De Grote Kerk of Sint-Stevenskerk, in de volksmond meestal Stevenskerk genoemd, is de oudste en tevens grootste kerk in het centrum van Nijmegen, in de Nederlandse provincie Gelderland. De kerk is in de 13e eeuw gebouwd op een kleine heuvel, de Hundisburg.
Geschiedenis miniatuur|Antwoorden en onopgeloste mysteriën in monografie over Stevenskerk
Voorgeschiedenis (7e-13e eeuw) In de zevende eeuw moet er in het kader van de toenmalige kersteningscampagne van bisschop Kunibert van Keulen, aan het Valkhof de Gertrudiskerk zijn gebouwd; naar algemeen wordt aangenomen was dit de allereerste parochiekerk in de geschiedenis van Nijmegen. Tegelijk geldt deze eerste Nijmeegse kerk als de rechtstreekse voorloper van de Stevenskerk. Er is geen rechtstreeks bewijs voorhanden (in de vorm van bijvoorbeeld oude kaarten of teruggevonden archeologische resten) dat het bestaan van deze Gertrudiskerk ondersteunt. Niettemin wordt de kerk enkele malen genoemd in overgeleverde geschriften.
Nadat Nijmegen en omgeving in 1247 door Willem II van Holland in pand waren gegeven aan graaf Otto II van Gelre (een lening die hierna nooit zou worden ingelost), moest de Gertrudiskerk aan het Valkhof om diverse strategische redenen van deze plek verdwijnen.
Aanbouw en ingebruikname vanaf 1254 In 1254 werd met de bouw van een nieuwe kerk op de Hundisburg begonnen. (2008): Stratenlijst gemeente Nijmegen 2008. Gearchiveerd op 7 april 2023. De grond hiervoor werd in dat jaar ter beschikking gesteld door Otto II; dit is een van de zeven heuvels waarop de stad Nijmegen ligt (en waaraan ze een van haar diverse bekende bijnamen dankt) en tevens de laatste uitloper van de stuwwal. Destijds was dit tevens het meest westelijke puntje van de stad.
Aanvankelijk werd er bij de bouw van de kerk veel gebruik gemaakt van tufsteen, en was de bouwstijl overwegend Romaans.Nijmegen – St. Stevenskerk, spannendegeschiedenis.nl Bij de verdere uitbreiding van de kerk in de eeuwen daarna schakelde men over op een meer gotisch georiënteerde bouwstijl. Het huidige kerkgebouw wordt overwegend door die laatstgenoemde stijl gekenmerkt.NIJMEGEN – ST. STEVENSKERK, muizenest.nl
Aan het Valkhof bouwde men nu een Sint-Gertrudiskapel, die een paar eeuwen later weer is afgebroken.Gertrudiskapel, Parochiekerk op het Valkhof, Mijn Gelderland
Inwijding Het oudste gedeelte van de huidige Stevenskerk werd op 7 september 1272 (volgens sommige bronnen een jaar later, dus 1273) gewijd door de Keulse bisschop Albertus Magnus.Stevenskerk, stevenstoren en de regenboog, regenboogroutes.nlSt. Stevenskerkhof 61, De Sint Stevenskerk, noviomagus.nl De Heilig Grafkapel van de kerk herbergt tegenwoordig nog een reliek van hem. De kerk als geheel was toen nog in staat van aanbouw. De bouwpastoor, Lambertus Friso, moet snel na de wijding zijn begonnen met het bouwen van de eerste kerktoren, die in Romaanse bouwstijl was. Sporen van deze oorspronkelijke toren zijn tegenwoordig nog te vinden in de onderbouw en zijbeuken.
Albertus Magnus verordonneerde ook dat in Nijmegen voortaan elk jaar de Maria-Omdracht zou worden gehouden, een processie die van de Stevenskerk naar het Valkhof trok. Deze traditie zou vervolgens, met enkele onderbrekingen, tot het eind van de 20e eeuw in stand blijven; in 1994 is de tocht uiteindelijk voor het laatst gehouden.
Bestuurlijk viel de Stevenskerk op dat moment onder het gezag van het kapittel van de Apostelenkerk in Keulen.
14e-16e eeuw Omstreeks 1307 was de kerk grotendeeld voltooid, en moet er met de bouw van de toren zijn begonnen. Het was een kruisbasiliek in een overwegend romaans-gotische stijl geworden. Omstreeks 1326 was ook de kerktoren klaar. Het eerste nieuwe koor en transept kwamen gereed in de periode 1343-1361.
