Het geallieerde bombardement op Nijmegen van 22 februari 1944 was een bombardement door de United States Army Air Forces (USAAF) op de stad Nijmegen in Nederland, dat destijds werd bezet door nazi-Duitsland. Amerikaanse vliegtuigen lieten op die dag rond half twee 's middags vele honderden bommen vallen op de Nijmeegse binnenstad. Vooral het echte centrum van de stad (de "Bovenstad") werd hierdoor zwaar getroffen.
Bij dit wat betreft omvang op een na grootste bombardement op een Nederlandse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen ca. 800 burgerslachtoffers door nalatigheid bij het bombarderen van een militair doelwit. Daarnaast werd een groot deel van het historische centrum van Nijmegen vernietigd, waarvan slechts een klein deel na de oorlog nog is heropgebouwd.
Achtergrond De geplande aanval was onderdeel van de zogenaamde 'Big Week' (officiële naam: Operation Argument), een reeks geallieerde bombardementen op Duitse vliegtuigfabrieken om de Luftwaffe aanzienlijk te verzwakken in de voorbereiding van D-Day (juni 1944). Op 20 en 21 februari waren de eerste bombardementen uitgevoerd.
Het was bij de geallieerde luchtmacht destijds gebruikelijk dat, als door omstandigheden het primaire doelwit niet kon worden bereikt, er secundaire doelwitten werden aangevallen als dat goed uitkwam. Dit werden gelegenheidsdoelen (targets of opportunity) genoemd. Omdat een bombardeeroperatie riskant en duur is (vanwege vijandelijk vuur en brandstof) en het hoofddoel dikwijls niet kan worden geraakt, kan met een gelegenheidsbombardement de vijand alsnog een belangrijke slag worden toegebracht, waarmee de operatie toch nog een gedeeltelijk succes kan worden en de inzet deels worden beloond. Het spoorweggebied van Nijmegen was aangemerkt als zo'n gelegenheidsdoel, omdat bekend was dat de Duitsers het gebruikten voor wapentransport. Er stond bovendien druk op de vliegers om vooral maar iets te bombarderen, omdat het met ongebruikte bommen onveilig landen was; bovendien, de vliegers kregen verlof zodra ze 25 bombardementen hadden uitgevoerd.
Verloop thumb|240px|Door bombardementen verwoeste panden in de Broerstraat, gezien vanuit de toenmalige Korte Molenstraat. thumb|240px|De oorlogsschade kort na het bombardement; links de Grote Markt en boven de spoorbrug, rechts de Benedenstad; gezien vanuit de toren van de Sint-Dominicuskerk thumb|240px|Luchtfoto vanaf de kerktoren van de Sint-Dominicuskerk op de verwoeste binnenstad kort na het bombardement. Het zwaar verwoeste gebied in het midden is later Plein 1944 geworden. thumb|240px|Zicht vanaf de Dominicuskerk op (in het midden) de deels verwoeste Molenstraatkerk kort na het bombardement; rechts vooraan ook de Broerstraat Gotha-missie afgeblazen 177 Amerikaanse bommenwerpers van het type B-24 Liberator, begeleid door enkele tientallen jagers van de typen P-38, P-47 en P-51, stegen 22 februari 's ochtends om 9.20 uur op vanuit de vliegbasis RAF Bungay bij het Engelse dorpje Flixton. Zij vlogen richting de Duitse stad Gotha met als doelwit de Gothaer Waggonfabrik, waar onder andere Messerschmitt-jachtvliegtuigen werden gemaakt. Hiervoor moest men vier uur lang over Duits grondgebied vliegen, wat het tot een zeer riskante missie maakte. Als Gotha niet kon worden bereikt, dan was Eschwege het doel, en als dat ook niet lukte, dan moesten de piloten zelf op de terugweg naar Engeland een gelegenheidsdoel in Duitsland uitzoeken.
Toen de groep op weg naar Duitsland Nijmegen om 12.14 uur (CET) passeerde, liet seinwachter Van Os het luchtalarm afgaan en zochten de Nijmegenaren dekking in schuilkelders tot de kust veilig was.Brinkhuis (1984), p. 86. Kort daarna, rond 13.00 uur, zo'n 10 mijl voorbij de Nederlands-Duitse grens, kregen de bommenwerpers van het commando te horen dat de aanval moest worden afgeblazen omdat het boven Gotha te bewolkt zou zijn voor een effectief bombardement; men kreeg het bevel om terug te keren naar Engeland. Ook Eschwege lag nog ver buiten bereik, dus gelegenheidsdoelen op de weg terug kwamen nu in aanmerking.
