thumb|The House of Lords (1809) thumb|Barones Helene Hayman (links), de eerste Lord Speaker van het Britse Hogerhuis, ontvangt Svetlana Medvedeva, echtgenote van de voormalige Russische president Dmitri Medvedev thumb|The House of Lords Chamber

Het Hogerhuis of House of Lords is een van de drie leden van het bicamerale parlement van het Verenigd Koninkrijk. Het lichaam, gevestigd in het Londense Palace of Westminster, is aristocratisch van oorsprong. Het bestaat uit personen die niet democratisch worden verkozen, maar die zetelen dankzij benoeming (life peers) of dankzij hun hoge ambt in de Church of England (Lords Spiritual). Op wetgevend vlak kunnen in het Hogerhuis wetsvoorstellen worden ingediend, geamendeerd of afgewezen, maar heeft het verkozen Lagerhuis het laatste woord. Op uitvoerend vlak komen leden van het Hogerhuis in aanmerking voor kabinetsposities, zij het meestal de lagere. Rechtelijke functies hebben de Lords niet meer sinds de afschaffing van de Law Lords in 2009.

Werking Het uit de 14e eeuw daterende Hogerhuis is de tegenhanger van het Lagerhuis (House of Commons, vergelijkbaar met de Nederlandse Tweede Kamer of de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers). Er heerst een ingetogener sfeer dan in het Lagerhuis. De leden spreken elkaar tijdens zittingen aan met my noble friend of my noble lady, het is bij uitstek een belichaming van oude tradities. De voorzitter, de Lord Speaker, zit op de Woolsack zetel, nog altijd bekleed met een wolzak, omdat in de middeleeuwen de schapenteelt werd beschouwd als de economische basis van Engeland.

Het huis heeft niet veel macht. Het kan besluiten van het Lagerhuis hooguit een jaar tegenhouden. Wel heeft het initiatiefrecht en wordt wetgeving regelmatig geamendeerd op initiatief van het Hogerhuis.

Geschiedenis Twijfel over het bestaansrecht van het Hogerhuis is geen recent verschijnsel; in 1649 werd het zelfs afgeschaft door de revolutionaire Oliver Cromwell, die ook al met de monarchie had afgerekend. Na de restauratie van de monarchie werd het in 1660 echter weer hersteld in een sterkere positie dan het Lagerhuis, die het tot in de 20e eeuw behield.

Rond 1910 rees er een ernstig constitutioneel conflict over de positie van het House of Lords. De liberalen regeerden sinds 1906 met een grote meerderheid in het Lagerhuis en accepteerden niet meer, dat hun wetten het risico liepen door het conservatieve Hogerhuis te worden weggestemd of geamendeerd. De radicale minister van Financiën David Lloyd George dreef de zaak op de spits met een zeer activistische begroting voor het jaar 1910, waarin ook de registratie van het grondbezit werd geregeld. De Lords vonden deze methode juridisch onhoudbaar, waarmee het spel op de wagen was.

Vervroegde verkiezingen losten niets op en een serie constitutionele gesprekken evenmin. In 1911 kwam Asquith met een Parliament Bill, die het vetorecht van de Lords reduceerde tot een periode van twee jaar. Hij liet doorschemeren dat de nieuwe koning George V bereid was om indien nodig 500 nieuwe Lords te benoemen om de regering een meerderheid in het Hogerhuis te verschaffen. De Tories raakten verdeeld in twee kampen: de ditchers die zich in de laatste gracht wilden verschansen, en de hedgers, die zich tactisch wilden terugtrekken. De laatsten wonnen het pleit: de Parliament Bill werd op 10 augustus 1911 aangenomen met 131 tegen 114 stemmen. Er hadden 37 Tories plus veertien bisschoppen voor de wet gestemd. Een groot deel van de conservatieven verliet onder aanvoering van Lord Lansdowne voor de stemming de vergaderzaal.

Afschaffing van de rechterlijke functie Naast wetgevende had het Hogerhuis van oudsher ook rechterlijke bevoegdheden. Op het vlak van hoger beroep werden deze in 1876 geconcentreerd bij twee law lords, officieel genaamd Lords of Appeal in Ordinary.Appellate Jurisdiction Act 1876 Dit waren hoge rechters die werden benoemd, aanvankelijk voor de duur van hun rechterlijk ambt, maar vanaf 1887 voor het leven.Appellate Jurisdiction Act 1887 Zij vormden het hoogste hof voor strafzaken in Engeland, Wales, Noord-Ierland en voor civielrechtelijke zaken in het hele Verenigd Koninkrijk. Nadat hun aantal stelselmatig was opgedreven tot twaalf, kwam in 2009 een einde aan de law lords, die hun bevoegdheden zagen overgeheveld naar het Hooggerechtshof van het Verenigd Koninkrijk.Constitutional Reform Act 2005

Toelating van vrouwelijke leden In de middeleeuwen kwam het voor, weliswaar zelden, dat adellijke of geestelijke vrouwen zetelden in het Hogerhuis. Deze praktijk doofde nadien uit. Na het aannemen van de Sex Disqualification (Removal) Act 1919 verzocht de suffragette Margaret Haig Thomas, 2nd Viscountess Rhondda, om een plaats op in het Hogerhuis. Het Committee of Privileges keurde haar verzoek initieel goed, maar in een nieuwe samenstelling wees deze commissie het in 1922 alsnog af.

