thumb|right|Kaart die locatie toont van zes van de plaatsen delict (rode cirkels). Linksonder: Mitre Square (waar Catherine Eddowes is gevonden), rechtsonder: Berner Street (waar Elizabeth Stride is gevonden). Andere plaatsen zijn (kloksgewijs vanaf boven): Dorset Street (Mary Jane Kelly), Osborn Street (Emma Elizabeth Smith), George Yard (Martha Tabram) en Castle Alley (Alice McKenzie).
Jack the Ripper is de naam die gegeven is aan een seriemoordenaar die in de tweede helft van 1888 in Londen vrouwen verminkte en vermoordde. De naam komt uit een brief van iemand die beweerde de moordenaar te zijn, verstuurd naar de politie ten tijde van de moorden. De schrijver ervan kende details die alleen de moordenaar kon weten (daderkennis). De identiteit van Jack the Ripper is nooit achterhaald.
Vijf moorden werden op loopafstand van elkaar gepleegd waarbij de slachtoffers ernstig toegetakeld werden. Deze worden toegeschreven aan de seriemoordenaar Jack the Ripper. De slachtoffers zijn bekend geworden als the canonical five. Daarnaast zijn in Whitechapel van 1888 tot 1891 nog vijf, mogelijk zes vrouwen vermoord van wie niet volkomen duidelijk is of ze door dezelfde dader omgebracht zijn.
Waarom de vrouwen vermoord zijn, is nooit vastgesteld. Er bestaat een reeks theorieën (zoals de Royal Conspiracy Theory), maar geen enkele daarvan wordt in brede kring aangehangen. De mythe die de moorden omringt, vindt zijn oorzaak in een combinatie van geschiedkundig onderzoek, samenzweringstheorieën en folkloristische verzinsels. Door de beperkte feitenkennis over de moordenaar werd de verbeelding in de loop der tijd zodanig gestimuleerd, dat naar tal van mensen met een beschuldigende vinger werd gewezen.
Slachtoffers Het aantal en de namen van de slachtoffers van de Ripper is onderwerp van discussie, maar over het algemeen wordt aangenomen dat de vijf onderstaande vrouwen tot zijn slachtoffers behoren. Zij worden daarom wel als 'canonieke' slachtoffers aangeduid: degenen waarvan algemeen wordt aangenomen dat zij inderdaad tot de Ripper-moorden behoren. Veelal worden zij allen aangeduid als prostituee, maar of dat correct is, is maar zeer de vraag. Hoewel vrouwen in de arme wijk Whitechapel deden aan gelegenheidsprositutie, probeerden velen ook de kost te verdienen door in de schoonmaak, was of het venten geld te verdienen. Velen van hen knoopten ook betrekkingen aan met mannelijke beschermers, soms kort en soms in een jarenlange relatie. Vanuit de hogere klassen werd op deze leefwijze neergekeken en werd over al deze vrouwen gesproken als prostituee. Historica Hallie Rubenhold geeft aan dat van drie van de vijf vrouwen niet onomstotelijk vast staat dat de term 'prostituee' daadwerkelijk op hen van toepassing was.