Bombardement Tegelijkertijd omkeren met honderden vliegtuigen die in formatie moesten blijven vliegen was erg moeilijk en werd een grote chaos, waarbij de groep uiteenviel in verschillende eskaders die zelf allemaal de weg naar Engeland terug zochten. Onderweg keek men naar gelegenheidsdoelen en uiteindelijk werden Nijmegen, Arnhem, Deventer en Enschede uitgekozen en aangevallen. Bij het bombardement op Arnhem vielen op diezelfde dag 57 doden, in Enschede 41 (naast 42 zwaargewonden).'Vergissingsbombardement' op Arnhem, Mijn Gelderland
Het eskader dat die dag naar Nijmegen vloog, bestond uit twaalf Liberators van de 446e BG (Bombardementsgroep), waarbij twee verdwaalde Liberators van de 453e BG zich aangesloten hadden.Brinkhuis (1984), p. 74. De vliegers waren van tevoren slecht geïnformeerd over of Nijmegen een Nederlandse of Duitse stad was, of door Duitsers bezette steden wel of niet mochten worden gebombardeerd en zo ja op wat voor manier, en men was nalatig in het uitzoeken welke steden men precies ging bombarderen, mede door miscommunicatie vanwege technische problemen zoals een vastzittende zendsleutel van een van de radiotelegrafisten, waardoor ook de communicatie met en tussen andere vliegtuigen bemoeilijkt werd.
Om 12:36 vlogen er ruim 150 vliegtuigen van west naar oost over de stad. Op dat moment gebeurde er verder niets bijzonders. Seinwachter Van Os gaf om 13.16 uur het sein "veilig". Om onduidelijke redenen heeft hij het luchtalarm geen tweede keer geluid zodra 14 van de vliegtuigen terugkeerden in het Nijmeegse luchtruim, luttele minuten na dit eerste bericht, waardoor er deze keer niet ruim van tevoren massaal dekking werd gezocht. Naderhand verklaarde Van Os dat hij pas weer het luchtalarm luidde toen hij explosies hoorde vanuit het stadscentrum.
Om 13.28 uur werden er 144 brisantbommen afgeworpen van elk 500 pond, en 426 twintig-ponds splinterbommen. Het eigenlijke gelegenheidsdoel, het stationsterrein, werd met succes geraakt, maar een aanzienlijk deel van de bommen viel in het centrum op woonhuizen en andere burgerdoelen, waarbij honderden onschuldige en ongewapende burgers omkwamen.
Achteraf beweerden officiële geallieerde bronnen dat de piloten dachten dat zij nog boven Duitsland vlogen en Nijmegen hadden aangezien voor de Duitse steden Kleef of Goch. Het bombardement is dan ook lange tijd algemeen doorgegaan voor een vergissing van geallieerde zijde. Sommige vliegers verklaarden echter zelf een uur na de landing in Engeland al dat ze Nijmegen hadden gebombardeerd. Een navigator meldde dit zelfs al terwijl hij nog in de lucht was, korte tijd na het bombardement.
Schade en slachtoffers Omgekomen burgers Officieel kwamen er bij dit bombardement in totaal 773 mensen om het leven, vrijwel allemaal burgers. Dit laatste werd toegeschreven aan nalatigheid bij het bombarderen van een militair doelwit in de stad. 705 van hen stierven op de dag van het bombardement zelf, nog eens 68 anderen bezweken later aan hun verwondingen. Onder de doden waren naar verhouding ook veel jonge kinderen; de Montessori-kleuterschool en de sociëteit van JMJ aan de Lange Burchtstraat werden beide vol getroffen, waarbij zeker 24 kinderen en acht geestelijken het leven lieten.Montessorikleuterschool en klooster Saint Louis, Oorlogsdoden Nijmegen Bij 15 door het bombardement omgekomen slachtoffers (vier kinderen, tien vrouwen en één man) is identificatie nooit gelukt.Bombardement 22 februari 1944, Oorlogsdoden Nijmegen
Vermoed wordt dat het werkelijke aantal doden door het bombardement boven de 800 ligt. Dat het officieel vastgestelde dodental lager is, komt onder meer doordat onderduikers niet als vermist opgegeven konden worden en niet alle lichamen konden worden teruggevonden. Daardoor is het waarschijnlijk dat dit het dodelijkste bombardement ooit op Nederlands grondgebied is geweest.