Vanaf 1958 konden ladies dan toch weer lid zijn van het House of Lords, zij het voorlopig slechts als life peers.Life Peerages Act 1958 In dat jaar traden de eerste vier vrouwen toe. Erfelijke peeresses maakten hun intrede vanaf 1963.Peerage Act 1963 Met Rachel Treweek trad in 2015 voor het eerst sinds de middeleeuwen weer een vrouwelijke Lord Spiritual toe tot het Hogerhuis. Dit was mogelijk gemaakt doordat het ambt van bisschop in de Anglicaanse Kerk werd opengesteld voor vrouwen.Bishops and Priests (Consecration and Ordination of Women) Measure 2014 Een tijdelijke maatregel gaf vrouwelijke bisschoppen tot 2030 zelfs prioriteit om openvallende zetels te vullen.Lords Spiritual (Women) Act 2015

Uitsluiting van erfelijke peers Van oudsher zetelden in het Hogerhuis edelen die hun zetel verkregen door vererving (hereditary peers). Deze situatie werd beëindigd in twee fasen.

Onder het kabinet-Blair I werd het principe van de vererving in 1999 afgeschaft, maar werd uitzondering gemaakt voor de Earl Marshal, de Lord Great Chamberlain en negentig edelen die door het huis werden verkozen:House of Lords Act 1999

15 erfelijke edelen gekozen door het gehele huis 75 erfelijke edelen gekozen door de erfelijke edelen in het huis

Het in voege treden van deze hervorming bracht van aantal leden van het Hogerhuis terug van 1330 tot 669.

In een tweede fase werden onder het kabinet-Starmer ook deze 92 erfelijke zetels afgeschaft in 2026.House of Lords (Hereditary Peers) Act 2026 De twee Great Officers of State (Earl Marshal en Lord Great Chamberlain) bleven lid om hun ceremoniële functies uit te oefenen, maar zonder zetel.

Mislukte hervorming van 2010-2012 In maart 2010 berichtte de The Sunday Telegraph op basis van gelekte gegevens dat de Britse regering het Hogerhuis wilde afschaffen en een nieuwe Kamer wilde installeren, die vermoedelijk de Senaat genoemd zou moeten worden. Volgens de krant was het een strategie van de regerende Labour Party voor de komende parlementsverkiezingen; zo zouden ze de Conservatieve Partij uit de tent willen lokken.

Na die verkiezingen, die Labour verloor, trad in mei 2010 een regering van Liberal Democrats (LD) en de conservatieven aan. Hierin werden op initiatief van LD afspraken gemaakt over het reduceren van het aantal leden van het Hogerhuis tot 450, die bovendien voor 80 procent gekozen in plaats van benoemd zouden moeten worden en niet langer de titel lord zouden mogen dragen. Aan de kant van de conservatieven was hier echter veel verzet tegen, waardoor in 2012 een stemming in het Lagerhuis over de kwestie niet doorging, tot verontwaardiging van de vicepremier van LD, Nick Clegg.Hervorming Hogerhuis van de baan, NOS Nieuws, 6 augustus 2012. Gearchiveerd op 7 december 2021.

Samenstelling De leden van het Hogerhuis worden niet via verkiezingen gekozen, maar worden benoemd door de kroon (als Fountain of Honours) of zetelen uit hoofde van hun ambt in de Church of England. Het aantal leden is niet vastgesteld en varieert dus doorheen de tijd.

De eerste groep (Lords Temporal) bestaat uit circa zeshonderd life peers, die lid zijn voor het leven. Zij worden benoemd door de kroon en hebben de rang van baron(es). In 2001 werden vijftien people's peers benoemd: burgers die door een onafhankelijke commissie waren voorgedragen voor benoeming.

De tweede groep (Lords Spiritual) bestaat sinds 1847 uit maximaal 26 geestelijken van de Church of England.Claire Brader, Lords spiritual in the House of Lords explained, House of Lords Library, 5 januari 2024 De Kerk van Schotland, de Kerk in Wales en de Church of Ireland hebben geen vertegenwoordigers, omdat dit geen staatskerken zijn. De Lords Spiritual zijn lid van het Hogerhuis zolang ze hun kerkelijke ambt bekleden. Vijf geestelijken zijn altijd lid: de aartsbisschoppen van Canterbury en York, en de bisschoppen van Londen, Durham en Winchester. De 21 overigen worden geselecteerd op basis van wettelijke criteria. In principe komt een openvallende zetel toe aan de bisschop met de hoogste anciënniteit, maar in 2015-2030 wordt voorrang gegeven aan bisschoppen van het vrouwelijk geslacht.

Voorzitter Voorzitter van het Hogerhuis was tot 2006 de Lord Chancellor. Hij werd benoemd door koningin Elizabeth en was een van de leidende ministers, aanvankelijk zelfs regeringsleider. Naarmate het gewicht van het Lagerhuis toenam, nam de macht van de Lord Chancellor af. Op 6 juli 2006 koos het Hogerhuis voor het eerst zelf een voorzitter (Lord Speaker).

Troonrede Het huis is ook in gebruik voor ceremoniële staatsbijeenkomsten, waaronder het uitspreken van de jaarlijkse troonrede. De troon voor het staatshoofd is van architect Augustus Welby Northmore Pugin en dateert van 1847. Er horen twee kleinere zetels (neventronen) bij: voor de gemaal en de meerderjarige opvolgers van het staatshoofd.

Categorie:Wetgevende macht in het Verenigd Koninkrijk