemda: 762; Eexta: 441). In 1899 waren het er al 2497 (Scheemda: 1338; Eexta: 798; Scheemderzwaag en Scheemdermeer: 361).

Sinds 1868 liggen Scheemda en Eexta aan de spoorweg van Groningen naar Nieuwe Schans en verder Duitsland in. In Eexta verrees het Station Scheemda. De aanleg van de spoorlijn betekende een stimulans voor de plaatselijke economie; de reistijd naar Groningen werd bovendien verkort van vijf uur per trekschuit tot één uur. De weg naar het station kreeg de naam Stationsstraat, werd verhard en kreeg gasverlichting. In 1882 werd een stoomtramlijn van het station Scheemda-Eexta naar Finsterwolde in gebruik genomen, die echter niet rendabel bleek. De rails werden al na twee jaar opgebroken en gebruikt voor aanleg van de tramlijn Winschoten - Stadskanaal. In 1871 kreeg Scheemda aansluiting bij het telegraafnetwerk en in 1890 besloot de gemeenteraad tot het inrichten van een telefoonkantoor. In 1904 kwam er gasverlichting. De strokartonfabriek De Toekomst te Scheemdermeer werd in 1900 opgericht en behoorde in 1968 tot het verleden. De gebouwen vormen een rijksmonument en zijn gerestaureerd. De fabriekshallen en de hoge schoorsteen zijn goed zichtbaar vanaf de A7.

Twintigste eeuw