Materiële schade Een groot deel van de historische, deels nog middeleeuwse binnenstad werd door dit bombardement vernietigd; er gingen in totaal zo'n 1300 percelen verloren, waaronder vele honderden winkels en woningen en vier van de vijf kerkgebouwen., p. 147-149 Pas op 24 februari waren alle branden in de stad gedoofd.
Later zou hier nog alle schade door onder meer Operation Market Garden en een nieuw bombardement door de Duitsers bij komen.Bombardement 22 februari 1944, 4 en 5 mei Nijmegen
Verwoestingen in de Bovenstad Het getroffen gebied reikte in het noorden tot aan de Grote Markt, het Sint-Stevenskerkhof en de Korte en Lange Burchtstraat. In het westen reikte het tot ongeveer aan de Pijkestraat. In het oosten reikte de verwoesting tot en met de Korte en Lange Nieuwstraat, de Oude Stadsgracht, Pauwelstraat, en Lange Koningstraat.Stadscentrum, noviomagus.nlLange Nieuwstraat, Oorlogsdoden Nijmegen De Broerstraat werd eveneens voor een flink deel getroffen, waarbij de kerk door puur toeval gespaard bleef (maar tijdens Operation Market Garden alsnog gedeeltelijk zou worden verwoest). Een deel van de Ziekerstraat lag ook nog in het oosten van het getroffen gebied, deze straat werd vooral aan de noordzijde geraakt. De noordzijde van de Molenstraat lag precies aan de zuidoostelijke rand van de getroffen zone en deze straat bleef bij het bombardement grotendeels gespaard, de Korte Molenstraat werd wel geraakt.Korte Molenstraat 15, Oorlogsdoden Nijmegen De verwoesting was vrijwel totaal in het gebied meteen ten noordwesten van de kruispunten van de Korte Molenstraat, Ziekerstraat en Broerstraat (dat tegenwoordig ongeveer overeenkomt met Plein 1944). Hier hadden tot dan toe een aantal belangrijke verbindingsstraten en stegen gelopen: in westelijke richting liep hier tot aan het bombardement de Zeigelbaan, in het verlengde daarvan liepen nog verder naar het westen de Kroonstraat en Achter Valburg. Iets noordelijker liepen ongeveer parallel de Oude Varkensmarkt en in het verlengde daarvan de Doddendaal. Ook liepen hier nog het meest zuidoostelijke stuk van de Houtstraat en het noordelijke deel van de Bloemerstraat (deze laatste twee straten bestaan nog, maar zijn ingekort). De Scheidemakersgas, de langste gas van heel Nijmegen, lag ook in het vol getroffen gebied. De nabijgelegen Piersonstraat werd alleen aan de uiterste noordzijde geraakt.
De Grote Markt werd voornamelijk aan de zuidzijde getroffen, maar hier was de verwoesting wel zeer groot. Ook werden bijna alle gebouwen getroffen van de Katholieke Universiteit Nijmegen, die destijds in de binnenstad was gevestigd.
Verwoestingen in de Benedenstad De Benedenstad werd over het geheel genomen minder zwaar getroffen door dit bombardement dan de Bovenstad. Wel raakte de Commanderie van Sint Jan, een van de alleroudste gebouwen in het centrum, zwaar beschadigd. Het noordelijke deel van de Stikke Hezelstraat lag net aan de noordrand van de getroffen zone; hier vielen eveneens veel burgerslachtoffers, ook doordat de toren van de Stevenskerk op enkele woningen neerkwam.StevenskerkCat, noviomagus.infoEnkele bommen troffen het Valkhof en Kelfkensbos, met hier zeker 35 doden tot gevolg, vooral door splinterbommen.Bombardement 22 februari 1944 Kelfkensbos, Oorlogsdoden Nijmegen
Het station en omgeving Het oude spoorwegstation, het eigenlijke doelwit van de Amerikaanse vliegers, werden inderdaad getroffen, evenals een deel van de directe omgeving. Het stationsgebouw stond hierna echter nog deels overeind. De gasfabriek rechts van het station was ook een van de eigenlijk doelwitten, maar deze fabriek bleef juist ongeschonden.Het station en omgeving na de oorlog, noviomagus.nl Enkele maanden later werd het stationsgebouw nogmaals gebombardeerd, nu door de Duitsers. Na de oorlog is wat er nog resteerde van dit gebouw bijna geheel gesloopt, waarna op dezelfde plek het huidige station is gebouwd.
Tegenover het station stond het Oranje Hotel, dat ook werd verwoest.Oranje Hotel, Nijmegen, Verdwenen Bouwwerken Op het Stationsplein zelf vielen zeker 80 doden.