De kerk werd van de dertiende tot en met de zestiende eeuw herhaaldelijk verbouwd en verder uitgebreid. Zo kwam er onder andere een kooromgang (naar een ontwerp van Gisbert Schairt). Tussen 1371 en 1428 werden de zijbeuken op gelijke hoogte gebracht met het middenschip, waarmee de Stevenskerk tevens een hallenkerk werd. In de periode 1420-1456 werd aan de achterkant ook nog het hoofdkoor gebouwd, inclusief zeven straalkapellen.
In 1429 woedde er voor het eerst een grote brand, waarbij de toren afbrandde en zeven kerkklokken verloren gingen. Johannes Smetius meldt dat deze brand midden op de dag uitbrak, zonder schade aan de aangrenzende gebouwen. De oorzaak lijkt nalatigheid van de torenwachters te zijn geweest. De rest van de kerk bleef hierbij gespaard. Binnen twee jaar was het gebouw weer hersteld en was er een nieuwe kerktoren gereed. Ook de klokken werden vervangen.
Rond 1430 is ook de sacristie voltooid, of mogelijk toen weer hersteld na de brand van het jaar ervoor.Grote of St Stevenskerk op monumentenlijst Nijmegen Aan het begin van de 15e eeuw waren de stedelijke privileges (waaronder het zegelstempel) opgeslagen in een houten kist, die vanaf die tijd in de sacristie van de Stevenskerk werd bewaard.
Catharina van Bourbon overleed in 1469 tijdens een verblijf in de Valkhofburcht. Zij is in de Sint-Stevenskerk begraven voor het hoogaltaar, de eervolst mogelijke plek. Op het koorgedeelte boven de grafkelder staat een hoge tombe, die wordt afgedekt door een koperen plaat met een gravure van haar beeltenis. Catharina van Bourbon liet een deel van haar financiële vermogen na aan de Stevenskerk, zodat het nu een collegiale kerk kon worden. In 1475 werd de Stevenskerk dan ook tot deze status verheven. Paus Sixtus IV verleende toestemming voor de oprichting van een eigen kapittelzaal in het kerkgebouw. In deze tijd moeten er 30 altaren in de kerk zijn geweest; waar deze later zijn gebleven, is onbekend.
Op kosten van Catharina van Bourbons zoon Karel van Gelre (Karel van Egmond) werd in 1511 op het hoogkoor voor haar ook nog een grafmonument van natuursteen opgericht. Dit was gemaakt door Wilhelm Loemans, en het is vandaag de dag nog te bezichtigen. Er zijn ook grafplaten voor de kanunnik Thomas Buys en burgemeester Jacob Leeuwens.
Tussen 1542 en 1565 werd er een nieuw transept gebouwd. Tussen 1567 en 1579 volgde nog het zuidportaal.Stadswandeling, noviomagus.nl
Op 14 februari 1566 (tijdens de viering van Valentijnsdag) werd de kerktoren door de bliksem getroffen. De kerkklokken gingen daarbij verloren. De vervangende toren was een ontwerp van Jan Kelffken en Severijn van Kessel, die zich sterk inspireerden op de torenspits van de Oude Kerk van Amsterdam, die twee jaar eerder was vervangen. In 1567 werden er vier nieuwe klokken in de toren gehangen die waren ontworpen door twee broers, de klokkengieters Van Trier. Omstreeks 1570 was de nieuwe toren helemaal klaar.
Het is onduidelijk of de kist met stedelijke privileges in de 16e eeuw een tijdlang al dan niet in het stadhuis bewaard is geweest. Uiteindelijk werden de privileges vanaf 1560 opgeborgen in een eikenhouten ladekast. Deze ladekast zou daarna nog tot 1849 aan de noordkant van de Heilig Grafkapel van de Stevenskerk worden bewaard.De kast is in 1849 (weer?) overgebracht naar het stadhuis, maar is daar uiteindelijk verloren gegaan door het oorlogsgeweld in 1944. De meeste stadsarchieven konden toen echter worden gered.
Protestants (vanaf 1591) In 1590 ging de pas twintig jaar oude torenspits van de Stevenskerk door de beschietingen verloren, maar is daarna snel weer vervangen. De klokken en het uurwerk werden uit de beschadigde toren verwijderd. Op 23 december 1590 werd met een raadsbesluit verordonneerd dat de Broederkerk voorlopig de rol van avondklok (ook wel "boevenklok" genoemd) zou overnemen. De onderbouw van de toren was drie jaar later weer hersteld.