Mary Ann Nichols (meisjesnaam Mary Ann Walker, bijnaam "Polly"), geboren op 26 augustus 1845 en vermoord op 31 augustus 1888 in Buck's Row, Whitechapel. Omstreeks half twee in de nacht verliet Mary Ann "Polly" Nichols een pension omdat ze geen geld had voor een slaapplaats. Ze is vervolgens om half drie voor het laatst gezien, op de hoek van Osborn Street en Whitechapel Road. Ruim een uur later, omstreeks tien over half vier, werd haar lichaam gevonden in Buck's Row, een achterafstraatje in Whitechapel, zonder dat iemand in de tussentijd iets bijzonders had opgemerkt. De lijkschouwer rapporteerde dat Nichols' keel was doorgesneden tot aan de halswervels; ook haar buik was verscheidene keren doorstoken. Alle wonden waren met hetzelfde wapen toegebracht, een vrij scherp mes van ten minste twintig centimeter lang dat met groot geweld gebruikt was. Plaats en richting van de letsels deed vermoeden dat ze toegebracht waren door een linkshandig persoon. Annie Chapman (meisjesnaam Annie Eliza Smith, bijnaam "Dark Annie"), geboren in september 1841 en vermoord op 8 september 1888 in de tuin van Hanbury Street 29, Whitechapel. Haar buik was opengesneden en haar baarmoeder was vakkundig verwijderd.Marriott, pp. 26–29; Rumbelow, p. 42 Elizabeth Stride (meisjesnaam Elisabeth Gustafsdotter, bijnaam "Long Liz" of "Lucky Liz"), geboren in Zweden op 27 november 1843 en vermoord op 30 september 1888 in Dutfield's Yard, bij Berner Street. Werd gevonden met doorgesneden keel. Zij is de enige die niet ernstig is verminkt. Catherine Eddowes (roepnaam Kate, gebruikte ook de achternamen "Conway" en "Kelly" van de mannen waarmee ze samenwoonde, Thomas Conway en John Kelly), geboren op 14 april 1842 en vermoord op 30 september 1888 in Mitre Square in de City. Haar baarmoeder ontbrak en ook de linker nier. In beide wangen was een flap gekerfd. Mary Jane Kelly (beweerde dat haar echte naam "Marie Jeanette Kelly" was, gebruikte soms de naam "Mary Ann Kelly", bijnaam Ginger oftewel "Rooie"), naar verluidt geboren in Ierland rond 1863 en vermoord op 9 november 1888 in haar gehuurde eenpersoonskamer in Miller's Court 13 bij Dorset Street. Zij had grove verminkingen, haar hele buik was ontdaan van organen en haar hart ontbrak.
Aangezien Elizabeth Stride en Catherine Eddowes in dezelfde nacht vermoord zijn werd dit al snel de 'dubbele gebeurtenis' genoemd.Evans and Skinner, Jack the Ripper: Letters from Hell, p. 30; Rumbelow, p. 118 Die nacht werd ook een bebloed schort gevonden naast een muur waarop met krijt "The Juwes are the men that will not be blamed for nothing" geschreven was.Getuigenis van hoofdagent Long, 11 oktober 1888, aangehaald in Evans en Skinner, The Ultimate Jack the Ripper Sourcebook, pp. 213, 233; Marriott, pp. 148–149, 153 en Rumbelow, p. 61 Dit wordt het Goulston Street graffito genoemd. Gezien de reeds bestaande spanningen en verdachtmakingen naar de Joden werd het krijt al snel van de muur gehaald.Getuigenis van hoofdagent Long, 11 oktober 1888, aangehaald in Evans en Skinner, The Ultimate Jack the Ripper Sourcebook, p. 214 en Marriott, p. 154 Een andere theorie vertelt dat Juwes niet slaat op Joden ("Jews") maar op Jubela, Jubelo en Jubelum. Deze drie mensen vermoordden Hiram Abiff, een belangrijk persoon binnen de vrijmetselarij, waardoor duidelijk zou worden dat de moorden een onderdeel zouden zijn van een vrijmetselaarsrite.: Jack the Ripper: The Final Solution (1976)
Sommige "Ripperologen" vinden dat op de lijst van vijf Elizabeth Stride en Mary Jane Kelly niet thuishoren; Stride was nauwelijks verminkt en werd (als de getuigen geloofd mogen worden) in het openbaar aangevallen, Kelly was jonger dan de andere slachtoffers, werd binnenshuis aangevallen en haar verminkingen waren ernstiger dan die van de rest.
Overeenkomsten tussen de slachtoffers De meeste van de canonieke slachtoffers waren rond de 40, een betrekkelijk oude leeftijd voor prostituees. Enige uitzondering hierop was Kelly, die in de 20 was. Vrijwel allemaal waren ze verslaafd aan alcohol. John E. Douglas, een van de eerste FBI profilers, nam aan dat de vrouwen De Ripper aanspraken en dat hij het contact met hen niet hoefde te initiëren. Hij meende dat dit het geval was, omdat De Ripper zich presenteerde als een individu met voldoende geld om seks te kopen bij de prostituees. Hallie Rubenholds twijfel of het hier wel om prostituees ging, zou mogelijk invloed hebben op de wijze waarop Douglas de victimologie benaderde.
Mogelijke slachtoffers Bovenstaande vijf vrouwen worden algemeen aangeduid als de slachtoffers van Jack the Ripper, maar er zijn slachtoffers van andere, soortgelijke aanvallen uit die tijd, die door sommigen zijn voorgedragen als aanvullingen op de lijst. Over deze slachtoffers is in het algemeen weinig bekend. FBI profiler Douglas twijfelde er niet aan dat er nog andere aanvallen waren geweest in Whitechapel die ofwel niet gemeld waren ofwel afgedaan waren als het werk van een ander.
