thumb|Asanga, stichter van de Yogācāra Yogācāra (Sanskriet: "yogabeoefening"), ook gespeld als yogāchāra, is een boeddhistische filosofie- en psychologieschool. Deze school ontwikkelde zich in het Indiaas Mahayana-boeddhisme in de vierde eeuw na Christus.

Yogācāra wordt ook aangeduid als Vijnanavada ("de Weg van Kennis"), en als het "Subjectief Realisme".

Ontstaan van Yogācāra De Yogācāra heeft haar wortels in Mahayana-geschriften die in de 3e eeuw CE verschenen. De bekendste hiervan is de Lankavatara-sutra.Lankavatara Sutra: inleidingLankavatara Sutra: tekst Deze teksten werden door haar gebruikers gezien als een 'derde draaiing van het Wiel', na de leringen van de Boeddha en de prjna-paramitra soetra's.

De Yogācāra als aparte school werd gesticht door Asanga in de 4e of 5e eeuw. Hij bekeerde zijn halfbroer Vasubandhu tot het Mahayana-boeddhisme. De Yogācāra-school had een aantal eeuwen een prominente positie in de Indiase onderwijstraditie.

Ideeën Volgens de Yogācāra is het bewustzijn (Vijñāna) de basale werkelijkheid: citta-matra, alleen-bewustzijn.Snelling, John (1987), The Buddhist handbook. A Complete Guide to Buddhist Teaching and Practice. Londom: Century Paperbacks Wat wij waarnemen als objecten wordt gecreëerd in het bewustzijn.

Soorten bewustzijn De Yogācāra-leer onderscheidt acht of negen bewustzijnslagen, in aanvulling op de oudste boeddhistische ideeën.

Waarneming Het vroegste boeddhisme onderscheidde zes soorten vijnana (bewustzijn), citta (gedachten), of mano (bewustzijnsorganen), namelijk: oog-, oor-, neus-, tong-, lichaamsbewustzijn.

Het zesde bewustzijn is ideeënbewustzijn. Met deze soorten bewustzijn vindt de waarneming of perceptie plaats.

Manas De Yogācāra voegt hier nog twee soorten bewustzijn aan toe: manas en ālayavijñāna.Harvey, Peter (1995), An introduction to Buddhism. teachings, history and practices. Cambridge: Cambridge University Press Manas is het denkende bewustzijn, dat uit de verschillende waarnemingen een betekenisvolle wereld creëert. Hier vindt de cognitie plaats.

Alaya-vijñāna - het 'pakhuisbewustzijn' Alaya-vijñāna is de basis van de andere soorten bewustzijn. Het is een onbewust niveau van de geest, dat ook wel het 'pakhuis-bewustzijn' wordt genoemd. Handelingen die een persoon verricht laten hier hun sporen na: gedachten, samen met 'karmische zaden', 'zaden van mogelijke onzuiverheden' (van de persoonlijkheid), en herinneringen. Ook de karmische energieën die in het huidige leven door herhaalde patronen van gedrag ontstaan, zoals eten, drinken, hobby's, worden opgeslagen in dit bewustzijn. Dit worden 'gewoonte-energieën' genoemd (Sanskriet: vasanas).

Eenheidsbewustzijn De alaya bevat ook nog 'pure zaden'. Dit zijn de zaden waaruit het ontwaken mogelijk is. Deze pure zaden bevinden zich in de param-alaya, "het bewustzijn voorbij [het gewone bewustzijn]". De she-lun school zag dit als een negende, 'zuiver' bewustzijn. Het ligt voorbij alle dualismen, en is gelijk aan nirvana en sunyata. Het is een niveau dat voorbij het persoonlijke niveau gaat. Het is een universele werkelijkheid die in alle levende wezens zit.Harvey, Peter (1995), An introduction to Buddhism. Teachings, history and practices. Cambridge: Cambridge University Press. Pagina 108 Deze visie wordt gedeeld door de Sanbo Kyodan, de Zen-school van Yasutani-roshi en Philip Kapleau.Kapleau, Philip (1980(1965), De drie pijlers van Zen. Deventer: Ankh-Hermes

Werking van de geest De wereld die we waarnemen is gefilterd door de onbewuste inhouden van onze geest. We creëren onze eigen wereld door middel van manas, de denkende geest. Hier ontstaat ook het onderscheid tussen object en subject: de externe wereld van objecten, en de interne wereld van de emoties, de gedachten en de waarnemer, het 'ik'. Dit onderscheid is een illusie, die ons gevangen houdt in de kringloop van wedergeboorte. Inzicht in de ware aard van dit proces verandert niet het proces van waarneming, maar wel het proces van bewerking van deze waarnemingen: de ontwaakte persoon ziet alleen de ervaringen, niet een 'waarnemer' die die ervaringen waarneemt.

De drie naturen De Yogācāra-leer ziet drie basismanieren waarop we onze wereld waarnemen. Deze worden aangeduid als de 'drie naturen van gewaarwording'. Deze zijnː

Parikalpita, of de mentale constructie of verbeelding. Hier wordt ervaring geconstrueerd door reeds aanwezige kennis en ideeën. Het onderscheid tussen subject en object ontstaat hier, en het idee dat alles een permanent zelf heeft. Paratantra, of de wederzijdse afhankelijkheid. Hier wordt gezien dat 'de werkelijkheid' voortdurend verandert, en er geen zelfstandig bestaande 'dingen' zijn. De wederzijds afhankelijke aard van alle dingen wordt hier correct begrepen. Pranispanna, of de Absolute werkelijkheid, waar 'iemand' de verschijnselen gewaar wordt zoals ze zijn, namelijk constructies van de geest. Dit is de bevrijde manier van waarneming, waar de werkelijkheid in haar 'lege' aard wordt gezien.

