Trojaanse vrouwen (Oudgrieks , Lat. Troades) is een tragedie van de oud-Griekse toneelschrijver Euripides. Het werk werd opgevoerd in 415 v.Chr.Aelianus, Poikile historia 2.8: 'In de 91e olympiade [416-415 v.Chr.], toen Exainetos uit Akragas won bij de stadion-race, deden Xenokles en Euripides mee aan de dramacompetitie. De eerste prijs was voor Xenokles (…) voor de Oidipous, de Lykaon en de Bakchai en het satyrspel Athamas. De tweede prijs was voor Euripides, voor de Alexandros, de Palamedes, Trojaanse vrouwen en het satyrspel Sisyphos.' (overgenomen van de vertaling van Withaar, Copinga, Lettink en Cutileiro, pag. 5) en verwijst via de mythische Trojaanse Oorlog naar het beleg van Melos en de gruwelen na de val van Melos (het eiland Milos).

Inhoud Dramatis personae

, koor , boodschapper , dochter van Hekabe , weduwe van Hektor , koning van Sparta , vrouw van Menelaos zonder tekst: , zoontje van Hektor en Andromachè

Synopsis Het koor wordt gevormd door Trojaanse vrouwen die aan de wallen van het brandende Troje huiverend hun noodlot afwachten. Het stuk bestaat uit een reeks taferelen die een vooruitblik geven op de duistere toekomst van Hekabè, Kassandra, Polyxena en Andromache. Het stuk is een felle aanklacht tegen de gruwelen van de oorlog.

Bespreking Trojaanse vrouwen is Euripides' literaire antwoord op de wreedheid en de blinde, imperialistische vernietigingsdrang van zijn vaderstad Athene tijdens de Peloponnesische Oorlog. Na een korte periode van wapenstilstand was in 416 v.Chr. de strijd in alle hevigheid weer opgelaaid na de inname van het eiland Melos door de Atheners.

Euripides schreef Trojaanse vrouwen een jaar na de afslachting en onderwerping van de bewoners van Melos. De tragedie voltrekt zich tegen de achtergrond van de mythische Trojaanse Oorlog, maar voor elke Griek was de verwijzing naar de actuele politiek zonder meer duidelijk. Het stuk is in de eerste plaats het verhaal van de vernietigende werking van de oorlog, een relaas over rouw en afscheid, maar het is ook een stuk over schuld en verantwoordelijkheid en over de relativiteit van winst en verlies.

Het thema van de Trojaanse vrouwen keert ook nog terug in andere stukken van Euripides: In de Hekabè rouwt de koningin van Troje om haar dochter Polyxena en haar zoon Polydoros. De Andromache verhaalt over de lotgevallen van Andromache, weduwe van Hektor, die als oorlogsbuit "gehuwd" is met Neoptolemos, de zoon van Achilles.

Trivia Euripides' Trojaanse vrouwen was in 2004 eindexamenonderwerp voor het vak Grieks op het vwo (gymnasium)

Nederlandse vertalingen 1947 – De Trojaansen – P. Brommer 1963 – De vrouwen van Troja – Evert Straat 1967 – De Trojaanse vrouwen – Emiel De Waele 1984 – Vrouwen van Troje – Bewerking J.P. Sartre. Vertaling J. Diels. 1984 – De vrouwen van Troje – Judith Herzberg (bewerking) 1996 – Trojaanse vrouwen – Gerard Koolschijn 1996 – Trojaanse vrouwen – Johan Boonen 1996 – Trojaanse vrouwen – Willy Courteaux en Bart Claes 1997 – Trojaanse vrouwen – Herman Altena 2003 – Trojaanse vrouwen – Theo van de Vliet 2024 – Trojaanse vrouwen – Tom Withaar, Rina Copinga, David Lettink en Aymon Cutileiro

Categorie:Oud-Grieks toneelstuk Categorie:Werk van Euripides