Verdachten Het wegnemen van de lichaamsdelen van de slachtoffers werd vakkundig uitgevoerd. Om deze reden zijn er theorieën die stellen dat de dader wellicht chirurg of slager was.
Andere theorieën wijzen richting het Britse koningshuis; prins Albert Victor zou een kind hebben verwekt bij een prostituee. Om een internationaal schandaal te voorkomen, zouden vooraanstaande leden van de Britse hofhouding getuigen uit de weg hebben geruimd of laten ruimen. Een naam die in deze zogenaamde Royal Conspiracy Theory genoemd wordt is die van sir William Gull, de lijfarts van koningin Victoria. Gull, een bekwaam arts en lid van de Britse vrijmetselarij, zou zich veelvuldig bezig hebben gehouden met occulte rituelen, voortkomend uit de vrijmetselaarsbeweging. De vijf plaatsen delict vormen op de kaart van Londen de vijf punten van een pentagram, een teken dat in de vrijmetselarij vaker voorkomt. Ook andere vrijmetselaars worden genoemd, onder wie Lord Randolph Churchill, de vader van Winston Churchill. De theorie over Churchill brengt de moorden eveneens in verband met de escapades van prins Albert Victor en ziet in de moorden rituele slachtingen, uitgevoerd door een vrijmetselaar.
Hoewel verdachten in alle lagen van de bevolking gezocht werden, verklaarde de inspecteur die belast was met het onderzoek van de Whitechapel-moorden (inspecteur Frederick Abberline) dat "hij en zijn collega een hoop over de zaak en de dader te weten waren gekomen, maar dat hij, conform zijn belofte, zich niet zou uitlaten over de moorden. De dader hoeft men echter niet te zoeken in de lagere klassen van de Britse samenleving. De dader zou tot de elite behoren", aldus Abberline die het spreekverbod dat hij opgelegd had gekregen serieus nam.
Ruim een eeuw na de moorden beweerde schrijfster Patricia Cornwell in het boek Portret van een moordenaar (2002) dat de schilder Walter Sickert weleens Jack the Ripper zou kunnen zijn. Sickert gaf schilderles aan Prins Albert Victor. Cornwell baseert zich op onderzoek en DNA-testen die zij uitgevoerd heeft op brieven van zowel Jack the Ripper als Sickert. Ook heeft zij 211 brieven van the Ripper bestudeerd en is er vrijwel zeker van dat zij hiermee het mysterie van the Ripper heeft opgelost. Zij vertelt in haar boek over de zoektocht die zij ondernam om haar gelijk te bewijzen.
FBI profiler John Douglas meende daarentegen juist dat onderzoekers de brieven links moesten laten liggen; volgens zijn profiel zou De Ripper geen contact hebben opgenomen met de politie. Hij meende dat het om een witte man ging, van 28 tot 36 jaar oud, iemand die niet al te veel opvalt. Hij zou zijn opgegroeid in een familie met een dominante moeder, die waarschijnlijk veel dronk en veel mannen opzocht. Zijn vader zou al dan niet fysiek afwezig zijn. Hij zou waarschijnlijk werk verrichten waar hij alleen kon werken, omdat hij een eenling was. Op zijn werk zou hij zijn destructieve fantasieën, die ook blijken uit de mutilaties van de lichamen van zijn slachtoffers, ook kunnen botvieren. Hij werkte dus mogelijk als slager of hulp van een doodgraver, medische onderzoeker of in het ziekenhuis. Mogelijk werkte hij in het Royal London Hospital, dat slechts één huizenblok verwijderd is van de eerste moord. Hij werkte doordeweeks, omdat alle moorden op vrijdagnacht, zaterdag of zondag gepleegd werden. Douglas schatte in dat de politie hem verscheidene keren gesproken had, maar dat hij zo 'normaal' was dat zij hem niet aanzagen voor Jack the Ripper. Hij meende niet dat de Ripper zelfmoord had gepleegd na de laatste moord, maar dat hij wellicht bijna gepakt was, ondervraagd was door de politie of misschien opgepakt was in verband met een andere misdaad.