Gotra's Een minder bekend aspect van Yogācāra zijn de gotra's, types of categorieën van religieuze of spirituele beoefenaars.Definitie van gotra Volgens de tathagatagarba-leer is in iedereen de boeddha-natuur als potentie aanwezig: iedereen kan in potentie een boeddha worden. De Yogācāra-leer constateert dat lang niet iedereen een Boeddha wordt, of dit zelfs maar nastreeft.Chatterjee, Ashok Kumar (1999), The Yogacara Idealism. Delhi: Motilall Banarsidass Publishers. Pagina 162 De Yogācāra-leer onderscheidt verschillende gotra's: clans of categorieën van personen, onderscheiden naar hun psychologische, intellectuele en 'spirituele' capaciteiten.Vladimir Korobov: Short Notes on gotra Theory in Yogacara Buddhism

Dit aspect van de Yogācāra-leer lijkt hiermee aan te sluiten bij soortgelijke noties in de westerse psychologie. Jung stelde dat individuatie slechts door een minderheid wordt gerealiseerd. En Francis Heyligen stelt dat er voor Maslov's zelf-actualisatie ook cognitieve competentie, oftewel kennis en intelligentie nodig is.Francis Heyligen: Gifted people and their problems Deze stelling botst uiteraard met populaire westerse opvattingen over spiritualiteit zoals die in New Age vertolkt worden.

Karma en wedergeboorte Bij het overlijden van de persoon, en het verdwijnen van de zes soorten waarnemingsbewustzijn en de denkende geest, is het Alaya-vijñāna bewustzijn het bewustzijn dat blijft bestaan. Hierdoor is het mogelijk dat er wedergeboorte plaatsvindt. Het type, de hoeveelheid, kwaliteit en sterkte van de karmische zaden zijn bepalend voor de aard van de wedergeboorte. Zaken als mens of dier, diersoort, geslacht, sociale status, karakter, uiterlijk worden daardoor bepaald.

Yogācāra en Madhyamika Yogācāra en Madhyamika zagen zichzelf beiden als bewaarders van het boeddhistische middenpad: tussen nihilisme en substantialisme in.

De twee scholen worden vaak als antagonisten gezien. Waar de madhayamika leegte ziet als de afwezigheid van zelfstandige essentie, ziet de Yogācāra leegte als de non-duale essentie van het bestaan.

Volgens de Yogācārins neigden de Madhyamikas naar nihilisme. Maar de Madhyamikas zagen in de Yogācāra-leer een neiging naar substantialisme, het poneren van een onveranderlijke 'echte' werkelijkheid achter de wereld der verschijnselen. Deze discussie leeft heden ten dage nog, en raakt aan discussies over boeddha-natuur, tataghata-garba ('de baarmoeder van de boeddha'), sunyata en verlichting.Kalupahana, David J. (1992),A history of Buddhist philosophy. Delhi: Motilal Banarsidass Publishers Private LimitedNanzan Institute: Pruning the bodhi TreeDavid Chapman: The essence of all religions? De Yogācāra-school was in oppositie tegen de Madhyamaka-school (Sanskriet voor 'Middenweg'). Dit debat leeft ook nog steeds tussen Tibetaanse scholen zoals de Shentong (leegte van de ander) versus de Rangtong (leegte van het zelf).

Shantarakshita ontwikkelde een syncretistische school uit de Yogācāra-, Svantrika- en Madhyamaka-tradities. Dit was een van de laatste ontwikkelingen van het Indiaas boeddhisme voordat het verdween in India.

Het relatieve belang van de Yogācāra wordt geïllustreerd door het Tibetaanse boeddhisme, waar de soetra-leringen van de Boeddha worden gezien als de basis, gevolgd door Yogācāra en ten slotte tantra en Madhyamika als voltooiing.Harvey, Peter (1995), An introduction to Buddhism. teachings, history and practices. Cambridge: Cambridge University Press. Pagina 106"In Tibet, the Middle Way School of tenets [=Madhyamika] is considered almost universally to be the highest". Hopkins, Jeffrey (1995), Emptiness Yoga. The Tibetan Middle Way. Ithaca, New York: Snow lIon Publications. Pagina 37

Zie ook Sunyata Boeddha-natuur Madhyamaka Boeddhistische filosofie Boeddhistische psychologie

Verder lezen Boeken Kalupahana, David J. (1992),A history of Buddhist philosophy. Delhi: Motilal Banarsidass Publishers Private Limited Chatterjee, Ashok Kumar (1999), The Yogacara Idealism. Delhi: Motilall Banarsidass Publishers Kochumuttom, Thomas A. (1999), A buddhist Doctrine of Experience. A New Translation and Interpretation of the Works of Vasubandhu the Yogacarin. Delhi: : Motilall Banarsidass Publishers

Artikelen "Early Yogaacaara and Its Relationship with the Madhyamaka School", Richard King, Philosophy East & West, vol. 44 no. 4, October 1994, pp. 659–683 "Vijnaptimatrata and the Abhidharma context of early Yogacara", Richard King, Asian Philosophy, vol. 8 no. 1, March 1998, pp. 5–18 "The mind-only teaching of Ching-ying Hui-Yuan" (subtitle) "An early interpretation of Yogaacaara thought in China", Ming-Wood Liu, Philosophy East & West, vol. 35 no. 4, October 1985, pp. 351–375

Externe links Overzichtssite

Yogocara Buddhism Research Center

Inleiding

Basisideeën van Yogācāra Yogocara bij Answers dotcom

Referenties

Categorie:Yogastijl Categorie:Boeddhisme