Na het beleg van Nijmegen (1591) werden de protestanten de baas in de stad. De Stevenskerk, die tot dan toe katholiek was geweest, werd nu definitief protestants (hetzelfde gebeurde toen met de Broederkerk), met vrij verregaande gevolgen. Alle voorheen aanwezige altaren werden nu verwijderd. Ook werden de houten beelden verbrand en de meeste stenen beelden vernield; men ontdeed ze van hun hoofden.Het verhaal van kerk en stad, stevenskerk.nl De kerk, die voordien bontgekleurd was geweest, werd nu aan de buitenkant witgekalkt. Er volgde nog heel even een katholiek intermezzo omstreeks 1672, na het beleg van Nijmegen waarbij de stad gedurende twee jaar door een Frans garnizoen werd bezet. De Stevenskerk was de enige kerk in Nijmegen die de protestanten tijdens deze bezetting moesten afstaan.
De kerk kreeg ook te maken met de Beeldenstorm. Een deel van de aanvankelijk in de Stevenskerk aanwezige kunstschatten en relieken is door al deze gebeurtenissen verdwenen, waaronder een arm van de heilige Stefanus. Slechts één sculptuur (van "Jezus als Salvator") bleef onbeschadigd.
17e-19e eeuw 100px|thumb|Aquarel van Hendrik Hoogers uit 1776, met op de achtergrond de Stevenskerk In 1604-1605 ontwierp een bouwmeester uit Leiden een nieuwe, vervangende torenspits. De herbouw na de verwoesting in 1590 kostte ruim 9755 gulden. In 1623 en 1632 werden er twee tochtportalen van eikenhout gemaakt, die nog altijd bestaan. In 1639 of 1640 werd er in Amsterdam een eerste uit hout gesneden hervormde preekstoel voor de Stevenskerk gemaakt. In 1644 kwam er ook nog een herengestoelte voor het stadsbestuur.
Restauraties en nieuwe aanvullingen Uit de 18e eeuw dateren een tweede, eenvoudige hervormde preekstoel en orgelkast. De "Prinsenbank" (voor de afgevaardigden namens het Kwartier van Nijmegen in de Provinciale Staten) dateert uit 1771.
Van 1772 tot 1777 onderging de kerk voor het eerst een grote restauratie, maar dit gebeurde weinig zorgvuldig. Het vervalproces van het gebouw ging hierna nog door.
In 1776 kwam het belangrijkste orgel van de kerk gereed, het Königorgel. Het koororgel dateert van iets eerder, ca. 1700. Dit tweede orgel komt uit de Ardennen; de maker is onbekend. Een derde orgel in de kerk werd midden 18e eeuw gemaakt door Pieter van Assendelft; dit orgel had eerder in de Hervormde Kerk te Ommeren gestaan.
Hervormde Gemeente In 1810 werd de kerk bij koninklijk besluit eigendom van de Hervormde Gemeente; de burgerlijke gemeente houdt sindsdien de toren officieel in eigendom tot heden ten dage in verband met de verdedigingswerken van de stad. In de hiernavolgende periode raakte de kerk in een steeds ernstiger staat van verval. Het vaste luiden van de avondklok werd in deze tijd afgeschaft.
Vanaf 1886 stond aan de Augustijnenstraat de nieuw gebouwde Sint-Augustinuskerk, waarvan de toren net iets hoger reikte dan de Stevenskerk. Vanaf dat moment waren de beide kerktorens naast elkaar gedurende een aantal decennia zeer bepalend voor de skyline van Nijmegen.
Vanaf eind 19e eeuw werden er voor het eerst op grote schaal gebouwen in het stadscentrum gerestaureerd. Dit gebeurde toen echter niet met de Stevenskerk, onder meer vanwege onenigheid binnen de Hervormde Gemeente en omdat de belangstelling voor geloofszaken – en daarmee dus voor gebedshuizen – in het algemeen wat aan het teruglopen was. Het gebouw verkeerde daardoor omstreeks het begin van de 20e eeuw in slechte staat.
20e eeuw Verwoesting (1944-1945) 120px|thumb|De na het bombardement zwaar beschadigde kerk, maart 1944
Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde de Sint-Stevenskerk bijna helemaal in een ruïne als gevolg van het bombardement dat de United States Army Air Forces op 22 februari 1944 uitvoerde op het centrum van Nijmegen. Onder meer de torenspits ging geheel verloren, een deel hiervan kwam neer op de westelijke zijbeuk. Ook de rest van de toren raakte ernstig beschadigd, evenals de zijbeuk. De ingestorte kerktoren belandde deels op het schip en deels op enkele aangrenzende woningen aan de Stikke Hezelstraat. Vijf torenwachters die werkten voor de Luchtbeschermingsdienst kwamen hierbij om. Voor alle oorlogsslachtoffers is door Mari Andriessen een plaquette "de Engel" gemaakt, als monument bij de kerk.Mari AndriessenMonument voor de burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog 1959, thestorybehind.it